Beeldend kunstenaar Andres Serrano: ‘Mijn taal bestaat niet uit woorden’

23/05/2016

De beelden van de New Yorkse kunstenaar Andres Serrano schudden de toeschouwer wakker. Ze zijn esthetisch, ze schokken en provoceren, ze vertellen je precies hoe de wereld in elkaar zit.

2017_kalender-expo-andres-serrano

Noem Andres Serrano geen fotograaf. ‘Ik ben een kunstenaar met een fototoestel’, zegt hij. De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel tonen de grootste overzichtstentoonstelling van zijn werk tot nu toe. ‘Europa begrijpt mijn werk’, vertelt hij. ‘Ik heb al 12 of 13 museumtentoonstellingen gehad in Europa, waarvan dit absoluut de indrukwekkendste is. In mijn eigen land is er zo nog maar eentje geweest, en dat was meer dan 20 jaar geleden. Europa omarmt mijn werk, Amerika vergeet me graag.’

Provocerend
Geef de naam van de kunstenaar in op een zoekmachine en de woorden ‘provocerend’ en ‘controversieel’ vliegen je om de oren. Die epitheta heeft hij te danken aan werken zoals het legendarisch geworden Piss Christ (1987). Je ziet een kruisbeeld ondergedompeld in een rood-gele substantie. Een mooi beeld. Het is maar door de expliciete titel dat je ook beseft om wat voor vloeistof het precies gaat. Met deze foto vestigde Serrano zijn reputatie als provocatief kunstenaar. Waarom die expliciete titel, kun je je afvragen. Waarom de toeschouwer niet in zijn esthetische bubbel laten? ‘Net omdat ik foto’s maak, vind ik dat ik precies moet vertellen waar de toeschouwer naar kijkt. Zie je, ik bewerk achteraf niks. Mijn beelden zijn wat ze zijn. Als ik mijn publiek dus een volledig rood beeld voorzet en het is in realiteit een monochroom van bloed, dan vertel ik dat in de titel. Ik heb zo bijvoorbeeld ook beelden gemaakt van melk. In het geval van Piss Christ was het net hetzelfde: het ging om urine, het ging om een christusbeeld. Het was niet provocatief bedoeld. Het was wat het was.’

Piss Christ - serrano_site_3_large@2x

Alles beter dan onverschilligheid
De ene noemde het werk godslasterlijk, de ander plaatste het liever in de lange traditie van christelijk geïnspireerde kunst. De discussies laaiden hoog op. Exemplaren van dit en andere van Serrano’s werken kregen in het verleden meer dan eens te maken met vandalisme. Vier van zulke ‘kapotte’ werken maken deel uit van de Brusselse tentoonstelling. ‘Ik vind dat een sterk statement’, zegt de kunstenaar. ‘Het toont aan hoe mijn werk soms opzettelijk verkeerd begrepen wordt. Tegelijk kun je zeggen dat mijn beelden altijd iets losmaken bij mensen. Je kunt ze op verschillende manieren interpreteren – dat vind ik belangrijk – en natuurlijk vind ik het prettiger als je ze positief interpreteert. Maar uiteindelijk is alles beter dan onverschilligheid.’

Taal van het hart
‘Mijn taal bestaat niet uit woorden, is niet intellectueel. Ze komt uit het hart, uit mijn ziel, mijn geweten.’ Hoewel zijn voornaamste bekommernissen esthetisch en artistiek van aard zijn, hoef je geen kunstkenner te zijn om de krachtige verhalen achter zijn beelden te kunnen lezen. Zo fotografeerde hij – zelf een New Yorker met hispanic roots – enkele leden van de Ku Klux Klan. Hij trok naar het dodenhuis en maakte confronterende beelden van personen die een veelal gewelddadige dood waren gestorven. Zijn recentste werk draait om uiteenlopende vormen van foltering. ‘Politieke of sociale analyses van de wereld zijn zeker niet mijn eerste prioriteit als kunstenaar, maar mijn werk reflecteert wel veel van wat er in die wereld gebeurt. Soms loopt het zelfs voorop op zijn tijd.’

Menselijkheid
Erg sprekend in dat opzicht is de gelijktijdige tentoonstelling Denizens of Brussels, die staat opgesteld in de straten van Brussel. Daarvoor fotografeerde Serrano de daklozen van onze hoofdstad. ‘Dat thema gaat al meer dan 20 jaar mee’, legt hij uit. ‘Voor mijn toenmalige reeks Nomads fotografeerde ik daklozen in de metro, met flash en een achtergrond, waardoor het net leek of de foto’s in een studio waren genomen. In 2013 ging ik opnieuw de straat op en kocht ik meer dan 100 van die typische borden waarop daklozen op de een of andere manier om geld vragen. Daarvan heb ik geen foto’s gemaakt, maar een installatie: elk bord is een apart verhaal. Vervolgens maakte ik de reeks Residents of New York en nu dus Denizens of Brussels, waarvoor ik telkens de daklozen van de stad fotografeerde. Ik wil die mensen erkennen als volwaardige inwoners van de stad. Ze hebben misschien geen huis, maar ze wonen er wel. We negeren ze meestal, maar ze zijn er. Beide reeksen gaan in se over menselijkheid – altijd een goed onderwerp voor kunst.’

Dit artikel verscheen eerder in RandKrant, mei 2016. De gepubliceerde versie kan lichtjes verschillen van deze.

www.fine-arts-museum.be

Advertenties