Christophe Slagmuylder (Kunstenfestivaldesarts): ‘Messcherp maar gastvrij’

22/05/2012

Het Kunstenfestivaldesarts (KFDA) loopt nog tot en met zaterdag. Een tijdje voor de start interviewde ik algemeen en artistiek directeur Christophe Slagmuylder over de manier waarop het programma van zijn festival elk jaar vorm krijgt. Het artikel verscheen begin deze maand in Staalkaart.

Een proevertje.

Europa bevindt zich op een scharnier in zijn geschiedenis. Heeft het zijn beste tijd gehad? Of staat het op het punt zich drastisch te herpakken? Hoe bekijken kunstenaars van binnen en buiten Europa het continent, zijn interne relaties en die met andere delen van de wereld? Een dergelijk vragenpakket vormt de kern van het Kunstenfestivaldesarts (KFDA), editie 2012.

Algemeen en artistiek directeur Christophe Slagmuylder ziet het elke editie opnieuw gebeuren: uit een schijnbaar willekeurige eerste selectie voorstellingen, installaties, films, performances en andere kunstwerken komt stilaan een overkoepelend thema te voorschijn – een kapstok waaraan de organisatie het hele festival kan ophangen. Voor de editie van dit jaar was het meer dan duidelijk: het concept van een Europese eenheid, de situatie van Europa vandaag op sociaal-economisch en cultureel vlak en de rol die het continent speelt of zou moeten spelen in verhouding tot haar deelstaten en de rest van de wereld – dat bleek al snel dé rode draad door het programma van het kosmopolitische, multidisciplinaire stadsfestival te worden. In zo’n dertig producties – waarvan de helft wereldpremières – bieden Belgische en internationale kunstenaars hun visie op die rode draad. Zo willen ze in dialoog treden met het publiek. ‘Het Kunstenfestivaldesarts mikt dan ook op toeschouwers die hun eigen perspectief in vraag durven te stellen’, zegt Christophe Slagmuylder.

Als stukken van een puzzel
Maar hoe vormt zo’n lijn in een programma zich precies? Ontstaat ze uit een bewuste dan wel onbewuste zoektocht van de programmator naar kunstwerken die aansluiten bij wat hem dat jaar toevallig bezighoudt? Of komt ze te voorschijn uit een collectieve interessesfeer van de geselecteerde kunstenaars? ‘Het is moeilijk om daar heel precies de vinger op te leggen’, vindt Christophe Slagmuylder. ‘Volgens mij is het een combinatie van beide. Ik wil zeker niet te snel mijn eigen thema’s aandragen. Ik vind het belangrijk om vooral te luisteren naar de voorstellen en ideeën van de kunstenaars die mijn pad kruisen. Ik vergelijk het graag met een puzzel: je gaat uit van enkele losse stukken, maar naarmate je die stukken begint samen te leggen, vormen zich bepaalde beelden die de rest van het programma dan wel in een specifieke richting sturen. Ik zie het als de taak van de programmator om zulke beelden te versterken. Zeker het laatste tiental producties wegen we daar heel duidelijk tegen af. Ik probeer dus allerminst mijn eigen input op te dringen, maar selecteren blijft een subjectief proces. Ik kies een werk omdat het me aanspreekt, omdat het thema me boeit. Maar ik fungeer niet louter als een radar die interessante projecten detecteert. Ik ben ook een gesprekspartner voor de kunstenaars, dus een en ander komt wel degelijk voort uit die ontmoetingen.’

Wie, wat en vooral waarom
De interactie met kunstenaars uit alle windstreken is wat Christophe Slagmuylder het meest aanspreekt in zijn job. ‘Zelfs al ben ik algemeen directeur van het festival, ik voel me toch vooral een artistiek iemand. Ik praat liever met kunstenaars dan met politici, bijvoorbeeld, dat is duidelijk. Ik beleef enorm veel plezier aan die uitwisseling van ideeën en visies.’ Slagmuylder ziet per jaar zo’n 300 voorstellingen en nog heeft hij soms het gevoel dat hij veel mist. ‘Het aanbod is de laatste tien jaar enorm geworden’, vertelt hij. ‘In het begin van het Kunstenfestivaldesarts (het is in 2012 aan zijn 17de editie toe, red.) was het nog vrij uitzonderlijk om hedendaagse kunsten uit China of Brazilië te kunnen tonen. Vandaag vind je in onze hoofdstad sowieso al een veel meer internationaal getint aanbod. Je moet als programmator dus op zoek blijven naar de eigenheid van je festival. Die moet je continu in vraag blijven stellen. Het volstaat lang niet meer om ‘iemand’ uit China op het programma te zetten. Nee, je moet uitleggen waarom uit China, waarom die persoon en waarom dat werk. Op die manier moeten we ons werk bij het KFDA blijven verfijnen.’ Tegelijk vindt hij het belangrijk om, ondanks de grote hoeveelheid producties die zich aandienen, altijd fris te blijven. ‘Het gebeurt al eens dat je enkele maanden na elkaar niets ziet wat je van je sokken blaast, maar ook dan moet je ervoor zorgen dat je je nieuwsgierigheid behoudt. Je weet dat een voorstelling kan vallen of staan met hoe je je op een dag voelt, maar daardoor mag je je niet te hard laten beïnvloeden. We zijn erg veeleisend voor wat we zien, maar we moeten zo mogelijk nog veeleisender zijn voor onszelf.’

Lees de rest van het artikel in Staalkaart, mei-juni 2012.

www.kfda.be

Advertenties

Marleen Coppens, Beste Boekenjuf 2012: ‘Alles begint met lezen’

15/05/2012

Juf Marleen van basisschool Regina Caeli in Dilbeek is uitgeroepen tot Beste Boekenjuf van het jaar. Haar boekenklas is gezellig ingericht met fauteuils, prenten en vooral veel letters en papier. We nemen plaats te midden van al dat fraais en praten over boeken, boeken, boeken.

Je kunt misschien niet van alle kinderen onvervalste leesbeesten maken, maar je kunt de boekenmicrobe toch wel héél besmettelijk maken, vindt Marleen Coppens. ‘Je moet gewoon het juiste boek vinden voor het juiste kind.’ Gulzige lezers kun je snel plezieren, maar er zijn ook leerlingen die het niet zo op letters begrepen hebben. Het is de taak van een boekenjuf of boekenmeester om ook hen over de streep te krijgen. ‘Daarom werk ik veel met prentenboeken, zelfs nog in het zesde leerjaar’, legt juf Marleen uit. Wie denkt dat prentenboeken er alleen zijn voor de allerkleinsten, heeft het grondig mis. Enthousiast haalt Marleen Coppens boek na boek te voorschijn dat het tegendeel bewijst. Ze wappert heen en weer met 31 dozen van Cécile Boyer. Het boek bevat afbeeldingen van 31 heel verschillende dozen: grote, kleine, ronde, rechthoekige… Op de volgende bladzijde staat telkens een mogelijke inhoud getekend en een prikkelende, niet-letterlijke omschrijving ervan in woorden. ‘Met zo’n boek zet je de verbeelding aan het werk. Lagereschoolkinderen zullen het niet snel uit de bibliotheek halen, maar net daarom werk ik graag met zulke boeken: ik wil dat mijn leerlingen de meest uiteenlopende genres en soorten leren kennen.’

Andere boeken zetten een specifiek probleem in de verf en zijn bijzonder geschikt om de kinderen aan het denken te zetten, hen te helpen een eigen mening te vormen en te verwoorden. Juf Marleen duikt opnieuw in haar kast. Ze diept er Koning en koning van Linda de Haan uit op. ‘De koningin wil ermee stoppen en dus spoort ze haar zoon aan om te trouwen’, vertelt Marleen Coppens. ‘Ze laat een hele reeks prinsessen opdraven, maar geen ervan vindt de prins leuk. Tot de laatste prinses met haar broer aan komt kloppen en de prins halsoverkop verliefd wordt… op de andere jongen. Het is een schitterend boek om het thema homoseksualiteit op een speelse manier aan te snijden.’ Er komen nog hopen boeken op tafel: over vooroordelen, over pesten, prachtig vormgegeven exemplaren, boeken met originele tekeningen en verhalen die bijblijven, boeken om te koesteren en boeken die je maar wat graag cadeau zou doen aan iemand die houdt van mooie dingen. De liefde van juf Marleen voor haar bibliotheek is aanstekelijk en de ouders van haar leerlingen zullen het geweten hebben. ‘Ik hoor geregeld van een moeder of vader dat een bezoek aan de bibliotheek nu geregeld in de gezinsplanning wordt opgenomen, omdat de kinderen per se een boek willen van een auteur die we in de klas behandeld hebben. En dat is natuurlijk mijn bedoeling!’

Lees meer in RandKrant mei 2012