Sigrid en Hugo Bousset: “In slaap vallen op het ritme van de typemachine”

31/03/2015

In een tamelijk ver verleden liep ik stage bij DW B, het oudste Vlaamse literaire tijdschrift. Ik zat in mijn eerste licentie Germaanse talen in Leuven en nam deel aan een experiment met stages aan de universiteit. Omdat ik toen al vond dat stages een bijzonder waardevolle aanvulling op het academische curriculum zouden kunnen zijn, was ik er als de kippen bij om me kandidaat te stellen voor één van de vier (4!) plaatsen die dat eerste jaar beschikbaar waren.

Ik mocht bij DW B aan de slag. In de loop van mijn licentiejaren (1998-2000) liep ik elke week een voormiddag mee op het redactiesecretariaat van het tijdschrift. Het werd mijn eerste werkervaring en de weinige voeling die ik tijdens mijn studies met het werkveld kreeg, heb ik daar opgedaan. Ik leerde er hoe een tijdschrift gemaakt wordt, hoe coördinatie en eindredactie in hun werk gaan enzovoort. Het meest keek ik misschien nog uit naar de tweemaandelijkse redactievergaderingen, waar de volgende nummers kiem schoten. Daar ontmoette ik hoofdredacteur Hugo Bousset, die DW B nu al meer dan 20 jaar in goede banen leidt en er nauw op toeziet dat het oude blad met zijn tijd blijft meegaan.

Na zoveel jaren hebben onze paden elkaar nog een keer gekruist. Ik interviewde Hugo en zijn dochter Sigrid (ex-directeur Passa-Porta, ex-kabinet Sven Gatz, vanaf 1 april 2015 coördinator van Writers Unlimited in Den Haag en medewerker van Jan Fabre). Het was een heel fijn dubbelinterview. Uiteraard, want het ademde literatuur.

(c) Filip Claessens

Een fragment.

Het leven van vader en dochter Hugo en Sigrid Bousset is doordrongen van literatuur. Ze raakten beiden als kind besmet met een chronische vorm van het leesvirus en speelden dat nooit meer kwijt. “We willen ons enthousiasme voor literatuur aan anderen doorgeven.”

Het hoeft er soms maar één te zijn: het juiste boek op de juiste plek en je bent vertrokken. Vervelen zul je je nooit meer, want je hebt altijd verhalen tot je beschikking: reisjes in je hoofd. Hugo Bousset: “De grote jeugdliteratuur zoals we die vandaag kennen met schrijvers zoals Bart Moeyaert of Anne Provoost bestond in mijn kindertijd nog niet, dus we waren verplicht om vroeg over te stappen op literatuur voor volwassenen. Ik las als bezeten, ik las alles, en ik deed dat heel aandachtig. Stijn Streuvels, Herman Teirlinck, maar ook Dostojevski, Tolstoj, Strindberg… Mijn moeder had een oom die over literatuur schreef. Hij zat in die typische onderwijzerscultuur van het eind van de 19de eeuw. In een periode dat veel Vlamingen nog analfabeet waren, wilde hij de mensen ervan overtuigen dat het Nederlands wél een taal was die geschikt was om literatuur in te maken. Die drang om dingen met enthousiasme door te geven aan anderen, opdat ze bij wijze van spreken naar de boekhandel zouden rennen om de boeken die je aanraadt zelf te kunnen lezen, die heb ik ook.”

Elke zondag 5 boeken
Sigrid Bousset beaamt wat haar vader zegt met een knik. Bij Passa Porta heeft ze jaren aan een stuk precies dat gedaan. Hugo Bousset deed het door les te geven, over literatuur te schrijven of erover te praten op radio en tv. Zij droeg haar geestdrift over door internationale auteurs uit te nodigen en mensen te laten luisteren naar wat die te vertellen hadden. Ook Sigrid heeft de liefde voor boeken en literatuur ingelepeld gekregen. “Elke zondagochtend gingen we naar de bibliotheek en daar mocht ik vijf boeken kiezen. Zo heb ik het hele aanbod jeugdliteratuur gelezen: alle Thea Beckmans, alle Jan Terlouws… Elk vrij moment zat ik te lezen. Ik verveelde me nooit.” Boeken lezen was de logica zelve. Ze had het nooit anders gezien. “Mijn vader zat vaak thuis aan zijn artikels te schrijven. Tot ik 7 was, woonden we in Strombeek op een appartement en daar stond zijn bureau in de kamer waar mijn broer en ik sliepen. Als het bedtijd was voor ons, was hij nog lang niet klaar met schrijven en dus vielen wij geregeld in slaap op het ritme van zijn typemachine.”

Lees het volledige artikel hier (blader naar pagina’s 10-11-12).

Advertenties

Dirigent Bart Van Reyn: “Mijn leven is een speeltuin”

16/03/2015

Op zijn achttiende vroeg Bart Van Reyn zich af of hij Rechten zou studeren of toch maar iets met muziek zou gaan doen. Het leek hem een keuze tussen het veilige pad en de gewaagdere sprong. “Ik besloot de sprong te wagen. Je leeft tenslotte maar één keer”, zegt hij. Vandaag is hij dirigent van zijn eigen ensemble Octopus (kamerkoor en symfonisch koor), én zijn eigen orkest, Le Concert d’Anvers. Daarenboven richtte hij met regisseur Korneel Hamers het succesvolle reisoperagezelschap The Ministry of Operatic Affairs op. Als gastdirigent werkt hij met topensembles als BBC Singers, Nederlands Kamerkoor, Vlaams Radio Koor en Collegium Vocale Gent. Hij wil zich vooral niet specialiseren: “Ik hou van de afwisseling tussen koor, orkest, opera, a capella en oratorium. Mijn weken kleuren altijd anders.”

Ik interviewde dirigent Bart Van Reyn voor mijn reeks Kanttekening (Kunstenloket).

Lees het volledige artikel en win vrijkaarten voor de Matthäus-Passion van Bach, op 21 maart in deSingel.