Theaterfestival ’09: de keuze uit de keuze

23/08/2009

Van 27 augustus – 5 september 2009

Van de voorstellingen die ik al gezien heb uit de selectie van het Theaterfestival 2009, sta ik het meest achter DegrotemonD van SKaGeN – voor mij een van de allerbeste voorstellingen van het afgelopen seizoen. Ik herhaal hieronder mijn recensie van oktober 2008 (ook terug te vinden in het archief van Theatermaggezien.net)
Het zeer goede nieuws is dat er zelfs nog kaartjes voor zijn.

Idem voor Brandhout. Een irritatie van tg Stan. Een monoloog die heel erg de moeite van het bijwonen waard is. Mijn recensie vind je hier.

Medley van de wereldgeschiedenis

Valentijn Dhaenens vooraan in een oude Leuvense aula. Voor hem een reeks met de meest uiteenlopende microfoons. Achter hem een schoolbord waarop (schijnbaar in krijt) allerhande namen en data staan. De grootinquisiteur 1583 – Socrates 399 BC – ZKH Boudewijn 1990 – Lumumba 1960 – Reagan 1986 – HW Bush 1991 – GW Bush 2001… Het blijkt de volgorde van de speeches die SKaGeN heeft geselecteerd voor een treffende medley van de wereldgeschiedenis.

Na elke speech verdwijnt een naam van het bord (het krijt blijkt geen krijt maar een projectie): spons erover! In realiteit is het duidelijk minder eenvoudig om ergens de spons over te halen. Wat inhoud betreft, klinkt geen enkele redevoering totaal gedateerd. De trucs, de argumenten, de manier om onderwerpen aan te brengen, blijven 2500 jaar lang dezelfde. Van 431 voor Christus (Pericles) tot nu hebben bijna alle sprekers het bovendien over geweld, (vruchteloze) pogingen tot vrede, onbegrip, onverdraagzaamheid… voor een vrolijk plaatje was een andere selectie aangewezen. Het geheel schetst een wrang beeld van de menselijke ‘beschavingsgeschiedenis’, waarin vooral de ultieme machthebbers geen fraai portret van zichzelf ophangen. Zo haakt Dhaenens fragmenten van de brutale oorlogsretoriek van de Amerikaanse legerleider Patton in die van de Duitse minister van propaganda Goebbels (allebei uit de Tweede Wereldoorlog). In tegenstelling tot de historische speech van Goebbels brengt Valentijn Dhaenens hem met een ijzige kalmte, zodat het lijkt alsof de spreker een beroep doet op de rede – het volk moet begrijpen dat iedereen een deel van de oorlogslast moet dragen. Die bijna beminnelijke manier van spreken staat in schril contrast met de opzwepende taal van Patton: ‘Vechten is de meest glorieuze competitie waar een man aan kan meedoen!’ roept hij en om zijn woorden kracht bij te zetten, schuwt hij de schuttingtaal niet. Je krijgt hier twee kampen tegenover elkaar die hun oorlogszuchtige woorden op een verschillende manier op hun publiek overbrengen. Opvallend is echter dat de inhoud niets aan demagogische kracht inboet. De boodschap die de toeschouwer uit dit fragment overhoudt is dat oorlog altijd vuil is, tot welk kamp je ook behoort, en dat geen énkele machthebber de manipulatieve technieken schuwt die eigen zijn aan redevoeringen.

Voor elke speech zoekt Valentijn Dhaenens een aparte stem. Die wordt subtiel ondersteund doordat hij telkens ook kiest voor een nieuwe microfoon en doordat de belichting – die constant heel eenvoudig blijft – verandert. Net op het moment dat je begint te vrezen dat heel de voorstelling een keurige opeenvolging van speeches wordt, schakelt de monoloog echter naar een hogere versnelling. Na de abortusspeech van Boudewijn krijgt een enthousiaste Lumumba het woord, die pleit voor een onafhankelijk Congo: ‘Wij zullen niet regeren met een vrede van kanonnen en bajonetten!’ belooft hij. Als antwoord komt één enkel schot, dat meteen de medley op volle kracht doet losbreken. In hels tempo komen Robert Kennedy, Martin Luther King, Malcolm X, Mohammed Ali en JFK aan bod. Hun speeches doorspekt Valantijn Dhaenens met muziek en geluiden. Op dit moment komt de sterke technische kant van de voorstelling pas goed tot uiting. Op gezette tijden zingt Dhaenens enkele noten, een stukje van een lied, hij trommelt een kort ritme op de katheder of imiteert een schot. Al die geluiden worden ogenblikkelijk opgenomen en opnieuw afgespeeld, zodat er ook letterlijk een veelstemmige medley ontstaat. Dit technische trucje geeft de voorstelling vaart en ritme en zorgt tegelijk voor een extra ironiserende ondertoon. Telkens als iemand pleit voor vrede wordt hij meedogenloos afgeknald. De speeches van de Amerikanen worden een regelrechte pastiche als Dhaenens ze mixt met het bekende liedje uit West Side Story: ‘I wanna live in America’. Nadat Bin Laden even later zijn jihad heeft uitgeroepen, volgt nog een hilarisch en tegelijk pijnlijk moment, als Dhaenens Frank Vanhecke opvoert met een speech die hij heeft uitgesproken in de VS, op uitnodiging van Pat Buchanan. Hilarisch is de sukkelachtige manier waarop Dhaenens hem voorstelt, worstelend met microfoons en nadien zijn speech ten beste gevend in een verschrikkelijk Engels. Pijnlijk is de inhoud van de speech, waarin hij Amerika op de hoogte wil brengen van de totalitaire staat die Europa is geworden. ‘We are becoming foreigners in our own land’ zegt hij, en ‘muslim riots have become a routine’.

Na meer dan 20 speeches besluit Valentijn Dhaenens zijn monoloog met een ironische knipoog die ervoor zorgt dat het publiek ondanks al het gewicht en het cynisme dat uit de inhoud van de voorstelling spreekt, toch met een min of meer licht gevoel de aula verlaat. DegrotemonD overtuigt in zijn eenvoud, en staat er door de kracht van het acteerwerk. Ook het idee om de voorstelling te brengen in een oude universiteitsaula is er eentje waar het gezelschap maar beter aan vasthoudt bij eventuele hernemingen. ‘Het was een goeie vanavond’, hoor ik iemand zeggen als ik de zaal uitloop. Ik kan het alleen maar beamen.

Voor het volledige programma van het theaterfestival kijk je op http://www.theaterfestival.be/

Advertenties

Tim Burtons Alice in Wonderland

21/08/2009

Tim Burtons Alice in Wonderland komt in de zalen in 2010. De trailers beloven alvast veel moois. De kans zit er dik in dat ik dankzij Burton eindelijk toch van die in het boek behoorlijk truttige Alice ga houden. Meer trailers vind je via Google.


Tempus Arti: actuele kunst + grootouders op de fiets

05/08/2009

Kunstroute, 1 augustus – 13 september 2009, Landen, Linter en Zoutleeuw

Op zaterdag 1 augustus gaf gastcurator Jan Hoet het startschot voor de vierde editie van Tempus Arti. De triënnale voor actuele kunst is opgebouwd als een route voorbij diverse locaties in drie Haspengouwse gemeenten: Landen, Linter en Zoutleeuw. Op die manier brengt het initiatief niet alleen kunst naar plaatsen waar je niet op elke straathoek een museum of galerie aantreft, het zet ook de troeven van de regio in de kijker. Kunst én toerisme: een uitstekende combinatie voor de zomermaanden, zo blijkt.

Jan Hoet, gastcurator (c) G. Wouters

Ik ben zelf afkomstig uit de regio waar Tempus Arti plaatsvindt en herinner me hoe ik als tiener het gebrek aan cultureel aanbod verafschuwde. Het is een van de belangrijkste – zoniet dé belangrijkste – reden om er weg te gaan en weg te blijven. Initiatieven zoals deze kunstroute juich ik daarom enorm toe. Niet alleen gebeurt er eens iets rond actuele kunst in mijn heimat – het is nog een kwalitatief aanbod ook.

Opening Tempus Arti, gastcurator Jan Hoet (c) G. Wouters

Voor deze vierde editie vonden organisatoren Dirk Lambrechts en Tim Cleuren Jan Hoet bereid om als gastcurator op te treden. Hij selecteerde de zevenendertig kunstenaars die uiteindelijk aan de route deelnemen. In zijn speech vertelde hij hoeveel belang hij hecht aan tentoonstellingen die buiten de traditionele expositieruimte plaatsvinden. We spenderen te veel tijd in het nietszeggende landschap van de autosnelwegen, vindt Hoet. En we zouden er beter aan doen nu en dan een onbekende afrit te nemen. Die leiden je immers naar locaties zoals die van Tempus Arti, waar kunst en landschap momenteel een behoorlijk harmonisch geheel vormen.

Klitsa Antoniou (c) G. Wouters

De oude legersite van Neerhespen (Linter) liep vol op 1 augustus. Opvallend veel bewoners van de gastgemeenten toonden hun belangstelling door op de opening te verschijnen. Logisch, misschien, dat er zoveel mensen uit de buurt opdaagden, maar veelzeggend toch ook. Er is deze zomermaanden zoveel mee te pikken rond kunst en cultuur, maar de meeste evenementen vinden plaats in de grote en middelgrote steden (denk maar aan Theater aan zee of De zomer van Antwerpen). Ook dat is logisch – waar meer volk woont, trek je meer bezoekers. Maar het onderstreept nogmaals het belang van kunstinitiatieven op minder voor de hand liggende plekken. Ikzelf vond het bovendien fantastisch om er niet alleen mijn halve familie aan te treffen (mijn grootouders waren er fijn met de fiets naartoe gekomen), maar ook onder meer mijn juf uit de eerste kleuterklas en mijn vroegere voordrachtleraar. Allemaal prettige ontmoetingen en dat temidden van de kunst. Je maakt het niet alle dagen mee.

Ferenczi Karoly, Pendule (c) G. Wouters

Tijdens de opening kon je naar twee performances gaan kijken. De eerste heette Pendule en was van de Hongaarse kunstenaar Ferenczi Karoly. Het concept is heel eenvoudig, maar de performance zelf hield het publiek van begin tot einde in de ban. Karoly giet olie van twee verschillende kleuren in zijn pendule en laat die vervolgens los boven een groot wit doek. Door de beweging – geholpen door enkele handige wetten uit de fysica – tekent zich geleidelijk een specifiek patroon af op het doek. Hoewel je snel doorhebt hoe het er uiteindelijk zal moeten uitzien, blijf je kijken tot de pendule helemaal stilhangt en de figuur volledig getekend is. In de brochure las ik achteraf dat Karoly normaal gesproken een kaars in het midden van het doek plaatst, zodat de olie helemaal op het eind vuur vat en het kunstwerk sneller verdwijnt dan het verschenen is. In een brandbare omgeving als de legeropslagplaats waarin ze afgelopen weekend plaatsvond, was zoiets waarschijnlijk onverantwoord geweest. Toch had ik het graag zien gebeuren.

Maria Lucia Cruz Correia, How does it come alive and touch you so deeply (c) G. Wouters

De Portugese Maria Lucia Cruz Correia kampte met enkele technische problemen, maar toen die bedwongen waren, zorgde haar performance, How does it come alive and touch you so deeply, voor heel wat discussie onder de aanwezigen. De kunstenares zit in een glazen doos. Een boom lijkt uit haar hoofd te groeien. Het begint te regenen, terwijl op haar witte kledij allerhande projecties voorbijflitsen. Cruz Correia gebruikt kanker als metafoor voor de symptomen waaraan de aarde onderhevig is door toedoen van de mens. De boom staat symbool voor het onderbewustzijn, een collectieve menselijke overpeinzing. Tegelijk groeit hij als een gevaarlijk gezwel uit het brein. De mens vernietigt de natuur, en de natuur reageert daarop als een kanker die de mens zal verteren.

How does it come alive and touch you so deeply (c) G. Wouters

De legersite van Neerhespen herbergt een hele reeks installaties en kunstwerken, die elk heel uiteenlopende reacties van de bezoekers uitlokten. Mij zijn behalve de performances vooral de installaties van Ellen Gieles en Nacho Ramirez bijgebleven. In Vluchtelingen Project
geeft de Nederlandse kunstenares Ellen Gieles je een plaats tussen Afrikaanse vluchtelingen. Ze wil de westerse mens doen beseffen wat die vluchtelingen meemaken en daarin slaagt ze ook. De gesprekken in en om de ruimte concentreerden zich veelal op één onderwerp. In zijn video-installatie Hush now… speelt Nacho Ramirez met de perceptie van de toeschouwer. Hij ontneemt je het frontale zicht op zijn beelden, en toont hoe verschillende perspectieven een totaal andere blik en interpretatie met zich mee brengen.

Het blije weerzien tussen al die aanwezigen op de opening – en, voor sommigen, de frisse pintjes – had maar één nadeel. Voor je alle handen had geschud, alle wangen gekust, alle herinneringen opgehaald en alles op de legersite had bekeken, bleef er (te) weinig tijd over om nog veel andere locaties van de route te bezoeken. Ik hoop van harte dat ik een van de komende weken nog eens de tijd vind om alle andere kunstwerken te gaan bekijken. Het kan nog tot 13 september. Moet lukken, zou ik denken?