Ehsan Hemat, I put a spell on you: wat als privacy niet meer bestond?

Choreograaf Ehsan Hemat presenteert zijn eerste eigen choreografie als een waarschuwing. Beseffen we wel hoeveel we van onze privacy prijsgeven? Welk scenario gaan we daarmee tegemoet? I put a spell on you is een beklemmend toekomstbeeld in dans en beweging.
Drie dansers bewegen in een donkere wereld waarin alles en iedereen wordt gezien en gecontroleerd. Onderling contact wordt meedogenloos bestraft. Te pas en te onpas vliegt een kleine, zwarte drone de scène op. Een aaibaar karakter hebben die tuigen nooit, maar deze heeft een wel bijzonder akelig aura. Ze bedreigt, oordeelt en veroordeelt. Ontsnappen is onmogelijk. Een voor een scant de drone de dansers. In een eindeloos rollende reeks data vindt ze een match: hun foto’s en persoonsgegevens verschijnen groot op het scherm. ‘Dadelijk is het mijn beurt’, vrees je. En bijna verwacht je dat ze ook jouw gegevens zal achterhalen en te grabbel gooien.

Het oog ziet alles

De drone-die-alles-ziet geeft de voorstelling een futuristisch, dystopisch tintje. Maar zo veraf lijkt het toekomstbeeld nu ook weer niet. Daarvoor zijn camera’s en drones al veel te ingeburgerd in onze samenleving. Tegelijk klinken er echo’s van allerhande oudere Alziende Ogen door. Denk aan Big Brother, who is watching you… van George Orwell. Of aan een God die alles weet en ziet, en evengoed beoordeelt en veroordeelt. De ene vorm van controle heeft haast naadloos plaatsgemaakt voor een volgende.

Ehsan Hemat (c) Filip Claessens

Aan I put a spell on you is een minutieus onderzoek voorafgegaan. Hemat verdiepte zich in alles wat met privacy, data en controle te maken heeft. ‘We geven onze privacy heel snel en gewillig op. En niemand lijkt er wakker van te liggen wat er met al die gegevens gebeurt. Natuurlijk gaan we er niet van de ene dag op de andere aan dood, maar het is een onmiskenbaar probleem. Onze kinderen zullen nooit weten wat privacy betekent.’

De choreograaf geeft een voorbeeld uit zijn geboorteland, waar de overheid het internet afschermt met een van de sterkste firewalls ter wereld. ‘De Iraniërs omzeilen de filters massaal, door hun smartphone bijvoorbeeld verbinding te laten maken via Russische proxyservers.Niemand vraagt zich af wat er gebeurt met alle informatie die die intussen opslaan. Wie doet dat, en met welk doel? Iemand heeft er ongetwijfeld baat bij.’

Lees meer

8 december 2018, CC Strombeek
Advertenties

Denkbeeldig oneindig: eerste solo-expo van Ann Veronica Janssens in Nederland

Het prachtige museum De Pont in Tilburg geeft de Belgische kunstenares Ann Veronica Janssens haar eerste grote Nederlandse solotentoonstelling. Het museum en haar werk zitten elkaar als gegoten, zeker in combinatie met vaste stukken van James Turrell en Anish Kapoor. 

 

Het bijzonderst is de ervaring in Janssens’ mistruimte, centraal in de tentoonstelling. Maximaal met vijf tegelijk mag je erin. En maar goed ook. Blue, purple and orange werkt het best als je er in je dooie eentje en in volslagen stilte door kunt dwalen. Een dikke, gekleurde mist omgeeft je, waardoor je ogenblikkelijk elk gevoel voor richting en ruimte verliest. Desoriënterend is het zeker. Je weet dat je een vrij beperkte ruimte bent in gegaan, maar het gevoel van oneindigheid dat de mist oproept, walst elk rationeel argument plat. Voetje voor voetje beweeg je je voort, door de bijna tastbare kleuren heen. Je voelt je gemakkelijk verloren in de illusoire onmetelijkheid, maar tegelijk raak je er volkomen esthetisch opgeladen van. Nu en dan kom je een andere dwalende bezoeker tegen. Even plots als de muur die je onverwachts raakt met je vingertoppen, duikt het silhouet voor je op. En haast automatisch keer je je weer af van elkaar.

Deze installatie vraagt geen praatje. De ander blijft een schim, en zo is het prima.

(c) Andrea Rossetti

 

Goed omringd

‘Wij Hollanders houden van het beroemde Hollandse licht’, vertelt Hendrik Driessen, directeur en hoofdconservator van De Pont. ‘Ook al is de 17de eeuw al lang voorbij, we blijven ons erop beroepen. In de schilderkunst van die periode hebben we immers voor het eerst echt laten zien hoe bijzonder dat licht is.’

Het museum in Tilburg zet er volop op in. De voormalige wolspinnerij gebruikt zo veel mogelijk natuurlijk licht in haar expositieruimtes. En het ent er haar collectie graag op. Zo heeft het museum een aardige verzameling Anish Kapoor en doet diens Sky mirror (for Hendrik) dienst als visitekaartje op het plein voor de ingang.

De voor de hand liggende link tussen het werk van Kapoor en dat van Janssens wordt ook in de tentoonstelling duidelijk. Van Janssens’ IPE 650, een ruwe stalen balk met een spiegelglad gepolijste bovenkant, loop je nogal abrupt de vaste collectie in. Haast vanzelf kom je bij Kapoors grote, gebogen spiegel Vertigo. Om dat werk ten volle te ervaren, moet je bewegen: errond lopen, afstand nemen, dichterbij komen.

Precies zo werkt het oeuvre van Ann Veronica Janssens. ‘Ik zie allerlei relaties tussen Ann Veronica en kunstenaars die we hier al in de verzameling hebben’, zegt Driessen. ‘Eerst denk ik natuurlijk aan het sensorische werk van James Turrell, maar bijvoorbeeld ook aan een schilder als Bernard Frize.’ Doordat de collectie zo consequent is opgebouwd, weet het werk van Ann Veronica Janssens zich uitstekend omringd, als kwam het in zijn natuurlijke habitat terecht.

Ga door de pay-wall en lees meer

Auteur Erik Vlaminck: “Begin niet aan dingen die je niet liggen”

Roman- en theaterauteur Erik Vlaminck levert eind dit jaar nog het manuscript voor zijn nieuwe boek in bij zijn uitgever. “Ik ga daarvoor nu tien dagen in schrijfquarantaine. Zo’n periode heb ik nodig: dan wil ik van al de rest niets horen, en alleen schrijven.”

 

Erik Vlaminck (c) Koen Broos

“In het vierde leerjaar schreef ik al op een papiertje dat ik schrijver wilde worden. Vraag me niet waarom, want ik weet het niet. Alvast niet om beroemd of bekend te worden, want daar hou ik niet zo van. Maar het was wat ik wilde, en het is altijd mijn plan gebleven.”

Welke studie moest je dichter bij de verwezenlijking van dat plan brengen?

“Na mijn middelbaar heb ik een lerarenopleiding Nederlands en geschiedenis gevolgd. Dat deed ik niet met de bedoeling ooit les te geven – ik heb ook nooit lesgegeven in het middelbaar – maar omdat ik vermoedde dat een achtergrond in Nederlands en geschiedenis me als schrijver van pas zou komen. Ik moest er nog een derde vak bij nemen, en omdat ik zo laat was met inschrijven, kon ik alleen nog kiezen uit godsdienst of economie. Godsdienst zinde me totaal niet, dus het werd economie. Achteraf ben ik daar heel blij om geweest, omdat het me goed geholpen heeft mijn eigen boontjes te doppen.”

Hoe, bijvoorbeeld?

“Het ging om heel banale dingen. Ik heb er bijvoorbeeld geleerd wat een factuur is, wat je nodig hebt om zelfstandige te worden, en om een boekhouding te lezen. Het bleek belangrijke basiskennis voor me, niet alleen als auteur, maar ook omdat ik in nogal wat besturen heb gezeten. Zo ben ik lang voorzitter geweest van de Auteursvereniging, en nu ben ik het voor PEN Vlaanderen. Dat stukje economie heeft al vaak zijn nut bewezen.”

Je beaamt dus dat je als kunstenaar niet enkel creatief moet zijn, maar ook een stukje ondernemer?

“Zeker. Ik sta soms versteld van collega’s die het bon ton vinden om te zeggen dat ze met al die zakelijke brol niets te maken willen hebben… Ze weten er niets van en willen er niets over weten. Dat kan gewoon niet.”

Je besloot toen je ongeveer 10 was, dat je schrijver wou worden. Heb je sindsdien ook altijd geschreven?

“Ja. Je bént dat, hè, schrijver, zelfs als je nooit wat zou publiceren. Dus ik heb altijd wel dingen geschreven. Na mijn opleiding ben ik in de psychiatrie gaan werken, vanuit het heel slechte idee dat ik daar wel inspiratie zou opdoen voor mijn boeken. Dat klopte natuurlijk niet. Die patiënten zitten niet te wachten op een gek als ik die boeken wil schrijven… Bovendien begon ik het werk echt graag te doen. Ik ben er dus 10 jaar gebleven en heb daarna nog bijna 10 jaar met daklozen gewerkt. Toen was ik 39 en besloot ik om eindelijk mijn jongensdroom waar te maken en voltijds schrijver te worden.”

Lees meer