Beeldend kunstenaar Nick Ervinck: “Als je kunst in een nine-to-five probeert te gieten, haal je het niet”

27/05/2015

Een nieuw artikel in mijn reeks ‘Kanttekening’, voor Kunstenloket!

“Ik voldoe volledig aan het cliché van de West-Vlaamse ondernemer”, zegt beeldend kunstenaar Nick Ervinck. “En dat bevalt me wel.” Het resultaat is er dan ook naar. Hij heeft een studio met een klein team en als je zijn agenda voor 2015 bekijkt, lijkt hij alomtegenwoordig. “Ik tel nu al een kleine 20 tentoonstellingen en 5 monumentale kunstwerken in 10 verschillende landen”, vertelt hij. “Het is nog een recent verhaal, maar dat maakt het natuurlijk extra fijn.”

Nick Ervinck c&bw Compl Color (2)

“Er zitten enkele erg boeiende projecten aan te komen. In Bozar komt een tentoonstelling met werk van kunstenaars, designers, architecten enzovoort, die allemaal werken met 3D-printen. Ik neem ook deel aan Sweet 18 in Kasteel d’Ursel in Antwerpen. Hedendaagse kunstenaars en ontwerpers laten zich er inspireren door de 18de eeuw. De kasteelsetting is interessant, omdat het geen typische tentoonstellingsruimte is. Een piepklein, maar fijn project vindt plaats in LOMAK, Tessenderlo, het kleinst denkbare museum voor hedendaagse kunst. De toeschouwer kijkt door zo’n typische toeristische verrekijker naar het museum: een bakje van 35 bij 35 centimeter aan de zijgevel van het stadhuis. Na Koen Vanmechelen en Arne Quinze krijg ik er een mini-solotentoonstelling. In juni komt in de Nederlandse gemeente Emmen een monumentale sculptuur van 10 meter hoog te staan. In september volgt daar dan een tentoonstelling, zodat de bewoners beter kennis kunnen maken met de kunstenaar achter dat werk. Ook heel blij ben ik om mijn deelname aan Vormidable, een parcours met werk van 35 hedendaagse Vlaamse beeldhouwers in Den Haag. De organisatie verwacht 200.000 bezoekers, een aantal dat je als jonge kunstenaar niet zomaar haalt.”

Hoe, wanneer en waarom ben je de weg van de beeldende kunst ingeslagen?

“Als kind was ik altijd creatief bezig. Ik bouwde graag met lego en ik knutselde veel: ik ging bijvoorbeeld geregeld mee naar de hobbyclub die mijn oma onder haar hoede had. Daar zat ik dan tussen dat veel oudere publiek pluchen beertjes en kralenboompjes te maken. Ik kwam echter totaal niet uit een culturele familie, dus het idee om echt kunstenaar te worden, was wel heel ver van mijn bed. Toen ik 15 was, dacht ik daarom nog boekhouder te worden, maar het is lichtjes anders gelopen.
Kort daarna schakelde ik over van de richting economie naar architectuur: huizen ontwerpen leek me wel wat. Maar de bittere realiteit is dat het ontwerpproces maar een kleine fractie is van de hele architectuurmolen. Daarom hield ik ook dat snel voor bekeken. Ik studeerde in het middelbaar af in de richting keramiek. Fantastisch was dat: er is niets vrijers dan met je handen in de klei te kunnen zitten. Toch vond ik het te eng om er ook nog vier jaar voor naar Sint-Lucas te trekken.
Dankzij een introductie in Photoshop had ik intussen beseft dat je met computers ook andere dingen kon dan een gamesverslaving opdoen. Daarom ben ik op 18 heel naïef op zoek gegaan naar een richting waarin ik al mijn interesses kon combineren. Het werd 3D Multimedia aan het KASK. We kregen er standenbouw, film, fotografie… van alles wat. Maar pas toen ik de richting Mixed Media ontdekte, had ik eindelijk het gevoel dat ik echt op mijn plaats zat. Daar heb ik mijn eigen visie en beeldtaal kunnen ontwikkelen. En dat vind ik ook het belangrijkste wat je uit een studierichting moet halen. Het is iets wat je niet zomaar uit een boek leert.”

Hoe heb je het na je studie aangepakt om van kunst ook echt je beroep te maken?

“Ik dacht meteen een appartement en atelier in Gent te huren, maar na een eenvoudige rekensom besloot ik eerst een tijd terug bij mijn ouders te gaan wonen. Mijn atelier was een oude varkensstal in de boerderij van mijn oma. Hij was 20 vierkante meter groot en er zat nauwelijks nog glas in de ramen, maar ik zat er voortdurend te werken – 7 dagen per week. Om mijn materialen te kunnen betalen, gaf ik les aan de academies van Kortrijk, Tielt en Menen, later ook aan het KASK.
Stilaan gingen de dingen toen aan het rollen. Een vaste formule bestaat daarvoor niet, maar ik kan wel enkele ijkpunten aangeven die me de nodige zetjes hebben gegeven. In 2006 won ik een prijs van de Provincie West-Vlaanderen, de Fortisprijs op Lineart én ik kreeg een grote tentoonstelling in de Brakke Grond in Amsterdam. Die dingen hadden impact: van vandaag op morgen was ik dubbel zo bekend. Twee jaar later kocht een bekende Kortrijkse verzamelaar een werk van me en zo kwam ik in het verzamelaarsmilieu terecht. In 2009 mocht ik dan een monumentale sculptuur plaatsen op het dak van de Stichting Liedst-Meesen in de Gentse Zebrastraat. Zoals het in onze cultuur wel vaker gaat, moet je voor wedstrijden of oproepen vaak referenties geven. Maar iemand moet je als beginnende kunstenaar wel de kans geven om die referenties op te bouwen. In de Zebrastraat heb ik die toen gekregen.”

www.nickervinck.com

Sweet 18, Kasteel d’Ursel – Ursel 01/05/2015 – 05/07/2015
Vormidable, Den Haag, 20/05/2015 – 31/08/2015
Making a difference, Bozar, Brussel, 24/05/2015 – 07/06/2015
GNI-RI jun 2015, LOMAK, Tessenderlo, vanaf 12/06/2015
GNI-RI sept 2015, CBK – Emmen (NL), 12/09/2015 – 06/12/2015

Lees meer.

Advertenties

Nick Ervinck en de grens tussen virtueel en reëel

18/12/2010

De sculpturen van de jonge kunstenaar Nick Ervinck springen in het oog. Dat is wel het minste dat je ervan kunt zeggen. Ervinck is bezeten van de kruisbestuiving tussen het virtuele en het reële. Hij benut het bodemloze vat van mogelijkheden dat in de digitale technologie besloten ligt om geijkte kunstvormen en -technieken te herinterpreteren. Precies dat is volgens hem dé uitdaging van de hedendaagse beeldhouwkunst. Voor zijn eigen werk vertrekt Nick Ervinck altijd vanuit driedimensionale modellen in softwareprogramma’s, vervolgens schakelt hij over naar tastbare materie – de start van een continue wisselwerking tussen virtueel en reëel.

Een tijd terug nodigde oogarts Fernand De Wilde de kunstenaar uit om een sculptuur te ontwerpen voor de rotonde aan zijn woning in Sint-Martens-Latem. PRAHIARD wordt vandaag – 18 december – ingehuldigd.

Ook deze monumentale buitensculptuur is het resultaat van een digitaal ontwerpproces. “Maar niettemin ambachtelijk vervaardigd uit polyester”, zegt Nick Ervinck. “De basisvorm bestaat uit polyruthaanschuim dat ik handmatig uitgesneden heb. Daar bovenop zitten drie tot vier lagen met glasvezel versterkte polyester, die uitvoerig geschuurd en geplamuurd is. De afwerking gebeurde met verschillende lagen lakverf in het voor mijn werk typerende ‘signaalgeel’ (RAL 1003), dat ook gebruikt wordt in verkeerssignalisatie. Zo krijgt de uiteindelijke vorm een vloeibaar aandoende textuur die aanleunt bij die van het digitale ontwerp.”

Het is precies die voortdurende slingerbeweging tussen het reële en het virtuele die voor een interessante dynamiek zorgt in het werk van Nick Ervinck. Waar eerder (o.a. bij Michelangelo) het beeldhouwen werd gezien stelselmatige, subtractieve bevrijding van de figuur die verborgen ligt in het marmer, wordt de virtualiteit bij Ervinck een constructief principe of een kracht (Lat. virtus) op zich. Daarom kunnen we strikt genomen niet spreken van een sculptuur, maar eerder van een nieuw soort ‘plastiek ‘ die oprijst vanuit de digitale wereld.

PRAHIARD ligt grotendeels in dezelfde lijn van eerdere werken als NIEBLOY (2009), dat te zien was in Museum M te Leuven, of IKRAUSIM, een 3D-print. Historisch ent het werk zich bijvoorbeeld op het (latere) werk van beeldhouwer Henry Moore, waar een abstracte esthetiek en een herkenbare sensualiteit of intimiteit zich met elkaar verstrengelen. Ook het concept van ‘negatieve ruimte’, dat zo cruciaal is bij Moore, vind je terug in een werk als PRAHIARD. Het beeld lijkt een innige omhelzing van de lege tussenruimte, die zich zo transformeert tot een sculpturaal gegeven.

Meer?
www.nickervinck.com
Bron: persbericht
Foto’s: (c) Nick Ervinck.


Flattr this


‘Parallellepipeda’: kunst en wetenschap werken samen

03/02/2010

‘Een intensieve dialoog tussen kunstenaars en wetenschappers: een vanzelfsprekend uitgangspunt voor een tentoonstellingsproject is het niet. Sommige van de deelnemende professoren stonden er in het begin dan ook wat sceptisch tegenover. Maar uiteindelijk leverde de kruisbestuiving veel meer op dan wederzijds respect. De resultaten van de gemeenschappelijke onderzoekstrajecten kun je vanaf 29 januari bekijken in M (Museum Leuven).’

Ik heb veel interviews afgenomen voor dit artikel, dat grotendeels is verschenen in Campuskrant. Met elk gesprek groeide mijn fascinatie voor het project. Tijdens de opening was ik in het buitenland, maar ik wil wel dringend het resultaat gaan bekijken…

Lees het volledige artikel op http://dagkrant.kuleuven.be