Oedipus/bêt noir: ‘Aards en zonder vernis’

Vanavond première van Oedipus/bêt noir van Ultima Vez en KVS. De trailer ziet er alvast bijzonder intrigerend uit.

Nog voor de repetities begonnen, heb ik Wim Vandekeybus en Jan Decorte geïnterviewd over de productie (in opdracht van Ultima Vez). Je vindt de volledige tekst op de site van de KVS, onderaan bij ‘pers en extra’s’. En hier lees je alvast een fragment:

Na het jongerenproject Bêt noir en de Zweedse gastchoreografie Black Biist gaat Wim Vandekeybus voor de derde keer aan de slag met Jan Decortes Oedipusbewerking uit 1999. Wat is er zo dringend aan die tekst dat hij bij Ultima Vez steeds opnieuw op tafel komt? Om daar achter te komen, spreken we met de twee makers af in een Brussels bruin café, bij een glas wijn. ‘Eigenlijk is Bêt noir een perfect filmscript, dus misschien komt er ooit zelfs nog een vierde versie.’

Vandekeybus en Decorte praten zoals ze voorstellingen maken. De ene wild enthousiast en energetisch uitwaaierend – elke zin onderstreept hij met beweging. De ander afwachtend – Decorte luistert vooral en vult het gesprek nu en dan aan, alleen als hij vindt dat een uitspraak er echt toe doet.

Een heel stuk in één zin
‘Ikebbet altijt noch chezecht – zo begint Bêt noir en eigenlijk zit het hele stuk al in die ene zin’, vindt Wim Vandekeybus. ‘Ikebbet altijt noch chezecht – daarmee alleen al kun je een heel stuk maken.’
In Black biist, de choreografie die hij in 2009 voor het Göteborg Ballet maakte, krijgt die eerste zin een kwartier om de zaal te vullen, legt hij uit. ‘Ik gaf in het eerste kwartier niet meer dan dat. En nu heb ik opnieuw goesting om eerst en vooral met die zin aan de slag te gaan.’
Jan Decorte knikt: ‘In het begin van het stuk is alles eigenlijk al gebeurd. Er moet alleen nog verder gestrompeld worden. Zo gaat het altijd met Griekse tragedies. Je weet dat het slecht afloopt, dat de held alle mogelijke fouten zal maken. Oedipus is in die zin het ultieme tragische personage: hij begint met alles, maakt dan de grootste vergissingen die een mens kan maken – je vader vermoorden en je moeder in je bed – en eindigt met niks. Hij is dus een held met grote valhoogte, zoals we vroeger op school geleerd hebben. Dat maakt hem spannend. Dat, en de waanzin die uit zijn hele figuur spreekt. De waanzin is trouwens ook wat mij bevalt aan het werk van Wim: het is waanzinnig wild en dat maakt mij weliswaar een beetje bang, maar toch zie ik het graag.’
Vandekeybus ziet Oedipus dan weer vooral als een antiheld. ‘Een antiheld die in Bêt noir nog extra als een antiheld wordt afgeschilderd. King Lear, dat is in mijn ogen een echte koning. Oedipus is meer een dommige kwajongen die opeens koning wordt en er dan ongevraagd de koningin bij krijgt. In se is hij van goede wil, maar omdat hij zo hardnekkig de juiste beslissingen wil nemen, maakt hij nog meer fouten.’
Decorte: ‘Dat is de definitie van de tragedie, natuurlijk: iedereen wil aan zijn lot ontkomen, maar het lot pakt je uiteindelijk toch. In de gekuiste versie heet het dat de goden dat allemaal beslissen, maar in werkelijkheid doet de mens zichzelf zijn tragedies aan.’ Net dat maakt de mens volgens Vandekeybus zo’n mooi schepsel. Zodra er iets fout gaat in zijn leven, zoekt hij daarvoor een reden buiten zichzelf. ‘De mens is continu bezig met zingeving en met oplossingen zoeken voor wat hij niet begrijpt. Daarom zijn de goden uitgevonden, daarom gingen de Grieken naar het orakel, daarom bestaat bijgeloof. Sommige mensen geloven dat zwarte katten ongeluk brengen, maar die kat weet niet dat ze zwart is, snap je? Het is de mens die die betekenis daarin legt. Oedipus kan aan zijn lot niet ontsnappen, omdat het zogezegd vast ligt en dus onontkoombaar is. Maar eigenlijk hebben de Grieken juist het toeval gecreëerd.’

www.kvs.be

Advertenties

Wim Vandekeybus over ‘Radical wrong’: ‘Een voorstelling die geen voorstelling is’

Vanavond om 20.15 uur kun je in De Warande in Turnhout naar de laatste voorstelling uit de huidige tournee van Radical Wrong gaan kijken. In Radical Wrong werkt regisseur-choreograaf Wim Vandekeybus (Ultima Vez) voor het eerst voor jongeren. Ik heb een van de eerste voorstellingen in Hasselt gezien en was ervan onder de indruk. Ik vraag me af wat voor sporen ze zou nagelaten hebben als ik ze op mijn zestiende had gezien. Het lijkt me geen productie die je licht vergeet als ze een introductie in de dans voor je betekent. Ze speelt expliciet in op de leefwereld van de jongeren, maar schudt diezelfde jongeren er nu en dan ook bruusk even uit. Heerlijk.

‘Ik wil een voorstelling maken die geen voorstelling is of toch niet wil zijn, een voorstelling die zich niet wil inpassen in de gangbare normen, die constant op zoek is naar een identiteit en niet bang is om fouten te maken, maar die juist om al die redenen interessant of sterk kan worden.’

Dat vertelde Wim Vandekeybus me toen ik hem goed anderhalve maand voor de première voor Staalkaart interviewde. Hij is daarvoor vertrokken, zei hij, van een worst case scenario: een zaal vol tieners die in se geen bal om een dansvoorstelling geven en als enige voordeel zien dat ze geen les hebben op dat moment.

‘Als scholier ben ik zelf naar Moeder courage gaan kijken in de KNS. In die voorstelling had je zo’n paard dat ter plaatse stapte omdat het podium draaide. Achteraf ging ik weer naar de klas en gingen de lessen gewoon door. Dat was het. Geen uitleg, geen gezaag. Maar ik vroeg me wel af: Wat moet ik hier nu mee? Tieners die naar Radical Wrong komen, hoeven niet blij te zijn omdat ze naar het theater moeten. Ik heb liever dat ze zich, net als ik toen, beginnen af te vragen wat zo’n voorstelling nu eigenlijk betekent. Of wat het eventueel zou kunnen zijn. Als je dat bereikt, ben je al ver. Het wordt jonge mensen ingepompt dat ze de gevestigde waarden moeten respecteren. What the fuck!? Ze mogen het allemaal slecht vinden! Het rebelse in tieners is me veel meer waard dan de opinie van de gevestigde waarde, die hen nog eens precies komt vertellen hoe het moet en wat ze ervan moeten vinden. In die zin leg ik mezelf met deze voorstelling zwaar op de rooster. Ik vernietig mezelf erin – het wordt een voorstelling waarin ik niet meer besta.’ Vandekeybus maakt Radical Wrong voor jonge mensen, maar hoedt zich voor een kinderlijke productie. ‘Je moet jongeren van 12 tot 18 ook niet onderschatten – je kunt er best al eens een klets aan geven. Onderschat de wereld van een tiener niet. Die kan keihard zijn.’

Het volledige artikel staat in Staalkaart, maart-april 2011.

www.ultimavez.com

Divers en boeiend, jong en getalenteerd

Pleidooi voor jong theater

Jong theater. Je hebt het in evenveel soorten en kleuren als dat van gevestigde waarden. Misschien nog net iets meer, zelfs. In tijden van economisch-culturele crisis lijkt het ons des te belangrijker om opkomend talent in het oog te houden. Niemand weet waar de besparingen het podiumlandschap naartoe zullen drijven. Zetten we koers naar een cultureel braakland? Of zien we het optimistischer en hopen we dat de crisis wordt omgezet in extra creativiteit?

Het afgelopen seizoen zijn verscheidene voorstellingen van jonge makers ons om uiteenlopende redenen opgevallen en bijgebleven. We denken daarbij in de eerste plaats aan Irakese geesten van Mokhallad Rasem.

We denken ook aan Dorp: fijn, klein objectentheater van Annelies Van Hullebusch. Aan Het verjaardagsfeest van FC Bergman: jong geweld dat een nieuw licht werpt op de term repertoiretheater. En zeer zeker aan Steigeisen, het gezelschap dat zich het historisch-documentair theater op intrigerende wijze eigen maakt.

In het lijstje hierboven ontbreken uiteraard veel namen. Twee ervan krijgen alsnog een recensie. Qua intentie, uitwerking en effect hadden ze niet verder uit elkaar kunnen liggen. Ik ben geen racist van fABULEUS is een vrij brave, klassiek vertellende monoloog over een maatschappelijk brandend actueel onderwerp. Kein Applaus für Scheisse van Florentina Holzinger mengt dans, beweging, performance en theaterelementen in een bijzonder gewaagde vorm. Op heel verschillende manieren wisten ze beide iets wezenlijks aan te stippen.

Divers en boeiend, jong en getalenteerd – ons cultuurlandschap bevat een waaier aan jonge makers die het verdienen om kansen te krijgen. Die kansen kunnen zich op verschillende manieren voordoen. In de vorm van geld, van speelplaatsen, van aandacht voor het verrichte werk. Met een bij een pril jaar passend vleugje sentiment wensen we hun die dan ook van harte toe voor 2011, dat ongetwijfeld op meer dan één vlak uitdagend zal worden voor de podiumkunsten.

(Uittreksel uit een artikel, eerder verschenen op Theatermaggezien.net)

Een kijkdoos met dans, theater en film

Bonnie-attempts/pas de deux (Ontspringen die dans) van Sylvie Huysman

Choreografe Sylvie Huysman groeide op in Sint-Pieters-Leeuw. Met haar voorstelling Bonnie-attempts/pas de deux (Ontspringen, die dans) staat ze in CC Westrand in Dilbeek, het centrum waar ze als kind haar allereerste voorstellingen zag. Bonnie-attempts combineert dans, film en theater, wat in de eerste plaats sterke beelden oplevert, maar evengoed plaats laat voor een gezonde dosis absurde humor.

‘De voorstelling is gegroeid uit een solo die ik vorig jaar in kunstencentrum BELGIE heb gemaakt’, vertelt Sylvie Huysman. Met een kleine handcamera in de aanslag maakte ze in haar eentje gekke filmpjes over een meisje met rode schoenen dat niet onderhevig is aan de zwaartekracht. Hetzelfde personage speelt ook in Bonnie-attempts/pas de deux de hoofdrol. Maar in plaats van een solo met twee danseressen creëert Sylvie Huysman nu een pas de deux met vijf. Hoe rijm je zoiets? De choreografe lacht: ‘Hoe het precies in elkaar zit, verklap ik liever niet. Ik kan wel zeggen dat ik wel degelijk vanuit het duet vertrek en daarna werk met het idee van vermenigvuldiging.’

Sylvie Huysman is met ballet begonnen toen ze tien was. ‘Daarvoor volgde ik notenleer aan de academie van Sint-Pieters-Leeuw. Tijdens een recital zag ik de meisjes van de balletles rondspringen met hun roze tutuutjes aan. Dat sprak meer tot mijn verbeelding dan het liedje dat wij met onze klas mochten zingen, dus ben ik overgeschakeld. Op een gegeven ogenblik was ik – heel absurd – mijn grand ecart aan het oefenen met één been hoog tegen de deurstijl. Mijn moeder dacht toen bij zichzelf: Tiens, misschien zit er toch iets meer in. Ik heb toen auditie gedaan bij Les petits rats de Bruxelles en vanaf dat moment was ik niet meer te stoppen.’ Niettemin maakte Sylvie Huysman zich op achttien klaar om een studie Germaanse talen aan te vatten. ‘Maar in de zomer voor ik naar de unief zou trekken, begon de gedachte om elke dag uren stil te zitten me te beklemmen. Ik ben 180 graden gedraaid en heb dans gestudeerd.’

Het volledige artikel lees je in Randkrant, januari 2011.
De voorstelling zie je donderdag 13 januari in Dilbeek, cc Westrand, http://www.westrand.be.

Dansers, muzikanten en kippen

Laatste voorstellingen van Wij, een dans- en bewegingsproductie voor en door jongeren

Op dit moment staan de jonge dansers en muzikanten van Hartbeats wellicht klaar voor hun voorlaatste Wij. Zodadelijk om half twee springen ze het podium op in CC Het Gasthuis in Aarschot. Morgenvoormiddag om 10 uur beleven ze hun dernière op dezelfde plek.

Hartbeats is een bijzonder interessante kunsteducatieve organisatie uit Ternat. Ze stimuleert jongeren van 8 tot 22 jaar om hun eigen kunstzinnige projecten en visies uit te werken. Dat kan in allerhande ateliers rond theater, dans, film en muziek. Om de twee jaar zet Hartbeats een groter project op. Wij was er zo één. De jongeren werkten een schooljaar lang aan hun choreografie onder leiding van Seppe Baeyens. Het werd een dansvoorstelling voor 13 dansers, 5 muzikanten en 6 kippen. Alles draait er rond de kracht van de groep en de energie die vrijkomt als (jonge) mensen samen zijn. Een duidelijk verhaal hoort daar niet bij.

‘Toeschouwers willen altijd begrijpen wat er zich achter de dans afspeelt’, zegt Seppe Baeyens (in een interview dat ik van hem afnam voor de krant van De Zandloper in Wemmel, waar de voorstelling op 15 oktober stond). ‘Maar ik hou niet van kant-en-klare verhaaltjes in een dansvoorstelling. Laat het gewoon op je afkomen. Het gaat hem om de sfeer van jong zijn: je staat aan het begin van het leven, alles is nog mogelijk, je kunt nog alle richtingen uit.’

De choreograaf werkt vaak met kinderen en jongeren samen en vertrekt dan altijd het liefst vanuit het kind zelf: ‘Wie ben je? Wat interesseert je? Van daaruit hebben we gemerkt dat er veel meer was dat de groepsleden bond dan dat hen scheidde. Ze horen immers allemaal bij de groep. Het is een thema dat je in de hele maatschappij terugvindt: thuis, op school, in de jeugdbeweging of hobbyclub… Een mens moet altijd zijn plaats in een groep vinden.’

Meer over de werking van Hartbeats vind je hier.
Mocht je het hele artikel in De Zandloper willen lezen (of bijvoorbeeld iets over de rol van kippen in de voorstelling), dan kun je hier de pdf downloaden.