Het nieuwstedelijk = Braakland/ZheBilding + De Queeste

30/05/2015

Ze kondigden het aan als een verloving: theaterhuizen De Queeste en Braakland/ZheBilding smelten samen tot één huis. Het huwelijk krijgt ook een nieuwe naam: het grootstedelijk. Het zal even duren voor dat smeuïg in de mond ligt, maar het geeft wel weer waar het nieuwe huis voor wil staan. Vanavond – 30 mei 2015 – vanaf 19.30 uur lanceren ze het gezamenlijke project tijdens een startfeest in OPEK, Leuven.

“Met het nieuwstedelijk willen we mee vorm geven aan de stad en de samenleving van morgen”, zegt Stijn Devillé, directeur van het nieuwstedelijk. “We vertellen verhalen over het leven vandaag. We geven er klank aan en gaan erover in gesprek. Theater, muziek en debat vormen de kern van het artistieke werk van ons nieuwe theaterhuis. Dat werk geven we vorm vanuit de sterktes die we jarenlang hebben opgebouwd: nieuwe creaties rond hedendaagse thema’s, locatie- en interviewprojecten, de combinatie van tekst en muziek en de ondersteuning van jong talent. Samen kunnen we ook een stuk verder gaan.”

Adriaan Van Aken, Christophe Aussems, Stijn Devillé, Els Theunis en Sara Vertongen vormen de artistieke kern van het nieuwe theaterhuis. “Samen zetten we dit jaar onze eerste projecten in de steigers, maar houden ook nog een paar spannende plannen achter de hand. Het komende seizoen wordt voor het nieuwstedelijk een soort nuljaar. In de volgende twee, drie jaren krijgt het nieuwe huis zijn beslag.” In totaal brengt het nieuwstedelijk het komende seizoen elf producties.

Het nieuwstedelijk wordt het stedentheater voor Leuven, Hasselt en Genk. “We willen echt een stedentheater vormen voor het gebied tussen Brussel en Maastricht” stelt Devillé. “Dat zie je ook aan onze premières en locatieprojecten. Die vind je gespreid in Limburg en Leuven. Uiteraard blijven we ook toeren in Vlaanderen en Nederland. Met de voorstelling Hoop hebben we dit jaar een indrukwekkende tournee voor de boeg. Ook internationaal ziet het er dit jaar goed uit met heel wat interesse voor onze Engelstalige voorstelling Last Call.” Uitvalsbasis wordt OPEK in Leuven.

Startfeest en eerste voorstelling

Tijdens het startfeest geeft het nieuwstedelijk een vooruitblik op het nieuwe seizoen en een inkijk in de plannen van het nieuwe project. Huismuzikanten Rudy Trouvé, Youri Van Uffelen, Myrthe Luyten en Geert Waegeman spelen intieme concertjes doorheen het gebouw en houden een blind date met elkaar. Acteurs Simone Milsdochter en Jonas Van Thielen brengen fragmenten uit voorstellingen. Theatermakers Stijn Devillé, Adriaan Van Aken, Christophe Aussems, Maarten Ketels en Jessa Wildemeersch laten meekijken in hun werkproces, nemen hun bibliotheek mee en laten beklijvende interviewfragmenten horen. En op het dakterras kan je terecht voor de ultieme theaterervaring: Chris Lomme wacht je op en fluistert je iets toe dat alleen voor jouw oren bestemd is.

Maar tijdens het -gratis- startfeest neemt het nieuwe theaterhuis ook de ruimte om even achteruit te blikken. Actrice Sara Vertongen doet een poging om 18 jaar aan voorstellingen van de Queeste en Braakland/ZheBilding samen te vatten in een monoloog van 15 minuten. 114 voorstellingen in 15 minuten: 4 seconden per voorstelling dus. Met nadien een feest met de band King Dalton en dj Armand.

VUUR, de eerste productie van het nieuwe huis gaat in première op 20 juni op locatie in Heusden-Zolder.

www.nieuwstedelijk.be

Advertenties

“Wie op een podium klimt, moet iets te zeggen hebben” – Stijn Devillé fileert de gevolgen van de crisis

16/01/2014

Vanavond, 16 januari 2014, gaat Angst in (avant)première, een coproductie van muziektheatergezelschap Braakland/ZheBilding en De Queeste. Voor de gelegenheid: een fragment uit mijn artikel in Staalkaart.

*

In 2008 brak de bankencrisis in alle hevigheid los. Een globale financiële crisis volgde. Theatermaker Stijn Devillé, die vindt dat theater met beide voeten in de maatschappij moet staan, gooide zich op het thema en puurt er zowaar een drieluik uit. Na Hebzucht uit 2012 gaat nu Angst in première. ‘Ik ben er zelf wel banger door geworden, ja.’

(c) Stephan Vanfleteren

‘Toen ik met de research van Hebzucht bezig was, besefte ik al snel dat ik al dat materiaal niet in één voorstelling gepropt kreeg. Ik moest ergens een keuze maken. Daarom heb ik het in dat eerste luik over de kiem van de crisis: hoe is het begonnen? Wat waren de oorzaken?’, vertelt auteur-regisseur Stijn Devillé. Maar zodra hij die beslissing had genomen, merkte hij dat het verhaal daarmee nog maar net begonnen was. ‘De crisis duurt voort. Mensen verliezen hun baan, hun huis, enzovoort. Ze worden bang. Over dat aspect hebben we het in Angst.’ Hij verdiepte zich nog meer in het thema en hij voelde dat hij er cynisch van dreigde te worden. ‘Je ziet wat er gebeurt en dat het systeem zichzelf eigenlijk alleen maar blijft herhalen. Daarop reageer je uiteindelijk bijna alleen nog met schouderophalen. Of je wordt zelf bang.’ Hij vond het een beetje té om zijn publiek met zo’n brok in de maag achter te laten. ‘Na de crisis en de angst hebben we absoluut hoop nodig’, vindt hij. ‘En dus zal het uiteindelijk een drieluik worden: Hebzucht, Angst en Hoop.’ Hoe dat laatste deel er precies uit zal zien, zijn zorgen voor later, want vaste vorm heeft het plan nog niet. Devillé: ‘Je kunt hoop putten uit kleine initiatieven die her en der opduiken. Die zijn nu nog bijzonder marginaal, maar ik denk echt dat we het daarvan zullen moeten hebben. De voorstelling zal draaien rond vragen als: waar vinden we hoop en wat kunnen we er zelf voor doen? Kunnen we er überhaupt zelf iets voor doen?’ Misschien wordt die derde een call for action, misschien ook niet. Daarvoor is de hoop nog te pril. ‘Ik ben tijdens mijn onderzoek op een aantal hoopvolle dingen gestoten, maar voorlopig vraag ik me nog te veel af of het niet al te naïef is om te verwachten dat daarin dan de redding zal schuilen.’ Het kiemt nog wel. Voorlopig hebben we genoeg aan (onze) Angst.

Groeidenken is voorbij
‘Ik ben zelf best bang geworden tijdens mijn research voor dit stuk.’ Stijn Devillé lacht met zijn uitspraak, maar de uitleg die volgt is bloedserieus. ‘Er gaan tegenwoordig meer en meer bijzonder pessimistische stemmen op, zoals die van Joris Luyendijk, die stelt dat er helemaal niks veranderd is. Iedereen blijft doen wat hij voor de crisis deed, terwijl dat absoluut niet houdbaar is.’ Tegenstanders zetten de journalist Luyendijk weg als een onheilsprofeet. Maar Stijn Devillé is het grotendeels met hem eens: ‘Als je je wat beter in de materie verdiept, merk je dat het probleem veel meer omvat dan een puur financiële kant. Ik las een rapport van het Britse beursbedrijf Tullett Prebon, dat is zo’n bedrijf dat advies verleent over beursgang en investeringen – het harde geld – en ik schrok van hun analyse, omdat ze naadloos aansloot bij de opinie van zogenaamd linkse transitiedenkers zoals ecologisch economist Tim Jackson of sociaal psycholoog Harald Welzer. Die pleiten ervoor om het hele groeidenken waarop onze economie is gebaseerd te herdenken. Ze worden door velen voor naïevelingen versleten en als je hun werk leest, krijg je dat soort twijfels snel. Er zijn zoveel belangen mee gemoeid, je moet zoveel mensen en systemen meekrijgen in een totaal nieuwe richting… Dan is het behoorlijk choquerend om precies hetzelfde te horen van zo’n keihard beursbedrijf, dat geen rekening houdt met ethische standaarden. Tullett Prebon concludeerde eveneens dat het groeidenken eindig is. Analist Tim Morgan gaf daarvoor een heel simpele reden: onze economie is geen financiële constructie, maar drijft puur op energie. De economie is maar ontstaan zodra de mens energie wist om te zetten in werkkracht. Voordien was een uur werk een uur werk. De ene mens kon misschien wat harder werken dan de andere, of was een tikje sneller of handiger, maar grosso modo was het dat. Je kon het werkproces op die manier niet optimaliseren. Hoogstens zette je een paard of een os in of zo. Dat is allemaal veranderd toen er machines kwamen. In 1770 vond James Watt de stoommachine uit, daarna volgde de verbrandingsmotor. Vanaf dan kreeg je een almaar grotere output uit een kleine input. Toen ontstond de economie. Die is dus volledig gebaseerd op fossiele brandstoffen. En dan krijg je die hele discussie over de eindigheid van de brandstoffen, die door evenveel mensen ontkend wordt. In dit rapport werd het eindelijk een keer volledig genuanceerd uitgelegd. Er zijn inderdaad, zoals tegenstemmen beweren, nog behoorlijk wat reserves. Maar daar gaat het helemaal niet om. De vraag is hoeveel energie we spenderen aan het winnen van energie. Vroeger hoefden we maar een heipaal in de grond te slaan en de olie spoot eruit. Per liter olie die je in de motor goot om olie op te pompen, haalde je 100 liter boven. Die verhouding van 100 tegen 1 is de laatste jaren stelselmatig naar beneden gegaan. In de Verenigde Staten of in de Noordzee halen we nog maar 5 liter tegen 1. En op een gegeven ogenblik komen we tot stilstand: dan spendeer je een liter om een liter te winnen. Dat is ook het probleem met veel alternatieve energiesoorten, zoals biobrandstoffen, bio-ethanol of schaliegas: die hebben zelfs een negatief rendement. Het is dus gekkenwerk om daarop in te zetten. De enige bronnen die nog relatief goed zitten, zijn de zon en de wind: daar halen we 17 tegen 1, wat nog een pak minder oplevert dan de 100 tegen 1 waarop onze huidige economie en welvaart gestoeld zijn. Morgan voorspelt dus dat dat systeem volledig in elkaar gaat klappen, omdat onze energiekosten veel groter gaan worden dan onze groei ooit nog kan zijn. En dus concludeert hij – net zoals de linkse transitiedenkers – dat we fundamenteel zullen moeten nadenken over hoe we met de overgebleven grondstoffen zullen omgaan, met energie in het algemeen en met ons financieel verkeer, dat onlosmakelijk met die energie verbonden is. Toen ik dat las, vroeg ik me af waarom de ecologische bewegingen die argumenten nog nooit zo duidelijk op tafel hebben gelegd. Hun zwart-witanalyses over de brandstoffen die op raken worden met even grote zwart-witargumenten van tafel geveegd door de olielobby. Hier kreeg ik eindelijk het hele verhaal. Het was bijzonder verhelderend, maar niet bepaald geruststellend.’

www.braaklandzhebilding.be


Stijn Devillé wint Taalunie Toneelschrijfprijs

01/12/2009

Jury vindt dat iedereen Hitler is dood zou moeten lezen

Gisteravond (30 november 2009) heeft de Taalunie haar jaarlijkse Toneelschrijfprijs uitgereikt aan Stijn Devillé (Braakland/ZheBilding) voor zijn stuk Hitler is dood. De concurrentie was niet min. Ook Peter de Graef was immers genomineerd met zijn monoloog Zoals de dingen gaan. Derde kanshebber was The Broken Circle Breakdown van Johan Heldenbergh en Mieke Dobbels. Drie sterke teksten waarvan drie sterke voorstellingen zijn gemaakt. Niettemin vind ik Hitler is dood een verdiende winnaar. Ik sluit me dan ook volledig aan bij de uitspraken van de jury:

‘Het is knap hoe Stijn Devillé op basis van, getuige de verantwoording, intensief bronnenonderzoek een helder en toegankelijk stuk heeft weten te schrijven, dat historisch inzicht geeft in een van de belangrijkste processen van de 20e eeuw en vraagtekens zet bij het zwart-wit denken in winnaars en verliezers, goeden en slechten, bokken en schapen. Het verlangen om te beschuldigen, om iemand te straffen is vaak sterker dan het belang van een eerlijke rechtsgang. In dit geval is de zaak bovendien te groot om als mens te bevatten. Aan de hand van een concrete historische gebeurtenis worden vraagtekens gezet bij de algemene menselijke mogelijkheid om het goede te doen in moeilijke omstandigheden. Zo maakt het stuk de misstappen van mensen in bijvoorbeeld crisis- en oorlogssituaties voorstelbaar. Hitler is dood bevat slimme omkeringen en scherpe inzichten. Vooral de rol van Hermann Goering verrast in dit opzicht. Hij hoopt in zijn verdediging niet in op medelijden en medemenselijkheid, maar zet in schaamteloos anachronisme de rol van andere landen af tegen de fouten van de nazi’s. Op deze intelligente manier zet het stuk de mening van de hedendaagse lezer op scherp aangaande schuldkwesties. Hoe durven de VS bijvoorbeeld te oordelen over de omgang met krijgsgevangenen als zij zelf Guantanamo Bay geopend hebben? Hoe kan Nederland uitspraken doen over schendingen van mensenrechten als het zelf nog steeds eufemistisch spreekt over ‘politionele acties in Indonesië’? We zouden willen dat iedereen met enige macht dit stuk leest, of beter nog, dat iedereen dit stuk leest. Je struikelt over je eigen vooroordelen, verslikt je in je neiging om je morele gelijk te waarborgen, omdat ‘jij zoiets nooit zou doen’ en ‘jou zoiets nooit zou overkomen’. Hitler is dood is boeiend van begin tot eind, schurend, spannend, zelfs ondanks het feit dat de afloop gekend is. Het is sterk van opbouw, helder en gecondenseerd van taal. Het is noodzakelijk theater dat ons geïmponeerd en geraakt heeft.’

De jury bestond dit jaar uit:

* Cecile Brommer (dramaturg en redacteur)
* Chris Thys (actrice)
* Erik Whien (regisseur)
* Steven Peters (secretaris)

Lees meer op de site van de Taalunie

Een filmpje op YouTube is nooit hetzelfde als een theatervoorstelling, maar laat je er in dit geval gerust door overtuigen om naar de voorstelling te gaan kijken. Ze loopt nog.


Recensie – De complexiteit van de (oorlogs)realiteit

20/05/2009

Hitler is dood van Braakland/ZheBilding en ‘t Arsenaal

Hitler is dood. Goebbels en Himmler idem. Een aantal van de andere nazi-monsters zijn gevat en zullen van de geallieerden een eerlijk proces krijgen in Neurenberg. Niemand gelooft nog dat de werkelijkheid zo eenvoudig kan zijn. Zeker niet vlak na een oorlog. Braakland/ZheBilding, in coproductie met ’t Arsenaal, brengt de Neurenberg-processen in al hun complexiteit op de scène.