Actrice-theatermaakster Lies Pauwels: “Ik pomp mijn bloed in al wat ik doe”

02/03/2016

“Het is een lastige periode voor me”, vertelt theatermaakster Lies Pauwels. Ze was twee weken aan het repeteren aan haar nieuwe monoloog Melle toen ze te horen kreeg dat de muziektheatervoorstelling geen projectsubsidie kreeg. Aan artistieke visie en expertise nochtans geen gebrek: Pauwels zou spelen, Josse De Pauw had de tekst klaar, Ad Cominotto fungeerde als muzikale coach. Maar nee: het project werd afgeketst op een net niet ‘heel goed’ zakelijk dossier. Een bittere pil, zeker omdat er al een speelreeks van 18 voorstellingen vastlag. Maar zonder geld kun je geen professioneel theater maken, dus heeft ze noodgedwongen heel de tournee geannuleerd. “Ik ben een vechter en blijf vechten, maar het is wel allemaal erg vermoeiend en echt niet fair.”

“We geven Melle niet zomaar op, hoor. In het najaar van 2017 willen we er opnieuw voor gaan. We maken werk van een nieuw en sterker dossier: we hebben nu het voordeel dat we de tijd hebben om onze ideeën nog beter te onderzoeken en dus het concept nog steviger te maken. Intussen zet ik alles op alles om een totaal nieuwe productie uit de grond te stampen. Die zou dan op Theater aan zee 2017 in première gaan.
Het zijn in het algemeen moeilijke tijden voor de theatersector. Financieel ben ik momenteel absoluut slechter af dan toen ik pas begon. Als acteur werk je tegenwoordig met dagcontracten, waardoor er veel meer gaten vallen in je werkschema. Vroeger werkte je meestal in blokken van verscheidene weken tot maanden: van de eerste repetitiedag tot de laatste dag van de speelreeks was je in dienst bij een gezelschap en werd je betaald. Dat is verleden tijd, waardoor je als acteur of theatermaker sowieso meer moet cumuleren. Vlak voor Kerstmis, bijvoorbeeld, was ik tegelijk met mijn voorstellingen White Lies en Hamiltoncomplex aan het touren, een filmscenario aan het schrijven, Melle aan het voorbereiden én les aan het geven. Dan verzuip je even.”

actrice, regisseur en scenarioschrijfster Lies Pauwels

actrice, regisseur en scenarioschrijfster Lies Pauwels

Je jongerenvoorstelling Hamiltoncomplex doet het in elk geval heel goed. Ze is positief onthaald door pers en publiek en ze wordt binnenkort hernomen.

“In maart staan we op het Lift Festival in Londen en daarna spelen we nog op verscheidene plekken in binnen- en buitenland. Ik ben heel gelukkig dat de voorstelling weer wordt opgepikt, want ze ligt me heel na aan het hart.”

Waarom heb je voor een carrière in het theater gekozen?

“Ik ben er van thuis uit een beetje in gerold. Mijn vader (Dirk Pauwels, IM) maakte samen met onder anderen Josse De Pauw deel uit van Radeis en heeft later Victoria, het huidige Campo, geleid. Zelf speelde ik al bij het Speeltheater van Eva Bal. Een richting als kunstgeschiedenis zag ik ook best zitten, maar het voelde op dat ogenblik logisch en organisch om naar de toneelschool te gaan. Ik denk trouwens nog altijd dat het de beste keuze is geweest: de podiumkunsten blijken voor mij de juiste context om wat in me zit naar buiten te brengen en gestalte te geven.”

Had je toen ook al een vastomlijnd idee van wat je precies wilde doen in het theater?

“Nee. Dat heb ik uitgevist bij eliminatie. In het begin heb ik veel uitgeprobeerd en gaandeweg begreep ik beter wat me wel en niet lag of wat ik al dan niet belangrijk vond. Ik leg mijn persoonlijkheid heel erg in wat ik doe – ik pomp er mijn bloed in. Dat kun je alleen als je echt volledig achter een project staat. Als ik nu een voorstel krijg waarvan ik weet dat het niets voor mij is, dan zal ik niet toehappen. Zulke dingen leer je maar gaandeweg.”

Was het moeilijk om je als starter een weg te banen in de theaterwereld?

“Dat ging behoorlijk vlot. Ik heb het geluk gehad dat ik heel snel door een aantal mensen ben opgepikt. Meteen nadat ik was afgestudeerd, kreeg ik een rol in de tv-serie Moeder, waarom leven wij?, waar ik al meteen met veel verschillende mensen heb kunnen samenwerken. Vervolgens ben ik onder meer bij De Vereniging van Enthousiasten en Erik De Volder terechtgekomen. Ik heb ook meegespeeld in de trilogie Moeder en kind, Bernadetje en Allemaal indiaan van Arne Sierens en Alain Platel, onder de vleugels van Victoria. Die beginperiode is bepalend geweest voor de weg die ik als kunstenaar ingeslagen ben.”

Kon je er dan ook meteen van leven?

“Ja. Maar goed, in periodes zonder contracten, krijg ik een uitkering. Als je die meerekent, dan heb ik er inderdaad altijd van kunnen leven. Rijk ben ik niet, verre van. En ik weet dat ik veel meer geld zou kunnen verdienen als ik het iets slimmer aan boord legde, maar ik heb daar het hoofd niet voor en ik wil met dat soort zaken ook zo weinig mogelijk bezig zijn.
Anderzijds vind ik het wél vervelend dat je sommige maanden al haast moet gaan schooien om een deftig maandloon bij elkaar te krijgen. In die zin ben ik blij dat het RITS, waar ik lesgeef, overweegt om me binnenkort voor enkele uren vast te benoemen. Dan valt mijn uitkering volledig weg, maar is er wel elke maand een klein vast bedrag waarop ik kan rekenen. Dat zou een en ander vereenvoudigen.”

Je zegt dat je niet graag bezig bent met financiële zaken. Ben je voor zakelijk advies al eens bij het Kunstenloket geweest?

“Toen ik mijn vzw Sontag heb opgericht, ben ik daarvoor bij Kunstenloket te rade gegaan. Hoewel ik moet toegeven dat Kelly De Cock, mijn zakelijke partner, dat voornamelijk voor mij heeft gedaan: hoe richt je een vzw op, hoe vraag je projectsubsidie aan… Ik liet het allemaal graag aan Kelly over, want dat soort materie gaat er bij mij heel moeilijk in. Het is als met een computer: ik werk ermee, maar ik hoef echt niet te weten hoe het allemaal in elkaar zit. In elk geval hebben we in die periode veel aan het advies van Kunstenloket gehad.”

Hoe ervaar je de balans tussen werk en privéleven?

“Er bestaat bij mij geen duidelijke scheiding tussen beide. Zo heb ik het ook het liefst, want mijn beroep is mijn manier van leven: ik ben thuis ook actrice en theatermaker. Niet dat ik mijn man en kinderen zit te regisseren of zo (lacht), maar het is niet iets wat je zomaar afzet. Als ik met een productie bezig ben, zit ik daar in mijn privétijd ook over na te denken. En als ik in het buitenland werk, neem ik mijn dochters zoveel mogelijk mee. In Melle zullen ze trouwens samen met mij op de scène staan. Ik denk dat ik best zou gedijen in zo’n echt circusgezin dat constant alles samen doet – maar dat is romantiek, zeker?
Puur praktisch gezien, is het constant puzzelen. Mijn man is freelancefotograaf bij De Standaard, dus hij heeft evenmin regelmatige uren. Het is niet altijd eenvoudig, maar met wat hulp van de familie lukt het wel. We proberen er ook zoveel mogelijk te zijn voor de kinderen. Dat is dan weer het voordeel van de job: je hebt periodes waarin je veel weg bent, maar daar staan periodes tegenover waarin je bijna constant thuis bent. Mijn eigen ouders waren veel afwezig en dat heeft mijn persoonlijkheid voor een stuk gevormd: het heeft me sterk gemaakt, maar het heeft zeker ook sporen nagelaten. Daarom proberen we er altijd voor te zorgen dat minstens een van ons thuis is om de meisjes in bed te stoppen.”

www.sontag.be

Lees deze Kanttekening bij Kunstenloket.

Advertenties

Lies Pauwels: “Ik geef geen antwoorden met mijn voorstellingen, ik stel liever vragen”

24/09/2015

Tot eind november reist theatermaakster Lies Pauwels door Vlaanderen, Nederland en een heel klein stukje Frankrijk met Het Hamiltoncomplex, een filosofische en visuele 13+-voorstelling met woord en beweging. Ze broedde al enkele jaren op het idee: een stuk over keerpunten en kenteringen moest het worden, over grote omwentelingen op individueel niveau en op wereldvlak. Ze koos daarvoor een cast van 13 meisjes van 13 jaar en een bodybuilder.

Ik interviewde haar voor Staalkaart over het maakproces van de productie. Een fragment.

hamiltons090
“13 is een symbolische leeftijd”, vindt theatermaakster Lies Pauwels. “Het is het kantelmoment tussen kind zijn en volwassen worden. Je draagt alles wat je al was en alles wat je nog zult worden in je.” De bodybuilder staat voor veiligheid en geborgenheid. “Ik wou die bende opgroeiende meisjes iemand geven van wie je verwacht dat hij je letterlijk en figuurlijk kan dragen. Zo kan hij ook symbool staan voor de maatschappij, die het individu al dan niet voldoende onderstut. Tegelijk kun je achter die grote spiermassa veel leegte vermoeden. Onder al dat uiterlijk vertoon is hij ook maar een mens met zijn eigen mogelijkheden en mankementen.” In die korte uitleg gaan Lies Pauwels’ voornaamste thema’s schuil: identiteit (wat is dat precies, wat vormt of misvormt haar?), individu versus maatschappij (waar eindigt noodzakelijk conformisme en waar begint beknotting van vrijheid?), façade (en wat overblijft wanneer die langzaam afbrokkelt). Ze komen in de loop van het gesprek aan de oppervlakte drijven, in stukjes en brokjes, maar tekenen zich uiteindelijk overduidelijk af in het geheel. Het is kenmerkend voor hoe Lies Pauwels spreekt, en evenzeer voor hoe ze werkt. De gedachten waaieren uit, komen weer samen, verspreiden zich opnieuw, en toch is er samenhang op het eind van de rit. “Ik kies niet snel voor één onderwerp en een gestructureerde verhaallijn. Ik hou van fragmentarische stukken, maar dan wél met een compleet emotioneel verloop.”

Uit de chaos, de verbanden
We lijken op allerlei vlakken op een groot kantelmoment te staan. De technologie, het milieu, de economie… alles lijkt hard te evolueren of anders wel aan verandering toe te zijn. “Is het no way back of zal alles toch gewoon blijven doorgaan?” vraagt Lies Pauwels zich af. Wordt het het soort keerpunt dat je in heel de geschiedenis terugvindt? De Franse revolutie, de industriële revoluties, de Renaissance. Noem maar op. Ze zetten alles op losse schroeven en de individuen die zulke historische kenteringen ondergaan, moeten zich er maar toe zien te verhouden. Lies Pauwels spreekt voorzichtig en zoekend, geeft voorbeelden en neemt ze meteen weer terug. Het gesprek vindt middenin het repetitieproces plaats en veel materiaal moet nog een plekje krijgen in de voorstelling. Welke bron zal het halen en welke niet? Als iets erin zit, welke vorm krijgt het dan? Ze heeft het meest uiteenlopende materiaal verzameld en heeft haar ploeg daarmee aan het improviseren gezet. “Ik vertrek vanuit grote chaos: alles ligt naast en door elkaar. Al die dingen beginnen zich vervolgens in verschillende lagen in mijn hoofd te nestelen en uiteindelijk begin ik verbanden te zien. Zo krijgt een idee stilaan vorm. Op dit ogenblik onderzoek ik bijvoorbeeld een idee rond een schilderij van een jonkvrouw die met de Dood danst.” Dat soort iconische beelden wil ze zeker in de voorstelling verwerken – als clichés die ze dan vervolgens wil overstijgen. Toch aarzelt ze weer om door te gaan. “Ik vind het altijd moeilijk om ideeën die ik nog niet ten volle heb kunnen onderzoeken al vastgelegd te zien in een artikel”, zegt ze. “Als ik ze lees als feiten, ben ik onmiddellijk geneigd ze niet langer te gebruiken, omdat het dan lijkt alsof ze hun bestaan al gehad hebben…”
De spelers krijgen evenmin alle details van Pauwels’ hersenspinsels te horen: “Hoewel het belangrijk is voor hen om de oorspong van hun materiaal te kennen, zal ik ze nooit dat schilderij tonen en vragen om eens eventjes allemaal dansende jonkvrouwen te spelen. In plaats daarvan probeer ik hen te injecteren met allerlei opdrachten, op zo’n manier dat ik iets van hen terugkrijg wat mijn thema voedt, maar wat ik niet in mijn eentje had kunnen verzinnen.”

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Baldadig en frontaal
Zodra een idee dan effectief op de speelvloer wordt gelegd, is alle voorzichtigheid zoek en wordt het compleet binnenste buiten gekeerd. “Op dat moment ga ik allerminst nog heilig met mijn bronnen om”, legt de theatermaakster uit. “Dan benader ik ze baldadig en frontaal, zodat het resultaat absurd en surrealistisch wordt.” Ze worden uitgepuurd tot vingerknippen en zijn dan weer weg, om later in de voorstelling weer terug te komen. Of net niet. “Middenin een improvisatiesessie laat ik de meisjes dan ineens een bepaald rekwisiet gebruiken: een kapje, een rokje of een ander kledingstuk. Zo transformeren ze. Dat is iets helemaal anders dan iets spelen. Snap je?”
De grote schare snelle kostuumwissels die op die manier ontstaat, ligt wél al vast. Ze moeten het hele transformatie-idee achter de voorstelling extra in de verf zetten. Een resem hoofddeksels verschijnt en wordt weer afgeworpen. De meisjes doen iets met schoenen en zwieren ze weer uit. “Doordat de meisjes zichzelf continu transformeren, transformeert ook de scène onophoudelijk. Al wat ze wegwerpen, blijft gewoon liggen. De façade brokkelt af en uiteindelijk zitten we op de brokstukken die overblijven: van de wereld of ons eigen leven… dat mag iedere toeschouwer voor zichzelf invullen.”
Lies Pauwels geeft niet graag antwoorden met haar voorstellingen. Ze stelt veel liever vragen. “En ik schuw het mechanisme van de contradictie daarbij niet. Ga je na afloop met al die vragen naar huis of formuleer je al tijdens het kijken een eigen antwoord? Misschien heb je er volstrekt geen boodschap aan – ook dat kan en mag. Het is eigen aan mijn creaties: omdat er veel lagen in zitten, is de kans groot dat jij er dingen in ziet die de persoon naast je niet ziet en omgekeerd. Veel hangt af van wie je bent en wat je al hebt meegemaakt. Zo gebruik ik allerlei muziek van vroeger: klassieke muziek, maar ook protestsongs uit de jaren 60. Wie de muziek kent, hangt er een andere betekenis aan vast dan jonge mensen die hem voor het eerst horen.”

De rest van het artikel kun je lezen in Staalkaart #30, de dikste Staalkaart ooit.

Speeldata:
www.hetpaleis.be