Puur

29/01/2011

Lucifer – Theater Zuidpool

Drie acteurs en een handvol gebeeldhouwde engelenfiguren vertellen het eeuwenoude verhaal van de val van de engelen. Ze doen dat in archaïsch Nederlands en op een klein podium, dat niettemin weelderig met rood fluweel omhangen is. De voorstelling treft in zijn puurheid. Puurheid van taal, puurheid van spel, puurheid van beweging. Zuidpool brengt met Lucifer een ode aan de keuzevrijheid en de rebellie tegen onbuigzaam gezag. Maar misschien nog vooral een ode aan de taal en het theater.

Vondels Lucifer beleefde zijn première op 2 februari 1654 in de Amsterdamse schouwburg. De tragedie over de strijd van de engelen en de daarop volgende val van Lucifer kreeg van regisseur Jan Vos een spektakelenscenering waarin de engelen aan katrollen over de scène vlogen en waarin plaats was voor een heus engelenballet. Het publiek reageerde enthousiast. Drie dagen later, echter, na de tweede opvoering, verbood het stadsbestuur het stuk. De calvinistische predikanten – met wie de veertien jaar eerder tot het katholicisme bekeerde Vondel sowieso niet op goede voet leefde – konden naar verluidt niet lachen om de gedurfde vermenging van hemelse en aardse thema’s. Nochtans schuilt net in de herkenbare menselijkheid van de personages het geheim achter het blijvende succes van Lucifer. De engelen worden niet voorgesteld als marionetten van een despotische godheid. Ze beschikken over vrije wil. De aartsengel Lucifer is in die zin de eerste rebel uit de geschiedenis. Wanneer God beslist om zijn nieuwe uitvinding ‘mens’ boven de engelen te plaatsen, pikt Lucifer dat niet zomaar. Hij is jaloers en furieus op die kleien poppetjes die het geluk zomaar in de schoot geworpen krijgen. Ze wonen in een prachtige tuin, zijn even onsterfelijk als de engelen zelf en… ze kunnen zich voortplanten, iets waar de geslachtsloze engelen alleen maar van kunnen dromen. De verstoten lievelingen van God zullen binnen de kortste keren outnumbered worden door de aardworm mens. En wat moet er dan van hen worden? De onttroonde en vernederde engel heeft de keuze. Hij kan zich angstig bij zijn lot neerleggen en wachten op wat komt, of hij kan in opstand komen. Begrip voor de boosaardige verschoppeling Lucifer vormde voor Zuidpool een van de voornaamste drijfveren om Lucifer van onder het stof te halen.

DE SPELER NAAST DE POP
Op de vlakke vloer van het Zuidpooltheater staat een klein, naar achteren toe afhellend podium, omzoomd door rijkelijk plooiend rood fluweel. ‘Het toneel is in den hemel’ – Joost van den Vondel liet in zijn regieaanwijzing ruimte voor interpretatie. Zuidpool creëert met zijn in fluweel gewikkelde eenvoud zowel een verwijzing naar Lucifers theatertraditie als een contrast met die allereerste spektakelopvoering. De engelen zelf zijn stokpoppen, gemaakt door beeldhouwer Frans Heirbaut. Ze zien eruit als antieke beelden uit alle windstreken. Zo lijkt Gabriël weggeplukt uit een middeleeuwse kerk, de typische brave engel zoals we hem ook kennen uit de godsdienstles; de gemaskerde en roodogige Lucifer lijkt opgestaan uit een Egyptische piramide; Belzebub doet denken aan een oude Griekse wijsgeer, maar lijkt ook verdacht veel op Heirbauts beeld van de schilder Fred Bervoets; het monumentale beeld van Michaël is een Oosterse krijger. Stuk voor stuk zien de poppen er uitdrukkingsloos, maar oneindig voornaam uit. Leven krijgen ze van de drie acteurs die hen manipuleren (gastacteur Jan Decleir en vaste Zuidpool-acteurs Sofie Decleir en Koen van Kaam). Een vaste rolverdeling hebben zij niet. De pop beweegt door de speler die op dat moment toevallig vrij is. Hoewel de acteurs werkmanstenues dragen, compleet met gereedschapsgordels, handschoenen en eventueel zelfs een muts, kiezen ze overduidelijk niet de rol van poppenspelers. Ze stellen zich nooit volledig ten dienste van de engel die ze dragen. Ze verbeelden zijn mimiek, zijn woede, zijn angst, en staan zodoende niet achter, maar naast hem. De strijd tussen de engel en de mens gaat ook op het podium door.

HAKKEN IN BALLAST
Zuidpool hakte op Vondels tekst in tot er een stuk van zo’n anderhalf uur overbleef. Maar het schrappen gebeurde wel met het grootste respect voor de alexandrijnen van de zeventiende- eeuwse auteur. Wat sneuvelde, is ballast: de uitweidingen over de hiërarchische structuur in de hemel, een groot deel van de lamenteringen van de engelenreien – alles, kortom, wat zovele generaties heeft doen afhaken wanneer ze Lucifer onvergeeflijk onverteerbaar door de strot geramd kregen op school. Wat overblijft, is de essentie. In de eerste plaats tonen de spelers van Zuidpool een enorm respect voor de taalschoonheid van Vondel. Ze houden van elke letter van de tekst en dat mag geweten zijn. De archaïsche woorden en buigingen vloeien op de meest natuurlijke wijze de zaal in, elke klank wordt liefdevol geproefd en doorgegeven. Een tweede pijler van de voorstelling is het begrip dat ze opbrengen voor Lucifer als de eerste opstandeling uit de geschiedenis, de eerste die het oppergezag in twijfel trekt en ter verantwoording roept. Begrip voor zijn menselijkheid, zijn angst er niet meer toe te doen, zijn machteloosheid en woede ten opzichte van het gezag dat zonder reden, zonder verontschuldiging, met hem solt.

DE DANS VAN MENS EN ENGEL
Beide elementen – taalschoonheid en begrip – vloeien samen in een ontegensprekelijk culminatiepunt tegen het einde van de voorstelling. Jan Decleir als Lucifer verdedigt een laatste keer zijn standpunt. De hele voorstelling lang zag je poppen en spelers in een opmerkelijke evenwichtsoefening, waarbij de spelers nooit helemaal achter hun engelenbeelden verdwenen – de strijd van de engel tegen de mens wordt een paardans tussen de engel die model staat voor de mens en de mens die een engel speelt. In deze scène stopt de dans. Op het ogenblik dat Lucifer voorgoed ten onder dreigt te gaan, komt de speler volledig achter de pop vandaan. Hij verandert in een mens die zijn personage ruggensteunt, hem vol mededogen begeleidt in zijn onvermijdelijke en onrechtvaardige neergang. Tot slot legt de speler de pop helemaal van zich af. Decleir speelt nu zelf Lucifer, vol vuur, vol overtuiging, vol verontwaardiging. Mens en engel vallen samen: de mens neemt het over, dus de grootste angst van de engelen wordt bewaarheid. Tegelijk zet de mens de strijd voort.

Lucifer heeft in de loop van zijn bestaan de meest uiteenlopende interpretaties gekregen van onderzoekers, lezers en theatermakers. Zuidpool prikt de tekst niet vast op één manier van lezen. De strijd van de engelen en de val van Lucifer draaien niet om de Belgische politieke actualiteit, niet om Afghanistan of Irak, niet om de banken- noch de asielcrisis, evenmin wordt de tekst gepresenteerd als een zeventiende-eeuwse politieke allegorie (zoals hij met name in de negentiende eeuw werd gezien). Tegelijk gaat hij over dat alles. Lucifer vertelt bij Zuidpool een universeel verhaal over de mens. Ook zo betoont Zuidpool Vondel alle eer.

Maar is daarmee alles gezegd? Universele verhalen zijn in het theater alomtegenwoordig. Dat maakt deze Lucifer niet uniek. Ook het verhaal is genoegzaam bekend, dus daarmee kan het gezelschap bezwaarlijk verrassen. Wat is het dan dat je raakt en dat ervoor zorgt dat anderhalf uur oubollig Nederlands fris en dringend klinkt als was het gisteren geschreven? Wat maakt dat drie acteurs en hun poppen je vasthouden tot het laatste woord? Veel is te zoeken in de intensiteit en de puurheid van de voorstelling. Zuidpool brengt met de eenvoudigste middelen denkbaar groot vakmanschap tot stand. De taal van Vondel is mooi en puur – een schoonheid die taalliefhebbers doet duizelen. De acteurs van Zuidpool brengen die taal en alle betekenislagen die eronder schuilen in één simpele beweging naar de zaal: de acteur en zijn positie ten opzichte van zijn pop, zijn stem, zijn lichaam, zijn tekst. Meer is het niet. Maar alles staat in een haast perfecte verhouding tot elkaar. Eenvoudig, maar ultra intens. Niets te veel, maar precies daardoor ook niets te weinig.

Gezien op 2 december 2010, Zuidpool, Antwerpen.

Deze tekst kwam tot stand in het kader van Corpus Kunstkritiek, een initiatief van VTi – Vlaams Theater Instituut, met steun van Vlaams-Nederlands Huis deBuren. http://www.vti.be/corpuskunstkritiek
De teksten van het Corpus Kunstkritiek vallen onder de licentie Creative Commons Attribution-Noncommercial-No Derivative Works 2.0 Belgium, wat betekent dat de teksten verspreid, maar niet veranderd mogen worden. Elke vorm van verkoop of betalende distributie is apart te onderhandelen, contacteer VTi.

Advertenties

Divers en boeiend, jong en getalenteerd

24/01/2011

Pleidooi voor jong theater

Jong theater. Je hebt het in evenveel soorten en kleuren als dat van gevestigde waarden. Misschien nog net iets meer, zelfs. In tijden van economisch-culturele crisis lijkt het ons des te belangrijker om opkomend talent in het oog te houden. Niemand weet waar de besparingen het podiumlandschap naartoe zullen drijven. Zetten we koers naar een cultureel braakland? Of zien we het optimistischer en hopen we dat de crisis wordt omgezet in extra creativiteit?

Het afgelopen seizoen zijn verscheidene voorstellingen van jonge makers ons om uiteenlopende redenen opgevallen en bijgebleven. We denken daarbij in de eerste plaats aan Irakese geesten van Mokhallad Rasem.

We denken ook aan Dorp: fijn, klein objectentheater van Annelies Van Hullebusch. Aan Het verjaardagsfeest van FC Bergman: jong geweld dat een nieuw licht werpt op de term repertoiretheater. En zeer zeker aan Steigeisen, het gezelschap dat zich het historisch-documentair theater op intrigerende wijze eigen maakt.

In het lijstje hierboven ontbreken uiteraard veel namen. Twee ervan krijgen alsnog een recensie. Qua intentie, uitwerking en effect hadden ze niet verder uit elkaar kunnen liggen. Ik ben geen racist van fABULEUS is een vrij brave, klassiek vertellende monoloog over een maatschappelijk brandend actueel onderwerp. Kein Applaus für Scheisse van Florentina Holzinger mengt dans, beweging, performance en theaterelementen in een bijzonder gewaagde vorm. Op heel verschillende manieren wisten ze beide iets wezenlijks aan te stippen.

Divers en boeiend, jong en getalenteerd – ons cultuurlandschap bevat een waaier aan jonge makers die het verdienen om kansen te krijgen. Die kansen kunnen zich op verschillende manieren voordoen. In de vorm van geld, van speelplaatsen, van aandacht voor het verrichte werk. Met een bij een pril jaar passend vleugje sentiment wensen we hun die dan ook van harte toe voor 2011, dat ongetwijfeld op meer dan één vlak uitdagend zal worden voor de podiumkunsten.

(Uittreksel uit een artikel, eerder verschenen op Theatermaggezien.net)


Mijn hoogstpersoonlijke theatertop-12 2010

17/01/2011

Naar het schijnt mag je nog heel de maand januari eindejaarswensen versturen en worden die dan niet als te laat bestempeld. Hetzelfde geldt dan voor eindejaarslijstjes, vind ik dan maar – geheel opportunistisch.

Ik heb minder voorstellingen gezien dan ik graag had gewild. Jaren zijn gewoon in te weinig dagen ingedeeld en de dagen hebben sowieso te weinig uren om alles te doen wat ik eigenlijk zou willen. Wie weet ontbreken er enkele ongelooflijk fantastische voorstellingen in mijn top. Ongetwijfeld, zelfs. Maar uit de voorstellingen die ik wel heb gezien, distilleerde ik het volgende lijstje.

1. Irakese geesten, Mokhallad Rasem/Monty

Als het goed is, heb je er zo’n paar per jaar: voorstellingen die de adrenaline doen razen en die op je netvlies gebrand blijven. Irakese geesten is er zo absoluut één.

Irakese geesten biedt veel. Veel betekenissen, veel ingangen, veel perspectieven, veel stijlfiguren, veel lagen, veel, veel, veel. Zoveel dat elke poging tot analyse de voorstelling haast per definitie tekort doet. Maar precies daarom is ze raak. Irakese geesten speelt met ironie en humor, met identificatie en afstand, met vooroordelen, parodie, mokerslagen en ontroering. Mokhallad Rasem zwaait met de vervreemdingsmechanismen van Brecht, maar schuwt evenmin inleving à la Stanislavski, elementen uit het documentaire theater, maskers en zelfs fysiek theater dat doet denken aan Grotowski’s oefeningen. Dat alles overgoten met een flinke geut surrealisme: dat is Irakese geesten, zo ongeveer. In vijf talen en in een hels tempo dat de adrenaline en de angst bij een bomaanval moet evenaren, beukt de voorstelling in op de toeschouwer en laat hem ontredderd achter.

2. Macbeth, Zuidpool

Ook adrenaline, maar dan anders. Het concerttheater Macbeth van het redelijk fantastische Zuidpool laat je theater voelen met klanken, ritme en taalschoonheid. Shakespeare in de eenentwintigste eeuw.

3. Gek van liefde – De Maan

Gek van liefde is een stuk over de liefde van een kleine jongen voor een volwassen vrouw. De groeiende wanhoop van de jongen, die ingegeven wordt door het hopeloze van zijn liefde en de toenemende jaloezie wanneer Anna haar aandacht aan een volwassen rivaal schenkt, komt niet alleen tot zijn recht dankzij het overtuigende, jongensachtige spel van Ward Kerremans. De muziek van Jan Cannaerts onderstreept de toenemende onrust en gewrongenheid van de jongen en de figuren van Paul Contryn dragen erg bij tot de sfeer, de emotionele geladenheid en vooral de esthetische kracht van de voorstelling. De camera ten slotte brengt alle elementen (nog) dichter bij elkaar en dichter bij het publiek. De Maan bereikt in Gek van liefde een uniek evenwicht.

4. Phantasmapolis – Abattoir fermé

Phantasmapolis een voorstelling waarmee Abattoir fermé zijn stempel van esthetisch horrortheater opnieuw alle eer aan doet. Het gezelschap neemt zijn publiek mee in een akelige, zwarte wereld die ruikt naar wierook en waanzin. Hoop en onschuld zijn er ver te zoeken. Humor rijmt er feilloos met dood en ontbinding.

5. Lucifer – Zuidpool

Drie acteurs en een handvol gebeeldhouwde engelenfiguren vertellen het eeuwenoude verhaal van de val van de engelen. Ze doen dat in archaïsch Nederlands en op een klein podium dat niettemin weelderig met rood fluweel omhangen is. De voorstelling treft in zijn puurheid. Puurheid van taal, puurheid van spel, puurheid van beweging. Zuidpool brengt met Lucifer een ode aan de keuzevrijheid en de rebellie tegen onbuigzaam gezag. Maar misschien nog vooral een ode aan de taal en het theater.

6. Prins – Kollektief D&A

Dauphin is een jongen die jarenlang gevangen zat zonder ooit een ander mens te zien. De enige troost haalde hij uit de muziek die hij in de verte hoorde. Op een dag bevrijdt dokter Gachard hem. Dauphin zal een prins worden, de troon bestijgen, het land leiden. Met Prins brengt Kollektief D&A een muzikale en beeldrijke voorstelling over opgroeien en keuzes maken, voor toeschouwers vanaf ongeveer acht jaar.

7. Naast – Braakland/ZheBilding

De toeschouwer verlaat Naast, een locatievoorstelling van Leuvens muziektheater- gezelschap Braakland/ZheBilding, met een gevoel van comfort en veiligheid. Nochtans zijn thema’s als inbreuk op de privacy en voyeurisme aan de orde in het stuk. Niet eens zo onderhuids, zelfs. Luist theatermaakster Sara Vertongen haar publiek erin? Maakt ze het medeplichtig en wentelt de toeschouwer zich daar al te graag in? Of is privacy vandaag een overschat begrip?

Deze Naast (de verhalen die wij zijn) was de Leuvense versie. Dinsdag 18 januari gaat de volledig opnieuw gemaakte Antwerpse Naast (Wish you were here) in première. Heel benieuwd hoe anders/gelijklopend beide versies zullen zijn.

8. Bezette stad – KVS/Ruud Gielens

Human beatbox meets Paul Van Ostaijen. Indrukwekkend.

9. Rail Gourmet – Wunderbaum

Sterke tekst van Annelies Verbeke en een bijzonder overtuigende Wine Dierickx.

10. Zomergasten – tg Stan

Het staat de mens altijd vrij om te kiezen. Zo kun je kiezen voor een politicus, voor een partner, voor jezelf. Het staat de mens vrij om al dan niet voor het leven te kiezen, om het beter te proberen doen dan wat hij rondom zich ziet. Of hij kan zich wentelen in lethargie en de ontevredenheid die daar veelal uit voortkomt. Kiezen voor of tegen het leven. Het is een manier om Maksim Gorki’s Zomergasten te lezen. Toneelspelersgezelschap Stan pepert het er nog eens flink in.

11. Julius Caesar – NTGent/Peter Verhelst

Julius Caesar is het tweede deel uit Peter Verhelsts trilogie over macht en eenzaamheid, na LEX, waarin Alexander de Grote het woord kreeg. Macht, eenzaamheid, discipline, waan en waanzin. En de relatie tussen die begrippen. Het komt allemaal aan bod in Verhelsts poëtische, bezwerende tekst. Van begin tot eind hang je aan de lippen van de Romeinse dictator, terwijl je al dan niet de onderliggende betekenis van zijn woorden tot je laat doordringen. Bovenal gaat deze voorstelling immers over de kracht van de retorica. Een wapen dat elke machthebber tot het zijne maakt.

12. Brooddoos – Bronks

Een grappige, levendige en bij momenten oprecht ontroerende voorstelling die eenvoudige materialen op een inventieve manier samenbrengt tot een muzikaal en ritmisch kloppend, fantasierijk geheel. Hoogtepunt voor de jonge toeschouwers is ongetwijfeld het moment waarop Casie aanzet tot een dansje om nieuwe vrienden te bekoren. Na twee seconden twijfelen, springt heel de zaal recht en doet in zijn enthousiasme de tribune daveren. Deze uitbundige scène is verrassend, en juist in het stuk verweven. Brooddoos is een goed uitgebalanceerde voorstelling die huppelt, springt en danst, maar ook vertraagt op exact de goede momenten.


Flattr this


“Uiteindelijk kon ik niet meer weigeren”

16/01/2011

Met Drie zusters keert actrice Alice Toen terug naar haar roots

Alice Toen stond vijfenvijftig jaar geleden mee aan de wieg van het Mechels Miniatuur Theater (nu: ’t Arsenaal). Met haar rol in Drie zusters keert de actrice terug naar haar roots. ‘Hoewel ik het de laatste tijd zo al erg druk heb, wou ik deze voorstelling toch doen. Na zoveel jaar is het natuurlijk heel speciaal voor mij om nog eens in het vroegere MMT te spelen’, zegt ze.

In de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw was het theater niet de meest vanzelfsprekende beroepskeuze. Al helemaal niet voor een meisje. ‘Mijn zus en ik speelden toneel, we zongen en ik speelde daarbij gitaar. We waren verzot op het podium. Maar onze vader vond dat wij talen moesten kennen, en dus studeerden we steno-dactylo Nederlands, Frans, Engels en Duits. Ik heb aan die studie een paar toffe jobs overgehouden. Ik heb nog gewerkt voor het Engelse leger – vertaalwerk, correspondentie, contacten met Belgen in Engeland: heel interessant. Daarna was ik secretaresse voor een scheepvaartmaatschappij in Temse. Ik ging met de patron mee als hij zijn boten ging bezoeken, ook in het buitenland. Het was prachtig, afwisselend werk.’ Maar de theaterkriebel was hardnekkig. Bij Luc Philips volgde Alice Toen een conservatoriumopleiding voor werkende mensen. De lessen en repetities vonden ’s avonds en in het weekend plaats. In 1956 studeerde ze af, een periode waarin het kamertheater volop opkwam als reactie tegen de vastgeroeste en al te hiërarchisch gestructureerde grote theaterhuizen uit die tijd. ‘Met onze klas besloten we ook een theatertje op te richten. We konden terecht in een kleine opslagplaats van brouwerij Lamot’, vertelt de actrice. ‘Boven speelden we, beneden hadden we een café waar we inkomsten uit haalden. Omdat dat eerste zaaltje zo piepklein was – vier meter bij vier – stelde Leo Van Horenbeeck voor om het Mechels Miniatuur Theater te dopen.’ Na een paar jaar volgde Alice Toen Luc Philips op als directeur van het MMT. ‘Och ja’, relativeert ze. ‘Directrice… wat stelt dat voor bij zo’n klein theater? Ik moest vooral de teksten kiezen, vertalingen maken, een beetje zorgen dat ik alles in goede banen leidde. Maar in zekere zin is Michael De Cock, die nu artistiek leider is van ’t Arsenaal, een van mijn opvolgers.’

Toch ging Alice Toen niet onmiddellijk op de rol in. ‘Ik heb het de laatste tijd erg druk’, legt ze uit. ‘Ik speel Madeleine in thuis, een vrouw met Alzheimer. En intussen heb ik al meer dan negentig voorstellingen van mijn monoloog Charlotte gespeeld. (…) Met al die activiteiten op haar programma vond Alice Toen dat ze op haar 86ste eigenlijk voldoende werk had. ‘Ik wierp op dat ik al die verre reisvoorstellingen niet meer zag zitten. Maar Michael De Cock is iemand die zijn zin doordrijft. Hij vond voor al mijn bezwaren een oplossing. Zo neemt Hilde Van haesendonck een aantal van de reisvoorstellingen voor haar rekening en krijg ik logies in Mechelen gedurende de repetitie- en speelperiode in ‘t Arsenaal. Dus uiteindelijk kon ik niet meer weigeren’, lacht ze. ‘Ik ben heel benieuwd, want ik heb nog niet eerder met Michael gewerkt. Hij is iemand met een eigen visie, een eigen manier van werken. Dat zal voor Drie zusters niet anders zijn. En nog eens een Tsjechov spelen is op zich ook al interessant, natuurlijk. Ik heb vroeger in de KVS al eens een voedster gespeeld in Tsjechovs Oom Wanja. In Drie zusters speel ik een vergelijkbare rol, zeker niet de grootste uit het stuk, dus, dat vooral draait om de verzuchtingen van drie zussen die verlangen naar een boeiender leven in de stad, maar die hun illusies één voor één zien verdwijnen.’

Meer lees je in het januari-februarinummer van Staalkaart.

Première 16 februari, ’t Arsenaal, Mechelen.
www.tarsenaal.be


“Poëzie vormt een kader rond de werkelijkheid”

12/01/2011

Jan Lauwereyns mikt op het hart van de poëzie in bundel en essay

Poëzie is een samenspel van proeven, luisteren en voelen. Dat zegt Jan Lauwereyns in De smaak van het geluid van het hart, het vierde Gedichtendagessay. In het essay, dat hij schreef voor Gedichtendag op 27 januari, gaat hij op zoek naar wat poëzie bijzonder maakt. ‘Poëzie is het begin en het einde, een manier van leven’, vertelt hij. Hoe hij dat precies ziet, toont ook zijn nieuwe poëziebundel Hemelsblauw, die eveneens in januari verschijnt.

‘Ik weet ook wel: gedichtjes schijnen maar banale materie vergeleken bij bomaanslagen, hongersnood, faillissementen, voetbaloorlogen, seks op het strand of een nachtje dansen op ecstasy’, schrijft dichter, wetenschapper en expat Jan Lauwereyns in het begin van zijn Gedichtendagessay. Hij voegt er onmiddellijk aan toe: ‘Maar schijn bedriegt.’ In de orde van de dingen schat hij poëzie niet per se hoger of lager in dan de rest. Hij ziet haar als een middel dat de werkelijkheid accentueert, onderstreept, in het geheugen grift.
‘Al die dingen die ik opnoem, de grote en de kleine gebeurtenissen in het leven, zijn deel van ons. Dat soort ervaringen is al wat we hebben, ze vormen onze werkelijkheid. En poëzie is het begin- en het eindpunt van de ervaring’, legt hij uit. ‘Ze maakt de werkelijkheid intenser, laat me toe ze te verkennen, ermee te spelen, ze te onthouden. In het Engels zeg je het mooi: to know by heart – door gedichten te schrijven, maar ook door ze gewoon te lezen, neem je de dingen op in je hart. Op die manier wordt poëzie een manier van leven die veel verder gaat dan de tekst. Poëzie vormt een kader rond de werkelijkheid.’

Meer lees je in het januari-februarinummer van Staalkaart.


Een kijkdoos met dans, theater en film

10/01/2011

Bonnie-attempts/pas de deux (Ontspringen die dans) van Sylvie Huysman

Choreografe Sylvie Huysman groeide op in Sint-Pieters-Leeuw. Met haar voorstelling Bonnie-attempts/pas de deux (Ontspringen, die dans) staat ze in CC Westrand in Dilbeek, het centrum waar ze als kind haar allereerste voorstellingen zag. Bonnie-attempts combineert dans, film en theater, wat in de eerste plaats sterke beelden oplevert, maar evengoed plaats laat voor een gezonde dosis absurde humor.

‘De voorstelling is gegroeid uit een solo die ik vorig jaar in kunstencentrum BELGIE heb gemaakt’, vertelt Sylvie Huysman. Met een kleine handcamera in de aanslag maakte ze in haar eentje gekke filmpjes over een meisje met rode schoenen dat niet onderhevig is aan de zwaartekracht. Hetzelfde personage speelt ook in Bonnie-attempts/pas de deux de hoofdrol. Maar in plaats van een solo met twee danseressen creëert Sylvie Huysman nu een pas de deux met vijf. Hoe rijm je zoiets? De choreografe lacht: ‘Hoe het precies in elkaar zit, verklap ik liever niet. Ik kan wel zeggen dat ik wel degelijk vanuit het duet vertrek en daarna werk met het idee van vermenigvuldiging.’

Sylvie Huysman is met ballet begonnen toen ze tien was. ‘Daarvoor volgde ik notenleer aan de academie van Sint-Pieters-Leeuw. Tijdens een recital zag ik de meisjes van de balletles rondspringen met hun roze tutuutjes aan. Dat sprak meer tot mijn verbeelding dan het liedje dat wij met onze klas mochten zingen, dus ben ik overgeschakeld. Op een gegeven ogenblik was ik – heel absurd – mijn grand ecart aan het oefenen met één been hoog tegen de deurstijl. Mijn moeder dacht toen bij zichzelf: Tiens, misschien zit er toch iets meer in. Ik heb toen auditie gedaan bij Les petits rats de Bruxelles en vanaf dat moment was ik niet meer te stoppen.’ Niettemin maakte Sylvie Huysman zich op achttien klaar om een studie Germaanse talen aan te vatten. ‘Maar in de zomer voor ik naar de unief zou trekken, begon de gedachte om elke dag uren stil te zitten me te beklemmen. Ik ben 180 graden gedraaid en heb dans gestudeerd.’

Het volledige artikel lees je in Randkrant, januari 2011.
De voorstelling zie je donderdag 13 januari in Dilbeek, cc Westrand, http://www.westrand.be.


2010 in statistieken

10/01/2011

Er viel een vriendelijk mailtje van WordPress in mijn inbox met wat grafieken en cijfers over hoe dit weblog het het afgelopen jaar heeft gedaan. Voor wie geïnteresseerd is in lijstjes en statistieken post ik de inhoud hier even.

The stats helper monkeys at WordPress.com mulled over how this blog did in 2010, and here’s a high level summary of its overall blog health:

Healthy blog!

The Blog-Health-o-Meter™ reads Fresher than ever.

Crunchy numbers

Featured image

A Boeing 747-400 passenger jet can hold 416 passengers. This blog was viewed about 9,000 times in 2010. That’s about 22 full 747s.

In 2010, there were 55 new posts, growing the total archive of this blog to 118 posts. There were 30 pictures uploaded, taking up a total of 18mb. That’s about 3 pictures per month.

The busiest day of the year was March 21st with 166 views. The most popular post that day was ‘Schoonheid is ongrijpbaar en onuitlegbaar’.

Where did they come from?

The top referring sites in 2010 were twitter.com, nl.wordpress.com, facebook.com, absoluteartgallery.com, and ow.ly.

Some visitors came searching, mostly for erwin olaf, ines minten, luc tuymans, leon vranken, and thomas bellinck.

Attractions in 2010

These are the posts and pages that got the most views in 2010.

1

‘Schoonheid is ongrijpbaar en onuitlegbaar’ March 2010

2

Fijnproeven van taal en spel – Recensie ‘Onder het melkwoud’ van Jan Decleir en Koen De Sutter April 2010

3

contact April 2009

4

Abattoir fermé en het appèl op de zintuigen March 2010

5

Mieke Dobbels en Johan Heldenbergh maken sterk en toegankelijk muziektheater September 2009