Jeroen Lemaitre (Animaux spéciaux): “Je moet ambassadeur worden van je werk”

27/10/2015

Jeroen Lemaitre maakt treasures: opgezette insecten en andere dieren plaatst hij in een kunstige context, zoals onder een stolp of in een lijst tussen twee raampjes. Aankleding en compositie zetten hun natuurlijke schoonheid in de verf. Groene of gouden kevers, natuurlijk blauwe bijen, exotische vlinders… Ze hebben geen opsmuk nodig om mooi te zijn. Ze moeten enkel de blik van de toeschouwer trekken en vasthouden. Daarvoor zorgt Lemaitre. In de Mechelsestraat in Leuven opende hij recent zijn Wunderkammer, een winkel annex atelier waar bezoekers mogen binnenlopen om hem aan het werk te zien, zijn treasures te bewonderen en te kopen, zijn fantasiewereld te beleven. “Wat ik doe maakt veel los in mensen. Ik geef ze een tik en haal ze zo even uit de sleur van het dagelijks leven.”

Animaux Spéciaux

Animaux Spéciaux

“Het is ongelooflijk tof om van de platgetreden paden af te stappen en te beginnen ondernemen. Je bent naïef, je hebt een doel voor ogen en je krijgt de vrijheid om te doen wat je echt graag wil. Tegelijk is het natuurlijk heel akelig om de stap te zetten, want niemand houdt je handje vast. Je moet heel veel zelf ontdekken. Financieel ben ik puur gestart met mijn eigen bescheiden spaargeld – dus echt het geld dat ik als kind voor Kerstmis heb gekregen en zo. Geleend heb ik niet. Zoiets kan natuurlijk alleen als je je vaste kosten zo laag mogelijk houdt. Ik huur voorlopig bijvoorbeeld een studio-atelier in mijn ouderlijk huis voor 150 euro. Mijn webshop huur ik bij een Amerikaans bedrijf voor 20 euro per maand. Ik was in het begin heel voorzichtig met mijn kleine kapitaal. Ik deed alleen minieme aankopen, maakte objecten, verkocht ze, betaalde belasting en sociale zekerheid, en wat dan nog overbleef, investeerde ik opnieuw in mijn werk. Gemakkelijk was het niet. De huur voor een – nog altijd vrij goedkoop – pand zoals ik nu heb, kon ik me dat eerste jaar niet permitteren. Ik heb wel het geluk gehad dat ik de uitbaatster van kledingzaak Profiel in Leuven tegenkwam. Ze was meteen gefascineerd door mijn werk en bood me gratis een ruimte boven haar winkel aan: daar heb ik een aantal maanden mijn treasures verkocht. Haar heb ik trouwens ontmoet terwijl ik met mijn kraampje op een brocantemarktje stond. Dit is een tip die ik andere starters wil geven: zorg dat je werk op zoveel mogelijk plaatsen aanwezig is. Ik heb op markten en beurzen gestaan, ben naar winkels toe gestapt en hebt met ontzettend veel mensen gepraat. Je moet er alles aan doen om zichtbaar te worden en mensen een zaadje in het hoofd te planten, zodat ze meteen aan jou denken als ze een week later voor iemand een origineel cadeau willen kopen. Je moet ambassadeur worden van je werk.”

Lees meer op www.kunstenloket.be

Artikel uit de reeks Kanttekening voor Kunstenloket: het Kunstenloket krijgt creatieve geesten van alle mogelijke pluimage over de vloer en aan de telefoon. Allemaal hebben ze hun eigen vragen, allemaal volgen ze hun eigen parcours. In deze reeks plaatsen ze kanttekeningen bij het kunstenaarsbestaan. Wat drijft hen? Wat liep vlot voor ze en wat zorgde voor een worsteling? Waar overweegt de kunst en waar het ondernemerschap?

Advertenties

Componist Bram Van Camp: “Muziek is voor mij nooit een achtergrondgeluid”

15/10/2015

Componist van hedendaagse muziek Bram Van Camp had als kleine jongen twee cassettespelers in huis. Ging daar een bandje met klassieke muziek in, dan hoorde hij meteen een verschil. “De ene speelde een tikje trager, en dus klonk hij lager dan de andere”, vertelt hij. “Wellicht heb ik zo ontdekt dat ik een absoluut gehoor heb, want ik was de enige in huis die dat opmerkte. Die moeten we niet hebben, dacht ik. Die klinkt verkeerd…

dezeIn het ouderlijk huis van Bram Van Camp werd veel gezongen en muziek gemaakt. “En toen ik 8 was, ben ik viool beginnen spelen”, vertelt hij. Al snel begon hij zelf stukjes muziek te schrijven. “Iedereen heeft al eens een melodietje dat hij niet uit zijn hoofd krijgt. Dat is vergelijkbaar met een componist die voor het eerst iets bedenkt: je hoort iets in je hoofd. Daar ga je dan mee verder. Je fantasie slaat op hol en het muziekstuk ontwikkelt zich langzaam maar zeker.” Het grote doel van componeren is om de muziek in je hoofd ook in realiteit te kunnen horen. “The proof of the pudding is in the eating: als ik een orkest mijn muziek hoor spelen, ben ik gelukkig. Hoewel zo’n uitvoering superspannend is voor een componist, bestaat er niets mooiers dan te merken dat muzikanten die je erg waardeert je muziek graag spelen en erin geloven.”

Absoluut versus relatief
Dankzij de kapotte cassettespeler ontdekte Bram van Camp hoe goed hij tonen kon horen en dat kwam van pas als hij viool speelde, maar verder stond hij er niet echt bij stil. “Pas toen ik op 18 naar het conservatorium trok, merkte ik dat niet al mijn medestudenten zo’n gehoor hadden. Voor een componist of muzikant is het natuurlijk erg handig om onmiddellijk een naam op een klank te kunnen plakken. Je hoort in een concertzaal een toon en je weet: het is een do of een mi. Maar ook de sirene van een ambulance herken je meteen als bijvoorbeeld een si en een sol. Als iemand met een stoel schuift, kan je er een toon op plakken. Zelfs als iemand een wind laat, kun je dat”, lacht hij. “Er zijn ook klanken zonder toon – de ruisklanken. Met een klap in de handen kan een absoluut hoorder bijvoorbeeld niets beginnen.”

Veel belangrijker voor een muzikant dan het absolute gehoor, is echter het relatieve. “Dat is de mogelijkheid om de relatie tussen tonen te herkennen. Je hoort een toon, weet niet welke het is, maar je hoort vervolgens een andere toon ernaast en weet dan wel dat ze samen een terts, een kwint of een kwart vormen. Dat gehoor kun je aanleren.” Er zijn muzikanten die zich zozeer op hun absolute gehoor beroepen, dat ze het relatieve verwaarlozen. “Zij zullen wellicht nooit grote muzikanten worden, want het relatieve gehoor is juist essentieel om de structuur van een muziekstuk te begrijpen.”

Volle aandacht
Veel mensen gebruiken muziek als behangpapier: de radio staat op, maar echt luisteren doen ze niet. Bij Bram Van Camp thuis gebeurt dat nooit. “Zodra ik muziek hoor, gaat al mijn aandacht ernaartoe. Muziek kan nooit zomaar een achtergrondgeluid zijn.” Vandaar dat stilte ook zo belangrijk voor hem is. “Als ik componeer, kan ik ’s avonds ook niet naar een concert gaan of zo. Ik zit zo diep in de muziek in mijn hoofd, dat ik mijn aandacht niet aan andere muziek kan geven. En als dat toch eens gebeurt, kost het me achteraf heel veel moeite om weer naar mijn eigen stuk te switchen.”

www.bramvancamp.com

Dit artikel verscheen eerder – en in lichtjes andere vorm – in Lapperre magazine. De foto is van fotograaf Filip Claessens.