Filmmaker Rachida El Garani: ‘Een goed verhaal kruipt in mijn hoofd’

18/04/2016

Op 36 trok ze naar de filmschool. Vier jaar later stond haar film Into darkness op het grootste Europese documentairefestival en won ze de prestigieuze VAF Wildcard. ‘Het is nooit te laat om je dromen na te jagen.’

(c) Filip ClaessensRachida El Garani woont in Zaventem, maar groeide op in Genk. Haar vader was in de jaren 60 als mijnwerker naar België gekomen, altijd met het idee om ooit naar Marokko terug te keren. Dat nooit uitgevoerde plan van de vader zat de droom van de dochter in de weg. ‘Ik wou studeren, maar mijn vader dacht dat een beroepsopleiding me in Marokko beter van pas zou komen.’ Stiekem schreef ze zich toch in voor het ASO-onderwijs. Enkele maanden ging dat goed, tot haar vader erachter kwam en haar stante pede naar het BSO verhuisde. ‘Dat heeft me toen erg geraakt’, zegt El Garani. Op 18 jaar vond ze in Limburg alleen werk als schoonmaakster of aan de band van Ford. ‘En dat wou ik niet. Ik solliciteerde naar administratief werk en stapelde de weigeringen op.’ Ze is ervan overtuigd dat haar afkomst daar veel mee te maken heeft. ‘Ik heb het uitgetest. Ik belde in eigen naam en kreeg te horen dat een vacature was ingevuld. Vijf minuten later belde ik als Stefanie en kreeg ik meteen alle informatie. Dat frustreerde me enorm.’ Uiteindelijk trok ze richting Brussel. Dankzij haar kennis van Frans en Nederlands vond ze er vrijwel meteen werk als secretaresse.

Passie: film
De studiekriebel bleef, maar er leek nooit een moment te komen om zich deftig aan die ambitie te wijden. Tot in 2009. Door de crisis raakte El Garani even werkloos en ze besloot de vrijgekomen tijd nuttig te besteden aan haar grote passie: ze volgde een filmcursus. De reportage die zij en haar man Hamid daarvoor maakten over verdoofd slachten gooide hoge ogen. ‘Het Offerfeest kwam eraan. En Antwerpen stelde opeens verdoving op de slachtvloer voor. Dat schoot veel moslims in het verkeerde keelgat, vooral omdat onze gemeenschap niet gehoord was over de beslissing. In plaats van te feesten, zijn we drie dagen gaan filmen. We lieten alle betrokken partijen aan het woord: moslims, joden, dierenrechtenorganisatie GAIA en politici.’ Tijdens één van de vertoningen ontmoette ze VRT-journalist Rudi Vranckx. ‘Er zit iets in jou’, zei hij. ‘Waarom ga je niet professioneel?’

Doe het nu
Uiteindelijk spoorde haar man haar aan om naar het RITCS te gaan. Hij hoorde haar al zolang gepassioneerd over film spreken, hij wist hoe graag ze het wou. ‘Doe het nu’, zei hij. ‘Je bent 36: nu kan het nog.’ Een makkelijk parcours werd het niet: vaak was het goochelen met tijd en geld. Rachida ging halftijds werken en Hamid klopte extra uren om het inkomensverlies te compenseren. Zij holde van het RITCS naar de school van haar kinderen, van haar werk naar de filmset. In het laatste jaar zette ze alles op alles om een goed eindwerk af te leveren. ‘Het was mijn grootste angst dat ik na vier jaar knokken niets zou bereiken in de film.’ Nu kan ze op beide oren slapen. Into darkness oogst niets dan lof.
De camera volgt de 9-jarige Mohamed. Hij ziet heel slecht, maar hoopt dat hij nooit volledig blind zal worden zoals zijn vader en haast al zijn familieleden. El Garani vond het verhaal tijdens een vakantie in Taroudant, de geboortestreek van haar ouders. ‘Het nestelde zich in mijn dromen. Als dat gebeurt, weet ik dat ik goed zit: ik moest en zou dit verhaal filmen.’ De vrouwen van de familie had ze snel op haar hand, maar Achmed, de vader en de enige volwassen man in huis, had meer overtuiging nodig. ‘Vooral dat er een man achter de camera stond, vertrouwde hij niet. Hij ging overdag bedelen om een inkomen te vergaren. Hoe kon hij dat met een gerust hart doen, wetende dat hij een vreemde man had binnengelaten in zijn vrouwennest? Afwachtend en wantrouwig weigerde hij het huis te verlaten. Na drie dagen was het in orde. Hij was aan ons gewend geraakt, het vertrouwen was er en hij kon weer op pad.’
De ploeg begon te filmen zonder goed te weten wat ze precies zou vinden. ‘Wat we ontdekten, was die kleine jongen. Met het beetje zicht dat hij nog had, wilde hij constant naar mijn filmmateriaal kijken. Vooral de werking van een lens fascineerde hem: hoe je door simpel te draaien scherper of minder scherp kan kijken. Tijdens elke pauze zat Mohamed bij mij. Toon eens met de lens hoe slecht jij precies ziet, vroeg ik. Zo, spelenderwijs, leerde hij me zijn wereld zien.’ El Garani besloot hem als hoofdpersonage te kiezen en hem de rol van reporter te geven. Mohamed stelt zijn familieleden bijna en passant de vragen die een journalist normaal zou stellen. Die ingreep geeft de documentaire haar grote kracht. De jongen neemt de toeschouwer bij de hand. Hij laat je de hoop voelen wanneer de familieleden hun ogen voor het eerst grondig laten onderzoeken. Hij laat je voelen wat het is wanneer die hoop in één klap weer wordt weggeveegd. De documentaire – en zeker de overweldigend ontroerende climax – laat geen toeschouwer koud.

Lees het volledige artikel in RandKrant, april 2016.

Advertenties