Bericht – Prijsuitreiking Jonge Belgische Schilderkunst 2009

24/06/2009

Net terug van de uitreiking van de Prijs Jonge Belgische Schilderkunst in Bozar. De uitreiking van de vier prijzen verliep wat rommelig, onder andere met een voorzitter die even vaak naast als in de microfoon sprak, maar de tentoonstelling is absoluut de moeite waard. Ze toont de nieuwe creaties van de zeven genomineerden van de Prijs: Nico Dockx, Jeroen Hollander, Robert Kot, Lara Mennes, Caroline Pekle, Els Vermang en Leon Vranken.

Leon Vranken kreeg de prijs van het Paleis voor Schone Kunsten. Vranken is een gulle kunstenaar. Hij geeft graag aan zijn publiek – liefst ook een verrassing. Maar dan wel eentje die niet alleen een glimlach, maar ook een tikje verwarring en onzekerheid met zich meebrengt. Dat toonde hij enkele maanden geleden al bij Galerie Stella Lohaus in Antwerpen, waar de bezoeker via een smalle gang de installatie binnen kwam, zoekend naar de schuifdeur die een railsysteem en daarmee de hele installatie in beweging bracht. In Bozar staat de bezoeker ook even te aarzelen voor hij de wereld van Vranken écht binnen kan. Die wereld bouwt hij voornamelijk op uit hout. ‘Functionele voorwerpen nemen een esthetisch karakter aan; de sculpturen zijn gebouwd uit verschillende intersecties die op elkaar inspelen en tegelijk de aard van hun vorm en functie trachten te bepalen. De kunstenaar wijst op de beperkingen van materiële objecten zoals een sokkel, of verschillende samengestelde vormen in de context van een museale ruimte. Hij wil hiermee ook de inherente grenzen van het medium ‘beeldhouwkunst’ aanhalen.’

Jeroen Hollander kreeg de ING-prijs voor zijn fictieve stadsplannen en communicatienetwerken. ‘Pretentieloos en in een haast obsessionele wil om netwerken en denkbeeldige werelden te scheppen, tekent hij steeds opnieuw en uiterst nauwkeurig door elkaar lopende kleuren. Hij zoekt vooral inspiratie bij wegenkaarten en de plattegronden voor het openbaar vervoer.’ Ingewikkelde materialen zijn niets voor Jeroen Hollander. Hij tekent zijn kaarten meestal met potlood of stift op A4-papier. Vroeger zelfs op de achterkant van reeds gebruikte bladen.

Nico Dockx, liefhebber van archieven en data, kaapt de Languiprijs weg met een interdisciplinaire installatie die hij samen met Helena Sidiropoulos maakte. De archieven van het Paleis voor Schone Kunsten dienden als basismateriaal. ‘Van in het begin wilde ik een interdisciplinaire installatie ontwikkelen, die functioneert als een ontvankelijke interventie op het ‘geheugen’ van het Paleis, als instelling; ik wil de plasticiteit van het archief gebruiken om een projectie van beeldreeksen te maken.’

Fotografe Lara Mennes schoot de hoofdvogel af: de prijs-Crowet, ter waarde van 25 000 euro. Ze werkt rond herinnering en trok voor haar project in Bozar naar de mijncités rond Genk. ‘Via de sociale context van de vroegere mijnwerkerswijken liet ik me leiden naar de persoonlijke verhalen van de mensen die er wonen. Samen vormen ze een narratief over de sociale geschiedenis van de regio, de immigratie en de idealen waarop de wijken zijn gebouwd.’ De installatie vertelt die verhalen in woord en beeld.

Nog tot 13 september in het Paleis voor Schone Kunsten.

www.jongebelgischeschilderkunst.be

Advertenties

Artikel – Orgelconcerten Grimbergen

12/06/2009

Organist Kamiel D’Hooghe: ‘Muziek is een woordeloze taal’

Kamiel D’Hooghe wilde landbouwer worden, zoals zijn vader. Het draaide anders uit. D’Hooghe werd een van de belangrijkste organisten van Europa. Hij stond aan de wieg van het Festival van Vlaanderen in Brugge, werd directeur van het conservatorium in Brussel en reisde de wereld rond om concerten te geven.

In juni organiseert CC Strombeek elke zondag een orgelconcert in de abdijkerk van Grimbergen. Vooraanstaande organisten uit binnen- en buitenland stellen er een programma voor. Kamiel D’Hooghe sluit op 28 juni de reeks af met een bloemlezing uit recente cd-opnamen
www.ccstrombeek.be

Een portret van Kamiel D’Hooghe (waaruit dit stukje een fragment is) vind je in RandKrant van juni 2009. Je vindt een pdf-versie hier.


Artikel – ‘De hedendaagse architectuur is me te flauw, te weinig emotioneel…’

11/06/2009


‘Een creatie in kunst of architectuur kun je perfect vergelijken met een muzikale compositie’, vindt Amandus VanQuaille. ‘En of je nu een klein menuet maakt of een ingewikkelde symfonie, ze kunnen allebei even boeiend zijn.’ In de loop van het gesprek doet Amandus uit de doeken met welke elementen hij zijn persoonlijke symfonie wil opbouwen. Hij haalt er bijvoorbeeld een maquette van een tuinpaviljoen bij, die heel precies aantoont welke weg hij met zijn werk op wil. ‘Op zich is dit een van mijn menuetjes’, zegt hij.

Uit Isel nr. 30, mei-juni 2009


Artikel – ‘De eeuwigheid interesseert me geen ene moer’

11/06/2009


Jan Decleir is laat voor de afspraak en excuseert zich daar uitgebreid voor. ‘Ik ben zo’n warhoofd dat ik geregeld dubbele afspraken maak. Die chaos heeft altijd al in mijn systeem gezeten en ondanks inspanningen van mezelf en anderen om het in goede banen te leiden, lukt het me maar met mate om er orde in te scheppen. Anderen hebben er doorgaans meer last van dan ikzelf. Hoewel: soms komt die chaos heel onaardig over en dat is niet de bedoeling. Ik ben graag beleefd en attent.’ Onprettig was het wachten niet. De afspraak vindt immers plaats in galerie De Zwarte Panter in Antwerpen, waar op dat moment nog heel even een tentoonstelling met beeldend werk van de acteur loopt.

Uit Isel nr. 30, mei-juni 2009


Artikel – ‘Kunst ontstaat in dialoog met de wereld rondom je’

08/06/2009

Ruud Gielens

Ruud Gielens (c) Redkitten

Theatermaker Ruud Gielens pakt Biedermann en de brandstichters van de Zwitserse auteur Max Frisch van de plank, een tegelijk grappig en macaber stuk over lafheid en opportunisme. ‘Ik ben een grote Frisch-fan’, vertelt hij. ‘Ik heb zijn werk gelezen en herlezen. Wat ik er fantastisch aan vind is dat de auteur zonder ideologisch te zijn, zelfs zonder een standpunt in te nemen een volledig wereldbeeld kan schetsen.’ De tekst speelt zich af in het naoorlogse Europa, maar vertelt desondanks ook het verhaal van vandaag. ‘Je leest er weliswaar de clash van de grote ideeën in, maar toch herken je er het hedendaagse individualisme in. De personages zijn tenslotte vooral bezig met de ontplooiing van hun eigen ego, met de vraag wat ze van de ander kunnen nemen en gebruiken om zichzelf te ontwikkelen.’ Een gesprek over politiek en maatschappelijk engagement, de noodzaak van de humor en DDR-T-shirts.

‘De situatie in het stuk is heel simpel’, zegt Ruud Gielens. ‘Er komen twee brandstichters aanbellen bij een typische burgerfamilie. Na de eerste scène weet iedereen in de zaal al hoe laat het is: er gaat een en ander in vlammen opgaan. Maar de betrokkenen kunnen of willen het niet zien.’ In die zin zit er veel van de klassieke tragedie in de voorstelling. ‘Het is een en al hubris’, vindt Gielens. ‘De held of antiheld wordt door het koor gewaarschuwd voor wat er komen zal, maar omdat hij overloopt van de hoogmoed, stoot hij zich toch.’ Een aaneenschakeling van dramatische gebeurtenissen wordt Biedermann en de brandstichters echter niet. ‘Het is tegelijk een onwaarschijnlijk goede komedie.’ En humor is iets wat Ruud Gielens enorm op prijs stelt, niet alleen in het theater zelf. ‘Ik geloof dat elk totalitair regime, of het nu gaat om fascisme, communisme of wat dan ook, lijdt aan een ontzettend gebrek aan humor. Dat is tevens de kern van Biedermann: het gaat om het kunnen relativeren van het eigen ik. Om dat te kunnen is humor essentieel.’

Uit: Isel nr. 30, mei-juni 2009

Biedermann en de brandstichters: 6 – 19 juni, KVS, Brussel.


Artikel – Prijs Jonge Belgische Schilderkunst

08/06/2009

Tentoonstelling van 25 juni – 13 september 2009
'The Traveling Riddle', 2009, hout,verf,metaal,kunststof, 245x910x132cm, Courtesy Stella Lohaus Gallery, Antwerpen

De tweejaarlijkse Prijs Jonge Belgische Schilderkunst/Prix de la Jeune Peinture Belge wil jong kunstenaarstalent uit alle beeldende disciplines een duwtje in de rug geven. Uit de 200 inzendingen die de juryleden voor de editie 2009 onder ogen kregen, kozen ze er zeven. Nico Dockx, Jeroen Hollander, Robert Kot, Lara Mennes, Caroline Pekle, Els Vermang en Leon Vranken mogen deelnemen aan de tentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten, waar de jury de definitieve prijzen zal toekennen.

LEON VRANKEN
‘Mezelf verbazen en goed werk maken’

In een zolderkamer van zijn huis heeft Leon Vranken een precieze maquette gebouwd van de ruimte die hij in het Paleis voor Schone Kunsten ter beschikking krijgt en van de sculpturale werken die hij erin wil plaatsen. De zaal van 24 meter bij 7 ziet er op schaal 1/10 nog altijd imposant uit. De sculpturen beloven het publiek een verrassende ervaring. ‘Ik speel met mijn werk expliciet op de ruimte in’, legt Leon Vranken uit. ‘Voor ik mijn ideeën uitwerk, bezoek ik de ruimte waarin ze terecht zullen komen zeker zes keer. Ik kijk, fotografeer, meet op. In Bozar ligt bijvoorbeeld een prachtige parketvloer. Als ik zoiets zie, kom ik in de verleiding om ergens iets met parket te doen: zo verkrijg ik een sculptuur die helemaal opgaat in de ruimte.’

Uit Isel nr. 30, mei-juni 2009


Artikel – ‘De helft van je succes haal je uit je uitstraling’

08/06/2009

Bertrand Flamang, organisator van Gent Jazz
Bertrand Flamang - foto Jos L. Knaepen
Bertrand Flamang heeft de jazzmicrobe met de paplepel ingekregen. ‘Mijn vader was al een freejazzfanaat’, vertelt hij. ‘Ik heb het genre via hem ontdekt.’ Hoewel hij telkens opnieuw bij deze niche in de jazzmuziek uitkomt, heeft Flamang in de loop van zijn leven wel vaker uitstapjes naar andere genres gemaakt. ‘In mijn puberjaren ben ik geëvolueerd van Thriller van Michael Jackson –wat ik nog altijd een goeie plaat vind– tot het punkgevoel dat ik ook weer terugvond in de jazz. Ik heb bovendien lang in het hardrockmilieu rondgehangen. Onlangs ben ik naar het concert van AC/DC gegaan en ik zat er weer helemaal in: ik was zeker vijftien jaar niet meer zo uit de bol gegaan op een concert!’ Maar uiteindelijk is hij toch weer teruggekeerd naar zijn muzikale wortels en heeft hij zich het ruime domein van de jazz eigen gemaakt. ‘Er zijn zoveel stromingen in de jazz, dat iedereen er wel iets in vindt dat hem aanspreekt. Iemand die beweert dat hij niet van jazz houdt, heeft zijn subgenre of zijn plaat gewoon nog niet ontdekt.’

Uit: Isel nr. 30, mei-juni 2009

Gent Jazz, 8 – 19 juli 2009