Beloftevolle spelkwaliteit op wankele fundamenten

28/10/2009

Recensie over Ramskapelle van Het huis van Bourgondië

Drie jonge actrices (Lien De Graeve, Janne Desmet en Saar Vandenberghe) in zwart-geel-rode wielrennerspakjes spelen zowat alle inwoners van het dorp Ramskapelle. Anna is de spil van hun verhaal. Ze is net verhuisd naar Los Angeles. In de hele heisa die daarmee gepaard gaat, heeft ze per ongeluk een doos met videofilms van haar overleden vader meegenomen. Wanneer haar moeder dat ontdekt, belt ze haar dochter in paniek op: ‘Ik ben bang dat je verkeerde dingen zou beginnen te denken’, klaagt het antwoordapparaat. Gaandeweg reconstrueert Anna drie cruciale dagen in het leven van de Ramskapellenaren. Het huis van Bourgondië presenteert een onderhoudende, bij tijden zelfs hilarische voorstelling, die overloopt van het spelplezier. Alleen de tekst (Sanne Nuyens) laat hier en daar een behoorlijke steek vallen.

Lees de volledige recensie op www.theatermaggezien.net

Advertenties

Proevertjes Ibsen in de verre verte

22/10/2009

Recensie over Ibsen³ van De Tijd

Een dramaturgisch interessant experiment. Dat is alvast één ding dat je van de voorstelling Ibsen³ van De Tijd kunt zeggen. Uit drie teksten van de Noorse theaterauteur Henrik Ibsen – Nora, of een poppenhuis, De vrouw van de zee en Hedda Gabler – toont regisseur Lucas Vandervost telkens het eerste bedrijf. Daarna krijgt het publiek de uiterste staartjes van de drie stukken te zien. Wat zich tussenin heeft afgespeeld, mag het publiek naar best vermogen zelf invullen. Als het witte gordijntje op de scène voor een laatste keer dichtschuift, hoor ik vanaf de rij achter me een onderdrukte, doch welgemeende What the f***! weerklinken. In de foyer ontspinnen zich enkele fikse discussies.

Lees de hele recensie op www.theatermaggezien.net


Jef Demedts springt over het podium als een jonge hond

21/10/2009

Minirecensie over Picasso, striptease van een genie, nog op toernee tot en met 5 december 2009. Hernemingen najaar 2010

Op 15 oktober ben ik (eindelijk!) naar de monoloog van Jef Demedts over Picasso gaan kijken. Alleen was het niet zomaar een verhaal over Picasso. Auteur Filip Vanluchene haalt zowat de hele twintigste-eeuwse geschiedenis erbij. Kunst, politiek, wat die met de gewone mens doen en wat de gewone mens met hen doet. Acteur Jef Demedts dartelt heel de voorstelling lang over het podium, springend van verhaal tot verhaal. ‘Het is een fysiek vermoeiende voorstelling’, vertelt hij achteraf. We willen het best geloven, maar het is de 74-jarige acteur geenszins aan te zien.

Een aantal jaren geleden raakte Demedts danig onder de indruk van een biografie over Pablo Picasso. Daar moest hij iets mee, voelde hij. Hij nam Filip Vanluchene onder de arm, die onmiddellijk zag wat Demedts bedoelde, maar met Picasso alleen niets kon beginnen. Uiteindelijk kwam hij op de proppen met de huidige tekst, die een schot in de roos bleek te zijn. Hij sleept er alle mogelijke elementen bij, van anecdotes uit het leven van de schilder, over Hitler (die niet alleen een tijdgenoot was van Picasso, maar ook zelf eigenlijk kunstenaar wilde worden) tot de toelatingsproef van Demedts aan de toneelschool (‘Bleek dat Filip ook de Toneelacademie in Gent heeft gevolgd en dat ik in de jury zat bij zijn eindexamen’, vertelt Jef Demedts. ‘Die subplot is daar een knipoog naar.’). De beste vondst is echter de uitstap van de Kuurnse Kunstkring Evariste Carpentier naar de grote Picassotentoonstelling in het Grand Palais in Parijs in 1969. Die vormt de kapstok waaraan alle andere subplots worden opgehangen en zorgt voor een stevige dosis smakelijke humor in het stuk.

Ik had enkele minuten nodig om erin te komen, maar vanaf dan liet ik me van plotwending tot plotwending meetronen, mentaal meespringend met tekst en acteur. Jef Demedts zet een krachtige monoloog neer waarin de verhaallijnen over elkaar heen tuimelen als een bende jonge honden. Ook hijzelf gedraagt zich als een jonge hond: speels, ondeugend en met energie voor tien. Hoed af.

Een productie van Cour en Jardin.


50 in 50: mooie kotsende meisjes

08/10/2009

BZB speelt Herman Brusselmans
Zaterdag 10 oktober, Leuven

Zo ongeveer tussen mijn zestien en achttien heb ik er zo goed als alles doorgejaagd wat van papier was en waar de naam Herman Brusselmans op stond. In een zomer las ik er zeven na elkaar. Daarna nam de Brusselmans-honger bijna volledig af (dat doet een overdosis met een mens). In de tussentijd heeft de auteur een heleboel nieuwe boeken bij elkaar gepend – op zijn 50ste heeft hij er 50 – waarvan ik de meeste niet gelezen heb. Een inhaalbeweging is aan de orde en zal er ongetwijfeld binnenkort eens van komen. Vandaar dat ik het initiatief van theatergezelschap Braakland/ZheBilding 1) boeiend en 2) moedig vind.

Vier vrouwen (Chris Lomme, Janne Desmet, Jessa Wildemeersch en Sara Vertongen) jagen er op zaterdag 10 oktober in 50 minuten 50 romans en andere van zijn boekwerken door. Daarbij maken ze alleen gebruik van een drummer, Ephraïm Cielen.

BZB: ‘Herman Brusselmans. De man die twee keer ‘man’ in zijn naam draagt. Iets waar we zo van onder de indruk waren, dat we er van de weeromstuit vier vrouwen hebben bijgehaald. Kwestie van wat tegengewicht te bieden.
(…)
Momenteel gonst ons hoofdkwartier dan ook van de leesactiviteit. Vijftig boeken doorploegen. Geen alledaags werkje. Maar dat het Brusselmans is, maakt veel goed. Doel? Een lezing samenstellen waar zowel de liefhebbers als de haters wat aan hebben. Een verjaardagscadeau voor misschien (niet voor iedereen) de beste, maar ontegensprekelijk de belangrijkste schrijver van het land.’

Boeiend en daarom des te jammer dat het evenement maar één keer zal plaatsvinden. Moedig ook. Vijftig boeken. Hopelijk komen ze er met een minimale kater vanaf, niet met een overdosis die de verslaving voorgoed nekt.

50 in 50: Mooie kotsende meisjes maakt deel uit van het programma FEEST IN DE BOEKERIJ in Bibliotheek Tweebronnen, Rijschoolstraat 4, 3000 Leuven. Vanaf 19u. Tickets kosten 7 euro. Het volledige programma vind je hier . Info en reservaties op het nummer 016 20 30 20.


Generation X in de dertigersdip

05/10/2009

Recensie over Gevoelige mensen van Braakland/ZheBilding

Na afloop van Gevoelige mensen krijgt elke toeschouwer een cd met de luisterspelversie van de voorstelling. Die is niet alleen voor recensenten interessant om nadien nog eens te beluisteren. Zo zonder beeld erbij let je nog beter op de flitsende montage van het stuk en natuurlijk op de bijzonder sterke soundtrack. De tijd dat theater iets was van hier en nu, iets vluchtigs dat verdwijnt zodra het al dan niet fysiek aanwezige doek valt, is voorbij. In dit geval is het echter niet iets om nostalgisch over te doen.

Mijn recensie is zopas verschenen op Theatermaggezien.net.


‘Elke pianoforte is een universum op zich’

05/10/2009

Claire Chevallier en Jos van Immerseel zijn bezeten van pianofortes. ‘onder die oude piano’s zijn er geen twee gelijk’, zegt van Immerseel. Chevallier: ‘Het zijn de verschillen die de instrumenten zo fascinerend maken. Bij mensen is dat toch precies hetzelfde?’ Chevallier en Van Immerseel toeren momenteel met een selectie vierhandige stukken van Schubert. Ik kreeg van hen een schitterende rondleiding door de studio waar al hun oude piano’s verzameld staan – mét demonstratie op elk instrument.

‘Schubert heeft fantas­tische stukken geschreven voor vierhandig spel. Daar zou je makkelijk tien programma’s mee kunnen vullen’, zegt Jos Van Immerseel. Chevallier: ‘Bij het vier­handige spel vind je van de mooiste muziek die er is, maar het is heel complex om te spe­len. Je hebt om te beginnen al geen plaats aan de piano. Zero!’ Van Immerseel pikt in: ‘Slechts een van de pianisten kan de pedalen bedienen, de andere mist dus een belangrijk deel van het instrument. Je kunt ook niet zo­ maar doen wat je wil met je dynamiek, want je moet rekening houden met je partner.’ Dat doe je dus niet zomaar met om het even wie? ‘Zeker niet’, zegt Jos Van Immerseel. ‘Je moet grotendeels hetzelfde willen om samen te kunnen spelen. In een goed ensemble heb je weinig woorden nodig. Je verstaat elkaar, je repeteert, je schaaft aan wat niet klopt en basta cosi! Als je al voor het spelen begint te discussiëren over tempo of instrument­keuze, dan spreek je niet dezelfde taal.’ (Fragment uit RandKrant, oktober 2009.)


‘Een film kan je volledig opslorpen’

02/10/2009

Het vernieuwde filmmuseum in Brussel waakt over de geschiedenis van de film. Het beeldarchief is indrukwekkend, en véél te weinig bekend. Voor RandKrant van november 2009 heb ik conservator Gabrielle Claes geïnterviewd. Haar loopbaan is volledig met het museum en de film verweven. Voor filmliefhebbers is het absoluut de moeite om de programmering eens uit te pluizen.

Een fragment:
‘De gebouwen van Cinematek, het vroegere Koninklijk Filmarchief en Filmmuseum, zijn gerenoveerd en uitgebreid. Zo kan de collectie, die jaarlijks met gemiddeld 2000 exemplaren groeit, beter gepresenteerd worden. Het Belgisch filmarchief bestaat meer dan 70 jaar, het museum sinds 1962. In de loop van die tijd heeft het archief een van de mooiste en grootste filmcollecties ter wereld opgebouwd. Van de 60.000 titels die het rijk is, toont het museum er gemiddeld 39 per week. Nergens anders kun je de geschiedenis van de film van zo nabij leren kennen. ‘Met de verbouwingen is de nieuwe naam gekomen’, vertelt Gabrielle Claes. ‘Vooral om communicatieredenen hebben we voor Cinematek gekozen. Dat is kort en verstaanbaar in verschillende talen. Uiteraard is niemand er tevreden mee: Franstaligen vinden dat de ‘k’ er te Nederlands uitziet, Nederlandstaligen hebben commentaar op de Franse klanken van het woord. Maar goed, het is een typisch Brussels compromis, zoals de naam Bozar voor het Paleis voor Schone Kunsten er ook één is.’
De programmatie van het filmmuseum is niet erg veranderd sinds de renovaties. ‘Alleen presenteren we meer namiddagvoorstellingen, en niet enkel voor kinderen: er zijn ook meer en meer volwassenen die tijd hebben in de namiddag, of senioren die graag een film meepikken, maar soms liever niet ’s avonds laat in de stad rondhangen.’ Uiteraard krijgen oude films veel aandacht. Zo komt in oktober niet alleen Charlie Chaplins The Kid aan bod (1921), maar ook Double Indemnity van Billy Wilder (1944) en een Zweedse stille film met Greta Garbo. Experimentele of buitenlandse film krijgt eveneens zijn plaats. ‘En Belgische film’, voegt Gabrielle Claes toe, ‘en animatie, documentaire enzovoort. We organiseren bijvoorbeeld cycli rond bepaalde thema’s, acteurs of regisseurs.’’

Het volledige artikel vind je in pdf-formaat via deze link.

www.cinematek.be