‘Kunst en liefde zijn altijd opnieuw verrassend’

20/11/2010

‘De schilderijen van Aalstenaar Gilles Van Schuylenbergh brengen je blik lichtjes uit balans. Kijk je snel en oppervlakkig, dan lijkt het of je een eenvoudig, eenduidig beeld voor je hebt: twee schommels in een stadspark, een brug over een vijver, een boom in het centrum van New York. Van Schuylenbergh nodigt de toeschouwer uit om even stil te staan bij de schoonheid achter het vanzelfsprekende. Daarom vraagt zijn werk een uitwaaierend perspectief. Er is geen centraal onderwerp. Elk detail verdient aandacht. In elk donker hoekje ligt de schoonheid op de loer.’

Onlangs had ik met beeldend kunstenaar Gilles Van Schuylenbergh een interessant gesprek over de rol van schoonheid in de kunst. Het interview vond plaats naar aanleiding van zijn tentoonstelling in gc de Lijsterbes in Kraainem.

Nog een fragment: ‘Er zijn kunstenaars en critici die zich tegen visuele schoonheid afzetten, maar kijk eens naar de kunstgeschiedenis – de werken die overeind gebleven zijn, draaien toch vooral daarrond? Van Gogh schilderde zonnebloemen, omdat hij ze zo mooi vond en hij ze ook nog wilde kunnen bekijken als ’s avonds de zon onder was. Hij schilderde zonnebloemen voor elke kamer van zijn huis en de mooiste kwamen in de gastenkamer. Veel mensen denken dat kunst niks voor hen is. Natuurlijk is kunst voor iedereen! Kunst is wat ons mens maakt. Iedereen is er in zekere zin mee bezig. Alleen besef je het niet, omdat je het te erg associeert met die grauwe museumwereld vol moeilijkdoenerij. Ik zeg altijd: vertrouw je eigen gevoel en kijk met je eigen ogen. ‘Wat is kunst?’ is daarom een absurde vraag. Je vraagt toch ook niet: ‘Wat is liefde?’ Daarop bestaat geen sluitend antwoord en dat is net het mooie: daarom kunnen kunst en liefde altijd opnieuw en op andere manieren verrassend zijn.’

Het hele artikel lees je hier.

In zijn atelier heb ik rustig de tijd gehad om zijn werken te bekijken. Dit schilderij was onmiddellijk mijn favoriet wegens de apocalyptische sfeer die uit de gele nachtkleur spreekt. Ik had het best mee naar huis willen nemen :-).


Flattr this

Advertenties

‘Een goede voorstelling maak je nooit helemaal alleen’

20/11/2010

Günther Lesage over de hernemingen van zijn monoloog Force majeur

Wat stuurt het leven? Het toeval of het lot? Deze en andere existentiële vragen liggen aan de basis van Force Majeure, een monoloog van Günther Lesage (Lazarus). ‘Ik ben er nog altijd niet uit of ik nu meer in het toeval of meer in voorbestemdheid geloof’, vertelt hij. ‘Volgens mij gaat het om een combinatie. De dingen gebeuren niet zomaar, maar veel komt wel voort uit de keuzes die we maken.’

Een jongeman moet met zijn dochtertje van twee naar de dokter. De fietstocht wordt een hindernissenparcours die de perfecte aanleiding blijkt om allerhande Grote Vragen door zijn hoofd te laten tollen. Vragen waar hij overigens ook het publiek mee opzadelt: wat bent u van plan nog verder aan te vangen met uw kostbare tijd? Op welke manier wilt u bijdragen aan uw eigen onsterfelijkheid? Uzelf laten ombouwen tot Pamela Anderson? Zich inschrijven voor een realitydocusoap? De wereld vernietigen? Eindelijk werk maken van een nageslacht? Bepaalde individuen het leven zuur maken? Een uitvinding bedenken tegen sterfelijkheid?

In een boekhandel in Amsterdam vond Günther Lesage bij toeval de theatertekst Turcaret van de Franse auteur Alain René Lesage. De man intrigeerde hem onmiddellijk. ‘Niet alleen is hij een naamgenoot, hij bleek gestorven te zijn op een zeventiende november, mijn verjaardag.’ Hij zocht uit wie de auteur precies was en bombardeerde hem tot een van de voornaamste inspiratiebronnen voor Force majeure. Ook onder anderen Luis Buñuel, Bill Bryson, Herman Brusselmans en de absurdistische schrijver Daniil Charms leverden stof tot denken. Günther Lesage: ‘Op basis van al dat materiaal één tekst maken, is het moeilijkste onderdeel van het proces. Het was niet de eerste keer dat ik in mijn eentje een theatertekst heb gemaakt, maar wel voor het eerst dat ik vertrok vanaf nul, want mijn vroegere stukken waren bewerkingen van bestaande teksten. Voor Force majeure heb ik me 3,5 maand opgesloten met een grote doos boeken en films, en een gitaar ter ontspanning. Ik legde mezelf echt de discipline op om elke dag buitenshuis te gaan denken en schrijven en schrappen. Af en toe kwamen mijn kompanen van Lazarus (Pieter Genard, Joris Van den Brande, Ryszard Turbiasz en Koen De Graeve) bij me langs om te luisteren naar wat ik al had en commentaar te geven. Ik geloof er niet in dat je een goede voorstelling helemaal alleen kunt maken. Je moet wat je schrijft voortdurend toetsen bij anderen.’

Force majeure beleefde zijn première in 2007, maar dit seizoen herneemt Günther Lesage de monoloog. De speellijst vind je hier.

Fragmenten uit deze blogpost heb ik eerder gepubliceerd in Uitgekamd, de krant van gc de Kam in Wezembeek-Oppem.


Flattr this


‘Lucifer is een herkenbaar en menselijk personage’

11/11/2010

Lucifer van Vondel geniet anno 2010 een erg dubbelzinnige reputatie. Je hebt generaties die het zeventiende-eeuwse meesterwerk op school lijdzaam hebben ondergaan, het op onvergeeflijke zeurtoon kapot hebben weten analyseren, en er bijgevolg een blijvende afkeer van hebben. Dan heb je de gelukzakken. Mensen die er dankzij een bevlogen docent, een rake theaterbewerking of puur toeval door bezeten zijn geraakt en niet uitgesproken raken over de taalschoonheid en de fascinerende thema’s en personages. Jan en Sofie Decleir en de voltallige equipe van Theater Zuidpool horen tot de laatste groep. Op 2 december gaat hun bewerking van Lucifer in première.’

Zo leest mijn inleiding bij het interview met beide Decleirs dat ik voor het cultuurblad Staalkaart schreef. Ook ikzelf hoor bij degenen die een blijvende fascinatie voor Vondel en zijn Lucifer hebben ontwikkeld. Ik heb die te danken aan het theater. Als tiener namen mijn ouders me geregeld mee naar de schouwburgen van Hasselt, Tongeren, Sint-Truiden en Leuven. Ik herinner me dat ik een bewerking van Lucifer in een van de programmaboekjes zag staan. Vraag me niet van welk gezelschap die was – in die tijd lette ik daar nog niet zo op – maar het moet dus ergens in de jaren negentig geweest zijn, het gezelschap kwam uit Nederland, ze hanteerden de oorspronkelijke zeventiende-eeuwse taal, en het decor werd overheerst door plastic. Ongetwijfeld heb ik niet elk woord gesnapt, maar ik weet dat ik die voorstelling AB-SO-LUUT in het familie-abonnement wou hebben (ik moet er dus eerder ergens iets over hebben gehoord) en ik weet dat ik compleet gebiologeerd was door de uitvoering.

Toen ik vernam dat Zuidpool Vondel onder handen zou nemen, heb ik Lieven De Laet, hoofdredacteur van Staalkaart, dan ook onmiddellijk heel vriendelijk gevraagd of het volgende nummer van zijn blad plaats had voor een artikel erover. En het kon.

Nog een klein stukje over Sofie en Jan Decleirs band met het werk (voor de rest zul je Staalkaart #7, november-december 2010, moeten aanschaffen):

‘Ik heb Vondel nooit gekregen op school’, vertelt Sofie Decleir. ‘De eerste keer dat ik met de Lucifer in aanraking kwam, was toen ik de eerstejaars van Studio Herman Teirlinck ermee aan de slag zag, onder het bewind van papa. Zelf was ik toen al afgestudeerd. Ik was onmiddellijk door het werk geboeid en vond het raar dat het nooit eerder mijn pad had gekruist. Maar ik kan me wel inbeelden dat het een ander verhaal is als je het in je tienerjaren als verplichte kost voorgeschoteld krijgt.’
Jan Decleir: ‘Ik heb een zus die niets met theater te maken heeft – ze zit in de cijfers – en die hele lappen Lucifer uit het hoofd kent. Ze vindt het echt een fantastische tekst. Ik denk dat inderdaad veel afhangt van de manier waarop je zoiets onderwezen krijgt. Waarschijnlijk heeft zij ooit zo’n bevlogen lerares gehad. Het is in elk geval altijd blijven hangen bij haar. Ik heb Lucifer zelf nog gedaan op school. En later, als docent, is het me bijna altijd gelukt om die jonge gasten er verliefd op te laten worden. Vondels taal is bezwerend en beroerend. Je kunt er echt in zwelgen. Nu moeten wij er straks wel een voorstelling van maken, natuurlijk, dus we moeten daar dan niet liggen kronkelen van genoegen en van zie ons hier eens bezig. Het moet meer zijn dan taalschoonheid alleen.’
Sofie Decleir: ‘Voor Zuidpool lijkt Lucifer me een vrij logische stap. In het parcours dat wij afleggen (als je al van een parcours kunt spreken) neemt taal steeds meer bezit van ons. En dan kom je op een gegeven ogenblik vanzelf uit bij Vondel.’

www.zuidpool.be


Flattr this


Sexy vrouw maakt man luxegevoelig

08/11/2010

‘Als een man zich in het gezelschap van een knappe, sexy geklede vrouw bevindt, heeft hij meer oog voor luxeproducten dan wanneer diezelfde vrouw er maar gewoontjes bij loopt. Dat blijkt uit onderzoek van Kim Janssens (School voor Massacommunicatie Research), in samenwerking met collega’s uit Gent, Rotterdam en Amsterdam.’

Het meisje op de foto links is hetzelfde als op de foto rechts. Maar de (single) mannelijke proefpersonen reageerden helemaal anders op de verschillende outfits.

Wie er het fijne van wil weten klikt hier en komt terecht bij Campuskrant (de krant van de K.U.Leuven) en het artikel dat ik over dit toch wel erg leuke onderzoek schreef.