Hoe Braakland/ZheBilding het Leuvense culturele braakland stap na stap heeft volgebouwd

01/09/2011

In het kraakverse nummer van Staalkaart, dat een week of twee geleden van de persen is gerold, open ik mijn artikel over Braakland/ZheBilding met deze waarachtige zinnen: ‘Dat het goed gaat met muziektheatergezelschap Braakland/ZheBilding staat buiten kijf. Het kreeg de afgelopen jaren twee keer de toneelschrijfprijs, werd officieel stadsgezelschap van Leuven, sleepte de cultuurprijs van de KULeuven in de wacht en zocht intussen gestaag voort naar het ideale evenwicht tussen muziek, tekst en spel.’ En op dat moment was nog niet eens bekend dat het gezelschap ook nog eens de prestigieuze Vlaamse Cultuurprijs Podiumkunsten in de wacht sleept.

Intussen denkt het gezelschap extra diep na over zijn naam. Bij zijn oprichting, nu meer dan tien jaar geleden, stelden de eerste Braaklanders tussen pot en pint vast dat hun hometown Leuven een behoorlijk bedroevend cultureel braakland was. Wél een opleiding theaterwetenschappen aan de universiteit, wél een praktijkinstelling als het Lemmensinstituut. Maar geen professioneel theatergezelschap. Daar kon aan gebouwd worden, vonden ze, en zo ontstond Braakland/ZheBilding. De jaren daarop bouwde het gezelschap vastberaden aan zijn geheel eigen theatertaal en zo raakte het braakland stilaan bebouwd. Kunnen ze zich anno 2011 dan nog wel Braakland noemen, vragen ze zich daar in Leuven af. We vernemen er ongetwijfeld meer over zodra de makers zijn uitgevierd. Want feest is het dubbel en dik: de champagne van de cultuurprijs is nauwelijks leeggetoost of ze kunnen zich al klaarmaken voor het officiële openingsweekend van OPEK, het Openbaar Entrepot voor de Kunsten (10 en 11 september). OPEK wordt een ontmoetingsplek voor kunst en talent waar zeven professionele culturele organisaties zullen samenhuizen.

In het openingsweekend valt er allerlei te beleven in OPEK. Neem dus zeker een kijkje in het programma. Eén van die dingen is de première van Luide muziek, een sociaal-artistiek project van BZB en De Figuranten uit Menen. Een fragment daarover uit het interview dat ik voor Staalkaart afnam van Adriaan Van Aken en Stijn Devillé, die het stuk samen regisseren:

Het is de eerste keer dat Braakland zich op het sociaal-artistieke spoor waagt en het gezelschap doet dat met evenveel enthousiasme als zenuwachtigheid. ‘Hein Mortier, het opperhoofd van De Figuranten, is een vroegere klasgenoot van ons’, zegt Adriaan Van Aken. ‘Hij had al eerder gepolst of we een samenwerking zagen zitten, maar tot nu hadden we nog geen geschikt project gevonden.’ Stijn Devillé: ‘Anderzijds zaten we met een ei. Sociaal-artistiek werk is Heins biotoop – hij heeft een natuurlijke slag om met jongeren met een kwetsbare achtergrond theaterprojecten op te zetten. Onze manier van theatermaken is helemaal anders… nogal saai, als je wil. We proberen met taal en muziek een heel fijne puzzel in elkaar te steken. Het is nauwgezet, geconcentreerd werk. En dus vreesden we een beetje dat we die jongeren onmogelijk konden boeien met onze manier van werken.’ Tot uit een heftige brainstorm het concept voor Luide muziek tevoorschijn kwam.

Sinds de productie Dansen drinken betalen uit 2006 speelde Adriaan Van Aken met het idee om ooit te onderzoeken welke impact luide muziek op acteurs heeft. ‘In die voorstelling komt een drietal echt luide, dynamische muziekmomenten voor, waar Sara (Vertongen, red.) heel hard in meegaat. Ook het effect op de zaal is altijd verrassend – zeker als je in klassieke theaterzalen speelt. Kun je een volledige voorstelling maken die zo ruw, dynamisch en gechargeerd is? Hoe lang hou je dat vol? Wat doet het met de spelers? Daar wil ik graag achter komen. En tijdens het gesprek met De Figuranten vonden we dan eindelijk de inhoud die erbij zou kunnen passen.’

(einde fragment)

Luide Muziek from DE FIGURANTEN on Vimeo.

Meer weten? Lees dan het artikel in Staalkaart en/of ga zelf naar de voorstelling kijken, natuurlijk…


Menslievendheid weer zachtjes wakker geschud – Filantropiekrant 2011

20/06/2011

Projecten waarvan je geloof in de mensheid krijgt, zijn zeldzaam en meer dan welkom. Ik probeer ze soms zelf op te zoeken, zoals in mijn reeks over vrijwilligerswerk in RandKrant (voor fragmenten, zie elders op deze blog). Nu en dan komen ze ook aanwaaien. Zo heb ik heel wat uurtjes besteed aan artikelen voor de Filantropiekrant van de Koning Boudewijnstichting (verschenen op 10 mei van dit jaar).

Ik bewaar vooral goede herinneringen aan de volgende artikelen:

- ‘Mijn boom in de stad’, over het gelijknamige project van Antwerpenaar Francis Thys, die zijn stad groener wil maken.
- ‘Schaken geeft je zelfvertrouwen’ over het fantastische schaakproject Your Next Move.
- ‘Een lunch voor een kind kost minder dan 3 cent – dat heeft me overtuigd’ over Kristel Debandt, die met haar kleinschalige Mbirizi School Project op eigen initiatief een schooltje steunt in Oeganda.
- ‘Aanvalletjes van misantropie’, een interview met auteur Annelies Verbeke die haar licht laat schijnen over de materie.

En zo waren er nog wel een paar. Kortom, het was een heerlijk project om aan te werken en het heeft mijn idealisme en menslievendheid, waarvan ik vreesde dat ze de laatste jaren ietwat waren ingedommeld, weer zachtjes wakker geschud.

Lees de Filantropiekrant hier. Ik schreef de artikelen in opdracht van Decom voor de Koning Boudewijnstichting.


Digitale goudmijnen

17/06/2011

Kijk eens aan, daar verschijn ik ook al op andere blogs:

Eind mei ging de website Early Dutch Books online. De Nederlandse Koninklijke Bibliotheek en de universiteitsbibliotheken van Amsterdam en Leiden digitaliseerden daarvoor meer dan twee miljoen bladzijden van 10.000 boeken uit het Nederlandse taalgebied uit de periode 1781-1800. Als ik zoiets zie en hoor, gaat mijn Germanistenhart sneller slaan.

Lees alles op blog.decom.be


Auteur Belinda Aebi: ‘Verslaafd aan stilte en schrijven’

02/06/2011

Het geluid van stilte, het derde boek van Belinda Aebi, ligt in de handel.

Belinda Aebi begon haar carrière als kinesiste, maar rolde al snel in een job bij Rodania in Wemmel, het bedrijf van haar vader Manfred. Daar leidde ze 25 jaar de juwelenafdeling. Toen ze besloot het leven van haar vader in een boek te gieten, vond ze een nieuwe roeping: schrijven.

Op zaterdag 28 mei stelde ze haar derde boek voor in de Standaard Boekhandel van Londerzeel. In de thriller Het geluid van stilte beloven spanning, psychologie en erotiek zich als rode draden door de plot te weven. ‘Als ik zelf lees, hou ik van spanning, erotiek en psychologisch inzicht’, zegt Belinda Aebi. ‘Daarom wil ik dat die drie elementen ook in mijn eigen boeken voorkomen.’ In Het geluid van stilte is een autistisch kind de enige getuige van een moord. ‘Ik heb een dochter die hippotherapie geeft; dat is therapie met paarden. Op een dag vertelde ze over de autistische kinderen die bij haar sessies volgen. Toen ontstond het basisidee voor deze roman. Vervolgens ben ik beginnen lezen over autisme en hippotherapie en heb ik zelf een sessie gevolgd om precies te weten hoe het in zijn werk gaat en hoe het aanvoelt. Stilaan begint zo’n idee dan te kiemen: welke thema’s passen hierbij? Hoe kan ik de verhaallijn laten evolueren? Hoe kan ik het spannend maken? Welke personages wonen er in de wereld die ik creëer? Naarmate je meer impulsen van buitenaf krijgt, groeit je verhaal tot een roman. Ik ben van nature al gevoelig voor prikkels en sferen, maar als je schrijft, krijg je er vanzelf antennes bij. Overal waar ik ga, neem ik een notitieboekje mee om ingevingen op te schrijven.’

Het volledige artikel vind je in Randkrant, mei 2011.

Het geluid van stilte, Belinda Aebi.


Reeks vrijwilligerswerk: ‘Ons engagement houdt ons jong’

01/06/2011

Ook in de sector van kunst en cultuur vind je veel vrijwilligers terug. Voor het vijfde artikel van de reeks kwamen we terecht in het museum Hof van Melijn in Tervuren. Daar waren eind april verscheidene vrijwilligers in de weer met de opbouw van de tentoonstellingen van de kunsttriënnale Furament. Die loopt nog tot 19 juni.

Herman De Vilder is vanaf het begin bij Furament betrokken. Hij komt ons met een grote glimlach tegemoet en begint ogenblikkelijk aan een rondleiding door het programma en de tentoonstelling in opbouw. ‘We zijn in 1993 begonnen en zijn dit jaar aan onze 7de editie toe. Het thema is water.’

(…)

Tegen de meeste muren van het Hof leunen al werken. De laatste lading kan elk moment arriveren. ‘Zo’n tentoonstelling opbouwen, duurt drie dagen. Maar de voorbereiding van het hele evenement neemt maanden in beslag’, vertelt De Vilder. Hijzelf is er in september mee begonnen. Hij heeft de teksten voor de catalogus geschreven, Frans Vlogaert verzorgde de lay-out. Maar ook in coördinatie, contacten leggen, vervoer en verzekering van de werken kruipen heel wat uurtjes. ‘Gelukkig zijn de meesten van ons gepensioneerd, zodat we er de tijd ook voor kunnen maken.’

Jong bloed welkom
De bestelwagen komt aan en uit alle hoeken van het museum stromen de vrijwilligers toe. ‘De Vrienden van de School van Tervuren heeft zo’n 420 leden. Als de voorbereidingen beginnen, doen we een oproep, en elke keer zijn er wel mensen die zich kandidaat stellen om één of andere taak op zich te nemen. We zijn met een klein groepje dat de grootste verantwoordelijkheden op zich neemt, maar dan zijn er ook leden die bijvoorbeeld graag enkele uren toezicht houden tijdens Furament zelf. We vinden het alleen jammer dat er zich zo weinig jonge mensen bij ons aansluiten. Ze zouden welkom zijn.’

Het volledige artikel vind je in RandKrant juni 2011.


‘Op de rand van Nero’s bed’

31/05/2011

Peter Verhelst en Wim Opbrouck

Nero, een monoloog geschreven door Peter Verhelst en gespeeld door Wim Opbrouck, heeft er zijn eerste speelreeks opzitten. Wie hem nog wil zien, moet wachten tot volgend seizoen. Vanaf november toert Nero door Vlaanderen en Nederland. Voor Staalkaart van mei-juli 2011 interviewde ik auteur en acteur.

Decor als dictator

Het decor waar Verhelst zijn keizer Nero in plaatst, wordt bepalend voor de voorstelling. ‘Het decor dicteert veel’, vertelt Wim Opbrouck. ‘Daardoor moeten elk woord en elke handeling bewijzen of ze recht hebben op een plaats in het stuk.’ Peter Verhelst beaamt: ‘Eigenlijk gedraagt het decor zich als een halve dictator die zegt: Nee, sorry, dit kan niet. Als maker moet je er als een riviertje je weg door zien te banen. Dat is ongelooflijk plezant om te doen, want het wordt juist daardoor ook helder. We willen geen gedoe, alles moet klein blijven.’

Klein blijven – dat geldt ook voor het personage Nero. De voorstelling begint wanneer hij een jongetje van vier is en loopt tot het einde van zijn leven. Verhelst: ‘Je ziet Nero in de loop van de monoloog groeien tot keizer, met alles wat daarbij komt kijken. Ik heb ervoor gekozen om geen wilde zot neer te zetten. Je krijgt een jongetje te zien in al zijn breekbaarheid. Hij heeft dromen en is bang. Hij heeft behoefte aan iemand die hem vastpakt. Zijn papa is dood, hij heeft alleen zijn mama en zijn leraar, Seneca, die hem leert hoe hij goed moet leven. En Nero is een ventje dat goed luistert, veel over de dingen nadenkt en op de duur zelf met ideeën begint te komen. Hij zou willen dat alles lief en mooi is en hij drijft die wil tot het uiterste door. Zulke mensen zijn altijd gevaarlijk.’ Die aanpak heeft natuurlijk gevolgen voor de manier van spelen. ‘Wim houdt alles klein en delicaat, waardoor de toeschouwer bij wijze van spreken op de rand van Nero’s bed komt te zitten.’

Als er iets niet relevant is voor zijn stuk, vindt de auteur, is het het loutere monster Nero, dat iedereen in zijn omgeving ombrengt en Rome in brand steekt. Zoals hij bij NTGent op het podium komt, doet de keizer Verhelst erg aan zichzelf denken. ‘Dat is de enige manier waarop het kan werken: je moet het gevoel krijgen dat hij je zoontje kon zijn.’

Het volledige artikel lees je in Staalkaart mei-juli 2011.


Reeks vrijwilligerswerk: ‘De overtocht van 1000 amfibieën’

30/05/2011

Voor het vierde artikel in de reeks vrijwilligerswerk trokken fotograaf Filip Claessens en ik naar de Ipsvoordestraat, op de grens tussen de gemeenten Grimbergen en Kapelle-op-den-Bos. We hebben er afspraak met Daniël Smets, één van de vrijwilligers die er al jaren amfibieën overzet. Hij toont vandaag hoe je dat doet aan een enthousiast klasje van een plaatselijke lagere school.

Een fragment:

Elk voorjaar na hun winterslaap gaan kikkers, padden en salamanders terug naar de poel waar ze geboren zijn om zich op hun beurt voort te planten. Tijdens die trek sneuvelen bedroevend veel dieren. Daniel Smets: ‘Je hoeft niet eens met je wiel over een kikker te rijden om hem te doden. Zodra je meer dan 30 kilometer per uur rijdt, zuigt de snelheid het dier van de grond en smakt het te pletter.’

In de verte horen we opgewonden gejoel naderen. De verwachtingen van de kinderen zijn hoog gespannen. Ze zwaaien met kaartjes die ze onderweg verzameld hebben. Daarop staan voorwerpen zoals een emmer, een terrarium, een stokje. ‘Weten jullie waarvoor het stokje in de emmer dient?’ Enkele kinderen suggereren iets.
‘Om ze eruit te halen?’
‘Zo verdrinken ze niet’, legt Daniel uit. ‘Ze kunnen erop kruipen als er te veel regen in de emmer valt.’ De eerste emmer blijkt leeg en daardoor klinkt het gejuich extra blij als in de volgende een pad en een paar kikkers blijken te zitten. De durvers mogen er eentje uitnemen. ‘Hij voelt glibberig en raar’, zegt een meisje met een twijfelend lachje.

Kikkerprinses
‘Wie wil de kikker een kusje geven?’, vraagt Wim. ‘Ik’, antwoordt een jongen stoer. ‘Dan verandert hij misschien in een prinses!’

Verschenen in RandKrant, mei 2011. De versie in de krant kan afwijken van deze.


‘Herinnering is cruciaal, maar altijd onbetrouwbaar’

29/05/2011

Josse De Pauw herneemt Weg

Dertien jaar na de première herneemt Josse De Pauw zijn succesvoorstelling Weg. Hij speelt ze nog met evenveel plezier als in het begin. Jeugdherinneringen haken er naadloos in filosofische bespiegelingen over leven en dood. Drie muzikanten kleden de monoloog aan met een verrassende soundtrack. ‘De herinneringen aan mijn eigen jeugd in Asse zijn belangrijk geweest voor de tekst. Ik ben vanuit mijn eigen verleden beginnen te schrijven.’

Verwacht geen historische waarheden in Weg. ‘Ik heb de feiten natuurlijk gefictionaliseerd’, legt Josse De Pauw uit. ‘Maar mijn familieleden herkennen wel nog de basisverhalen waaruit de tekst is ontstaan.’ Herinnering en geheugen vormen ook een cruciaal thema in de voorstelling. ‘We zijn opgetrokken uit onze herinneringen. Kijk maar naar mensen die aan geheugenverlies lijden, bijvoorbeeld na een ongeval. In één klap valt (een deel van) je verleden weg. Dat is pure foltering. Waar moet je in zo’n geval nog op steunen? We gommen er trouwens ook onbewust bepaalde stukken uit weg, louter om te overleven.’ Dat alles maakt het geheugen tot een ontzettend boeiende constructie, die je leven grotendeels bepaalt. ‘Herinnering is belangrijk, maar ook altijd onbetrouwbaar’, gaat Josse De Pauw door. Ze raakt immers altijd gekleurd en dus vervormd.’ Ga maar eens na hoezeer de herinnering van twee mensen aan één feit uiteen kunnen lopen… ‘Als die geheugenconstructie solide in elkaar zit, zul je wellicht een vlotter, comfortabeler leven leiden dan wanneer ze wankel is. Mensen die een ongelukkige jeugd hebben gehad, rekenen daar vaak de rest van hun leven mee af.’ Gelukkig heeft De Pauw zelf een heel aangename jeugd gehad, vertelt hij nog. ‘Ik kom uit een stevig gezin, met zes kinderen. Het was een heel gewoon, kleinburgerlijk gezin, waarin wel grote aandacht voor de dingen bestond. We hebben alle zes genoeg van onze ouders meegekregen om elk onze eigen weg te kunnen gaan. De opvoeding was nooit dwingend, we zijn nooit in een specifieke richting gestuurd. Dat zie ik ook bij mijn broers en zussen: we doen allemaal wat we graag willen, en het zijn heel uiteenlopende dingen.’

Fragment uit een artikel verschenen in RandKrant, juni 2011. De versie in de krant kan verschillen van deze.

Speeldata juni: www.kvs.be


Wim Vandekeybus over ‘Radical wrong’: ‘Een voorstelling die geen voorstelling is’

11/05/2011

Vanavond om 20.15 uur kun je in De Warande in Turnhout naar de laatste voorstelling uit de huidige tournee van Radical Wrong gaan kijken. In Radical Wrong werkt regisseur-choreograaf Wim Vandekeybus (Ultima Vez) voor het eerst voor jongeren. Ik heb een van de eerste voorstellingen in Hasselt gezien en was ervan onder de indruk. Ik vraag me af wat voor sporen ze zou nagelaten hebben als ik ze op mijn zestiende had gezien. Het lijkt me geen productie die je licht vergeet als ze een introductie in de dans voor je betekent. Ze speelt expliciet in op de leefwereld van de jongeren, maar schudt diezelfde jongeren er nu en dan ook bruusk even uit. Heerlijk.

‘Ik wil een voorstelling maken die geen voorstelling is of toch niet wil zijn, een voorstelling die zich niet wil inpassen in de gangbare normen, die constant op zoek is naar een identiteit en niet bang is om fouten te maken, maar die juist om al die redenen interessant of sterk kan worden.’

Dat vertelde Wim Vandekeybus me toen ik hem goed anderhalve maand voor de première voor Staalkaart interviewde. Hij is daarvoor vertrokken, zei hij, van een worst case scenario: een zaal vol tieners die in se geen bal om een dansvoorstelling geven en als enige voordeel zien dat ze geen les hebben op dat moment.

‘Als scholier ben ik zelf naar Moeder courage gaan kijken in de KNS. In die voorstelling had je zo’n paard dat ter plaatse stapte omdat het podium draaide. Achteraf ging ik weer naar de klas en gingen de lessen gewoon door. Dat was het. Geen uitleg, geen gezaag. Maar ik vroeg me wel af: Wat moet ik hier nu mee? Tieners die naar Radical Wrong komen, hoeven niet blij te zijn omdat ze naar het theater moeten. Ik heb liever dat ze zich, net als ik toen, beginnen af te vragen wat zo’n voorstelling nu eigenlijk betekent. Of wat het eventueel zou kunnen zijn. Als je dat bereikt, ben je al ver. Het wordt jonge mensen ingepompt dat ze de gevestigde waarden moeten respecteren. What the fuck!? Ze mogen het allemaal slecht vinden! Het rebelse in tieners is me veel meer waard dan de opinie van de gevestigde waarde, die hen nog eens precies komt vertellen hoe het moet en wat ze ervan moeten vinden. In die zin leg ik mezelf met deze voorstelling zwaar op de rooster. Ik vernietig mezelf erin – het wordt een voorstelling waarin ik niet meer besta.’ Vandekeybus maakt Radical Wrong voor jonge mensen, maar hoedt zich voor een kinderlijke productie. ‘Je moet jongeren van 12 tot 18 ook niet onderschatten – je kunt er best al eens een klets aan geven. Onderschat de wereld van een tiener niet. Die kan keihard zijn.’

Het volledige artikel staat in Staalkaart, maart-april 2011.

www.ultimavez.com


Reeks vrijwilligerswerk: ‘Leuk om met de kinderen mee te genieten’

10/05/2011

De derde halte in onze reeks over vrijwilligerswerk is Alsemberg. We spreken af met Noëla Stubbe, die elke woensdag en donderdag een handje helpt met de kinderwerking van het opvangcentrum voor asielzoekers.

O p woensdag help ik met de kinderanimatie, op donderdag vind je me in het huistakenklasje’, zegt ze. Wanneer wij op bezoek gaan, staat er een puzzelspeurtocht op het programma. Het centrum verandert in één klap in een vrolijke boel vol rennende en joelende 6- tot 12-jarigen. Het is half drie. Over een half uur begint de speurtocht en de kinderen zijn al niet meer te houden. Een meisje steekt haar hoofd naar binnen. Of er een activiteit is, wil ze weten. Achter haar verschijnt een hele drom nieuwsgierige ogen die op een blik door de kier hopen. ‘Nog even wachten’, antwoordt Noëla. ‘Ga al maar in de theaterzaal kijken.’ De enthousiaste decibels verdwijnen in de gangen en gunnen Noëla zo nog enkele minuten om uit te leggen hoe ze bij dit vrijwilligerswerk terecht is gekomen. ‘Ik kom hier nu iets langer dan een jaar’, zegt ze. ‘Enkele maanden daarvoor zag ik op een plein een Afrikaanse vrouw met een klein kind. De moeder was totaal over haar toeren. Ze huilde en tierde. Ik heb geprobeerd om haar te kalmeren. Ik ben zo moe! Zo moe! riep ze. Ze stond er helemaal alleen voor en sliep ’s nachts slecht omdat haar kind haar wakker hield. Er was niemand die de zorgen af en toe eens kon overnemen. Ik was er de verdere dag niet goed van.’ Stilaan rijpte bij Noëla het plan om zich vanaf haar nakende pensioen vrijwillig voor kinderen in te zetten. ‘Ik las een paar artikelen over het asielcentrum en heb dan schoorvoetend de telefoon genomen. Ik ben scheikundige, dus ik had geen werkervaring met kinderen en ik vreesde dat ze mijn hulp niet zouden kunnen gebruiken.’ Maar de begeleiders waren juist ontzettend blij met haar spontane aanbod. ‘Ze zijn voortdurend op zoek naar vrijwilligers: voor de kinderwerking, de kledingshop, om Nederlandse les te geven. Alle hulp is welkom.’

Lees het volledige artikel in RandKrant april.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 519 other followers