Oedipus/bêt noir: ‘Aards en zonder vernis’

15/09/2011

Vanavond première van Oedipus/bêt noir van Ultima Vez en KVS. De trailer ziet er alvast bijzonder intrigerend uit.

Nog voor de repetities begonnen, heb ik Wim Vandekeybus en Jan Decorte geïnterviewd over de productie (in opdracht van Ultima Vez). Je vindt de volledige tekst op de site van de KVS, onderaan bij ‘pers en extra’s’. En hier lees je alvast een fragment:

Na het jongerenproject Bêt noir en de Zweedse gastchoreografie Black Biist gaat Wim Vandekeybus voor de derde keer aan de slag met Jan Decortes Oedipusbewerking uit 1999. Wat is er zo dringend aan die tekst dat hij bij Ultima Vez steeds opnieuw op tafel komt? Om daar achter te komen, spreken we met de twee makers af in een Brussels bruin café, bij een glas wijn. ‘Eigenlijk is Bêt noir een perfect filmscript, dus misschien komt er ooit zelfs nog een vierde versie.’

Vandekeybus en Decorte praten zoals ze voorstellingen maken. De ene wild enthousiast en energetisch uitwaaierend – elke zin onderstreept hij met beweging. De ander afwachtend – Decorte luistert vooral en vult het gesprek nu en dan aan, alleen als hij vindt dat een uitspraak er echt toe doet.

Een heel stuk in één zin
‘Ikebbet altijt noch chezecht – zo begint Bêt noir en eigenlijk zit het hele stuk al in die ene zin’, vindt Wim Vandekeybus. ‘Ikebbet altijt noch chezecht – daarmee alleen al kun je een heel stuk maken.’
In Black biist, de choreografie die hij in 2009 voor het Göteborg Ballet maakte, krijgt die eerste zin een kwartier om de zaal te vullen, legt hij uit. ‘Ik gaf in het eerste kwartier niet meer dan dat. En nu heb ik opnieuw goesting om eerst en vooral met die zin aan de slag te gaan.’
Jan Decorte knikt: ‘In het begin van het stuk is alles eigenlijk al gebeurd. Er moet alleen nog verder gestrompeld worden. Zo gaat het altijd met Griekse tragedies. Je weet dat het slecht afloopt, dat de held alle mogelijke fouten zal maken. Oedipus is in die zin het ultieme tragische personage: hij begint met alles, maakt dan de grootste vergissingen die een mens kan maken – je vader vermoorden en je moeder in je bed – en eindigt met niks. Hij is dus een held met grote valhoogte, zoals we vroeger op school geleerd hebben. Dat maakt hem spannend. Dat, en de waanzin die uit zijn hele figuur spreekt. De waanzin is trouwens ook wat mij bevalt aan het werk van Wim: het is waanzinnig wild en dat maakt mij weliswaar een beetje bang, maar toch zie ik het graag.’
Vandekeybus ziet Oedipus dan weer vooral als een antiheld. ‘Een antiheld die in Bêt noir nog extra als een antiheld wordt afgeschilderd. King Lear, dat is in mijn ogen een echte koning. Oedipus is meer een dommige kwajongen die opeens koning wordt en er dan ongevraagd de koningin bij krijgt. In se is hij van goede wil, maar omdat hij zo hardnekkig de juiste beslissingen wil nemen, maakt hij nog meer fouten.’
Decorte: ‘Dat is de definitie van de tragedie, natuurlijk: iedereen wil aan zijn lot ontkomen, maar het lot pakt je uiteindelijk toch. In de gekuiste versie heet het dat de goden dat allemaal beslissen, maar in werkelijkheid doet de mens zichzelf zijn tragedies aan.’ Net dat maakt de mens volgens Vandekeybus zo’n mooi schepsel. Zodra er iets fout gaat in zijn leven, zoekt hij daarvoor een reden buiten zichzelf. ‘De mens is continu bezig met zingeving en met oplossingen zoeken voor wat hij niet begrijpt. Daarom zijn de goden uitgevonden, daarom gingen de Grieken naar het orakel, daarom bestaat bijgeloof. Sommige mensen geloven dat zwarte katten ongeluk brengen, maar die kat weet niet dat ze zwart is, snap je? Het is de mens die die betekenis daarin legt. Oedipus kan aan zijn lot niet ontsnappen, omdat het zogezegd vast ligt en dus onontkoombaar is. Maar eigenlijk hebben de Grieken juist het toeval gecreëerd.’

www.kvs.be

Advertenties

Hoe puur je spits en relevant theater uit stoffige archieven?

28/06/2010

Recensie over Billy, Sally, Jerry and the .38 Gun van Steigeisen/KVS

Met zijn heuglijk historisch-documentair theater is het jonge gezelschap Steigeisen (Duits voor klimijzer) goed bezig zich stevig in het theaterlandschap te verankeren. Het visueel, tekstueel en sferisch sterke Fobbit, dat Thomas Bellinck en Jeroen Vander Ven maakten toen ze nauwelijks afgestudeerd waren van het Rits, is me bijgebleven als een van meest belangwekkende producties van 2009. Billy, Sally, Jerry and the .38 Gun duikt in de geschiedenis en blijft hangen in 1975, op de dag dat de Amerikaanse president Gerald Ford voor de tweede keer net niet neergeschoten wordt. Drie levens snijden elkaar op dat moment. Drie mensen die tegen wil en dank zijn wat ze zijn en die vooral bekend zijn geworden door wat ze niet deden of niet wilden. Met Billy, Sally, Jerry and the .38 Gun bewijst Steigeisen dat er heel wat boeiends te puren valt uit stoffige archieven en dossiers.

Lees de volledige recensie op www.theatermaggezien.net.


Artikel – ‘Kunst ontstaat in dialoog met de wereld rondom je’

08/06/2009

Ruud Gielens

Ruud Gielens (c) Redkitten

Theatermaker Ruud Gielens pakt Biedermann en de brandstichters van de Zwitserse auteur Max Frisch van de plank, een tegelijk grappig en macaber stuk over lafheid en opportunisme. ‘Ik ben een grote Frisch-fan’, vertelt hij. ‘Ik heb zijn werk gelezen en herlezen. Wat ik er fantastisch aan vind is dat de auteur zonder ideologisch te zijn, zelfs zonder een standpunt in te nemen een volledig wereldbeeld kan schetsen.’ De tekst speelt zich af in het naoorlogse Europa, maar vertelt desondanks ook het verhaal van vandaag. ‘Je leest er weliswaar de clash van de grote ideeën in, maar toch herken je er het hedendaagse individualisme in. De personages zijn tenslotte vooral bezig met de ontplooiing van hun eigen ego, met de vraag wat ze van de ander kunnen nemen en gebruiken om zichzelf te ontwikkelen.’ Een gesprek over politiek en maatschappelijk engagement, de noodzaak van de humor en DDR-T-shirts.

‘De situatie in het stuk is heel simpel’, zegt Ruud Gielens. ‘Er komen twee brandstichters aanbellen bij een typische burgerfamilie. Na de eerste scène weet iedereen in de zaal al hoe laat het is: er gaat een en ander in vlammen opgaan. Maar de betrokkenen kunnen of willen het niet zien.’ In die zin zit er veel van de klassieke tragedie in de voorstelling. ‘Het is een en al hubris’, vindt Gielens. ‘De held of antiheld wordt door het koor gewaarschuwd voor wat er komen zal, maar omdat hij overloopt van de hoogmoed, stoot hij zich toch.’ Een aaneenschakeling van dramatische gebeurtenissen wordt Biedermann en de brandstichters echter niet. ‘Het is tegelijk een onwaarschijnlijk goede komedie.’ En humor is iets wat Ruud Gielens enorm op prijs stelt, niet alleen in het theater zelf. ‘Ik geloof dat elk totalitair regime, of het nu gaat om fascisme, communisme of wat dan ook, lijdt aan een ontzettend gebrek aan humor. Dat is tevens de kern van Biedermann: het gaat om het kunnen relativeren van het eigen ik. Om dat te kunnen is humor essentieel.’

Uit: Isel nr. 30, mei-juni 2009

Biedermann en de brandstichters: 6 – 19 juni, KVS, Brussel.