’t Arsenaal + Lazarus

17/06/2015

En kijk eens aan, nog een structurele samensmelting in theaterland: ’t Arsenaal Mechelen en theatercollectief Lazarus.

Midden 2016 vertrekt Michael De Cock, huidig artistiek leider van ’t Arsenaal, naar Brussel om daar KVS te leiden. ’t Arsenaal komt in handen van Willy Thomas en Lazarus: Lazarus als vast makerscollectief en Willy Thomas als artistiek leider. “Samen zijn zij complementair in een verhaal met meerdere pijlers”, laat het huis weten. “Het gezamenlijke doel is: een theaterhuis als genereuze ontmoetingsplek dat zijn werking wil doortrekken tot buiten de muren van het huis. Sleutelwoorden in de werking zijn: toneel, spreiding, diversiteit en lokale en interstedelijke samenwerking. Zo blijft ’t Arsenaal het open huis dat het de voorbije jaren was: met oog voor de samenleving en een maatschappelijke context, met de intentie om samen te werken op diverse niveaus en met de gastvrijheid om ook een platform te bieden aan diverse andere artiesten en gezelschappen.”

In die nieuwe context blijft Lazarus autonoom zijn eigen werk ontwikkelen: “Met Lazarus komt er opnieuw een stevige artistieke kern én een dynamische spelersploeg in huis die voorstellingen maakt die aansluiten bij wat ’t Arsenaal deed en wil blijven doen: verhalen vertellen die tot de verbeelding spreken en relevant zijn om te vertellen, met sterke teksten en/of ideeën als uitgangspunt.”

Advertenties

Lazarus speelt ‘De idioot’: “Mooi en actueel”

25/05/2013

Theatergezelschap Lazarus speelt De idioot, een bewerking van de bijna 800 pagina’s tellende roman van Fjodor Dostojevski. Waarom doet een gezelschap zichzelf zo’n klepper aan, vraag ik mezelf dan spontaan af. Ik vroeg het aan Günther Lesage, die in de voorstelling een overtuigende prins Mysjkin neerzet – Mysjkin, de ‘idioot’, de doodbrave, dodelijk naïeve Christusfiguur in een door geldzucht en achterdocht verteerde wereld.

“We hebben in het verleden al een aantal Russen bewerkt”, vertelt Lesage, “We houden namelijk enorm van de Russische literatuur.” Dostojevski stond al lang op het verlanglijstje. Maar welke roman moest het dan worden? Meteen De gebroeders Karamazov? Of toch misschien liever Schuld en boete/Misdaad en straf, of De speler? Het werd De idioot, omdat die bleek te passen bij de bezetting van het gezelschap, omdat de Lazarussen de tijd nog (net niet) rijp vonden voor De Karamazovs, maar vooral ook “omdat het een heel mooi verhaal is met een thema dat nog altijd actueel is. Het gaat over eerlijkheid versus materialisme, over een man die besloten heeft heel eerlijk te zijn en die terechtkomt in een wereld vol bedrog en verborgen agenda’s, corruptie, achterdocht en misbruik.”

Veel plezier en liefde
Gemakkelijk maakt het gezelschap het zichzelf geenszins met zo’n bewerking. Daar ligt dan zo’n kluif voor je op tafel. Hoe begin je daar aan? Hoe boetseer je meer dan 750 pagina’s ernstige Russische literatuur tot een verteerbaar, bij tijden zelfs humoristisch theaterstuk? Günther Lesage geeft toe dat hij zich tijdens het creatieproces af en toe heeft afgevraagd of ze de lat dit keer niet té hoog hadden gelegd. “Maar we waren niet aan ons proefstuk toe. We bewerkten eerder bijvoorbeeld al Oblomov van Gontsjarov. En intussen hebben we al veel plezier en liefde gevonden in het bewerken van literatuur voor theater. Op die manier kunnen we onze voorstelling ook echt vormen naar onze eigen verbeelding en goesting. We hebben het onszelf misschien niet gemakkelijk gemaakt, maar dat maakt het natuurlijk net spannend en interessant.”

Groepslezen
De afspraak was dat alle spelers (Dominique Collet, Koen De Graeve, Pieter Genard, Günther Lesage, Ryszard Turbiasz en Charlotte Vandermeersch) de roman tegen de eerste repetitiedag gelezen zouden hebben. Sommigen hadden hem zelfs al meer dan eens achter de kiezen. En op die eerste dag begonnen ze gewoon opnieuw. Samen. Ze lazen om beurten een aantal bladzijden aan elkaar voor, tot ze het hele boek doorworsteld hadden. “Dat was spannend”, vertelt Günther Lesage. “Als je een boek in groep leest, lees je heel anders dan alleen. Je hoort anderen voorlezen en je merkt andere dingen op dan wanneer je in je zetel in stilte zit te lezen.” Tussen het lezen door discussieerden ze. Wat waren de interessantste passages? Welke thema’s zouden ze uitdiepen? Met welke stukken konden ze op theater totaal niets beginnen? 21 dagen duurde het lezen en overleggen. Van ’s morgens tot ’s avonds. Kantooruren. Na drie maanden was de theatertekst er – twee weken voor de première. In de hoofden was de voorstelling toen al grotendeels klaar. “Als we dan daadwerkelijk de vloer op gaan, checken we of het ook in de praktijk allemaal wel klopt. Intussen spelen we al lang genoeg samen om min of meer te weten wat werkt en wat niet, maar uiteindelijk pas je in die laatste periode toch nog zo’n 20% aan, ongeveer.”

De idioot kreeg positieve recensies in De Morgen, De Standaard en Knack. De speellijst vind je hier.

www.lazarusvzw.be

Het gesprek met Günther Lesage had ik als voorbereiding op de inleiding die ik gaf bij de voorstelling in CC Westrand, Dilbeek.


‘Een goede voorstelling maak je nooit helemaal alleen’

20/11/2010

Günther Lesage over de hernemingen van zijn monoloog Force majeur

Wat stuurt het leven? Het toeval of het lot? Deze en andere existentiële vragen liggen aan de basis van Force Majeure, een monoloog van Günther Lesage (Lazarus). ‘Ik ben er nog altijd niet uit of ik nu meer in het toeval of meer in voorbestemdheid geloof’, vertelt hij. ‘Volgens mij gaat het om een combinatie. De dingen gebeuren niet zomaar, maar veel komt wel voort uit de keuzes die we maken.’

Een jongeman moet met zijn dochtertje van twee naar de dokter. De fietstocht wordt een hindernissenparcours die de perfecte aanleiding blijkt om allerhande Grote Vragen door zijn hoofd te laten tollen. Vragen waar hij overigens ook het publiek mee opzadelt: wat bent u van plan nog verder aan te vangen met uw kostbare tijd? Op welke manier wilt u bijdragen aan uw eigen onsterfelijkheid? Uzelf laten ombouwen tot Pamela Anderson? Zich inschrijven voor een realitydocusoap? De wereld vernietigen? Eindelijk werk maken van een nageslacht? Bepaalde individuen het leven zuur maken? Een uitvinding bedenken tegen sterfelijkheid?

In een boekhandel in Amsterdam vond Günther Lesage bij toeval de theatertekst Turcaret van de Franse auteur Alain René Lesage. De man intrigeerde hem onmiddellijk. ‘Niet alleen is hij een naamgenoot, hij bleek gestorven te zijn op een zeventiende november, mijn verjaardag.’ Hij zocht uit wie de auteur precies was en bombardeerde hem tot een van de voornaamste inspiratiebronnen voor Force majeure. Ook onder anderen Luis Buñuel, Bill Bryson, Herman Brusselmans en de absurdistische schrijver Daniil Charms leverden stof tot denken. Günther Lesage: ‘Op basis van al dat materiaal één tekst maken, is het moeilijkste onderdeel van het proces. Het was niet de eerste keer dat ik in mijn eentje een theatertekst heb gemaakt, maar wel voor het eerst dat ik vertrok vanaf nul, want mijn vroegere stukken waren bewerkingen van bestaande teksten. Voor Force majeure heb ik me 3,5 maand opgesloten met een grote doos boeken en films, en een gitaar ter ontspanning. Ik legde mezelf echt de discipline op om elke dag buitenshuis te gaan denken en schrijven en schrappen. Af en toe kwamen mijn kompanen van Lazarus (Pieter Genard, Joris Van den Brande, Ryszard Turbiasz en Koen De Graeve) bij me langs om te luisteren naar wat ik al had en commentaar te geven. Ik geloof er niet in dat je een goede voorstelling helemaal alleen kunt maken. Je moet wat je schrijft voortdurend toetsen bij anderen.’

Force majeure beleefde zijn première in 2007, maar dit seizoen herneemt Günther Lesage de monoloog. De speellijst vind je hier.

Fragmenten uit deze blogpost heb ik eerder gepubliceerd in Uitgekamd, de krant van gc de Kam in Wezembeek-Oppem.


Flattr this