‘Waarin ik vastzit ben ik zelf’ – recensie over ‘Prins’ van Kollektief D&A

Dauphin is een jongen die jarenlang gevangen zat zonder ooit een ander mens te zien. De enige troost haalde hij uit de muziek die hij in de verte hoorde. Op een dag bevrijdt dokter Gachard hem. Dauphin zal een prins worden, de troon bestijgen, het land leiden. Met Prins brengt Kollektief D&A een muzikale en beeldrijke voorstelling over opgroeien en keuzes maken, voor toeschouwers vanaf ongeveer acht jaar.

Lees de volledige recensie op www.theatermaggezien.net

Advertenties

Fijnproeven van taal en spel – Recensie ‘Onder het melkwoud’ van Jan Decleir en Koen De Sutter


Under Milk Wood. A play for Voices
. Een stemmenspel. Zo noemt Dylan Thomas zijn hoorspel uit 1954 dat ook in de theaterversie al snel furore maakt. Zo noemt Hugo Claus de vertaling die hij in 1958 van het werk maakt. Zo brengen Jan Decleir en Koen De Sutter hun versie van Onder het melkwoud in 2010 op de planken.

Het is al even geleden dat we Jan Decleir nog eens in een theaterproductie konden zien. Onder het melkwoud ging afgelopen augustus in première op het Zeeland Nazomerfestival. De Oosterschelde in de schemering vormde toen het onnavolgbare decor. In de binnenhuisversie zitten Decleir en De Sutter elk op een stoel aan één kant van een kleine tafel die propvol snuisterijen staat. Rommel waar de acteurs nu en dan een attribuut uit opdiepen om het geluidsdecor van hun ‘hoorspel’ mee samen te stellen.

Lees de volledige recensie op www.theatermaggezien.net

‘Ne schone glimlach en stilte’ – Recensie ‘Godses’ van Geert Six en Eric De Volder


Het idee voor Godses is voortgekomen uit een wirwar aan vragen en herinneringen van acteur Geert Six. De waarheid kan raar zijn. Op de duur weet niemand nog precies wat er gebeurd is. En wie het weet, die zwijgt liever. Zo gaat het vaak, en zeker als het draait om gebeurtenissen uit de oorlog en de daaropvolgende repressie. Maar vragen vragen antwoorden. Samen met theatermaker Eric De Volder brengt Geert Six zijn familiegeschiedenis op toneel. Een voorstelling over kleine, Harelbeekse verhalen, maar met een universeel elan.

Lees de recensie op www.theatermaggezien.net

Theatermaggezien.net schakelt versnelling hoger en zoekt nieuw talent

Theatermaggezien.net, de site voor theaterkritiek waar ik de laatste maanden het grootste deel van mijn tijd en energie in steek, zoekt nieuw talent. Daarmee wordt dit bericht dus meteen de allereerste advertentie op mijn eigen weblog…

Theatermaggezien.net zoekt journalistiek en kunstkritisch talent

Theatermaggezien is een online platform voor theaterkritiek. In zijn huidige vorm bestaat de site tien jaar. Dat vinden we een mooie verjaardag om een versnelling hoger te schakelen. Achter de schermen werken we in alle richtingen aan de uitbreiding van ons platform. Heel binnenkort zullen we met de eerste resultaten naar buiten komen. We zoeken enthousiaste (vrijwillige) recensenten en andere journalisten die er samen met ons de schouders onder willen zetten.

Wie zoeken we?

Heb jij ervaring met theater recenseren? Leg je je graag toe op interviews en/of reportage (geschreven, beeld en/of geluid)? Laat ons weten waarom je denkt dat jij geknipt bent voor Theatermaggezien en stuur je cv en enkele (al dan niet gepubliceerde) teksten mee.

Wat geven we jou in ruil?

Voorlopig heeft Theatermaggezien.net geen extra budgetten. Wat we je wel kunnen bieden, zijn publicatiemogelijkheid, experimenteervrijheid, feedback en andere begeleiding. Op die manier krijg je de kans om je journalistieke en/of kunstkritische vaardigheden aan te scherpen en te voorzien van stevige fundamenten. Je groeit als het ware mee met ons platform en je maakt van dichtbij mee hoe we de verscheidene groeiniveaus aanpakken.

Meer weten?

Met al je vragen, of om je kandidaat te stellen, kun je terecht bij Ines Minten op ines@theatermaggezien.net

www.theatermaggezien.net

Abattoir fermé en het appèl op de zintuigen

Abattoir fermé maakt zijn vijftigste productie

De eerste Abattoir-voorstelling die ik ooit zag, was Testament, in oktober 2006. De voorstelling overschreed de grenzen van enkele van mijn zintuigen flagrant. ‘Kots, kak, sperma en bloed. Wanhoop, pijn en schone schijn. Dat is het leven en dan ga je dood. Als we iets van Testament hebben begrepen, dan is het wel dat. Abattoir Fermé ramt het in je strot met alle mogelijke middelen. Zo goed als alle zintuigen worden aangesproken, overbelast, uitgedaagd. En dan nog een keer. En veel te lang. Je komt niet weg voor je het begrepen hebt’, schreef ik in een ongepubliceerde recensie voor het vak Theaterkritiek (Manama Teaterwetenschap, UA).

Toch moet ik toen iets gezien hebben wat mijn nieuwsgierigheid prikkelde. Ik heb sindsdien nauwelijks nog een productie van het Mechelse gezelschap gemist. Mijn directe reacties variëren, maar de fascinatie lokt me keer op keer naar de theaterzaal.

Snuff vond ik persoonlijk een hoogtepunt in het Abattoir-oeuvre. De voorstelling was woordenloos, gruwelijk, bloederig en tegelijk ontzettend beeldend en esthetisch. Ze deed me heel erg denken aan de beeldtaal uit de serie Royal Blood van de Nederlandse fotograaf Erwin Olaf. Die wekte eenzelfde zin voor gruwelijke esthetica in me op. De gruwel stoot af, maar de esthetica trekt je zozeer aan dat je je blik gewoon niet kunt afwenden. Het is een boeiend spel met zintuigen dat Abattoir vol overgave speelt. De makers bewegen zich continu in het boeiende grensgebied tussen te veel en precies genoeg, tussen afstotelijk en aantrekkelijk. Vandaar ook dat ze de zintuiglijke grenzen van de ene toeschouwer al makkelijker overschrijden dan die van de andere.

Het is natuurlijk maar één manier om de voorstellingen te bekijken, maar aangezien de inhoud van de voorstellingen in mijn ogen nauw aansluit bij deze esthetica van de gruwel, is het altijd een waardevol begin van interpretatie.

Op 21 april gaat in kc nOna Phantasmapolis – all the colors of the dark in première. Deze vijftigste productie van Abattoir fermé is tevens het tweede deel van de INDEX-trilogie en dus het vervolg op Snuff. ‘Een verhaal over vijf mensen en de gruweldaad die hen met mekaar verbindt’, meldt het gezelschap. ‘Over de diep en diepe zwarte waaier aan innerlijke duisternis. Het lijden, het verlies, het afscheid, het ten ondergaan en al de rest dat best van al in een zwarte gietijzeren coffre-fort opgeborgen wordt.’ En ook: ‘Teksttheater.’

Abattoir fermé creëert de INDEX-reeks als een soort archief van alle elementen waar het zijn unieke universum tien jaar lang uit heeft opgebouwd. De algemene sfeer die de productie zal uitademen, kunnen we aan de hand van de beschrijving min of meer raden. Het valt af te wachten welke elementen het gezelschap behalve de tekst nog aan dit tweede deel zal uitlenen. Deel 3 volgt normaal gesproken in juni. Samengenomen zal de INDEX-trilogie ons wellicht een goed beeld geven van hoe het gezelschap zichzelf ziet. Zijn tienjarig groeiproces, de plek die het voor zichzelf in het theaterlandschap heeft opgeëist, en vooral de taal die het op die plek wenst uit te schreeuwen.

www.abattoirferme.be

Stef Lernous schrijft de tekst, Tine Van den Wyngaert, Kirsten Pieters, Ruth Becquart, Steve Geerts en Chiel van Berkel spelen. Kreng (Pepijn Caudron) zorgt opnieuw voor de soundscape.
Première: 21 april in kc nOna
Premièrereeks in kc nOna: 21-24 april en 28 april – 1 mei. Aansluitend op tournee in België en Nederland.

Winden en boeren en daarna het onbehagen

Recensie over La grande bouffe van NTGent en Toneelgroep Amsterdam

Je vreet je vol en dan ga je dood. Dat is, kort door de bocht, de plot van La grande bouffe, zowel van de film uit 1973 als de theaterbewerking uit 2010. Je kunt het als de ultieme karikatuur van de kapitalistische samenleving zien. Of als de ultieme daad van zinloosheid. Of als een ode aan de decadentie. Of als een boertig verhaal over vier dwaze mannen. Een duidelijker antwoord krijg je niet. Dat is en blijft tegelijk het intrigerende en het frustrerende aan het hele schrans-je-dood-verhaal.

Lees de hele recensie op www.theatermaggezien.net en bekijk de trailer hier:

De VRT heeft in TerZake en in De laatste show enkele fragmenten van de film naast fragmenten van de voorstelling geplaatst. Op de site van NTGent staan de beelden samen.

‘Mijn beelden zijn esthetisch, maar met een pijnlijk randje’

Interview met Sofie Muller

Het werk van beeldend kunstenares Sofie Muller toont sleutelmomenten in een mensenleven. Ze observeert wat er rondom haar gebeurt en vertelt die verhalen via haar beelden aan de toeschouwer. ‘Mijn werken zijn erg menselijk en geven universele gevoelens weer. Bij een eerste aanblik zijn ze erg esthetisch, maar er schuilt vaak een pijnlijke betekenis achter’, vertelt ze. ‘Vandaar dat ze soms erg heftige reacties uitlokken. Daaruit blijkt dat veel toeschouwers geraakt worden door mijn werk, en dat geeft natuurlijk voldoening.’ Enkele fragmenten uit het artikel (verschenen in Isel, maart-april 2010).

Sofie Muller neemt me mee naar haar nieuwe woning en atelier in een historisch pand dat dateert van het eind van de achttiende eeuw. Erg lang kunnen we er niet blijven, want de verwarming is nog niet geïnstalleerd, dus het is er ijskoud. Maar je merkt dat de kunstenares staat te popelen om haar intrek te nemen in het huis. ‘Het heeft nog toebehoord aan de neo-gotische architect en glasraammaker de Bethune, de stichter van de Sint-Lucasacademie. Daarboven kun je trouwens nog één van zijn schitterende ramen zien’, wijst ze. ‘Dit atelier is lang van hem geweest. In het midden van de twintigste eeuw is het een pettenfabriekje geweest en vanaf binnenkort zal ik hier hopelijk heel lang mijn werkplek hebben.’

In het midden van de ruimte staat de maquette voor het beeld Leap of Faith. Twee meisjesbenen met een speels plooirokje aan springen over een driedimensionaal hinkelspel. Tot en met 28 maart kun je de maquette bekijken in het Gentse Caermersklooster. ‘Ik heb het beeld ontworpen voor de wedstrijd Een thuis voor een beeld. Alle Oost-Vlaamse gemeenten kunnen deelnemen. Uiteindelijk zal het terechtkomen op de plaats die de jury er het meest geschikt voor vindt’, vertelt Sofie Muller. Gemeenten die geïnteresseerd zijn in het beeld, kunnen zich nog tot 15 april inschrijven. Waar het uiteindelijke beeld zal belanden, wordt pas op 24 juni bekendgemaakt, tijdens een rechtstreekse uitzending van Radio 2 Oost-Vlaanderen.

‘Het hinkelspel is een icoon van onze samenleving. Ik heb het nog gespeeld op de speelplaats, mijn moeder en grootmoeder speelden het midden op straat. De ruimte van het kind is de afgelopen generaties erg gekrompen door de toenemende verkeersdrukte en verstedelijking. Tegelijk is ook de angst toegenomen, waardoor het een kind niet meer gegund wordt vrij op straat te spelen. Maar het is een spel dat iedereen kent. In die zin is het een spel van de herinnering. Tot slot spreekt de opbouw van het hinkelspel me aan. Die lijkt heel erg op het grondplan van een kathedraal. Daarom heb ik de contouren van het spel gebaseerd op die van de kathedraal van Canterbury. Ook de klim op de maatschappelijke ladder kun je erin herkennen. Iedereen probeert stap voor stap, sprong voor sprong, hogerop te geraken. Je werkt en wroet naar een welbepaald doel toe: ‘de hemel’ in het spel.’

Behalve de maquette toont Sofie in het Caermersklooster ook een reeks tekeningen. ‘Die geven mijn gedachtegang rond de totstandkoming van het project weer’, zegt ze.

Het volledige artikel, waarin Sofie Muller het heeft over haar werk en haar redenen om voor kunst te kiezen, vind je in Isel van maart-april 2010.
Meer informatie over Thuis voor een beeld vind je op de website van Oost-Vlaanderen.