Lieve Blancquaert: ‘Je leert de wereld op een heel bijzondere manier kennen’

02/12/2015

Twee jaar werkte fotografe Lieve Blancquaert aan Wedding day, de opvolger van het succesvolle Birth day. Ze reisde de wereld rond op zoek naar verhalen en naar het antwoord op haar ultieme vraag: wat betekent trouwen op al die verschillende plekken?


De televisiereeks van Wedding day loopt momenteel op Eén. Het gelijknamige boek ligt in de handel. Van januari tot maart trekt Lieve Blancquaert bovendien langs verscheidene culturele centra. ‘Daar heb ik de kans om mijn persoonlijke kijk op de reportages te geven’, vertelt ze. ‘In het boek en de tv-reeks blijf ik zoveel mogelijk de neutrale toeschouwer. In een theaterzaal hoeft dat niet. Ik geef vertel wat ik gevoeld heb bij de reportages, en geef er mijn mening over. Tijdens zo’n lezing kun je echt voluit gaan. Ik toon er ook beelden die ik zelf heel belangrijk vind, maar die om de een of andere reden toch niet in de televisiereeks pasten.’

Intriest
Elk verhaal dat ze tijdens de opnames hoorde en elke persoon die ze ontmoette, was op zijn eigen manier bijzonder. Er zijn dan ook veel mensen en dingen die de fotografe nog lang zullen bijblijven. Maar als er eentje uitspringt, dan zal het toch het Nepalese meisje Punam zijn. Ze wist niet precies hoe oud ze was, ze vermoedde ongeveer 15. Ze zou trouwen met een jongen van wie ze evenmin de leeftijd kende. ‘Hij zag er nog jonger uit dan zij’, zegt Lieve Blancquaert. ‘Punam wou echt niet trouwen. Ze voelde zich er niet klaar voor, maar ze had geen keuze. Haar ouders waren gestorven en in het huis van haar tante was geen plaats meer voor haar. Het was echt een intriest verhaal.’ De twee jonge mensen hadden elkaar nooit eerder ontmoet. Punam had enkel een fotootje van haar aanstaande echtgenoot. ‘Dat moet je je even inbeelden: je gaat trouwen met iemand van wie je nauwelijks weet hoe hij eruitziet, laat staan hoe hij spreekt en denkt. Het is een akelige gedachte, die voor ontzettend veel mensen realiteit is.’
De Nepalese kindhuwelijken waren voor Lieve een frappant fenomeen om bij te wonen. ‘Ik merkte dat die jongeren vaak totaal niet beseften wat hen te wachten stond. De meisjes wisten bijvoorbeeld niet hoe ze zwanger zouden worden.’ Als westerse, vrijgevochten vrouw kom je boordevol vooroordelen in zo’n situatie terecht, legt Blancquaert uit. Maar snel moest ze vaststellen dat je het niet redt met een opgeheven vinger. ‘Het zit zoveel complexer in elkaar dan je vermoedt’, zegt ze. ‘Die mensen zitten vast in hun tradities, in hun onwetendheid ook. Er heerst in de regio enorm veel analfabetisme en armoede. Je kunt dat allemaal niet oplossen in een vingerknip. Ik voelde me er totaal machteloos bij.’

Pure essentie
Lieve Blancquaert vertelt ook over Zaatari, een bomvol vluchtelingenkamp in Jordanië, op de grens met Syrië. Gemiddeld vinden er twee huwelijken per dag plaats. ‘In zo’n kamp staat de reden om te trouwen erg scherpgesteld. De mensen hebben er niets meer. Ze zijn hun thuis, hun geschiedenis, hun toekomst, soms hun hele familie kwijt. Elk mens geeft een reden nodig om te blijven bestaan en trouwen en kinderen krijgen is dan ook vaak de enige manier om te kunnen doorgaan met het leven. Dat heeft me erg ontroerd. Het huwelijk werd in Zaatari tot zijn pure essentie herleid. Voor veel mensen, vooral meisjes, betekende het ook echt overleven en veilig zijn. Er is niets gevaarlijkers dan als meisje in je eentje in zo’n vluchtelingenstroom onderweg te zijn: je wordt erg kwetsbaar voor mensenhandel en dergelijke. Het huwelijk wordt zo al snel de veiligste optie.’

Microscoop op een cultuur
Zomin als Birth day een project over bevallingen en blozende baby’s was, is Wedding day er eentje over trouwfeesten en witte jurken. ‘Ik gebruik die bepalende momenten in een leven om een andere cultuur in te stappen, er een microscoop op te leggen en te ontdekken wat er allemaal leeft. Om dat te doen, kijk je natuurlijk veel breder dan alleen dat ene koppel. De trouwers weten nog niet wat de toekomst zal brengen en daarom waren ze dikwijls niet de hoofdpersonen in mijn verhalen. Het kon de oma van de bruidegom zijn, de matchmaker, de wedding planner … Een goed verhaal kun je op de meest onverwachte plaatsen vinden. Ik ging bijvoorbeeld ook altijd op zoek naar personen die al 30, 40 of 50 jaar samen waren. Zo sprak ik in India met een superrijke oude man die vertelde dat hij al twee jaar met zijn vrouw getrouwd was toen hij verliefd op haar werd. En nu is de liefde er nog altijd, zei hij. Je valt telkens weer in nieuwe verhalen en zo leer je de wereld op een heel bijzondere manier kennen.’

Dit artikel verscheen eerder in RandKrant, december 2015.

Advertenties

Laatste kans op oogcontact van de eenzaamste soort – Het laboratorium van Spinvis

01/12/2015

Begin 2016 duikt Erik de Jong alias Spinvis de studio in om een nieuwe plaat op te nemen. Deze maand krijg je nog welgeteld één kans om hem aan het werk te zien met het lichtgevoelige muziekprogramma Oogcontact van de eenzaamste soort: op 17 december in CC Westrand, Dilbeek.

Verhaal zonder woorden
De bezetting is klein, de sfeer intiem. De liedjes werden uitgekleed tot op het bot en noot voor noot weer uitgedost voor het theaterpodium. Erik de Jong en Saartje Van Camp bedienen met zijn tweeën een batterij instrumenten, elektronica én het licht. ‘Met schaduw en licht maken we een hele wereld.’

‘Hiervóór hebben Saartje en ik een opera gemaakt met dans en koor, met veel mensen en grote budgetten. Dat was fijn om te doen, en er komen nog zulke megaprojecten, maar nu wilden we eerst even iets kleins maken, alleen met ons tweeën’, vertelt De Jong. ‘Al snel dachten we: we maken de muziek en de teksten zelf, laten we dan ook maar het licht in eigen handen nemen.’ Op het podium staan allerlei verschillende soorten lampen. Terwijl ze spelen, bedienen de muzikanten die zelf. Zo wordt het licht een instrument op zich. ‘Doorgaans is het publiek zich nauwelijks bewust van de werking van het licht’, vertelt hij. ‘Het lijkt allemaal automatisch te gaan. In deze show zie je twee mensen met lampen aan de gang. Dat vind ik altijd erg mooi om te zien: iemand die gewoon iets aan het doen is. En door wat we met het licht doen, tonen we het publiek hoe je de ander daarmee in de kijker kunt zetten of net helemaal kunt uitwissen. Het licht vertelt een verhaal zonder woorden.’
Saartje Van Camp: ‘We doen echt alles zelf op het podium. We zijn maar met zijn tweeën, dus we kunnen ook elk maar één instrument tegelijk bespelen. Daarom gebruiken we allerlei loops die we live op het podium opnemen en weer afspelen. Je ziet alles gebeuren: je bent er als toeschouwer echt helemaal bij.’
De Jong: ‘En je ziet ons vooral ook proberen, want als er eens iets misgaat, merk je dat ook meteen. Je bent dus voor één keer ooggetuige van een muzikaal laboratorium dat meestal gesloten blijft.’

Troost door herkenning
De titel van de theatershow is een zinnetje uit een nummer van Spinvis’ vorige album. ‘Die regel is een eigen leven gaan leiden’, vertelt hij. ‘Voor oogcontact heb je twee mensen nodig, en licht. Het veronderstelt contact: je moet iemand kennen of herkennen. Bij oogcontact van de eenzaamste soort herken je vooral elkaars eenzaamheid. Je kunt die eenzaamheid misschien niet opheffen, maar het herkennen op zich biedt een zekere troost. Dat is de leidende idee van de voorstelling geworden.’ Meer dan een vaststaand verhaal, draagt de voorstelling een levensgevoel uit, waarin vertrouwen tussen artiesten en publiek bovengemiddeld belangrijk is. ‘Ga maar zitten en vertrouw maar op wat we doen’, zegt De Jong. ‘Dat is het startpunt. Van daaruit nemen we het publiek mee in onze wereld.’

www.spinvis.nl
www.randkrant.be