Interieurarchitect en designer Danny Venlet: “Ik bekijk de dingen graag een beetje anders”

Een nieuwe Kanttekening!

Danny Venlet richt commerciële en residentiële woningen in, hij heeft objecten ontworpen die wereldwijd bekend zijn, als docent geeft hij zijn kennis door aan opkomend talent én hij is artistiek directeur van MAD, het Brusselse mode- en designcentrum. “Ik vind de wisselwerking interessant: het ene project geeft inspiratie voor het andere.”

Portrait Danny Venlet - Photo Credit Jurgen Rogiers“Als achttienjarige wist ik niet goed wat ik wou doen. Ik heb dus wat gesukkeld om de juiste studiekeuze te maken. Ik was begaan met de natuur en de mens, dus schreef ik me in om geneeskunde te studeren. Het werd snel duidelijk dat ik me daarin totaal vergist had. Ik wilde wel met of voor mensen werken, maar niet per se met zieken. Die gedachte leidde me naar interieur en design: de inrichting van een woning kan tenslotte bijdragen tot de gezondheid. Het juiste licht of een gezonde atmosfeer heeft invloed op de gemoedstoestand en je gemoedstoestand heeft op zijn beurt grote invloed op je lichaam.”

Hoe groot was de stap van de schoolbanken naar de praktijk?

“Ik ben opgegroeid in Australië, heb in België gestudeerd en ben aanvankelijk terug naar Australië getrokken. Daar heb ik een moeilijke start gehad. Ik ging aan de slag als maquettebouwer en dat ging me goed af: ik was erg minutieus. Uiteindelijk werd ik hoofdmaquettebouwer in een groot bedrijf in Sydney, maar heel die tijd ben ik blijven solliciteren als interieurarchitect. Ik ben uiteindelijk bij twee verschillende bureaus in dienst geweest en heb dan een eigen bedrijf opgericht, samen met twee andere designers: Marc Newson en Tina Engelen. We hadden onmiddellijk veel werk, maar de ego’s botsten te erg. Samenwerken is altijd een goed idee en het wordt ook alsmaar belangrijker, maar je doet het beter met mensen die andere dingen kunnen dan jij. Als alle partners dezelfde competenties hebben, lopen de discussies te snel op. Ergens is het jammer dat we die problemen toen niet kunnen omzeilen hebben, want we hadden behoorlijk wat potentieel met zijn drieën. De designobjecten die Marc Newson in die tijd gemaakt heeft, behoren vandaag bij de duurste ter wereld.”

GoggleDesk for Babini © Danny VenletToen jullie de samenwerking stopzetten, heb jij je eigen bureau opgericht. Hoe vlot liep dat?

“Het was redelijk rendabel vanaf het begin, tot er een economische crisis uitbrak in 1992. Opeens kregen al mijn klanten het moeilijk en wist ik zelf ook even niet hoe ik het moest redden. Ik had op dat moment – behalve een auto – nog geen noemenswaardige eigendommen en ondervond dat je zonder vastgoed ook nergens een lening kunt krijgen. Dat heb ik toen in orde gemaakt: ik heb een huis gekocht, zodat ik iets had om op terug te vallen als er ooit nog eens zoiets zou voorvallen. Ook nu weer maken we een economische crisis door en deze duurt veel langer dan die van het begin van de jaren 90. Voor geen enkele ondernemer zijn dat eenvoudige tijden: klanten doen moeilijker, zijn wantrouwiger, betalen minder vlot. En dan helpt het natuurlijk niet als jijzelf intussen wel al je btw moet betalen, bijvoorbeeld.”

Wat voor advies zou je beginnende ontwerpers geven?

“Ik zou zeggen: wees voorzichtig. Ga niet te snel voor groot en werk eerder samen met anderen dan ze in dienst te nemen. Maar blijf vooral ook altijd je enthousiasme behouden, en hou vol. Soms gaat het met vallen en opstaan, maar je moet blijven doorgaan: veel dingen maken, tentoonstellen, bezig blijven en in de kijker komen. Dat lukt niet met maar één object.”

Je geeft les aan het KASK in Gent en CAD in Brussel. Vind je dat de opleidingen voldoende zijn afgestemd op de praktijk?

“De praktijk leer je in de praktijk. Een student moet prikkels krijgen die zijn ontwikkeling als designer vooruithelpen. Ik geef wel altijd het advies om naar de industrie te stappen om objecten te laten maken: doe het niet alleen, maar samen met deskundigen in de materie. Zo leer je ook hoe een bedrijf werkt. Voor een vormgever is het concept toch altijd het belangrijkst. Als je onze studenten vergelijkt met die van productwikkeling, dan hebben ze daar meer vakkennis, dat klopt. Maar als je te veel hamert op vakkennis, dan loop je het risico dat je het concept al afbreekt voor het op punt staat, gewoon omdat je ervan uitgaat dat het niet gemaakt kan worden. En dan is er weinig ruimte voor innovatie. Zelf werk ik ook zo: ik ga uit van een concept en dan pas zien we – samen met de fabrikant en met oog voor zijn specifieke know-how – hoe het gemaakt kan worden. Gewoonlijk vind je een oplossing, hoor. Voor een stoel als de Easy Rider, waarvan de poten niet onder de zitting staan, maar onder het tablet, hebben we ook even een ingenieur geraadpleegd om de stabiliteit te kunnen verzekeren. Idem voor mijn buitendouche die water van beneden naar boven spuit in plaats van omgekeerd.
Als ontwerper bekijk ik de dingen graag een beetje anders. Je moet je publiek emotioneel weten te pakken – dat is iets waar ik heel hard op doordruk in mijn eigen ontwerpen.”

EasyRider for Bulo © Danny VenletJe hebt een aantal objecten op je naam staan die haast iedereen wel kent, zoals de Easy Rider…

“Ja, er zijn er zo wel een aantal. Tot ik ze allemaal samenbracht in een boek beseften veel mensen niet dat die allemaal van mij waren. Dat komt ook door slechte communicatie van mijn kant, hoor. Ik vind dat objecten voor zichzelf moeten spreken, maar zo werkt het niet meer. Zelfs bij Ikea plakken ze tegenwoordig gezichten op hun ontwerpen. Ik probeer mijn belangrijkste verwezenlijkingen nu wel wat meer in de verf te zetten op Facebook en zo. Maar rechtstreeks tegen mensen pak ik niet graag uit met wat ik doe. Dat betekent niet dat ik er niet trots op ben – het ligt gewoon meer in mijn karakter om wat op de achtergrond te blijven. Ik heb vroeger altijd geleerd dat opscheppen een slechte eigenschap is (lacht).”

www.venlet.net

Lees het volledige artikel bij Kunstenloket.

Advertenties

Jeroen Lemaitre (Animaux spéciaux): “Je moet ambassadeur worden van je werk”

Jeroen Lemaitre maakt treasures: opgezette insecten en andere dieren plaatst hij in een kunstige context, zoals onder een stolp of in een lijst tussen twee raampjes. Aankleding en compositie zetten hun natuurlijke schoonheid in de verf. Groene of gouden kevers, natuurlijk blauwe bijen, exotische vlinders… Ze hebben geen opsmuk nodig om mooi te zijn. Ze moeten enkel de blik van de toeschouwer trekken en vasthouden. Daarvoor zorgt Lemaitre. In de Mechelsestraat in Leuven opende hij recent zijn Wunderkammer, een winkel annex atelier waar bezoekers mogen binnenlopen om hem aan het werk te zien, zijn treasures te bewonderen en te kopen, zijn fantasiewereld te beleven. “Wat ik doe maakt veel los in mensen. Ik geef ze een tik en haal ze zo even uit de sleur van het dagelijks leven.”

Animaux Spéciaux

Animaux Spéciaux

“Het is ongelooflijk tof om van de platgetreden paden af te stappen en te beginnen ondernemen. Je bent naïef, je hebt een doel voor ogen en je krijgt de vrijheid om te doen wat je echt graag wil. Tegelijk is het natuurlijk heel akelig om de stap te zetten, want niemand houdt je handje vast. Je moet heel veel zelf ontdekken. Financieel ben ik puur gestart met mijn eigen bescheiden spaargeld – dus echt het geld dat ik als kind voor Kerstmis heb gekregen en zo. Geleend heb ik niet. Zoiets kan natuurlijk alleen als je je vaste kosten zo laag mogelijk houdt. Ik huur voorlopig bijvoorbeeld een studio-atelier in mijn ouderlijk huis voor 150 euro. Mijn webshop huur ik bij een Amerikaans bedrijf voor 20 euro per maand. Ik was in het begin heel voorzichtig met mijn kleine kapitaal. Ik deed alleen minieme aankopen, maakte objecten, verkocht ze, betaalde belasting en sociale zekerheid, en wat dan nog overbleef, investeerde ik opnieuw in mijn werk. Gemakkelijk was het niet. De huur voor een – nog altijd vrij goedkoop – pand zoals ik nu heb, kon ik me dat eerste jaar niet permitteren. Ik heb wel het geluk gehad dat ik de uitbaatster van kledingzaak Profiel in Leuven tegenkwam. Ze was meteen gefascineerd door mijn werk en bood me gratis een ruimte boven haar winkel aan: daar heb ik een aantal maanden mijn treasures verkocht. Haar heb ik trouwens ontmoet terwijl ik met mijn kraampje op een brocantemarktje stond. Dit is een tip die ik andere starters wil geven: zorg dat je werk op zoveel mogelijk plaatsen aanwezig is. Ik heb op markten en beurzen gestaan, ben naar winkels toe gestapt en hebt met ontzettend veel mensen gepraat. Je moet er alles aan doen om zichtbaar te worden en mensen een zaadje in het hoofd te planten, zodat ze meteen aan jou denken als ze een week later voor iemand een origineel cadeau willen kopen. Je moet ambassadeur worden van je werk.”

Lees meer op www.kunstenloket.be

Artikel uit de reeks Kanttekening voor Kunstenloket: het Kunstenloket krijgt creatieve geesten van alle mogelijke pluimage over de vloer en aan de telefoon. Allemaal hebben ze hun eigen vragen, allemaal volgen ze hun eigen parcours. In deze reeks plaatsen ze kanttekeningen bij het kunstenaarsbestaan. Wat drijft hen? Wat liep vlot voor ze en wat zorgde voor een worsteling? Waar overweegt de kunst en waar het ondernemerschap?

Jeroen Jaspaert, animator en regisseur van animatiefilms: “Het is niet omdat je van je job geniet, dat mensen daar misbruik van mogen maken”

Br7JveeIgAAzmFj.jpg large

Heb je kleine kinderen in huis? Toon ze dan zeker eens een paar filmpjes van Bing Bunny. We moeten nog even wachten op de Nederlandstalige versie die op Ketnet zal lopen, maar de kleintjes (en hun ouders) vinden het Engelstalige origineel net zo leuk. Ik hou zelf vooral van het rustige tempo, de herkenbare verhalen, de héérlijke Engelse vertelstemmen en de giga-aaibaarheidsfactor van de figuren.

Onlangs interviewde ik de regisseur van de Bing-serie, Jeroen Jaspaert, voor een nieuwe Kanttekening.

Zes middelbare schooljaren lang riep hij van de daken dat hij leraar zou worden. Maar toen puntje bij paaltje kwam, bedacht hij zich: animatie zou het worden. “Ik was als kind al altijd artistiek bezig”, vertelt animator Jeroen Jaspaert. “Ik tekende, schilderde, speelde toneel… Maar ik had er nooit bij stilgestaan dat ik van iets creatiefs ook mijn beroep kon maken.”

BAFTA_BING (1)“In de zomer voor ik zou beginnen voortstuderen, hoorde ik per toeval een radio-interview met Raoul Servais, de pionier van de Belgische animatiefilm. Toen besefte ik dat in animatie mijn liefde voor tekenen en die voor acteren samenvielen. Zo ben ik op het laatste nippertje – en zonder er al te veel over te weten – dus toch in een creatieve richting terechtgekomen. Ik volgde de vierjarige opleiding in Genk. In het eerste jaar leerde je daar ook heel veel over algemene filmtechnieken: hoe werken cameralenzen, hoe zit een goede lay-out of een verhaalstructuur in elkaar… Nu ik als regisseur werk, heb ik daar nog veel aan.”

Hoe vlot heb je nadien de stap naar het professionele leven gezet?

“Het zag er eerst naar uit dat het vrij moeilijk zou verlopen. Het laatste jaar in Genk was erg zwaar. We kregen geen lessen meer, maar moesten twee animatiefilmpjes maken. Toen die af waren, wou ik even niet meer aan animatie denken. Ik heb die zomer daarom voor de Tiense bietencampagne gewerkt. En terwijl ik bietenplantjes zat te zaaien en zo, besefte ik plotseling dat ik helemaal niet wist hoe je professioneel animator moest zijn. Hoe goed moest je zijn en hoe snel moest je kunnen werken om in de industrie aan de bak te komen? En waren er überhaupt wel animatiestudio’s in België? Daarom heb ik me ingeschreven voor een bijkomende opleiding van een half jaar in Londen. Elke maandagochtend kregen we een opdracht, elke vrijdag presenteerden we het resultaat. We waren met 30 studenten die alle 30 even gedreven waren en allemaal de besten wilden worden in ons vak. Ook dat maakte het tot een fantastisch semester. Door onze geestdrift stuwden we elkaar vooruit: jij kunt dit? Dan wil ik ook beter doen! In die zes maanden ben ik écht animator geworden. Ik kreeg meer zelfvertrouwen om oprecht trots te zijn op mijn teken- en animatiewerk en ermee naar buiten te komen. Zo kon ik eigenlijk vrij snel sollicitatiegesprekken krijgen in enkele grote Engelse animatiestudio’s. Een week na de diploma-uitreiking kon ik aan mijn eerste opdracht beginnen. Ik ben dus in Londen blijven hangen en 14 jaar later ben ik hier nog.”

Lees meer.

Keramisch ontwerpster Ilona Vandenbergh: “Als je goed en professioneel advies krijgt, voel je je minder alleen in je ondernemerschap”

Allerhande praktische bezwaren stonden haar creatieve carrière jaren in de weg. Maar begin dit jaar hakte Ilona Van den Bergh de knoop definitief door: “Andere keramisten die ik ken, verklaren me gek als ik zeg dat ik van mijn ontwerpen wil kunnen leven. Toch ga ik ervoor. Het is het juiste moment.” Op het ogenblik van ons gesprek is de ontwerpster overstelpt door het werk. Er is net een grote bestelling binnengelopen, waarvan ze de productie volledig zelf verzorgt. “Voorlopig ziet het er alvast goed uit”, besluit ze.

“Veertien jaar geleden ben ik afgestudeerd als keramist aan het IKA in Mechelen. Door een samenloop van omstandigheden ben ik er dan een hele tijd niet meer mee bezig geweest. Ik nam een vaste baan, maar na verloop van tijd voelde ik me daar niet langer prettig bij. Nochtans had ik een goed loon, veel vrijheid en fijne collega’s. Het bedrijf lag bovendien in een mooie en vlot bereikbare omgeving. Ik was echter op een punt in mijn leven gekomen waarop je de balans opmaakt, en de slotsom was dat ik mijn keramiek te erg miste. We verhuisden en in dit nieuwe huis heb ik een atelier kunnen inrichten. Zo ben ik stilaan begonnen met nieuwe ontwerpen maken, die vrij snel door de buitenwereld zijn opgepikt.”

“Ik heb in een ver verleden plastische opvoeding gestudeerd aan het regentaat. We kregen er veel verschillende disciplines aangereikt, en toen al had ik een voorliefde voor driedimensionale opdrachten. Jaren later ben ik dan aan een avondopleiding keramiek begonnen en dat beviel me enorm. Het is een heel direct medium: je pakt klei in je handen en je hebt onmiddellijk resultaat van wat je doet. Je moet natuurlijk de kunst beheersen om het idee dat je in je hoofd hebt, te vertalen naar een vorm, maar dat proces verloopt bij mij altijd heel organisch en vloeiend. Ik denk er meestal niet te veel over na: op de meest onverwachte momenten zie je iets voorbijkomen waarvan je in een flits weet wat je ermee kan doen. En dan ga je aan de slag.”

www.ilonavandenbergh.be

Lees het hele artikel.