‘The Lover’ van Bára Sigfúsdóttir: oprecht en passioneel, destructief en verstikkend

01/03/2016

Een eenzame figuur doolt door een verlaten landschap. Haar lichaam is kwetsbaar, haar overlevingsinstinct sterk. Ze wil samensmelten met de voortdurend transformerende omgeving en wringt zich daarvoor in allerlei bochten. De poëtische dansvoorstelling The Lover van de IJslandse Bára Sigfúsdóttir neemt de complexe relatie tussen mens en natuur onder de loep.

De mens houdt van de natuur, maar heel gezond is de relatie niet. Hoewel passioneel en oprecht, is de liefde ook destructief en verstikkend. Ze bestaat nu, maar wat zal er op de lange termijn mee gebeuren? ‘De mens heeft een kortetermijnrelatie met de natuur’, legt Bára Sigfúsdóttir uit. ‘We putten er plezier uit, we doen er allerlei mee, maar in ons enthousiasme putten we alle grondstoffen uit en brengen we onomkeerbare schade toe. Ik vertel het publiek in mijn voorstelling niet wat het daar allemaal van moet vinden: ik stel liever vragen die de toeschouwer aanzetten tot denken.’

Transformatie
De danseres speelde al langer met het idee om een choreografie te maken over de natuur. Maar pas toen ze de fotoserie Les amants van de Franse kunstenares Noémie Goudal zag, viel de puzzel op zijn plaats. Ze koos de serie als inspiratiebron en vroeg de fotografe om de scenografie van de voorstelling te verzorgen. In samenwerking met Jeroen Verrecht van het bureau 88888 kwam een indrukwekkend, constant transformerend decor tot stand. ‘Die transformatie was belangrijk’, vindt Bára Sigfúsdóttir. ‘Want ook in de natuur is alles continu in beweging, niets is statisch, niets staat ooit compleet stil.’ Meer details mogen we niet prijsgeven: ‘De reactie van het publiek op de veranderingen moet echt zijn. Het zou jammer zijn als het vooraf al wist wat er zal gebeuren’, glimlacht ze.

Improvisatie
In dat veranderlijke decor danst Bára Sigfúsdóttir solo. Ze werkte de choreografie uit op basis van improvisaties. ‘Als ik aan een choreografie begin, bijt ik me vast in het thema’, vertelt ze. ‘Ik lees erover, kijk naar films… Op een gegeven moment stap ik de dansstudio in met al die informatie in mijn achterhoofd. Ik zet passende muziek op, en ik kijk wat mijn lichaam ermee kan aanvangen.’ Die improvisatiesessies neemt ze op op video en ze laat de beelden een aantal dagen liggen voor ze ernaar kijkt. ‘Dan probeer ik er objectief naar te kijken, alsof ik niet mezelf, maar naar een onbekende danser bezig zie’, zegt ze. ‘Ik pik eruit wat bruikbaar is en bouw daarop voort. Op de duur ontstaat een scène. Verschillende scènes boetseer ik samen tot een voorstelling.’
Voor The Lover heeft ze vooral gewerkt met bewegingen van geïsoleerde lichaamsdelen. ‘Kleine, gedetailleerde bewegingen’, zegt ze. Want die passen voor haar perfect bij het uitgangspunt. ‘Als je in de natuur gaat wandelen, hoor je het geluid van je voetstappen op de grond. In de stad gebeurt dat zelden – zelfs als je hoge hakken draagt, gaat het geluid op in de omgevingsruis. In de natuur – met al die ruimte rondom je – is alles heel erg aanwezig. De zon kust je gezicht, de wind waait door je haar. Kleine dingen vragen aandacht en openen de zintuigen. Ik heb onderzocht hoe ik dat kon overbrengen in dans.’

Borko
Ook de muziek krijgt een aanzienlijke rol in The Lover. ‘Ik heb ervoor samengewerkt met de IJslandse muzikant Borko’, vertelt Bára Sigfúsdóttir. ‘Hij gebruikt vaak natuurlijke geluiden en zet die om in iets anders: het geluid van een waterval manipuleert hij bijvoorbeeld zo, dat het op de duur industrieel gaat klinken. Borko laat elektronische muziek, klassieke instrumenten en natuurlijk geluid samengaan. Wat hij voor The Lover heeft gemaakt, klikte onmiddellijk met de rest van de voorstelling. En zo komt het dat er momenten zijn waarop de dans centraal staat, maar evengoed krijgen nu eens de scenografie en dan weer de muziek de overhand. We hebben een evenwicht gezocht tussen al die elementen.’

Brussel, centrum van de dans
Bára Sigfúsdóttir studeerde dans in IJsland, Nederland en aan P.A.R.T.S., de dansschool van Anne Teresa De Keersmaeker. Nadien bleef ze in Brussel wonen. ‘België is wereldberoemd om zijn hedendaagse dans’, vertelt ze. ‘En de dansscène is hier ook ontzettend rijk. Het voelde dus heel natuurlijk om te blijven, me te laten inspireren door al die dansers en choreografen die hier werken en optreden, en mijn eigen werk ook van hieruit vorm te geven. Als je iets wil doen met hedendaagse dans, is Brussel de plek waar je zijn moet.’

Dit artikel verscheen in RandKrant, maart 2016.

www.barasigfusdottir.com

Advertenties

Choreograaf Helder Seabra over zijn crowdfundingproject: “Alle kleine beetjes helpen”

29/09/2015

Het zijn geen vanzelfsprekende tijden om kunst te maken. Ook de podiumsector kraakt in zijn voegen. Nu de subsidiekraan op druppelmodus staat, zoeken veel jonge makers noodgedwongen naar nieuwe wegen om hun werk bij het publiek te brengen. “Ik ben optimistisch en ontzettend koppig”, zegt choreograaf Helder Seabra. “Ik laat me niet zomaar stoppen.” Hij financiert zijn volgende productie gedeeltelijk met crowdfunding. Nog tot 6 oktober kun je daartoe je steentje bijdragen. Voor elke bijdrage krijg je bovendien iets in ruil.

Helder Seabra groeide op in Portugal. Als tiener wou hij architect worden. Tot een vriendin hem meesleepte naar haar dansschool. ‘Vanaf de eerste les was ik verkocht: ik had mijn biotoop gevonden.’ Met amper anderhalf jaar danservaring werd hij toegelaten tot PARTS, de dansopleiding van Anne Teresa De Keersmaeker in Brussel. Vervolgens danste hij vijf jaar voor Wim Vandekeybus/Ultima Vez en nog eens vijf voor Sidi Larbi Cherkaoui/Eastman. Wie die drie namen op zijn cv heeft, mag spreken van een uitzonderlijk dansparcours.

Succesvol debuut
Vorig jaar maakte hij met zijn eigen compagnie HelKa zijn debuut als choreograaf: When The Birds Fly Low The Wind Will Blow is een theatrale en fysieke performance, tegelijk melancholisch, poëtisch en onstuimig. De livemuziek van de Gentse band Maya’s Moving Castle maakt de beoogde sfeer compleet.

De voorstelling begint in oktober aan een tournee. Tegelijk werkt de jonge compagnie aan een tweede choreografie: In Absentia, een
voorstelling over verlies. Ze gaat op 15 oktober in première in de Warande in Turnhout.

Geen beloning voor goed rapport
Eigenlijk zou er een andere productie komen: Lore, over bijgeloof en mystiek. Seabra diende daarvoor een dossier voor projectsubsidie in bij de minister van Cultuur, Sven Gatz. Net als 78 andere – veelal jonge – kunstenaars en organisaties gaven de beoordelingscommissie en de administratie hem een dubbel positief advies. Desondanks kregen ze alle 79 dit antwoord in de maag gesplitst: “Hierbij melden we u de beslissing om uw project niet te ondersteunen. Het zakelijk advies van de afdeling Kunsten en het artistiek advies van de bevoegde beoordelingscommissie, die u als bijlage bij deze mail vindt, waren nochtans positief. De resterende budgetten lieten echter jammer genoeg slechts ruimte om een beperkt aantal aanvragen in te willigen.”

De projectsubsidies zijn weer de pineut“, schrijft theatercriticus Wouter Hillaert in Rekto:Verso. “Zo’n lage toekenningsgraad is nooit eerder vertoond.” Hillaert maakt de terechte vergelijking: “Stel je een prof voor die zegt: je bent geslaagd voor je examens, maar we laten je er niet door.”

Crowdfunding met fijne return
Ja, wat dan? Je kunt er het bijltje bij neergooien, de repetitie- en speelzalen leeg laten. Of je kunt doorgaan. Helder Seabra maakte de moeilijke keuze om zijn grote project even in de koelkast te stoppen en een nieuw, low-budgetproject op te zetten. Voor In Absentia werkt de choreograaf met een uitsluitend mannelijke cast. Met hen onderzoekt hij alle hoeken en kanten van het thema verlies – een thema dat niet toevallig is gekozen: het is direct geïnspireerd op de verschraling van het kunstenlandschap die de choreograaf zelf ervaart. Verlies voelen, zien, dragen, erom huilen of lachen – het mag allemaal. Seabra: “Doorgaans kroppen mannen meer op dan vrouwen: ze uiten hun emotie minder direct. Wat doet dat met ze? Uiteindelijk draait het niet om wat je verliest of hoe dat gebeurt, maar om hoe je ermee omgaat.”

Het crowdfundingproject dat de voorstelling moet helpen voltooien, loopt nog tot 6 oktober. In totaal zoekt het gezelschap via die weg 10.500 euro bij elkaar. Een week voor de deadline stond de teller al op 6924. “Alle beetjes helpen”, zegt de choreograaf. Op de webpagina van het project leest de bereidwillige financierder wat hij of zij voor de gegeven steun in de plaats krijgt. Enkele voorbeelden. Vanaf 2 euro? Een persoonlijk mailtje van de choreograaf om je te bedanken. Vanaf 10? Een foto in je inbox, speciaal voor jou genomen tijdens het creatieproces. Vanaf 35 euro: een workshop of dansles van de choreograaf. Vanaf 100 euro? Een borrel met het volledige team van de voorstelling. Vanaf 500 euro? Het team maakt een traditionele Portugese maaltijd klaar voor jou en maximaal 5 vrienden.

“De kunsten lijken in een vacuüm terecht te zijn gekomen”, besluit Helder Seabra. “Iedereen vraagt zich af wat de toekomst brengen zal. Volgens mij zitten we op een keerpunt dat ons dwingt na te denken over een nieuw soort creativiteit, die we met zo weinig mogelijk middelen moeten ontwikkelen. Je merkt ook hoe kunstenaars elkaars projecten ondersteunen. Mijn muzikanten maken muziek voor de voorstelling. Ik zal in ruil een choreografie maken voor een van hun volgende videoclips. Ik blijf dus positief: optimisme brengt optimisme voort en dat zorgt voor een goede bodem om ideeën te laten kiemen en bloeien.”

https://www.facebook.com/helkavzw
Lees ook het artikel dat ik over Helder Seabra schreef in RandKrant, en waaruit ik fragmenten geplukt heb voor deze post (blader naar pagina 22).