Een poëtica van de veelheid – over ‘Irakese geesten’ van Mokhallad Rasem

15/09/2010

(c) Kristien Verhoeyen

Op de site van het VTi is een nieuwe reeks teksten van het Corpus kunstkritiek verschenen. Van mij zit er een kritiek over Irakese geesten van Mokhallad Rasem bij. Het is (voorlopig) een gewone tekstversie geworden, zoals altijd. Ik had gehoopt dat het een multimediale kritiek zou zijn, waarin de argumenten gestaafd werden beeldmateriaal van de voorstelling. Helaas bestaat die versie momenteel alleen op mijn eigen computer. Ze staat ook nog niet helemaal op punt, vind ik zelf. Dus blijft het een experiment waarvan ik hoop dat het snel een vervolg zal krijgen.

Mijn tekst, nu. Ik ben er ook zonder multimedia heel blij mee. Ik heb ervoor gegraven tot in het diepst van mijn werkzame grijze massa. Dat heb ik met veel plezier gedaan, vooral ook omdat de voorstelling het meer dan waard is. Ik heb het al tegen veel mensen gezegd en herhaal het nog eens: als je ze kunt zien, zeker doen. Het is een uitzonderlijk sterk en aangrijpend stuk.

Voor de volledige tekst zul je de pdf moeten downloaden. Maar een fragment wil ik je hier zeker niet ontzeggen:

(c) Kristien Verhoeyen

“Wat is oorlog? En hoe leg je het uit aan iemand die het nog niet zelf meegemaakt heeft? Iemand wiens beeld op oorlog gevormd (en misvormd?) is door kranten, boeken, televisie, film? Altijd schiet er wel iets tekort: woorden, perspectief, voorstellingsvermogen. Vanuit al die vragen neemt acteur-regisseur Mokhallad Rasem in Irakese geesten de impact van de oorlogen in Irak onder de loep. (…)

Mokhallad Rasem (…) heeft voor Irakese geesten goed naar Brecht geluisterd, heeft enkele bruikbare mechanismen en ideeën van hem geleend, maar heeft vooral nog veel verder gezocht. Niet gespeend van enige zin voor humor en ironie (die nergens vastlopen in cynisme) voedt hij zijn eigen kijk met diverse andere perspectieven, waardoor op de duur parodie, ironie en bittere ernst in elkaar klikken tot een aangrijpend geheel, en diverse theatertalen sublimeren tot een universeel verhaal. Irakese geesten biedt dan ook veel. Veel betekenissen, veel ingangen, veel perspectieven, veel stijlfiguren, veel lagen, veel, veel, veel. Zoveel dat elke poging tot analyse de voorstelling haast per definitie tekort doet. Maar precies daarom is ze raak. Irakese geesten speelt met ironie en humor, met identificatie en afstand, met vooroordelen, parodie, mokerslagen en ontroering. Rasem zwaait met de vervreemdingsmechanismen van Brecht, maar schuwt evenmin inleving à la Stanislavski, elementen uit het documentaire theater, maskers en zelfs fysiek theater dat doet denken aan Grotowski’s oefeningen. Dat alles overgoten met een flinke geut surrealisme: dat is Irakese geesten, zo ongeveer. In vijf talen en in een hels tempo dat de adrenaline en de angst bij een bomaanval moet evenaren, beukt de voorstelling in op de toeschouwer en laat hem ontredderd achter.”

Meer over Irakese geesten?

Info en credits
Interview met Mokhallad Rasem in De Standaard (Wouter Hillaert)

Recensies:
Ikzelf voor Corpus kunstkritiek
Lieven De Cauter in Rekto:verso
Annelore Debruyne op Cutting Edge
Liv Laveyne op Knack.be
Tuur Devens op Theatermaggezien.net

Like This!


Flattr this

Advertenties

Aanpassen of weerstand bieden? (‘Vaslav’ van Arthur Japin)

14/09/2010

Op een fijne zomerdag een paar maanden terug, trok ik naar Amsterdam voor een interview met de Nederlandse auteur Arthur Japin. Nu hou ik altijd van interviews en ik heb zelden negatieve ervaringen met de mensen die ik spreek, maar je hebt vanzelf je favorieten. Met het vooruitzicht op het interview met Japin was ik extra in mijn nopjes. Ik had het zelf voorgesteld aan de hoofdredactie van Staalkaart, omdat Arthur Japin nu eenmaal een van mijn favoriete Nederlandstalige schrijvers is. Dat hij begin september een nieuw boek uitbracht over een onderwerp dat me bijzonder boeit, maakte de nopjes alleen maar vrolijker.

Arthur Japin (c) Corbino

Er kunnen twee dingen gebeuren als je ‘idolen’ interviewt. Ofwel blijven ze als idool intact en krijg je in het beste geval bovenop je bewondering voor hun werk, ook bewondering voor de mens achter het werk. Ofwel tuimelen ze onherroepelijk van hun voetstuk door bijvoorbeeld een rotkarakter blijken te hebben, niets te vertellen te hebben of hautain voor de dag te komen. Met die wetenschap in het achterhoofd trok ik toch ook een tikje zenuwachtig naar de kantoren van de Arbeiderspers. Personen met een sympathieke kop die hun uiterlijk geen eer aan doen en dus je verwachtingen helemaal de dieperik in helpen, zijn immers de allerergsten. Gelukkig hoort Arthur Japin bij de goeie soort.

Het werd zo’n gesprek waar je als journalist zelf wat aan hebt. En dan bedoel ik niet gewoon dat de spreker zo vlot babbelt dat de zinnen als het ware bijna kant-en-klaar uit zijn/haar mond stromen (heerlijk als dat eens gebeurt!) of dat je op een andere manier merkt dat het een goed artikel kan worden (ontspannen werken, noemt men dat). Ook niet omdat blijkt dat er gewoon boeiende dingen gezegd worden (als je geregeld het omgekeerde overkomt, is er iets mis, interesse in wie je interviewt is onontbeerlijk, vind ik altijd). Maar je hebt de uitschieters. De interviews waarin dingen gezegd worden die jou heel persoonlijk aanbelangen of raken. Sprekers van wie je denkt: ‘Met jou zou ik best enkele avonden op café kunnen doorbrengen.’

Het gesprek met Arthur Japin was er zo één. De aanleiding was uiteraard zijn nieuwste roman Vaslav, waarin drie personages hun relatie met de wereldberoemde danser Vaslav Nijinsky beschrijven. Japin vertrekt altijd vanuit een historische figuur. Iets treft hem – een raakpunt met zijn eigen leefwereld, zijn eigen dromen, vragen of gedachten. En dan begint zo’n personages langzaam maar zeker te kiemen. Tot een thema, tot een roman.

Zo gaat Vaslav niet in eerste instantie over de danser Nijinsky. Nijinsky en de drie personages die zijn verhaal vertellen, zijn vooral een aanleiding om het te hebben over aanpassen versus weerstand bieden. Neem je genoegen met wat de maatschappij je toebedeelt of kies je radicaal je eigen weg? En als je keuzes maakt, hoe ga je daarmee om? Hoe breng je ze aan bij de mensen in je omgeving die er ook door beïnvloed zullen raken? Word je gelukkiger als je je eigen ingevingen volgt? Ik heb daar zo mijn opinie over. Die heeft ook Arthur Japin. Die hebben ook de personages in zijn boek. Stof voor een gesprek waarvan je met een grote glimlach weer naar huis vertrekt en waar je nog dagen op blijft kauwen.

Die glimlach was er in dit geval al vroeger. Ik had vooraf de drukproef gelezen en was sowieso al helemaal vol van het boek. Ik ben een liefhebber van Japins taal. Wanneer ik in een van zijn boeken begin (ik had het ook bij De overgave en Een schitterend gebrek) slepen de woorden me vanaf de eerste zinnen in het verhaal. Japins taal is melodieus, bijna muzikaal, golvend. De personages zijn haast altijd uitermate intrigerend en je merkt dat ze met veel liefde geschreven zijn. Dat zijn dingen die ik apprecieer in boeken. Ze zorgen ervoor dat een roman een wereld wordt waar je in opgaat en waar je pas weer uitkomt als de laatste zin zijn punt heeft bereikt. Boeken als dompelbaden kwam ik als kind veel vaker tegen. Misschien ligt het aan de kwaliteiten van de jeugdliteratuur die ik las, misschien ligt het aan mezelf en de evoluties die ik als lezer heb doorgemaakt, wellicht is het een combinatie van beide. In elk geval gebeurt het nu nog af en toe. Met Vaslav was het zo.

Ondertussen zijn boek én artikel verschenen. Als je de weerslag van het gesprek wil lezen, kun je in het huidige nummer van Staalkaart terecht (nog tot eind oktober in de rekken). Het boek ligt in de handel. Het wordt er zo eentje dat ik graag aan de juiste lezers cadeau zal doen, in de hoop dat ze diezelfde wereld zullen ontdekken die ik erin heb gevonden.

www.arthurjapin.nl

Komend weekend is Arthur Japin te gast op Zuiderzinnen.

Like This!


Flattr this


Kronkelspel van disciplines

06/09/2010

Recensie over 1:Songs van Nicole Beutler

Zou 1:Songs van Nicole Beutler ook standhouden in een concertzaal? Op het eerste gezicht is dat misschien niet de meest relevante vraag die je je kunt stellen over een theaterproductie. Toch wijst ze precies naar het kruispunt waar verscheidene interpretaties van de productie samenkomen.

Lees de recensie op www.theatermaggezien.net

En/of bekijk de trailer: