Theatermaggezien.net schakelt versnelling hoger en zoekt nieuw talent

25/03/2010

Theatermaggezien.net, de site voor theaterkritiek waar ik de laatste maanden het grootste deel van mijn tijd en energie in steek, zoekt nieuw talent. Daarmee wordt dit bericht dus meteen de allereerste advertentie op mijn eigen weblog…

Theatermaggezien.net zoekt journalistiek en kunstkritisch talent

Theatermaggezien is een online platform voor theaterkritiek. In zijn huidige vorm bestaat de site tien jaar. Dat vinden we een mooie verjaardag om een versnelling hoger te schakelen. Achter de schermen werken we in alle richtingen aan de uitbreiding van ons platform. Heel binnenkort zullen we met de eerste resultaten naar buiten komen. We zoeken enthousiaste (vrijwillige) recensenten en andere journalisten die er samen met ons de schouders onder willen zetten.

Wie zoeken we?

Heb jij ervaring met theater recenseren? Leg je je graag toe op interviews en/of reportage (geschreven, beeld en/of geluid)? Laat ons weten waarom je denkt dat jij geknipt bent voor Theatermaggezien en stuur je cv en enkele (al dan niet gepubliceerde) teksten mee.

Wat geven we jou in ruil?

Voorlopig heeft Theatermaggezien.net geen extra budgetten. Wat we je wel kunnen bieden, zijn publicatiemogelijkheid, experimenteervrijheid, feedback en andere begeleiding. Op die manier krijg je de kans om je journalistieke en/of kunstkritische vaardigheden aan te scherpen en te voorzien van stevige fundamenten. Je groeit als het ware mee met ons platform en je maakt van dichtbij mee hoe we de verscheidene groeiniveaus aanpakken.

Meer weten?

Met al je vragen, of om je kandidaat te stellen, kun je terecht bij Ines Minten op ines@theatermaggezien.net

www.theatermaggezien.net

Advertenties

Abattoir fermé en het appèl op de zintuigen

24/03/2010

Abattoir fermé maakt zijn vijftigste productie

De eerste Abattoir-voorstelling die ik ooit zag, was Testament, in oktober 2006. De voorstelling overschreed de grenzen van enkele van mijn zintuigen flagrant. ‘Kots, kak, sperma en bloed. Wanhoop, pijn en schone schijn. Dat is het leven en dan ga je dood. Als we iets van Testament hebben begrepen, dan is het wel dat. Abattoir Fermé ramt het in je strot met alle mogelijke middelen. Zo goed als alle zintuigen worden aangesproken, overbelast, uitgedaagd. En dan nog een keer. En veel te lang. Je komt niet weg voor je het begrepen hebt’, schreef ik in een ongepubliceerde recensie voor het vak Theaterkritiek (Manama Teaterwetenschap, UA).

Toch moet ik toen iets gezien hebben wat mijn nieuwsgierigheid prikkelde. Ik heb sindsdien nauwelijks nog een productie van het Mechelse gezelschap gemist. Mijn directe reacties variëren, maar de fascinatie lokt me keer op keer naar de theaterzaal.

Snuff vond ik persoonlijk een hoogtepunt in het Abattoir-oeuvre. De voorstelling was woordenloos, gruwelijk, bloederig en tegelijk ontzettend beeldend en esthetisch. Ze deed me heel erg denken aan de beeldtaal uit de serie Royal Blood van de Nederlandse fotograaf Erwin Olaf. Die wekte eenzelfde zin voor gruwelijke esthetica in me op. De gruwel stoot af, maar de esthetica trekt je zozeer aan dat je je blik gewoon niet kunt afwenden. Het is een boeiend spel met zintuigen dat Abattoir vol overgave speelt. De makers bewegen zich continu in het boeiende grensgebied tussen te veel en precies genoeg, tussen afstotelijk en aantrekkelijk. Vandaar ook dat ze de zintuiglijke grenzen van de ene toeschouwer al makkelijker overschrijden dan die van de andere.

Het is natuurlijk maar één manier om de voorstellingen te bekijken, maar aangezien de inhoud van de voorstellingen in mijn ogen nauw aansluit bij deze esthetica van de gruwel, is het altijd een waardevol begin van interpretatie.

Op 21 april gaat in kc nOna Phantasmapolis – all the colors of the dark in première. Deze vijftigste productie van Abattoir fermé is tevens het tweede deel van de INDEX-trilogie en dus het vervolg op Snuff. ‘Een verhaal over vijf mensen en de gruweldaad die hen met mekaar verbindt’, meldt het gezelschap. ‘Over de diep en diepe zwarte waaier aan innerlijke duisternis. Het lijden, het verlies, het afscheid, het ten ondergaan en al de rest dat best van al in een zwarte gietijzeren coffre-fort opgeborgen wordt.’ En ook: ‘Teksttheater.’

Abattoir fermé creëert de INDEX-reeks als een soort archief van alle elementen waar het zijn unieke universum tien jaar lang uit heeft opgebouwd. De algemene sfeer die de productie zal uitademen, kunnen we aan de hand van de beschrijving min of meer raden. Het valt af te wachten welke elementen het gezelschap behalve de tekst nog aan dit tweede deel zal uitlenen. Deel 3 volgt normaal gesproken in juni. Samengenomen zal de INDEX-trilogie ons wellicht een goed beeld geven van hoe het gezelschap zichzelf ziet. Zijn tienjarig groeiproces, de plek die het voor zichzelf in het theaterlandschap heeft opgeëist, en vooral de taal die het op die plek wenst uit te schreeuwen.

www.abattoirferme.be

Stef Lernous schrijft de tekst, Tine Van den Wyngaert, Kirsten Pieters, Ruth Becquart, Steve Geerts en Chiel van Berkel spelen. Kreng (Pepijn Caudron) zorgt opnieuw voor de soundscape.
Première: 21 april in kc nOna
Premièrereeks in kc nOna: 21-24 april en 28 april – 1 mei. Aansluitend op tournee in België en Nederland.


Winden en boeren en daarna het onbehagen

23/03/2010

Recensie over La grande bouffe van NTGent en Toneelgroep Amsterdam

Je vreet je vol en dan ga je dood. Dat is, kort door de bocht, de plot van La grande bouffe, zowel van de film uit 1973 als de theaterbewerking uit 2010. Je kunt het als de ultieme karikatuur van de kapitalistische samenleving zien. Of als de ultieme daad van zinloosheid. Of als een ode aan de decadentie. Of als een boertig verhaal over vier dwaze mannen. Een duidelijker antwoord krijg je niet. Dat is en blijft tegelijk het intrigerende en het frustrerende aan het hele schrans-je-dood-verhaal.

Lees de hele recensie op www.theatermaggezien.net en bekijk de trailer hier:

De VRT heeft in TerZake en in De laatste show enkele fragmenten van de film naast fragmenten van de voorstelling geplaatst. Op de site van NTGent staan de beelden samen.


‘Mijn beelden zijn esthetisch, maar met een pijnlijk randje’

22/03/2010

Interview met Sofie Muller

Het werk van beeldend kunstenares Sofie Muller toont sleutelmomenten in een mensenleven. Ze observeert wat er rondom haar gebeurt en vertelt die verhalen via haar beelden aan de toeschouwer. ‘Mijn werken zijn erg menselijk en geven universele gevoelens weer. Bij een eerste aanblik zijn ze erg esthetisch, maar er schuilt vaak een pijnlijke betekenis achter’, vertelt ze. ‘Vandaar dat ze soms erg heftige reacties uitlokken. Daaruit blijkt dat veel toeschouwers geraakt worden door mijn werk, en dat geeft natuurlijk voldoening.’ Enkele fragmenten uit het artikel (verschenen in Isel, maart-april 2010).

Sofie Muller neemt me mee naar haar nieuwe woning en atelier in een historisch pand dat dateert van het eind van de achttiende eeuw. Erg lang kunnen we er niet blijven, want de verwarming is nog niet geïnstalleerd, dus het is er ijskoud. Maar je merkt dat de kunstenares staat te popelen om haar intrek te nemen in het huis. ‘Het heeft nog toebehoord aan de neo-gotische architect en glasraammaker de Bethune, de stichter van de Sint-Lucasacademie. Daarboven kun je trouwens nog één van zijn schitterende ramen zien’, wijst ze. ‘Dit atelier is lang van hem geweest. In het midden van de twintigste eeuw is het een pettenfabriekje geweest en vanaf binnenkort zal ik hier hopelijk heel lang mijn werkplek hebben.’

In het midden van de ruimte staat de maquette voor het beeld Leap of Faith. Twee meisjesbenen met een speels plooirokje aan springen over een driedimensionaal hinkelspel. Tot en met 28 maart kun je de maquette bekijken in het Gentse Caermersklooster. ‘Ik heb het beeld ontworpen voor de wedstrijd Een thuis voor een beeld. Alle Oost-Vlaamse gemeenten kunnen deelnemen. Uiteindelijk zal het terechtkomen op de plaats die de jury er het meest geschikt voor vindt’, vertelt Sofie Muller. Gemeenten die geïnteresseerd zijn in het beeld, kunnen zich nog tot 15 april inschrijven. Waar het uiteindelijke beeld zal belanden, wordt pas op 24 juni bekendgemaakt, tijdens een rechtstreekse uitzending van Radio 2 Oost-Vlaanderen.

‘Het hinkelspel is een icoon van onze samenleving. Ik heb het nog gespeeld op de speelplaats, mijn moeder en grootmoeder speelden het midden op straat. De ruimte van het kind is de afgelopen generaties erg gekrompen door de toenemende verkeersdrukte en verstedelijking. Tegelijk is ook de angst toegenomen, waardoor het een kind niet meer gegund wordt vrij op straat te spelen. Maar het is een spel dat iedereen kent. In die zin is het een spel van de herinnering. Tot slot spreekt de opbouw van het hinkelspel me aan. Die lijkt heel erg op het grondplan van een kathedraal. Daarom heb ik de contouren van het spel gebaseerd op die van de kathedraal van Canterbury. Ook de klim op de maatschappelijke ladder kun je erin herkennen. Iedereen probeert stap voor stap, sprong voor sprong, hogerop te geraken. Je werkt en wroet naar een welbepaald doel toe: ‘de hemel’ in het spel.’

Behalve de maquette toont Sofie in het Caermersklooster ook een reeks tekeningen. ‘Die geven mijn gedachtegang rond de totstandkoming van het project weer’, zegt ze.

Het volledige artikel, waarin Sofie Muller het heeft over haar werk en haar redenen om voor kunst te kiezen, vind je in Isel van maart-april 2010.
Meer informatie over Thuis voor een beeld vind je op de website van Oost-Vlaanderen.


‘Schoonheid is ongrijpbaar en onuitlegbaar’

21/03/2010

Interview met Dirk Roofthooft

Acteur Dirk Roofthooft houdt een constante zoektocht naar ultieme schoonheid. Wat is dat precies, schoonheid? Het is een vraag die maar best zonder antwoord blijft. Enkele fragmenten uit een paradoxaal gesprek over iets wat nauwelijks te bespreken lijkt, naar aanleiding van de première van De dienaar van de schoonheid.

‘Streven naar ultieme schoonheid houdt vanzelf een nederlaag in’, vindt Dirk Roofthooft. ‘Je kunt schoonheid bereiken, maar zodra je dat doet, is ze ook meteen weer weg. In die zin blijft het streven altijd belangrijker dan het bereiken. Schoonheid is een geheim dat zich diep in mij verstopt. Als ik speel, herken jij daarin misschien net zo’n onuitlegbaar, ondefinieerbaar iets dat zich in jou verschuilt. De persoon naast je ziet het daarom niet, of ziet het anders. Schoonheid is in elk geval iets wat altijd vaag moet blijven. Dat is de contradictie van dit gesprek: we hebben het over schoonheid, maar zodra je schoonheid vastlegt, ben je haar kwijt.’

Waarom zijn de strijkkwartetten van Beethoven zo mooi? Zodra je het in een theorie giet, is de schoonheid eraan. ‘De muziek raakt iets in je, maar uitleggen is onmogelijk. Of je kunt ergens zitten met een mooie vrouw en opeens zie je op de lijn van haar kaak die nauwelijks zichtbare donshaartjes… het is poëzie: een detail dat het hele universum in zich vat. Om die reden probeer ik als ik speel bij de toeschouwer een vermoeden te creëren dat er nog veel meer aan de hand is dan wat ik daar vertel. Waar heeft Dirk het niet over? Waarover gaat die tekst van Fabre niet? Ik wil dat een voorstelling voor veel meer staat dan de woorden die gesproken worden en dat je juist daar nieuwsgierig naar wordt. Dan ga je net iets beter kijken, luisteren, voelen dan normaal.’

Het hele artikel vind je in Isel maart-april 2010.
Première De dienaar van de schoonheid op 26 maart 2010 in deSingel, Antwerpen.
Meer over de productie vind je op www.troubleyn.be.


Claus tegen het licht van nu

19/03/2010

Recensie over Thuis van Compagnie Lodewijk/Louis en ‘t Arsenaal

Thuis is niet alleen een serie op Eén.
Het is al veel langer een toneelstuk van Hugo Claus.
Een stekelige komedie over familierelaties,
waarin de auteur al zijn thema’s verwerkte. Compagnie Lodewijk/Louis en
’t Arsenaal maken er een vermakelijke versie van die wat diepgang mist.

Lees de volledige recensie op www.theatermaggezien.net


(Big Girls do Big Things): ijsbeer danst intrigerend Zwanenmeer

11/03/2010

Première (Big Girls do Big Things) van Eleanor Bauer: 12 maart, Vooruit, Gent

Op het Brusselse Working Title Festival, december 2009, toonde de Amerikaanse choreografe Eleanor Bauer een try-out van (Big Girls do Big Things). De afgewerkte voorstelling gaat dit weekend in première. Als Bauer het basisniveau van de try-out heeft behouden en de ruwe kantjes ervan heeft weten bij te schaven, dan zou dit wel eens een van de revelaties van het seizoen kunnen worden. De voorstelling houdt het midden tussen dans en cabaret. Op een nu eens hilarische, dan weer uiterst kwetsbare manier toont ze het publiek hoe een jonge vrouw annex choreografe omgaat met de wereld van vandaag en met de vooroordelen die ermee gepaard gaan.

Tijdens het Working Title Festival volgde ik een workshop danskritiek bij Anna Tilroe en Pieter T’Jonck. De deelnemers kwamen uit alle hoeken van Europa. Vandaar dat de voertaal het Engels was. Ik schreef voor de workshop een erg beschrijvende recensie over de try-out. Ik herhaal ze hier, onvertaald, met excuses voor eventuele fouten tegen het Engels, dat niet mijn moedertaal is. En met een waarschuwing voor verscheidene spoilers die het beschrijvende karakter van het artikel met zich heeft meegebracht.

‘The lights shine on the black floor of the stage. In the left back corner stands a ladder, with a white, furry carpet in front of it. The scene is surrounded by long, black curtains. Too long curtains. They hang to the floor, forming a great mess of wrapped and folded cloth. In the background, you can hear Sibelius’ second symphony. A strangely refined element to this otherwise quite unfinished-looking scenery. One by one, the onlookers seem to notice that something is already going on, and start studying the stage and the elements on it. Only after a while, dancer-choreographer Eleanor Bauer appears from the right back corner of the stage. She is wearing an unbecoming, old-fashioned-looking kind of bathing suit with a tiny skirt or tutu attached to it. Concentrated like a gymnast about to do her complicated jump, she walks towards the carpet. Only now, the performance has really started, the anticipations of the audience getting rewarded. This game with expectations will prove to be one Bauer likes playing.

It soon turns out that the polar-bear carpet is actually a costume, which the dancer carefully glides into: first one leg, then the other, followed by the arms, one by one. This new skin does not seem to fit: it is far too large. Afterwards, we will understand that by this none-fitting skin, a first hint to an interpretation of the entire performance is being given. Not yet, though… we just watch curiously what she will do with this strange attribute. Bauer zips the hood (the bear’s face) and starts moving inside it. Although it is clear that she is making some very precise movements, the exact choreography is difficult to see. The bear turns into a shapeless mass out of which from time to time a furry living creature seems to arise, then disappear again. Finally, a fixed bear-like form appears that starts crawling to the other side of the stage. There, it finds two cymbals with which it starts playing, with each movement becoming slightly more human inside the still too large skin. The cymbals puzzle the creature. What can it do with them? Put one on its head? Put both over its ears? It does everything except what you expect: it never bangs them together. Instead, it explores new ways with it, out of the ordinary. When it accidentally creates a noise by dropping one of the cymbals, that scares it for a second. But it learns from the experience: now it knows what it is doing and although the noise is still scary, the second cymbal is being dropped purposely, and with a smug expression. You might start thinking that the creature is forming itself, so is forming its personality, or are we jumping to conclusions, now?

The performance is a succession of very diverse scenes which all can be read in the light of the same interpretation. In today’s society, a young woman, in this case a dancer or choreographer, probably named Eleanor Bauer, needs to find her place – and this is never easily done, especially if you do not choose the evident routes that seem to be outlined for you. For example: you crawl into the skin of a persona you would like to impersonate, be it a polar-bear, a diva, a rap singer or a model. But what if it sticks to pretense? What if you will never be any of the above? Is that bad, or is it just a way of becoming your own person?

Today, everyone is expected to strive for the top. The sky is the limit. A little further in the performance, Bauer states this quite literally. She starts singing Patsy Cline’s Crazy. ‘I’m crazy for feeling so lonely, I’m crazy for feeling so blue…’ She starts with an amazingly low voice: a good voice, you can tell that immediately. Bauer reaches for the ladder, and at the end of the song, rises one step, while taking the song half a tone higher. Then she starts over. With her white, high-heeled shoes, the bear costume by now wrapped around her body like a short, sexy Marilyn Monroe-like dress, she really is the singing diva, here. Or is she? Something seems to be wrong with the picture. Would Marilyn ever be seen fidgeting with her dress, because parts of it keep coming down, so time and again she needs to tuck the ends in again? Would she have wet strands of hair hanging over her face? Would her skin be shiny with sweat and would an impressive drop be running down her elegantly bowed leg? Last but not least, would a successful singer climb up an ordinary ladder? Should she not be provided with a wide, glittering, glamorous staircase? In this entertaining, cabaret-like part of (Big Girls do Big Things), Eleanor Bauer presents us with a girl-next-door pretending to be a diva. The process of growing up, forming a personality by imitating that of others, and learning from each imitation which may fit her and which not. This image of the real-woman-with-everyday-clumsiness is exactly why climbing the ladder in those high heels seems such a risky business. No way Marilyn would ever fall down. You and I though…

By now Eleanor Bauer has repeated her song over and over and has finally reached the top of the ladder without tumbling down. She now sings in a very high voice and manages the tone. Yet, sometimes she lets us know that the accomplishment is not an evident one. Not only the dress bothers her. Now and again she has to concentrate very hard on the melody. She is not really embarrassed by these difficulties, though. Each time the ordinary woman shimmers through the diva-persona she is playing, she shows herself as a person who knows the strength of her failure. In those moments, the character seems to wink at the audience: we have an understanding here, we know this diva-thing is not reality.

The ambiguity of finding one’s place in the world — forcing the brackets between which your life finds itself in between all the things and thoughts and accomplishments our society is put together by — is being extended throughout the preview of (Big Girls do Big Things). Another convincing part follows immediately after the song. Bauer sits on top of the ladder, in a position that looks not at all comfortable. ‘It is lonely at the top’, the character states funnily. And then she starts out on a pure piece of cabaret. She says that she has done everything that there is to be done in today’s world, from taking coke and too many sleeping pills to voting for Obama’s promise of change and trying to save the polar-bears. However, those things didn’t offer her anything, because ‘nothing’ ever ‘happened’. Once more Bauer plays with the expectations of the audience, because only in the end you understand this text is not her own. She admits to have ‘stolen’ it from Karen Finley’s 1980’s performance The Constant State of Desire, which she has only adapted slightly to her own situation and time. It takes some scenes yet before the dancer is finally really dancing. Sibelius’ symphony plays again and Bauer takes to a ballet performance in which she reminds us of the black swan from Swan Lake. She mixes the choreography with elements of modern dance. In the end, she plays with the black back curtain in true Martha Graham-fashion, yet she gets entangled in it and finally disappears. The polar-bear- and swan-references don’t seem to be coincidences. On her MySpace-page, Eleanor Bauer states that ‘A crazy old dutch man once told me after a performance in Amsterdam that I am as if an Icebear that dances like a swan.’ The performance shows us that polar-bears can give an interpretation of Swan Lake that may be very different from the fragile white swans’, different from what one generally would expect of a dancer, yet an interpretation that is at least as intriguing.’

Op de site van het Kaaitheater vind je een pdf-versie van het artikel van Pieter T’Jonck dat in Staalkaart is verschenen. Dat biedt ook heel wat achtergrondinformatie over Eleanor Bauer. Meer teksten over (Big Girls do Big Things) en de andere deelnemers aan het Working Title Festival 2009 vind je hier.

(Big Girls do Big Things): première op 12 maart in de Vooruit, Gent. Daarna op reis. Als jij de afgewerkte voorstelling hebt gezien, is je reactie heel erg welkom.