Beeldend kunstenaars Tinka Pittoors en Kris Fierens: “Koppig zijn en doorgaan”

Een zomertentoonstelling in Belgisch-Luxemburg, een kunstveiling voor Ringland in mei, solotentoonstellingen in verschillende galeries, een handvol groepstentoonstellingen en eigen evenementen: het is druk voor beeldend kunstenaars Tinka Pittoors en Kris Fierens. Drie jaar geleden nam het koppel zijn intrek in een oude kopergieterij. Ze beschikken er elk over een indrukwekkend atelier en hebben er plaats om volk te ontvangen. “Omdat we weten dat we het nu aankunnen, organiseren we geregeld atelierbezoeken. Deze plek is onze ambassadeur geworden”, vindt Fierens.

P1190524_1024

Kris Fierens: “We nodigen mensen uit, geven diners en feestjes voor vrienden, bieden mensen atelierbezoeken aan. Een kunstenaar mag niet op zijn mansarde blijven zitten: als de mensen je niet zien, besta je niet.”

Tinka Pittoors: “Kunst is communicatie. Soms vragen we ons zelf af hoe we vroeger overleefd hebben, toen we niet de ruimte hadden om evenementen te organiseren of zelfs maar om ons werk op een degelijke manier tot stand te brengen.”

KF: “Tinka heeft ooit een sculptuur in stukken moeten zagen omdat ze te groot was om ze uit haar mini-atelier te krijgen. We leven hier misschien niet in de grootst denkbare materiële weelde, maar hier kunnen wonen en werken is luxe op zich.”

TP: “Er zijn twee dingen onbetaalbaar in het leven: tijd en ruimte. Wij hebben ervoor gezorgd dat we die hebben. Als je dan met de rest soms wat minder moet doen, dan is dat maar zo.”

KF: “In de kunst gaat het vaak zo: de ene dag eet je droog brood met water, morgen kun je de champagne opentrekken en de dag erna is het weer wat anders. De meeste mensen nemen zulke risico’s niet in het leven en kiezen voor veiligheid. Maar onze grootste rijkdom is dat we kunnen doen wat we doen.”

Wanneer hebben jullie beseft dat de kunst jullie die rijkdom kon brengen?

TP: “Ik zat als kind op de tekenacademie, maar na het middelbaar onderwijs voelde ik me wat schoolmoe, dus toen ik 18 was, wist ik het niet zo meteen. Na een jaar ben ik dan regentaat plastische opvoeding gaan studeren en pas daarna ben ik op de academie terechtgekomen: ik heb schilderkunst en mixed media gestudeerd aan het KASK. Toen heb ik echt alles op alles gezet, want ik besefte heel goed dat ik mijn richting gevonden had en het nu niet mocht verprutsen.”

KF: “Mijn vader zaliger vertelde graag een bepaalde anekdote over mij. Toen ik van mijn eerste dag in het eerste leerjaar thuiskwam, vroeg hij me of ik een lieve juf had. Ik moet daarop geantwoord hebben: Ze heeft een beetje een fout blauw in haar kleedje. Daarmee is veel gezegd. Ik was een dromer en ik zat met een esthetiek die ik wou ontwikkelen, maar ik wist niet hoe. Er leefde bij ons thuis geen cultuur voor dat soort dingen. Tekenschool volgen zat er bijvoorbeeld niet in. Ik was op mezelf wel altijd een beetje creatief bezig, maar niet echt uitgesproken. Wat wel een verschil heeft gemaakt, is dat de beeldhouwer Bert De Leeuw vijf straten verderop woonde. Hij had zijn atelier in een groot, modernistisch gebouw en ik mocht hem af en toe gaan helpen. Dat interesseerde me enorm. Maar voor de rest bleef het vooral zoeken: ik hield vast aan iets wat ik verder niet kon duiden. Uiteindelijk ben ik dan toch naar de academie gegaan, maar ook daar vonden de leraren me onhandelbaar en maakte ik dingen die ze niet echt konden smaken. Het bleef dus een zoektocht. Na veel vijven en zessen ben ik afgestudeerd en dan heb ik de Jeune peinture gewonnen. Op dat ogenblik was ik nog te jong om zo’n prijs aan te kunnen, dus het is erna eerst even bergaf met me gegaan, en daarna weer bergop. Zo, met ups en downs, heb ik stilaan wat respect vergaard.”

Tinka, hoe is de overgang naar het professionele leven bij jou verlopen?

TP: “Ik heb het geluk gehad dat ik onmiddellijk heb kunnen tentoonstellen en enkele verzamelaars heb gevonden die mijn werk begonnen te kopen. Het is eigenlijk allemaal heel natuurlijk gelopen. Mijn eerste tentoonstelling was in café De Geus van Gent. Meteen daarna ben ik opgepikt door het S.M.A.K. voor Coming People. Op financieel vlak hebben mijn ouders in de beginperiode heel goed voor me gezorgd. Ze hadden een huisje met een klein atelier voor me gekocht in Gent, waar ik dus gratis kon wonen en werken. Dat heeft me veel vrijheid gegeven.”

Lees meer via Kunstenloket.

www.krisfierens.eu
http://tinkapittoors.com
www.facebook.com/tinka.pittoors

Advertenties

Tom Van Bauwel: ‘Ik zie theater als een speels mensonderzoek’

Voor de editie van Isel magazine die nu ongeveer in de rekken zou moeten liggen, heb ik acteur-regisseur Tom Van Bauwel geïnterviewd, artistiek directeur van het Antwerpse theaterhuis BAFF. ‘Een gesprek over uitdagingen aangaan, lijnen uittekenen en oplossingen zoeken om hindernissen weg te werken. Maar vooral ook een gesprek over theater en het belang daarin van taal en literatuur, actuele thema’s en de mensen die al die dingen tot stand brengen.’

Over De weerzinwekkende, een recente tekst van de Duitse auteur Marius von Mayenburg. De voorstelling, die in maart in première zal gaan, komt er in de plaats van het geannuleerde De oplossing van Benno Barnard:

‘De vertaling was nog maar pas klaar toen ze op mijn bureau terechtkwam en ik was er onmiddellijk voor gewonnen. Ondertussen hebben we het stuk met de hele acteursploeg doorgenomen en is iedereen er enthousiast over. Dat is nodig om er honderd procent voor te kunnen gaan en niet te blijven hangen in hadden we nu maar zus of konden we toch maar zo.’ Der Häßliche kun je vertalen als De weerzinwekkende of De afstotelijke en bij het ter perse gaan was Tom Van Bauwel er nog niet helemaal uit welke titel hij in het Nederlands precies zou kiezen. Vast staat wel dat het een satirische voorstelling wordt over de al te geïndividualiseerde maatschappij van vandaag. Een briljant uitvinder komt pijnlijk in aanraking met de dictatuur van het hedendaagse schoonheidsideaal. Wanneer de wereldpresentatie van zijn revolutionaire nieuwe stekker op til staat, laat zijn baas hem laconiek weten dat een mindere god uit het bedrijf de honneurs zal waarnemen. De uitvinder zelf wordt te lelijk bevonden om het zelf te doen. Van de weeromstuit gaat de man langs bij een plastisch chirurg. ‘En vanaf dat moment duikt Von Mayenburg in het surrealisme’, zegt Tom Van Bauwel. ‘Ik vind het geniaal geschreven. Het is scherp, kritisch en tegelijk erg humoristisch. Ik merk dat ik vaak precies die combinatie opzoek in teksten.’

Helaas mag ik de integrale versie hier niet publiceren. Wie meer wil weten, zal het boekje moeten kopen. Ik heb voor dit nummer ook artikelen geschreven over Michaël Aerts, Tinka Pittoors, Stefan Annerel en Frida Kahlo y Su Mundo (interview met Pablo Fernandez van Bozar over de machine achter een tentoonstelling of festival).