‘Je voelt de stemming van het publiek in je rug’

10/09/2012

Deze maand in RandKrant: dirigent Eric Lederhandler. Met zijn kamerorkest Nuove musiche heeft hij momenteel de handen vol. De muzikanten zijn onder meer in de weer met de zomeropera Les contes d’Hoffmann, van Jacques Offenbach. Die brengen ze in openlucht in de tuinen van de kastelen van Ooidonk, Luik en Terhulpen.Een fijne man, een fijn gesprek, een fragment.

Nuove musiche bestaat 20 jaar en speelt gemiddeld 20 à 30 concerten per jaar, in binnen- en buitenland. ‘Dat is lang niet slecht’, bevestigt Eric Lederhandler, ‘zeker niet in tijden van crisis.’ Hij richtte Nuove musiche destijds in de eerste plaats op om zichzelf meer speelkansen te geven. ‘Voor jonge dirigenten is het niet vanzelfsprekend om hun weg te vinden in de muziekwereld. Nuove musiche zorgde ervoor dat ik die broodnodige ervaring kon opdoen.’ Daarnaast is Eric Lederhandler ook muziekdirecteur bij een symfonisch orkest in het Chinese Nanking. ‘Ik verblijf jaarlijks een zeven weken in China. Ik ben er verantwoordelijk voor een deel van het muzikale programma. In de praktijk gaat het om zo’n tien concerten per jaar met Westerse klassieke muziek. Het is mijn taak om orkest én publiek meer met componisten zoals Debussy en Ravel in contact te brengen. Ze kennen er uiteraard allemaal Mozart en Beethoven en de klassieke orkesten nemen vaak werk van Russische componisten op het repertoire, maar Franse klassieke muziek is er nagenoeg onbekend.’ Eric Lederhandler beschouwt het als een eer om als eerste Europese dirigent een dergelijke functie te mogen uitoefenen. Hij brengt immers graag kennis over, zowel aan conservatoriumstudenten, muzikanten als publiek. ‘Ik geef graag les in conservatoria en doe dat trouwens ook geregeld in China. Ik vind het ontzettend belangrijk om met jonge muzikanten samen te werken: zij zijn de toekomst van de muziek. Het is cruciaal om in hen te investeren. Ik blijf dus graag een week langer ter plaatse als ik er dan ergens een doceeropdracht bij kan nemen.’ Hetzelfde geldt voor de muziekliefhebber. ‘Ik vind het een uitdaging om het publiek op te voeden in klassieke muziek’, zegt hij. ‘In China is er wat dat betreft nog wat werk aan de winkel. In België gebeurt het ook wel dat er een gsm begint te rinkelen, maar het valt niet heel vaak voor. In China wordt een concert soms te erg gestoord: niet alleen door gsm’s, maar bijvoorbeeld ook door mensen die hun kinderen laten babbelen of rondlopen. Je moet mensen die niet thuis zijn in klassieke muziek leren wat een klassiek concert inhoudt en hoe je je er moet gedragen. Zulke dingen vragen tijd, maar ik vind die menselijke kant een integraal onderdeel van mijn job.’

(…)

De intellectuele kant van muziek
Eric Lederhandler besliste als kleine jongen dat hij van muziek zijn beroep wilde maken. ‘Ik kan me niet herinneren dat ik ooit iets anders hebben willen doen’, vertelt hij. ‘Als kind wilde ik muzikant worden. Maar toen ik 15-16 jaar oud werd, besefte ik dat mijn talent als instrumentalist niet groot genoeg was. De meer intellectuele kant van de muziek lag me veel beter en zo ben ik in de richting van het dirigeren geëvolueerd.’
Heel vanzelfsprekend lijkt die keuze anders niet, voor de zoon van een zakenman. ‘Mijn ouders waren geen muzikanten, dat klopt’, legt hij uit. ‘Maar toch ben ik in een muzikale sfeer opgegroeid. Mijn moeder hield erg van muziek. De radio stond bij ons thuis altijd op een klassieke post. Toen ik 8 was, vond mijn moeder dat ik maar best wat piano kon leren spelen en zo is het gradueel gegroeid. Mijn ouders hebben me altijd gesteund in mijn keuze en doen dat nu nog, hoewel ik nu al 47 ben en mijn weg gevonden heb. Ik ben er hen erg dankbaar voor.’

www.ericlederhandler.eu
www.randkrant.be

Advertenties

‘Er moet iets te veroveren zijn’

09/09/2012

Piet Arfeuille is een van de theatermakers die al heel lang op mijn lijstje met graag-te-interviewen-personen stond. Ik strikte hem voor een gesprek over zijn nieuwe seizoen. Niet alleen bij Malpertuis, het Tieltse gezelschap waarvan hij artistiek leider is, regisseert hij een goed gevuld programma bij elkaar. Hij gaat ook enkele coproducties aan en geeft kansen aan jonge makers.

As usual, een fragment uit het artikel. De volledige tekst kun je lezen in het huidige nummer van Staalkaart.

Zijn eigen werk herkauwen is het laatste wat Piet Arfeuille wil doen. De regisseur en artistiek leider van het Tieltse theater Malpertuis nodigt in elke productie nieuwe, graag zelfs dwarse elementen uit. ‘Er moet iets te veroveren zijn.’ Dat zit wel goed met O mio core, een voorstelling die hij maakt in coproductie met muziektheater Transparant. Drie opera’s van Francesco Cavalli passeren de revue. In concertvorm. Arfeuille creëert het scènebeeld.

‘Aanvankelijk had Guy Coolen van Transparant een piepklein budget om naast de concertante versie van O mio core ook een podiumversie te maken, en meer bepaald: een scènebeeld. Bijna schroomvallig vroeg hij me of ik daarvoor wou zorgen’, vertelt Piet Arfeuille. Hij vond het een wat gekke vraag: bedenkt een regisseur doorgaans niet een visie op een stuk die hij dan aan een decorontwerper voorlegt? ‘Maar het project paste prima in mijn parcours. Ik ben namelijk sowieso aan het zoeken naar interessante mogelijkheden om muziek en beeld te combineren. O mio core leent zich daar perfect toe, vond ik. Daarom heb ik Bart Clement erbij gehaald, die erg bedreven is in grote scènebeelden ontwerpen. En zo zijn we dan samen aan de slag gegaan.’

(…)

Uitspraken over deze tijd
O mio core gaat op 13 september in première in de Bijloke in Gent. Een week later geeft de voorstelling het startschot van alweer een goed gevuld Malpertuis-seizoen. De tweede op het programma is Recht zal zijn wat ik zeg!. ‘Die is gebaseerd op een oude Griekse rechtszaak en handelt over populisme en favoritisme in de politiek.’ De jonge acteurs Thomas Janssens en Matthias Meersman maakten de eerste versie van de voorstelling voor het Icarus Todayfestival in 2011. ‘Ik vond ze zo interessant dat we ze opnieuw op de rol zetten. We gaan er nog drie weken aan werken en dan gaan we ermee de boer op.’
Eind november gaat Light as a Feather, Green as an Apple in première op het Nextfestival in Buda, Kortrijk. Het is een duet van de Finse danser Veli Lehtovaara met de Portugese Maria Ferreira Silva, dat de christelijke iconografie als uitgangspunt neemt. ‘Voorts hebben we nog een tweede coproductie met het Mechelse ’t Arsenaal op stapel staan. Na Ingmar Bergmans Herftsonate, dat ik heb geregisseerd, doet Michael De Cock nu Verre vrienden, een komedie van Alan Ayckbourn. Er komt ook een samenwerking met Nicole Beutler. Tot slot doen we nog Kasimir en Karoline van Horvath, met tien West-Vlamingen, in het West-Vlaams.’

‘Ik vind het belangrijk dat ons materiaal zich verhoudt tot deze tijd’, zegt Piet Arfeuille. ‘Voor optimisten leven we in een spannende tijd, voor pessimisten in een gevaarlijke. In elk geval is er veel aan de hand. Theater is het zichzelf verplicht om daarover uitspraken te doen. Zo gaan we in de toekomst bijvoorbeeld ook Vijand van het volk van Ibsen doen. Dat handelt over het gevaar van populisme en de onderbuikpolitiek van rechts. Actueler kan haast niet. Zoals Jaap Kruithof zei, hebben we nood aan een links alternatief. Links zal immers pas weer op de kaart komen wanneer het zich zal bezighouden met de echt grote wereldproblemen. Ik hou dus in de gaten of zulke thema’s ook wel degelijk aan bod komen in ons programma. We willen en mogen niet wereldvreemd zijn. Het komende seizoen zullen we het onder meer hebben over religie, over politiek en populisme, over geld en de financiële crisis. En met O mio core ook over schoonheid.’

(…)

Lesgeven
Piet Arfeuilles artistieke gevoeligheid kiemde toen hij als jongen naar de muziekschool trok. Notenleer, piano en koorzang – daarmee is het allemaal begonnen. ‘Even zag het ernaar uit dat ik zou doorgaan in de muziek’, vertelt hij. ‘Maar toen ik begon te puberen, had ik nergens meer zin in, al helemaal niet in een pianolerares die almaar je nagels wou knippen, dus daar eindigde mijn pianocarrière.’ Na de middelbare school studeerde Piet Arfeuille Germaanse talen en via die studie rolde hij het onderwijs in. ‘Ik heb een jaar of vier lesgegeven. Intussen regisseerde ik al amateurs en op een gegeven ogenblik ontstond de behoefte om me professioneel te scholen. Dus ben ik op mijn 28ste naar de toneelschool van Maastricht getrokken. Op die leeftijd kun je niet meer op je ouders terugvallen om je studie te betalen, en ik had pas een huis gekocht. De deeltijdse opleiding in Maastricht paste dus beter in mijn kraam. Na twee jaar ben ik dan wel overgeschakeld op het voltijdse regime. Dat lukte als ik in de zomer keihard werkte.’ Na een omweg als acteur bij Hollandia, waar Johan Simons toen de plak zwaaide, kwam Arfeuille dan eindelijk terecht waar hij wilde zijn. ‘Een van mijn docenten zei ooit: Je kunt maar in één ding echt goed zijn. Dat vond ik nog niet zo dom klinken en hoewel ze me in Maastricht een begenadigd acteur vonden, heb ik me dus in regie gespecialiseerd.’

Als twintiger zag Arfeuille zich niet tot aan zijn pensioen in het onderwijs staan. ‘Nochtans gaf ik graag les en stortte ik me er volledig in. Maar de drang om meer in de artistieke sector te kunnen doen, overwon. Ik was bang dat ik op een gegeven moment op mijn honger zou blijven zitten, als ik leraar bleef. Gek genoeg trek ik die gedachte nu ik ouder word een beetje in twijfel. In feite is lesgeven een heel mooi beroep. Het woord alleen al: les-geven. Je geeft iets door aan een volgende generatie en dat voel je terwijl je ermee bezig bent. Ik geef nu geregeld les aan de toneelschool en zou dat voor geen geld ter wereld willen missen.’

O mio core: première op 13 september, 20 uur, Bijloke Gent.

www.malpertuis.be
www.transparant.be


Een kasteel vol zotte muizen

08/09/2012

Als mijn kroost al ietsje ouder was geweest, had ik het wel geweten afgelopen zomervakantie. Het kasteel van Gaasbeek heeft sinds april een superleuke audiotour voor families met kinderen vanaf 6 jaar. Ik schreef er een artikel over voor RandKrant.

Fragmentje.

Het kasteel van Gaasbeek is een muizenparadijs: al die meubels, al die kamers, die heerlijke lambriseringen! In de gloednieuwe audiotour voor families volg je muis Arnoldus XV en zijn zoon Arnoldus XVI door het hele kasteel. Je ontmoet er hun vrienden, familieleden en kennissen, maar steekt ook heel wat op over al wat er in het kasteel te zien valt.

Leen Renders van het Antwerpse productiehuis ‘Het Geluidshuis’ schreef samen met Koen Brandt het scenario voor de audiotour. ‘Van het kasteel van Gaasbeek kregen we zo goed als carte blanche’, vertelt ze. ‘Het moest een verhaal worden dat geschikt was voor kinderen en er moest voldoende informatie over het kasteel en zijn geschiedenis in zitten. Voor de rest mochten we onze verbeelding de vrije loop laten.’

(…)

Muis Arnoldus XV (stem van Vic De Wachter) is zijn leven lang portier geweest in het kasteel van Gaasbeek. Hij kent er elk hoekje en gaatje op zijn duimpje. Vandaag geeft hij de fakkel echter door aan zijn zoon, Arnoldus XVI (Nico Sturm). Die laatste moet wel nog een examen afleggen voor hij de portierspet van zijn vader over mag nemen. ‘In elke kamer moet de jonge Arnoldus een vraag beantwoorden en hij mag maximaal drie foute antwoorden geven’, legt Leen Renders uit. Ze kwam op het idee voor haar personages na een eerste bezoek aan het kasteel. ‘Zo’n groot kasteel moet een paradijs zijn voor muizen – zoveel plekjes waar ze zich kunnen verstoppen, waar ze kunnen wonen… Ik heb ook alle kamers bekeken vanuit het perspectief van een muis. Een bad is voor een muis geen bad, daarvoor is zo’n beestje veel te klein. Ik vroeg me dan af wat het wél zou kunnen zijn.’ Zo vindt de familie de la Petite Commission dat ze in het mooiste huis van het hele kasteel woont: wie anders heeft er zo’n mooie woning met een dakterras en een zwembad?’


Uitje naar het domein van globale intelligentie

07/09/2012

De afgelopen maanden heb ik mijn blog opnieuw zwaar verwaarloosd. Ik doe geen beloftes, ik maak geen goede voornemens. Ik doe gewoon een late update.

In het voorjaar interviewde ik onderzoeksprofessor Francis Heylighen (VUB). Het is vaak interessant om je eigen grenzen te verleggen en de platgetreden paden te verlaten. Heylighen nam me mee naar het me tot dan toe volstrekt onbekende domein van de cybernetica en zijn onderzoek naar globale intelligentie.

Een stukje.

Momenteel is Francis Heylighen directeur van het Global Brain Institute aan de VUB en doet hij dus hoofdzakelijk onderzoek naar het zogenaamde global brain – het wereldwijde brein. Dat globale brein is nog voor een groot deel toekomstmuziek, maar het is in de maak. Het zal, meer bepaald, te voorschijn komen uit het internet. ‘Het globale brein omvat een besturingsvorm die een niveau hoger staat dan wat we nu kennen. We kennen het niveau van individuen, van organisaties, in het beste geval van landen. Globale intelligentie speelt zich af op wereldniveau.’ Niet dat het Instituut een soort centrale wereldregering voorspelt. Dat zou alles veel te ingewikkeld maken. ‘Wat via het internet wel aan het ontstaan is’, legt Francis Heylighen uit, ‘is een gedistribueerde organisatievorm, dus een organisatievorm die niet gecentraliseerd is in een persoon of een groep, zoals bijvoorbeeld een regering. Een gedistribueerde organisatievorm bevat duizenden, misschien miljoenen mensen die allemaal een steentje bijdragen, maar van wie er geen enkele de controle heeft.’ Zo’n organisatievorm is niet nieuw. Kijk naar een simpele mierenhoop. ‘De koningin in een mierennest geeft geen bevelen, heeft geen regering, geen raad van bestuur. Ze legt alleen eieren. De andere mieren organiseren zichzelf. Ze vinden de weg naar hun voedselbronnen via geursporen die de mieren uitzetten. Een sterk geurspoor leidt naar een grotere voedselbron. Bronnen die uitgeput raken, verliezen hun geurspoor.’ En waar zit dan precies de vergelijking met het internet? De principes zijn hetzelfde, legt Francis Heylighen uit. ‘Op internet verschijnen continu nieuwe websites, waarvan het overgrote deel na een tijd vergeten wordt. Af en toe is er een, zoals Google, Facebook of Wikipedia, die echt doorbreekt en die iedereen begint te gebruiken. Vroeg of laat zullen die grote spelers moeten samenwerken, omdat de gebruikers een zo vlot mogelijke communicatie tussen hun websites verwachten. De vraag is welk type coördinatie daar kan ontstaan. En met zulke vragen zijn mijn onderzoekers en ik bezig.’
Wikipedia blijkt een uitstekend medium om het ontstaan van globale intelligentie mee uit te leggen. Als iemand 20 jaar geleden had voorspeld dat er een encyclopedie zou ontstaan, die puur en alleen wordt geschreven door gebruikers, zou wellicht niemand het geloofd hebben. En kijk: vandaag is Wikipedia de meest geraadpleegde encyclopedie ter wereld. ‘Mensen beginnen spontaan te schrijven, corrigeren elkaar en vullen elkaar aan. Dat systeem werkt verbazend goed en loopt volledig parallel aan dat in een mierennest. Dat is het principe van de stigmergie’, zegt Francis Heylighen. ‘Het laat toe om een groot aantal individuen efficiënt te organiseren zonder gecentraliseerde supervisie, zonder baas, dus, die zegt wie wat moet doen.’

Meer? www.randkrant.be (een gloednieuwe website!)