Feast of Fools: overdaad of schatkamer?

‘Feast of fools – Bruegel herontdekt’ in Gaasbeek is een feest van overdaad. Snoeien in de indrukwekkende lijst namen en werken was spijtig geweest, maar had een evenwichtiger geheel gecreëerd. 

In dit herdenkingsjaar, 450 jaar na de dood van de kunstenaar, wil iedereen een stukje Bruegel serveren. Toerisme Vlaanderen brak dan ook een gul potje open. Ook het kasteel van Gaasbeek smult mee.

Bruegel zelf is er niet, zijn er­fenis des te meer. De expo toont de invloed die de schilder had en heeft op kunstenaars uit het begin van de 20ste én de 21ste eeuw. Elke tijd een nieuwe blik.

Gustave Van de Woestyne, ‘De papeter’ (1911). gemeentelijk museum Gevaert-Minne/Erwin De Keyzer

Haasje-over

Voor het hedendaagse hoofdstuk vroegen gastcuratoren Luk Lambrecht en Lieze Eneman een rist kunstenaars om nieuw werk dat naar Bruegel knipoogt.

De ­selectie had gerust in haar eentje een uitgebalanceerde tentoonstelling kon vormen. Neem nu die ene foto van Dirk Braeckman, waarop danseres Lisbeth Gruwez haar lichaam om een Passstück van Franz West manoeuvreert, naast het originele werk van West. Dat beeld is af. Je hoeft er geen vitrine vol modernen bij, zelfs al gaat het om ­Permeke en co.

Er zijn nog kamers waar de werken haast haasje-over springen, maar uiteindelijk is het vooral het kasteel zelf dat de hedendaagse selectie in de weg zit: je zou eigenhandig wat wandtapijten willen oprollen.

Panamarenko, ‘Meikever’ (1975). s.m.a.k./Dirk Pauwels

Feast of fools heeft alle ingre­diënten voor een buitengewone tentoonstelling. De selectie moderne kunst is sterk. De creaties in het hedendaagse luik overtuigen bijzonder. Maar in sommige zalen is het snakken naar een saaie witte muur. 

Ga door de paywall van De Standaard en lees het hele artikel.

‘Feast of fools’. Tot 28/7, kasteel van Gaasbeek. ***

Advertenties

Ehsan Hemat, I put a spell on you: wat als privacy niet meer bestond?

Choreograaf Ehsan Hemat presenteert zijn eerste eigen choreografie als een waarschuwing. Beseffen we wel hoeveel we van onze privacy prijsgeven? Welk scenario gaan we daarmee tegemoet? I put a spell on you is een beklemmend toekomstbeeld in dans en beweging.
Drie dansers bewegen in een donkere wereld waarin alles en iedereen wordt gezien en gecontroleerd. Onderling contact wordt meedogenloos bestraft. Te pas en te onpas vliegt een kleine, zwarte drone de scène op. Een aaibaar karakter hebben die tuigen nooit, maar deze heeft een wel bijzonder akelig aura. Ze bedreigt, oordeelt en veroordeelt. Ontsnappen is onmogelijk. Een voor een scant de drone de dansers. In een eindeloos rollende reeks data vindt ze een match: hun foto’s en persoonsgegevens verschijnen groot op het scherm. ‘Dadelijk is het mijn beurt’, vrees je. En bijna verwacht je dat ze ook jouw gegevens zal achterhalen en te grabbel gooien.

Het oog ziet alles

De drone-die-alles-ziet geeft de voorstelling een futuristisch, dystopisch tintje. Maar zo veraf lijkt het toekomstbeeld nu ook weer niet. Daarvoor zijn camera’s en drones al veel te ingeburgerd in onze samenleving. Tegelijk klinken er echo’s van allerhande oudere Alziende Ogen door. Denk aan Big Brother, who is watching you… van George Orwell. Of aan een God die alles weet en ziet, en evengoed beoordeelt en veroordeelt. De ene vorm van controle heeft haast naadloos plaatsgemaakt voor een volgende.

Ehsan Hemat (c) Filip Claessens

Aan I put a spell on you is een minutieus onderzoek voorafgegaan. Hemat verdiepte zich in alles wat met privacy, data en controle te maken heeft. ‘We geven onze privacy heel snel en gewillig op. En niemand lijkt er wakker van te liggen wat er met al die gegevens gebeurt. Natuurlijk gaan we er niet van de ene dag op de andere aan dood, maar het is een onmiskenbaar probleem. Onze kinderen zullen nooit weten wat privacy betekent.’

De choreograaf geeft een voorbeeld uit zijn geboorteland, waar de overheid het internet afschermt met een van de sterkste firewalls ter wereld. ‘De Iraniërs omzeilen de filters massaal, door hun smartphone bijvoorbeeld verbinding te laten maken via Russische proxyservers.Niemand vraagt zich af wat er gebeurt met alle informatie die die intussen opslaan. Wie doet dat, en met welk doel? Iemand heeft er ongetwijfeld baat bij.’

Lees meer

8 december 2018, CC Strombeek

Denkbeeldig oneindig: eerste solo-expo van Ann Veronica Janssens in Nederland

Het prachtige museum De Pont in Tilburg geeft de Belgische kunstenares Ann Veronica Janssens haar eerste grote Nederlandse solotentoonstelling. Het museum en haar werk zitten elkaar als gegoten, zeker in combinatie met vaste stukken van James Turrell en Anish Kapoor. 

 

Het bijzonderst is de ervaring in Janssens’ mistruimte, centraal in de tentoonstelling. Maximaal met vijf tegelijk mag je erin. En maar goed ook. Blue, purple and orange werkt het best als je er in je dooie eentje en in volslagen stilte door kunt dwalen. Een dikke, gekleurde mist omgeeft je, waardoor je ogenblikkelijk elk gevoel voor richting en ruimte verliest. Desoriënterend is het zeker. Je weet dat je een vrij beperkte ruimte bent in gegaan, maar het gevoel van oneindigheid dat de mist oproept, walst elk rationeel argument plat. Voetje voor voetje beweeg je je voort, door de bijna tastbare kleuren heen. Je voelt je gemakkelijk verloren in de illusoire onmetelijkheid, maar tegelijk raak je er volkomen esthetisch opgeladen van. Nu en dan kom je een andere dwalende bezoeker tegen. Even plots als de muur die je onverwachts raakt met je vingertoppen, duikt het silhouet voor je op. En haast automatisch keer je je weer af van elkaar.

Deze installatie vraagt geen praatje. De ander blijft een schim, en zo is het prima.

(c) Andrea Rossetti

 

Goed omringd

‘Wij Hollanders houden van het beroemde Hollandse licht’, vertelt Hendrik Driessen, directeur en hoofdconservator van De Pont. ‘Ook al is de 17de eeuw al lang voorbij, we blijven ons erop beroepen. In de schilderkunst van die periode hebben we immers voor het eerst echt laten zien hoe bijzonder dat licht is.’

Het museum in Tilburg zet er volop op in. De voormalige wolspinnerij gebruikt zo veel mogelijk natuurlijk licht in haar expositieruimtes. En het ent er haar collectie graag op. Zo heeft het museum een aardige verzameling Anish Kapoor en doet diens Sky mirror (for Hendrik) dienst als visitekaartje op het plein voor de ingang.

De voor de hand liggende link tussen het werk van Kapoor en dat van Janssens wordt ook in de tentoonstelling duidelijk. Van Janssens’ IPE 650, een ruwe stalen balk met een spiegelglad gepolijste bovenkant, loop je nogal abrupt de vaste collectie in. Haast vanzelf kom je bij Kapoors grote, gebogen spiegel Vertigo. Om dat werk ten volle te ervaren, moet je bewegen: errond lopen, afstand nemen, dichterbij komen.

Precies zo werkt het oeuvre van Ann Veronica Janssens. ‘Ik zie allerlei relaties tussen Ann Veronica en kunstenaars die we hier al in de verzameling hebben’, zegt Driessen. ‘Eerst denk ik natuurlijk aan het sensorische werk van James Turrell, maar bijvoorbeeld ook aan een schilder als Bernard Frize.’ Doordat de collectie zo consequent is opgebouwd, weet het werk van Ann Veronica Janssens zich uitstekend omringd, als kwam het in zijn natuurlijke habitat terecht.

Ga door de pay-wall en lees meer

Auteur Erik Vlaminck: “Begin niet aan dingen die je niet liggen”

Roman- en theaterauteur Erik Vlaminck levert eind dit jaar nog het manuscript voor zijn nieuwe boek in bij zijn uitgever. “Ik ga daarvoor nu tien dagen in schrijfquarantaine. Zo’n periode heb ik nodig: dan wil ik van al de rest niets horen, en alleen schrijven.”

 

Erik Vlaminck (c) Koen Broos

“In het vierde leerjaar schreef ik al op een papiertje dat ik schrijver wilde worden. Vraag me niet waarom, want ik weet het niet. Alvast niet om beroemd of bekend te worden, want daar hou ik niet zo van. Maar het was wat ik wilde, en het is altijd mijn plan gebleven.”

Welke studie moest je dichter bij de verwezenlijking van dat plan brengen?

“Na mijn middelbaar heb ik een lerarenopleiding Nederlands en geschiedenis gevolgd. Dat deed ik niet met de bedoeling ooit les te geven – ik heb ook nooit lesgegeven in het middelbaar – maar omdat ik vermoedde dat een achtergrond in Nederlands en geschiedenis me als schrijver van pas zou komen. Ik moest er nog een derde vak bij nemen, en omdat ik zo laat was met inschrijven, kon ik alleen nog kiezen uit godsdienst of economie. Godsdienst zinde me totaal niet, dus het werd economie. Achteraf ben ik daar heel blij om geweest, omdat het me goed geholpen heeft mijn eigen boontjes te doppen.”

Hoe, bijvoorbeeld?

“Het ging om heel banale dingen. Ik heb er bijvoorbeeld geleerd wat een factuur is, wat je nodig hebt om zelfstandige te worden, en om een boekhouding te lezen. Het bleek belangrijke basiskennis voor me, niet alleen als auteur, maar ook omdat ik in nogal wat besturen heb gezeten. Zo ben ik lang voorzitter geweest van de Auteursvereniging, en nu ben ik het voor PEN Vlaanderen. Dat stukje economie heeft al vaak zijn nut bewezen.”

Je beaamt dus dat je als kunstenaar niet enkel creatief moet zijn, maar ook een stukje ondernemer?

“Zeker. Ik sta soms versteld van collega’s die het bon ton vinden om te zeggen dat ze met al die zakelijke brol niets te maken willen hebben… Ze weten er niets van en willen er niets over weten. Dat kan gewoon niet.”

Je besloot toen je ongeveer 10 was, dat je schrijver wou worden. Heb je sindsdien ook altijd geschreven?

“Ja. Je bént dat, hè, schrijver, zelfs als je nooit wat zou publiceren. Dus ik heb altijd wel dingen geschreven. Na mijn opleiding ben ik in de psychiatrie gaan werken, vanuit het heel slechte idee dat ik daar wel inspiratie zou opdoen voor mijn boeken. Dat klopte natuurlijk niet. Die patiënten zitten niet te wachten op een gek als ik die boeken wil schrijven… Bovendien begon ik het werk echt graag te doen. Ik ben er dus 10 jaar gebleven en heb daarna nog bijna 10 jaar met daklozen gewerkt. Toen was ik 39 en besloot ik om eindelijk mijn jongensdroom waar te maken en voltijds schrijver te worden.”

Lees meer

Anton Kusters: “Weten hoe je zaken moet doen, geduld hebben en fucking hard werken”

In CC Hasselt loopt momenteel de grootste tentoonstelling uit de carrière van fotograaf Anton Kusters. Mono no Aware + Yakuza toont zijn documentaire reeks over de Japanse maffia waarmee hij al jarenlang en wereldwijd furore maakt. De Yakuza-tentoonstelling krijgt het gezelschap van het recentere Mono no Aware, over vluchtigheid en voorbijgaande dingen. Kusters studeerde politieke wetenschappen en wandelde daarna langzaam de wereld van de fotografie in. “Als ik opnieuw kon beginnen denk ik niet dat ik sneller fotografie zou gaan doen. Op 18 was ik nog te onvolwassen om voor het autonome parcours te kunnen kiezen dat ik nu heb gevolgd.”

 

Souichirou shows his Koi tattoo – 2009

“Tijdens mijn studie Politieke wetenschappen in Leuven volgde ik avondlessen fotografie aan het STUK. We kregen er vooral donkerekamerwerk: leren ontwikkelen en afdrukken. Ik wist op dat ogenblik nauwelijks dat dat bestond, dus ik vond het ontzettend fascinerend. Nadat ik was afgestudeerd was een job vinden mijn eerste bekommernis. Ik kwam terecht in de grafische sector. Pas 10 tot 15 jaar later kwam fotografie weer echt op de voorgrond. Ik ben toen naar de Academie van Hasselt getrokken, om toch eens officieel werk te maken van mijn vorming in de fotografie, al was het maar om te zien of ik geen cruciale aspecten ervan over het hoofd had gezien. Uiteindelijk heb ik om in de plaats van mijn laatste jaar in Hasselt een workshop te gaan volgen in Amerika bij Magnumfotograaf David Alan Harvey. Hij heeft mijn kijk op fotografie en daardoor mijn hele leven veranderd. Toen is het helemaal losgeslagen. David is een goede vriend geworden, we hebben samen Burn Magazine opgestart (een online platform voor opkomend fotografietalent, IM), en hij heeft me gementord in mijn eerste project, over de Japanse Yakuza. Hij heeft me ook geïntroduceerd in het wereldje, op een moment dat ik zelfs niet wist dat er ‘een wereldje’ bestond. Ik heb in die periode dus stappen gezet waarvan ik pas jaren later beseft heb hoe groot ze waren. Daar ben ik David heel dankbaar om.’

 

We horen in deze reeks wel vaker hoe cruciaal het is om op het juiste moment de juiste mensen tegen te komen, die je dan net dat ene zetje kunnen geven dat je nog nodig hebt. Daar ben jij het dus mee eens?

 

“Absoluut. Je kunt zoveel kunst maken op je zolderkamer als je wil, maar als je er niet mee naar buiten komt, zal niemand ervan wakker liggen. Hoe je het doet maakt niet zoveel uit – dat hangt vooral van je persoonlijkheid af – maar je moet ervoor zorgen dat je mensen tegenkomt en mensen zoekt die je kunnen helpen. Je kunt ook altijd een wederdienst bieden, bijvoorbeeld. Toen ik David Alan Harvey leerde kennen, was ik web developer. En dus heb ik hem voorgesteld om de website van Burn Magazine te ontwerpen in ruil voor zijn mentorschap. Natuurlijk kun je dat soort dingen niet afdwingen. Ook dat had ik in het begin nog niet door. Ik was net begonnen met mijn Yakuzaproject, maar ik had nog geen enkele foto. David nam me mee naar bijeenkomsten, feestjes en workshops en stelde me voor aan iedereen die iets betekende in de industrie. Ik vervloekte mezelf omdat ik niets had om aan al al die mensen te tonen. Maar achteraf hoorde ik wat een verademing ze het vonden om over fotografie te kunnen spreken met iemand die eens niet zijn werk aan hen wou opdringen (lacht).

Jaren later kreeg ik opeens telefoon van Monica Allende, die toen fotoredacteur was van Sunday Times Magazine in Londen. Ze wou mijn Yakuzawerk publiceren. Op dat moment waren er maar drie toonaangevende magazines in Europa, en Sunday Times was er daar één van. Als je daarin gepubliceerd wordt, weet je dat er iets aan het beginnen is… Vervolgens is De Standaard erop gesprongen, toen werd ik uitgenodigd voor De Laatste Show en dan is alles eigenlijk ontploft. Zo werkt het dus blijkbaar: twee jaar lang heb ik keihard gewerkt en ging ik constant overal naartoe om mensen te zien, met hen te praten en raad te vragen – die had ik toen ook echt nodig – en blijkbaar had ik dan het geluk dat ik op het juiste moment helemaal geen foto’s had om te tonen (lacht). Ik weet natuurlijk niet of het écht dat is geweest en of het voor anderen ook zo zou kunnen werken, maar ik heb in die periode in elk geval contacten gelegd met mensen. Als ik met mijn werk had lopen leuren, hadden alleen mijn foto’s contacten gelegd, om het zo te zeggen.”

Lees meer

Mono no Aware + Yakuza, nog tot 24 september, CC Hasselt (gesloten in juli).

www.antonkusters.com

www.kunstenloket.be

Fien Troch: ‘Film maken is mijn alles’

In haar recentste film Home schetst regisseur Fien Troch treffende portretten van een stel tieners en de volwassenen waarmee ze in de clinch liggen. Observerend, gedurfd en met veel gevoel voor nuance toont de film hoe complex relaties tussen generaties kunnen zijn. Op 2 juni komt Home uit op dvd.

 

Na Een ander zijn geluk, Unspoken en Kid is Home Fien Trochs vierde langspeelfilm. Hij sleepte prijzen in de wacht op internationale filmfestivals, en recensenten noemden de regisseur onverbloemd een ‘supertalent’. ‘Puur voor mezelf is zo’n prijs natuurlijk een megaboost’, geeft Fien Troch toe. ‘En voor de film doet het veel. Toen de selectie voor het filmfestival van Venetië bekend raakte, kwam er instant interesse van internationale pers, verkoopsagenten, distributeurs en allerlei andere mensen die iets voor Home of mijn volgende projecten konden betekenen.’ In Venetië won ze de prijs voor beste regie, Les Arcs in Frankrijk kende haar de grote juryprijs toe, in Gent won ze de publieksprijs en die voor beste muziek, ze haalde de officiële selectie in Toronto en stond op de festivals van Los Angeles en Rotterdam.

 

Fien Troch (c) Filip Claessens

Fien Troch (c) Filip Claessens

 

Generatiekloof

De tieners én de volwassenen in Home hebben zo hun eigen problemen en werken die ook allemaal op hun eigen manier uit op elkaar. Onbegrip leidt tot spanning, en als de spanning te groot wordt, kan er al eens iets knappen. Zonder te oordelen of haar eigen visie op te dringen, gunt Fien Troch de kijker een blik op het complexe universum van haar personages. Soms flitsend, vaak beklemmend, altijd raak brengt ze in beeld hoe verstrekkend de gevolgen kunnen zijn van iets wat je – soms in een reflex – doet, of net niet.

 

Voor het eerst schreef Fien Troch het scenario niet in haar eentje, maar samen met haar partner, filmmonteur Nico Leunen. ‘Hij is begonnen met mij te interviewen over alle ideeën, verhaaltjes en thema’s die ik sinds mijn vorige film bedacht had. Die heeft hij allemaal opgeschreven en in een schema gegoten. Met dat materiaal zijn we beginnen te puzzelen: wat is hier een verhaal, waar zit de rode draad, wie of wat kan het geheel nog versterken?’ Troch schreef overdag aan het scenario, Leunen las het ’s avonds of ’s nachts en bezorgde haar tegen de volgende ochtend zijn bemerkingen. ‘Door het zo te doen, verliep de samenwerking heel organisch’, vertelt ze. ‘Uiteraard beheerste de film ons leven, maar doordat we toch niet heel de dag samen aan tafel zaten te schrijven, ontstond er een praktische wisselwerking die we best relax vonden. Het was ook de eerste keer dat ik het zag zitten om samen met iemand aan een scenario te werken. Mijn drie vorige films dreven veel meer op emotie en sfeer dan Home, die echt vertrekt vanuit het verhaal en personages van vlees en bloed. Ook daardoor leende hij zich veel beter tot samenwerken.’

 

Lees meer

Nedda El-Asmar: “Je moet je blijven profileren, tonen wie je bent en wat je doet. Dat houdt nooit op”

Juweelontwerp? Geneeskunde? Nog wat anders? Toen ze 18 was, twijfelde Nedda El-Asmar over enkele heel verschillende studierichtingen. Intussen is ze een gevierd designer-zilversmid met ontwerpen op haar naam voor uiteenlopende bedrijven als Hermès, Eternum, Robbe & Berking en Villeroy & Boch. Ze is nog altijd tevreden over de keuze die ze als tiener maakte. “Hoewel ik ook best graag dokter had willen zijn”, zegt ze.

“Ik heb eerst in Antwerpen en daarna in Londen gestudeerd. In Londen heb ik begrepen dat je niet enkel unieke stukken moet creëren, maar ook kleine producties kunt maken of voor bedrijven kunt werken. Wie koopt er ook een pièce unique van een beginnende zilversmid? Je hebt er weken aan gewerkt, het kost heel veel geld, je hebt nog geen naam opgebouwd… Ik heb dan het geluk gehad om vrij snel voor Puiforcat en Hermès te kunnen ontwerpen en die bal is blijven rollen.”

Hoe heb je hem aan het rollen gekregen?

“Ik ben meer dan 20 jaar geleden afgestudeerd en toen gingen de dingen heel anders dan nu. Internet hadden we bijvoorbeeld nog niet. Ik ben dus bij een vriendin in Parijs gaan logeren, heb alle telefoonnummers die ik nodig had in het telefoonboek opgezocht en ben met een grote zak vol munten naar een telefooncel getrokken. Ik belde alle mogelijke interessante bedrijven op om te vragen of ik mijn portfolio mocht komen tonen. Nadien liet ik dan dia’s achter en hoopte ik dat er een opdracht uit zou volgen. Het is een heel andere manier van werken dan tegenwoordig.
Wat uiteraard wel nog altijd hetzelfde is, is dat je zelf op zoek moet naar opdrachtgevers. Als je blijft zitten wachten tot ze naar jou toe komen, zal er niet veel gebeuren. Hoewel er nu wel bedrijven zijn die ons weten te vinden, doen we nog altijd prospectie. Je moet je blijven profileren, tonen wie je bent en wat je doet. Dat houdt nooit op.”

Zijn uit die eerste belronde ook effectief opdrachten voortgekomen?

“Ja, maar de opdrachten komen in het begin mondjesmaat. Daarvan kun je natuurlijk niet meteen leven. Om mijn brood te verdienen, heb ik dus een aantal jaren in de alarmcentrale van EuroCross gewerkt. Ik zeg tegen mijn studenten ook altijd dat ze zichzelf tien jaar moeten gunnen om een volwaardig inkomen uit hun ontwerpen te kunnen putten. Er zijn uiteraard uitzonderingen, maar voor veel ontwerpers gaat het heel traag in het begin. En daarna schommelt het vaak nog. Ik heb het bijvoorbeeld in 2002-2003 heel moeilijk gehad. In de nasleep van 9/11 raakte de economie in het slop en zat ik opeens zonder opdrachten. Ik stond op het punt om elders werk te gaan zoeken, toen er plots toch een grote opdracht binnen liep die me financieel heeft voortgeholpen tot alles weer begon te draaien.”

Lees het hele artikel: www.kunstenloket.be