Els Beerten: ‘Het vorige boek loslaten, is altijd moeilijk’

10/06/2013

Auteur Els Beerten won in maart (2013) de Vlaamse Cultuurprijs voor Jeugdliteratuur met haar roman Allemaal willen we de hemel. Ik interviewde haar voor Staalkaart. Het was een inspirerend gesprek over boeken, schrijven, talent, discipline en passie voor wat je doet. Een fragment.

Zolang ze zich kan herinneren, is Els Beerten al verhalen aan het vertellen. Altijd, overal, tegen iedereen die het horen wil. Haar ouders stuurden haar naar school toen ze amper twee was. ‘Jij wilde zoveel weten, Els’, zei haar moeder. ‘Je wilde zoveel horen, zoveel zelf vertellen, maar ik had je alles al verteld wat ik kon bedenken, dus hebben we je naar school laten gaan in de hoop dat je daar nieuwe verhalen zou vinden.’ Dat trof. Een dag in de eerste kleuterklas begon steevast met een verhaal dat de kleuters achteraf mochten uitbeelden. De kleine Els Beerten had haar plek gevonden. Zodra ze kon schrijven, ging ze ook op papier aan de slag met de werkelijkheid. En dat ze talent had, begon ze te vermoeden toen ze in het vierde leerjaar zat. ‘Ik was een heel enthousiast kind’, zegt ze. ‘Ik kon niet stilzitten, babbelde voortdurend en stak bij elke vraag mijn vinger in de lucht.’ De juf van dat jaar kon daar blijkbaar niet goed mee om, dus Els vloog vaker dan haar lief was in de ezelsbank. ‘Dat vond ik erg, want je werd er compleet genegeerd. Op een zekere dag was ik diepongelukkig en ik begon te schrijven. Ik kan het verhaal nog altijd van A tot Z navertellen’, zegt ze. ‘Het was heel wensvervullend, met happy ever after en alles erop en eraan. Maar ik herinner me nog goed hoe gelukkig ik was terwijl ik schreef.’ De schrik sloeg haar dan ook om het hart toen de juf merkte wat ze aan het doen was en vroeg om het te lezen. ‘Ik kon niet anders dan het afgeven, want zij was de juf, maar ik was echt bang dat mijn einde naderde en dat ze me helemaal belachelijk zou maken voor de klas.’ Maar de juf vond het verhaal mooi. ‘We hebben een echte schrijfster in de klas’, zei ze. Els mocht haar werkje voorlezen en moest daarna naar de directrice om het ook daar te laten lezen. ‘Ik was nog zo klein en de directrice was een grote non met een imposante kap voor wie ik enorm ontzag had. Ook zij was positief. Onbewust had ik toen door dat er iets in mij schuilde waarmee ik mensen voor wie ik bang was, blij kon maken.’

www.elsbeerten.com
Je vindt het volledige artikel in Staalkaart 20.

Advertenties