Elvis Peeters: ‘Je plaats kennen in de kosmos’

03/06/2016

Auteur Elvis Peeters tekent de krijtlijnen voor een nieuwe roman. Intussen beweegt er nog heel wat: vertalingen, verfilmingen, een animatieserie … ‘Het fijne daaraan is dat je er als auteur zelf niets meer voor hoeft te doen.’

Achter de nom de plume Elvis Peeters gaan auteur-muzikant Jos Verlooy en zijn echtgenote Nicole van Bael schuil. ‘We schrijven al onze romans en theaterteksten samen. De gedichten en songs zijn van mij alleen. Sommige mensen vinden dat verwarrend, of ze denken dat ik Nicole heb uitgevonden om interessant te doen. Maar ze bestaat dus echt. Alleen staat ze niet graag in de belangstelling. Daarom geeft ze ook nooit interviews.’ De naam ontstond toen Verlooy in 1982 met zijn punkgroep Aroma di Amore meedeed aan Humo’s Rock Rally. ‘Er waren in de popmuziek twee Elvissen: Presley en Costello. En aangezien Presley was overleden, was er eentje vacant.’

2077_20160427_elvispeeters_5531-2Punk
‘Ik luisterde als tiener vooral naar David Bowie, Deep Purple, Slade. Daarna kwam de punk. De doe-het-zelfgedachte, de energie en de maatschappelijke betrokkenheid ervan spraken me aan. Ik heb eerst een punkblad opgericht en vervolgens een muziekgroep. Het voelde evident om dat te doen, zelfs al konden we toen nog niet spelen. Nu nog voel ik me eigenlijk meer een rocker dan een auteur.’

Schrijven is er dan ook haast toevallig bijgekomen. ‘De man die de belichting deed van Aroma di Amore wou een muziektheatervoorstelling maken. Jij kunt toch al songs schrijven, zei hij. Kun je er geen theaterstuk bij doen? Dat stuk heb ik meteen samen met Nicole geschreven. Er volgde een tweede, dat verscheen in een tijdschrift en opeens trokken er vijf-zes uitgeverijen aan onze mouw: of we soms nog wat hadden. En dus zijn we maar blijven schrijven.’

Relevant
De genres, onderwerpen en thema’s in het oeuvre van Elvis Peeters waaieren alle kanten uit. ‘Alleen de taal en de stijl zijn herkenbaar. Voor uitgevers is dat lastig, maar wij houden van de afwisseling.’ Nog een constante is maatschappelijke betrokkenheid. ‘We vinden dat een boek relevant moet zijn in de tijd waarin het verschijnt. Ik wil ook een mens zijn die zijn plaats kent in de kosmos. Het is bijvoorbeeld niet omdat iets kan, dat je het ook moet doen. Nicole en ik denken en praten veel over de samenleving. Dat sijpelt uiteraard door in de boeken die we schrijven.’

Zo lijkt het alsof de actualiteit De ontelbaren uit 2005 wil inhalen. In de roman overspoelen miljoenen vluchtelingen het Westen. ‘We zijn onlangs de Turkse vertaling gaan voorstellen in Izmir, de plek van waaruit zoveel vluchtelingen de oversteek naar Griekenland wagen. Dat was frappant’, zegt hij. ‘Weet je, ze noemen het boek profetisch, maar in onze roman is de situatie véél erger dan wat we vandaag meemaken. Als je het zo bekijkt, is er dus nog voldoende tijd om ervoor te zorgen dat de voorspelling niet uitkomt. Maar dan zal iedereen toch anders moeten reageren… We zijn zo bang voor de vluchtelingenstroom, maar als je alle mensen telt die in 2015 naar Europa gevlucht zijn, dan zijn dat er een pak minder dan het publiek van een festival als Werchter! We hebben De ontelbaren geschreven nadat we een studie hadden gelezen die stelde dat als we de hele wereldbevolking dezelfde welvaart wilden schenken als die van de gemiddelde Belg, we vier wereldbollen nodig hadden om in alle behoeften te voorzien. Als je zoiets leest, lijkt het niet meer dan logisch dat wie helemaal niks heeft, het wil halen waar het wel is. We zijn binnenkort met 9 miljard mensen. Denk je dat die allemaal lijdzaam gaan toezien hoe rijk wij zijn en zichzelf laten verhongeren? Met hardnekkig beschermen wat we hebben, gaan we het niet redden. De solidariteitsgedachte zal veel sterker moeten worden. Maar je hebt weinig maatschappelijk draagvlak om dingen te veranderen. Politici denken niet verder dan de volgende verkiezingen, terwijl de problemen die we vandaag hebben – denk ook aan de klimaatverandering – zich over generaties uitstrekken. En dus schrijven wij boeken als De ontelbaren in de hoop dat ze kunnen bijdragen tot een andere zienswijze.’

Stukje werkelijkheid
Toen in 2009 de roman Wij verscheen, ontstond een hetze. Het boek werd geprezen, maar evengoed immoreel bevonden. Een groepje jongeren verdrijft de verveling met almaar perversere spelletjes. ‘We kregen er haatmails over’, vertelt Peeters. ‘En ja, het is een hard boek, maar 95% van wat erin staat, hebben we uit de krant of van het internet geplukt: het is een literaire versie van een stukje werkelijkheid.’
De aanleiding van de roman was een samenloop van twee dingen. Op weg naar een vakantiebestemming in Italië zag het schrijversduo enkele meisjes op een brug over de snelweg staan. Ze tilden hun rokjes op en droegen er niets onder… ‘Het gaat snel, je vraagt je af of je het wel goed gezien hebt…’ De beginscène van de roman lag vast: de meisjes veroorzaken bewust een ongeval. Het paste perfect bij het idee dat het echtpaar op dat moment aan het ontwikkelen was. ‘We hadden een reportage gezien waarin wetenschappers nagingen wat voor persoonlijkheden bedrijven zouden hebben als het echte mensen waren. Het bleken stuk voor stuk gewetenloze psychopaten die aan niets anders denken dan winst. Daarop hebben wij doorgedacht: wat als jonge mensen vanuit zo’n filosofie worden opgevoed? Hoe zouden ze in het leven staan? We hebben dat uitgangspunt nergens als een pamflet geponeerd, maar het speelt wel mee.’

Rotte appel
Intussen broedt in de hoofden van het schrijversechtpaar een nieuwe roman. ‘Ik speel met het idee van de rotte appel in de mand. Hij steekt de andere aan en het rotte wordt de norm. Zo gaat het in de maatschappij ook: terroristen veroorzaken een onveilig gevoel, er komen meer camera’s, meer controle, de democratie kalft af. Dat mechanisme houdt me bezig: waarom gebeurt het omgekeerde niet? Waarom maakt de gezonde appel de rotte niet beter? Ik heb geen benul of er iets uit zal voortkomen, want ik weet niet wat Nicole aan het bedenken is. We schrijven altijd eerst een aantal hoofdstukken apart. Vervolgens leggen we alles samen en trekken we naar een koffiehuis om erover te discussiëren. Dat doen we nooit thuis: we kunnen bikkelhard zijn voor elkaar en in het openbaar moet je de discussie toch wat temperen. Soms is het slikken: je ideeën worden al eens afgeslacht. Maar we hebben de afspraak dat we nooit teksten uitbrengen waar we niet allebei 100% achter staan.’ De auteur besluit met een knipoog: ‘Zo komen we dus aan een digitale vergaarbak van onaffe teksten. Ongetwijfeld worden die na onze dood gigantisch succesvol.’

Lees het hele artikel in RandKrant, juni 2016.

Advertenties

Inne Eysermans: “Ik doe nog altijd hetzelfde als toen ik klein was”

02/03/2016

“Toch bizar”, bedenkt Inne Eysermans, “hoe je pad zich al begint te vormen als je nog een kind bent. Zodra ik twee akkoorden kende, probeerde ik er liedjes mee te maken. Het sprak vanzelf dat ik iets met muziek of geluid zou gaan doen, want ik was haast met niets anders bezig. Voetballen was mijn enige andere hobby.” De frontvrouw en songschrijfster van Amatorski werkt aan een nieuwe plaat die in de loop van 2016 moet verschijnen. Daarnaast vormt ze duo’s met auteur Saskia De Coster en radiomaakster Katharina Smets. “Zulke nevenprojecten maken je klankenwereld groter. Ik onderzoek graag hoe je muziek en klank in verschillende disciplines kunt inpassen.”

“Ik was een jaar of acht toen ik mijn eerste nummer schreef, met die twee akkoorden die ik op dat moment al kende. Vanaf toen ben ik muziek blijven maken. Met dictafoontjes en minidiscs speelde ik bandje: ik nam gitaar op, daarna drum en zang. Het kon bijna niet anders dan die kant op gaan. Ik doe nu eigenlijk nog altijd hetzelfde als toen ik klein was.”

Inne EysermansWist je even snel welke studierichting je zou kiezen?

“Dat werd pas duidelijk toen ik 18 was. Ik overwoog om Beeld, geluid, montage te gaan studeren aan het RITS, maar toen ontdekte ik de richting Muziekproductie aan het conservatorium van Gent. Daar is Amatorski ook ontstaan. De groep en mijn opleiding liepen erg door elkaar: wat ik voor Amatorski maakte, kon ik bijvoorbeeld indienen als proef aan het conservatorium. Ik mocht ook de ruimtes en de materialen van de school gebruiken voor repetities en opnames, dus het was de ideale richting voor mij.”

Kon je nadien snel van de muziek leven?

“Ja. De eerste EP van Amatorski is verschenen in 2010, toen ik in mijn tweede bachelorjaar zat. Een jaar later is ons debuutalbum TBC uitgekomen. Toen ik afgestudeerd was, heb ik onmiddellijk geprobeerd om het artiestenstatuut te behalen en dat is tamelijk vlot gegaan. Naar mijn gevoel was er niet zo’n groot verschil tussen mijn studie en de tijd erna: we speelden in die periode vrij veel, alleen deed ik het nu met een diploma op zak. Ik besef heel goed dat mijn wereld er heel anders had uitgezien als ik niet zo’n nummer als Come Home had geschreven. Het heeft ons de kans gegeven om in het buitenland te gaan spelen, te investeren in nieuw materiaal en op die manier almaar bezig te blijven en te groeien.”

Wat vind je zelf het interessantst aan wat je doet?

“Ik leer veel bij en dat stopt nooit. Ik kan geluid in een grotere context leren kennen dan wanneer ik puur en alleen songs zou schrijven. Met het oog daarop stel ik me ook open voor heel veel verschillende invloeden. Ik luister naar hedendaagse klassieke muziek, maar evengoed naar pop – ik ben niet vies van andere genres. Dat helpt je om een beter idee te vormen van waar je zelf voor staat en waar je naartoe wil. Zo kun je veel beter aan jezelf verantwoorden wat voor muziek je voor een bepaalde film maakt, of wat voor songs op je volgende plaat zullen komen. Het zorgt ervoor dat wat je doet, op onderbouwde ideeën stut en het niet ‘zomaar iets’ is. Dat maakt muziek belangrijk en boeiend.”

Lees de volledige Kanttekening bij Kunstenloket.


Ateliers in de Rand 3: ‘Er bestaat geen gevarieerder instrument dan het orgel’

12/09/2013

– Als je orgel wil spelen, maar je vindt geen instrument naar je zin… dan bouw je er toch gewoon een zelf? (Het volledige artikel is verschenen in RandKrant, november 2012). –

Jean-Paul De Greef werkte als architect, maar onderhield daarnaast een grote passie voor muziek. ‘Op een dag vroeg de onderpastoor me of ik geen orgel wilde spelen in zijn mis. Ik zei hem dat ik alleen gitaar en blokfluit kon spelen, maar hij drong aan: als ik andere instrumenten onder de knie had, zou orgel ook wel lukken.’ De Greef wou het best leren, maar stuitte meteen op een tweede probleem. Hij had geen oefenorgel, en de elektrische modellen op de markt vond hij maar kakofonische gedrochten. ‘Dus heb ik zelf een orgel gemaakt, met houten pijpen.’ Pardon?

(…)
We snuiven de geur op van vers geschaafd hout in het atelier waar hij intussen zijn derde orgel aan het bouwen is. (…) Er staan allerhande zagen en schaven, van kleine handmodellen tot grote elektrische types. Ertussen liggen dozen vol orgelpijpen. De grootste pijp is meer dan twee meter lang. De kleinste is nauwelijks 10 centimeter groot. Als de orgelbouwer erop blaast, klinkt het hoog en schril. Om de grote baspijpen aan te blazen, gebruikt hij een ventilator. Er klinkt een sonoor, laag gebrom. Een aangename, rustige klank. Jean-Paul De Greef glimlacht tevreden bij elk geluid. ‘Dit wordt een kistorgel met vijf registers van telkens 56 pijpen vanaf een handklavier, plus een pedaalklavier’, vertelt hij. ‘Ik wilde het niet te groot maken, zodat het kan dienen als vervanginstrument bij lithurgie. Het heeft momenteel nog geen bestemming, maar ik ben er zeker van dat een of andere parochie het graag zal wil hebben.’ Hij legt ons de precieze werking van een orgel uit. Hoe de lucht in het orgel wordt geblazen, hoe de regulator ervoor zorgt dat elke pijp die moet klinken de juiste hoeveelheid lucht krijgt, hoe de slepen werken en de slepenknoppen die je uittrekt om de juiste registers aan te spreken… ‘Er bestaat geen gevarieerder instrument dan het orgel’, zegt hij. ‘Een orgel zoals dat van Sint-Baafs in Gent telt 90 registers, en meer dan 6000 pijpen. Elk register heeft een andere kleur, dus zo’n orgel is een symfonisch orkest op zich.’
Als dit derde instrument af is, zal hij even moeten inbinden. ‘Ik zou me nu meer willen bezighouden met restauratie van pijpen of pijpen willen leveren aan andere orgelbouwers voor grotere orgels. Ik kan tenslotte geen orgels blijven bouwen als ik ze nergens kwijt kan’, zegt hij. ‘Maar als iemand er een bestelt, begin ik morgen opnieuw.’


‘Onze koppigheid werd een verrijking voor de muziek’

26/10/2010

Steven De bruyn, Tony Gyselinck en Roland samen de hort op

Drie koppigaards samen op een podium. Zo omschrijven Steven De bruyn, Tony Gyselinck en Roland zichzelf en hun gemeenschappelijke project waarmee ze momenteel door de zalen trekken. Staat zoveel eigenzinnigheid een vlotte samenwerking niet in de weg? ‘Het maakt het net spannend’, vindt mondharmonicavirtuoos Steven De bruyn (El Fish, The Rhythm Junks). ‘We zijn alledrie wel koppig, maar als we die koppigheid ruimte geven en er rekening mee houden, wordt ze uiteindelijk een verrijking voor de muziek. Wat wij nu hebben gemaakt, is daardoor ook echt een project van drie mensen.’

Na zeven jaar was Steven De bruyn toe aan een pauze met The Rhythm Junks. ‘Ik wilde een jaar om me te herbronnen’, zegt hij ‘The Rhythm Junks is een zware groep omdat we met veel zijn en veel zelf doen. Daarom wou ik een tijdje een lichtere formule, zoals een trio, om daarna weer met een frisse kop met The Rhythm Junks door te gaan.’ De keuze om zijn mondharmonicageluid aan te vullen met de drums van Tony Gyselinck (BRT Jazzorkest, Toots Thielemans Kwartet, Jo Lemaire) en de gitaar van Roland Van Campenhout (altijd en overal zichzelf) was snel gemaakt. ‘Het was best spannend om met zijn drieën aan de slag te gaan’, vertelt Steven De bruyn. ‘Ik had in het begin een akoestisch trio in gedachten, maar Tony had enorm veel zin om allerhande drummachines te gebruiken. Zoiets moet dan een kans krijgen, vind ik. We zijn met al onze instrumenten in een repetitiekot gekropen en zijn onze ideeën naar elkaar toe beginnen te smijten. In het begin was het vooral zoeken, zelfs naar het juiste instrument. Bij momenten heb ik gitaar gespeeld en hebben Tony en Roland zich toegelegd op keyboards. Roland heeft tot slot een synthesizergitaar opgediept die hij al twintig jaar niet gebruikt had. Daarna zijn we blijven knutselen en boetseren tot we materiaal hadden waar we alle drie achter stonden.’

Tiny tiny (van de pas verschenen cd/plaat Fortune Cookie) vind ik zelf een schitterend nummer:

Meer muziek van het trio vind je op MySpace en Facebook.
Lees de rest van het artikel in RandKrant van november 2010.


365 dagen vriendelijk zijn

10/10/2010

365 dagen onderweg zijn. Geen voet in je eigen huis zetten. Elke avond ergens anders overnachten. Elke dag nieuwe mensen, nieuwe gesprekken, dezelfde vragen. Elke avond hopen dat er een bord eten voor je neergezet zal worden. En anders honger lijden. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om ooit zoiets geks te doen. Nils Verresen (The Bear That Wasn’t) heeft er precies zo’n tocht opzitten. Vorig weekend gaf hij twee slotconcerten in het Leuvense Stuk om de goede afloop te vieren.

De tocht van de muzikant heeft behoorlijk wat media-aandacht gekregen. Dat mag ook wel, als je zo’n stunt tot een goed einde brengt. Ik weet niet meer precies waar ik voor het eerst over de Beer op de Fiets hoorde, maar ik herinner me wel nog dat ik het onmiddellijk een waanzinnig cool plan vond. Voor een ander om uit te voeren, wel te verstaan. Ik was duidelijk niet de enige met die opinie. Op de speciaal daartoe in het leven geroepen Facebookpagina stroomden de reacties toe van mensen die Nils graag een slaapplekje aanboden. Hij had er makkelijk een tweede jaar bij kunnen doen, maar dat was van het goede waarschijnlijk veel te veel geweest. Ik gaf me ook op.

Toen Campuskrant me vlak voor de zomer vroeg of ik Nils wou interviewen naar aanleiding van zijn optreden op het gloednieuwe M-idzomerfestival, nam ik die opdracht dan ook gretig aan. Het had wat voeten in de aarde om hem te pakken te krijgen. Hij bleek heel even een klein beetje vermist. Op het normale uur dat zijn manager hem belde, nam hij de telefoon niet op en die mens werd een tikje ongerust. Of er die dag echt wat mis was, ben ik niet te weten gekomen. Het interview vond gewoon twee dagen later plaats. Beetje haasten en de deadline werd nog mooi op tijd gehaald.

Het gesprek deed me al een tikje beter beseffen hoe bewonderenswaardig dan wel krankzinnig de tocht van Nils was. Maar helemaal door had ik het pas toen hij een week voor het eind van de onderneming op het laatste nippertje in onze living zijn slaapzak uit kwam rollen. Een kwartier voor het geschatte tijdstip van aankomst, merkte ik dat het buiten begon te druppelen. Even later kwam de regen met bakken uit de lucht gevallen. Een natgeregende beer belde aan.

Omdat we pas zo laat wisten dat Nils bij ons zou logeren, hadden we niks gepland. Ik had sinds het interview ook zo’n vaag vermoeden dat hij een rustige avond misschien ook eens op prijs zou stellen. ‘Een avond tv lijkt me wel iets’, gaf hij inderdaad toe. Na een hele reeks huiskamerconcerten en met enkele grotere optredens in het vooruitzicht, was het hem van harte gegund. In de videotheek bleek dat film een minstens even grote passie van hem is dan muziek. We kwamen er weer naar buiten met twee dvd’s en een lijst waar we de halve winter mee kunnen overbruggen. Met een fles bubbels, een karrenvracht cola light, M&M’s en zoute nootjes erbij werd het een kalme, maar fijne avond.

Tussen Shallow Grave en Secret of Kells door begon ik me pas goed voor te stellen hoe ik me zou voelen tijdens zo’n jaar van huis. De slotsom was: rot. Ik zou het gewoon niet kunnen. Nooit een avond alleen in je eigen zetel. Nooit helemaal zelf beslissen wat je die avond zal doen. Elke dag opnieuw sociaal zijn. Nooit een welverdiende asociale snipperdag.

Op 1 en 2 oktober sloot Nils zijn jaar af in het Stuk met twee huiskamerconcerten-in-het-groot. Het was zo’n concert zoals ik ze graag heb. Alle aanwezigen zaten op de grond, op het podium was het een rommeltje aan muzikanten, instrumenten en bindteksten. Maar de muziek stond er. Nils nam afscheid van zijn crazy project en zette zich schrap voor een terugkeer naar het normale leven. Hopelijk heeft het zwarte gat ondertussen niet te hard toegeslagen.

Om de een of andere obscure reden het hele project gemist? Op www.thebearthatwasnt.be kun je er een en ander op nalezen. Je kunt er trouwens de prima cd And so it is morning dew integraal beluisteren.


Flattr this