Valentijn Dhaenens, DeKleineOorlog: “De zinloze zucht naar strijd”

07/01/2014

Hoe zet je oorlog op een podium? Alvast niet door een paar loopgraven na te bouwen of een gevecht te ensceneren, vindt theatermaker Valentijn Dhaenens. In zijn succesvolle monoloog DeGroteMond liet hij speeches van wereldleiders met elkaar resoneren tot één grote ode aan de – vaak gevaarlijke – kracht van het woord. In DeKleineOorlog laat hij de gewone mens antwoorden. De soldaat die ja knikt en naar het front trekt. De verpleegster of dokter die kapotgeschoten levens probeert te lappen. Eerst was er het woord. Toen kwam er een daad. Nu zijn er enkel nog gevolgen.

DeKleineOorlog van en met Valentijn Dhaenens nog niet gezien? De monoloog is anders een prima begin om aan een jaar vol herdenkingen aan de Eerste Wereldoorlog te beginnen. Kijk hier voor speeldata. Ook nu nog niet vastgelegde hernemingen zullen daar verschijnen.

Ik interviewde Valentijn Dhaenens twee maanden voor de première voor Staalkaart. Hieronder: een fragment waarin hij het heeft over het creatieproces. Via de website van Skagen vind je een volledig archief van artikelen, recensies en radio-interviews over de voorstelling. In dat overzicht staat ook mijn tekst volledig.

“Twee maanden voor de première is Valentijn Dhaenens nog overstelpt door interessant en bruikbaar materiaal. Stapels boeken met reepjes papier als geheugensteuntjes tussen de bladzijden. Notities. Flarden tekst. Video en geluidsopnamen. Langzaam beginnen zich in die chaos de contouren van een voorstelling af te tekenen. ‘Eigenlijk hou ik niet zo van chaos’, zegt Valentijn Dhaenens. ‘Ik vloek geregeld dat ik gestructureerder tewerk moet gaan, al helemaal wanneer ik weer eens op een perfect bruikbaar tekstfragment stuit dat ik in de veelheid helemaal uit het oog dreigde te verliezen. Maar uiteindelijk levert die moeizame, zoekende weg voor mij toch de grootste rijkdom op. Ik pluk overal stukjes uit en leg dingen samen in de hoop dat ze op een gegeven ogenblik zullen beginnen te communiceren, wat ook vaak gebeurt. Het is een avontuurlijke manier van werken. Als je bij het begin al een structuur vastlegt, maak je één beslissing en is er daarna geen weg meer terug. Nu kan ik veel open houden en gaandeweg nog dingen aanpassen, of zelfs heel het ding compleet omgooien, precies omdat ik niet naar één specifiek punt toe werk. Dat is ook het voordeel van alleen werken: je kunt heel intuïtief beslissingen nemen, omdat je de keuzes die je wil maken niet aan anderen hoeft uit te leggen en niet hoeft te verdedigen. Er is zo’n quote van Wittgenstein: Die Grenzen meiner Sprache bedeuten die Grenzen meiner Welt. Bij mij is dat echt zo. Als ik iets uitleg – zoals ik ook nu zit te doen – heb ik het gevoel dat jij je er een beeld van vormt, maar dat beeld stemt niet overeen met het mijne. In de communicatie verliezen we veel. Daarom wil ik ook echt dat het een solotrip blijft – een confrontatie met mezelf en mijn gedachten. Dat levert al eens scherpere of extremere beslissingen op, ook al omdat je je niet kunt laten beïnvloeden door wat anderen van jouw ideeën vinden.’
Op zijn laptop heeft Valentijn Dhaenens een mapje met de titel ‘Scherven’. Daarin verzamelt hij ook weer fragmenten, stukjes die hij zelf heeft geschreven, ideeën. Zin per zin vormt zich zo een tekst. ‘De heftigste periode moet nog komen, zegt hij. ‘Mijn monoloog DeGroteMond heb ik op dezelfde manier gemaakt en die heeft pas in de laatste week voor de première zijn definitieve vorm gekregen.’

De keerzijde
In de aanloop naar de DeKleineOorlog heeft de maker halve bibliotheken vol oorlogsboeken gelezen. ‘Die concentreerden zich voornamelijk rond de Eerste Wereldoorlog’, legt hij uit. Volgend jaar is het een eeuw geleden dat die oorlog uitbrak, dus daarvoor alleen al leek het een logische keuze om hem als vertrekpunt te nemen. ‘Maar die Eerste Wereldoorlog staat ook symbool voor ‘de oorlog’’, vindt Valentijn Dhaenens. ‘Het was de eerste geïndustrialiseerde oorlog, het eerste mondiale conflict. En hij was totaal zinloos: hij ging over niets en heeft uiteindelijk ook niets veranderd. Ik zie de Eerste Wereldoorlog dan ook als hét symbool voor de zinloze zucht van de mens naar strijd. Dat wordt het hart van de voorstelling.’ Maar de boeken en documenten bleven zich ophopen. Zucht naar strijd en zinloosheid beperken zich nu eenmaal niet tot 1914-1918. ‘Ik heb ook veel gelezen over Irak en Afghanistan, en dan terug in de geschiedenis, tot en met de oorlogen van de Spartanen, helemaal in het begin. Welk materiaal nu wel of niet de uiteindelijke voorstelling zal halen, is nog niet duidelijk, maar ik weet wel al wat ik ermee wil vertellen. Er gaat in 2014 heel wat rond de Eerste Wereldoorlog gebeuren en veel van die projecten zullen wellicht het leven van één persoon centraal stellen. Daarom wil ik de anekdote graag overstijgen en veel verschillende stemmen aan bod laten komen, om zo een universeel verhaal te verkrijgen. Daarbij wil ik vooral de gewone man niet uit het oog verliezen. De verleiding is groot om er hier en daar nog een speech tussen te steken die oproept tot oorlog. Ik heb er nog een aantal goeie liggen die de vorige voorstelling niet hebben gehaald’, lacht hij. ‘Maar ik hou me in: DeKleineOorlog moet de keerzijde van de medaille tonen. DeGroteMond concentreerde zich op de woorden van grote mannen die zich God wanen en met een vingerknip hele massa’s de oorlog in sturen. Nu wil ik de stemmen laten horen die uit die massa’s klinken. Het slachtoffer. De gewone mens die zich niet kan weren tegen die grote ideeën, die niet in staat is om te zeggen: Ik doe hier niet aan mee.’”

Advertenties

Mijn toptien seizoen 2008-2009

17/09/2009

Het nieuwe theaterseizoen is op gang aan het komen. Tijd voor een terugblik op het vorige. Ik ben eigenlijk niet zo te vinden voor lijstjes. Ten eerste heb ik lang niet alles gezien wat er op de theatermarkt voorhanden was. Ten tweede zijn lijstjes altijd behoorlijk oppervlakkig.

Waarom bezondig ik me dan toch aan eentje? Ten eerste omdat het mezelf een samenvatting en afronding bezorgt. Ten tweede omdat ik hoop dat iedereen die naar het lijstje kijkt, de relativiteit ervan inziet.

Ik onthou van het vorige seizoen vooral veel middelmatigs. Daarom ben ik toch tevreden dat ik zonder veel moeite met een toptien van uitschieters op de proppen kan komen. Tien voorstellingen van 2008-2009 die volgens mij kloppen, op meer dan één vlak.

1 Hitler is dood van Braakland/ZheBilding

Over de volgorde van de topdrie heb ik even moeten nadenken, ik geef het toe. Uiteindelijk koos ik voor deze als nummer 1, omdat het een voorstelling is die in mijn ogen volledig af is.

hitler is dood (c) stef depover

‘De strakke regie van Devillé zorgt ervoor dat de lange voorstelling geen ogenblik sleept. De acteurs bewegen zich krachtig en eigen binnen de lijnen die hij hen voorschrijft. Hitler is dood heeft dan ook een uitmuntende cast bij elkaar gekregen, waarin Rik Van Uffelen misschien nog het meest opvalt. Hij zet een bijzonder sterke Goering neer: gevaarlijk, manipulatief en innemend tegelijk. (…) Met Hitler is dood bereiken Stijn Devillé en zijn muziektheatergezelschap een nieuw hoogtepunt in hun oeuvre.’
(Theatermaggezien, 17 mei 2009)

2 DegrotemonD van Skagen
Eén van de weinige voorstellingen die me echt is bijgebleven en die nog heel lang is blijven spoken nadien.

‘DegrotemonD overtuigt in zijn eenvoud, en staat er door de kracht van het acteerwerk.’ (Theatermaggezien, 24 oktober 2008)

3 Tien geboden, deel 2 van NTGent
‘Simons laat in zijn bewerking veel ruimte voor humor en relativering – die laat Kieslowski weinig of niet. In de loop van Tien geboden, deel 2 ontspoort de altijd al behoorlijk luchtige toon telkens extremer, tot aan het burleske karakter van het laatste verhaal, waarin twee zonen in een kluchtige Apocalyps ten onder gaan aan hebzucht. Dit crescendo is de perfecte spiegel van de toon in deel 1. Dat laat aanvankelijk wel nog plaats voor smartlappen en zelfs gorillapakken. Maar in de loop van de voorstelling verzacht de uitbundigheid tot een pakkend slot dat het publiek even de adem doet inhouden. Na elkaar geplaatst zorgt dat voor een perfect volgehouden spanningsboog die zes uur lang kan boeien zonder wegglijdende aandacht. Tien geboden is zonder twijfel het hoogtepunt van de recentste twee theaterseizoenen.’ (Theatermaggezien, 2 februari 2009)

4 Fobbit van Jeroen Vander Ven en Thomas Bellinck
‘Niet alleen de visuele elementen en de juiste keuze van de fragmenten maken van Fobbit een sterke voorstelling. Heel veel komt ook voort uit het overtuigende spel van Jeroen Vander Ven. Zijn nuchtere manier van vertellen en jongensachtige mimiek sluiten perfect op elkaar aan, waardoor hij in enkele simpele bewegingen een personage van vlees en bloed weet neer te zetten. Hij durft ook de tijd te nemen om een scène te plaatsen, wat nog bijdraagt tot de spankracht van het geheel.’ (Theatermaggezien, 10 september 2009)

5 Kinderheil van ’t Arsenaal en De Queeste
‘De acteurs overtreffen zichzelf in dit gelegenheidscollectief zo goed als over de hele lijn. Jos Geens (’t Arsenaal) staat met het personage van de psychiater in zijn sterkste rol van de afgelopen seizoenen en ook Els Olaerts (’t Arsenaal) overtuigt als de geslaagde politica die niet weet hoe ze een zorgende moeder moet zijn. Zo zelfverzekerd haar overwinningsspeech, zo groot haar onvermogen om haar dochter te troosten. ’t Arsenaal en De Queeste bewijzen met Kinderheil hoe vruchtbaar en dynamiserend kruisbestuivingen kunnen zijn.’ (Corpus Kunstkritiek, gezien op 22 januari 2009)

6 Nimmermeer van Abattoir fermé en De Maan
‘Als Abattoir Fermé zich waagt aan Edgar Allan Poe, dan weet je dat je geen vrolijk, licht verhaal hoeft te verwachten. Zelfs niet als het doelpubliek 8+ is. Zelfs niet als Abattoir samenwerkt met een op een jong publiek gericht figurentheater zoals De Maan. Nimmermeer is een duistere, erg visuele voorstelling, gestoeld op leven en werk van Poe. Als de kinderen er geen nachtmerries aan overhouden, zullen ze wellicht kunnen terugblikken op een ietwat bizarre, maar ook bijzondere avond.’ (Theatermaggezien, 23 oktober 2008)

romeo_castellucci_01

7 Purgatorio van Romeo Castellucci
Als dit het vagevuur is, dan wil je niet weten wat de hel is. Een voorstelling waar je niet goed van bent en die blijft zinderen, lang na afloop. (Gezien op Kunstenfestivaldesarts, 16 mei 2009)

8 The Broken Circle Breakdown ft the Cover-ups of Alabama van Cie Cecilia
‘De Nederlandse jury van het Theaterfestival 2009 selecteerde The Broken Circle Breakdown Featuring the Cover-Ups of Alabama van Compagnie Cecilia. In het licht van de discussie over toegankelijk kwaliteitsvol theater en een groter publieksbereik is dat een meer dan terechte keuze. In het ritme van bluegrass en country brengen Mieke Dobbels, Johan Heldenbergh en hun groep, The Cover-Ups of Alabama, (Nils De Caster, Pol Depoorter, Patrick Riguelle en Mario Vermandel) een stuk over verlies en rouwen, over liefde en woede, geloof en ongeloof, hoop en wanhoop.’ (Theatermaggezien, 10 september 2009)

9 Brandhout. Een irritatie van tg Stan
‘De dubbele bodems in de voorstelling en vooral de manier waarop De Schrijver ze op het publiek overbrengt, zorgen ervoor dat uit de taaie zinnen van Thomas Bernhard toch een luchtige en onderhoudende voorstelling gepuurd kan worden. Hoewel de onderbrekingen van de realiteit (door de acteur en de souffleuse) de concentratie in het begin van de voorstelling niet altijd ten goede komt, dragen ze uiteindelijk ten zeerste bij tot het humoristische gehalte van de monoloog. Of Damiaan De Schrijver er nu staat als zichzelf, als een alter-ego van zichzelf, als een van de twee personages of als om het even welke combinatie daarvan, hij staat er. En hij doet dat meer dan overtuigend.’ (Theatermaggezien, 15 februari 2009)

10 Inside stories van Peter De Graef (Dwama)
‘Met Inside stories heeft Peter De Graef niet zijn allerstrafste tekst te pakken, maar vanaf de schriele kapstok van het droomscenario bouwt hij niettemin een coherente voorstelling. De schijnbaar losse anekdotes en denkpistes klikken met uiterst fijne haakjes in elkaar tot een geheel dat de banaliteit van een inbrekerskomedie ver overstijgt. Als in de voorstelling hier en daar een haakje lost, wordt dat ruimschoots goed gemaakt door de pleziermeter die hoog uitslaat. Inside stories heeft voldoende inhoud om te boeien, en tegelijk ook een groot entertainend gehalte, met als gevolg dat de aandacht van het publiek erg zelden afdwaalt.’ (Corpus kunstkritiek, gezien op 24 september 2008)


Theaterfestival ’09: de keuze uit de keuze

23/08/2009

Van 27 augustus – 5 september 2009

Van de voorstellingen die ik al gezien heb uit de selectie van het Theaterfestival 2009, sta ik het meest achter DegrotemonD van SKaGeN – voor mij een van de allerbeste voorstellingen van het afgelopen seizoen. Ik herhaal hieronder mijn recensie van oktober 2008 (ook terug te vinden in het archief van Theatermaggezien.net)
Het zeer goede nieuws is dat er zelfs nog kaartjes voor zijn.

Idem voor Brandhout. Een irritatie van tg Stan. Een monoloog die heel erg de moeite van het bijwonen waard is. Mijn recensie vind je hier.

Medley van de wereldgeschiedenis

Valentijn Dhaenens vooraan in een oude Leuvense aula. Voor hem een reeks met de meest uiteenlopende microfoons. Achter hem een schoolbord waarop (schijnbaar in krijt) allerhande namen en data staan. De grootinquisiteur 1583 – Socrates 399 BC – ZKH Boudewijn 1990 – Lumumba 1960 – Reagan 1986 – HW Bush 1991 – GW Bush 2001… Het blijkt de volgorde van de speeches die SKaGeN heeft geselecteerd voor een treffende medley van de wereldgeschiedenis.

Na elke speech verdwijnt een naam van het bord (het krijt blijkt geen krijt maar een projectie): spons erover! In realiteit is het duidelijk minder eenvoudig om ergens de spons over te halen. Wat inhoud betreft, klinkt geen enkele redevoering totaal gedateerd. De trucs, de argumenten, de manier om onderwerpen aan te brengen, blijven 2500 jaar lang dezelfde. Van 431 voor Christus (Pericles) tot nu hebben bijna alle sprekers het bovendien over geweld, (vruchteloze) pogingen tot vrede, onbegrip, onverdraagzaamheid… voor een vrolijk plaatje was een andere selectie aangewezen. Het geheel schetst een wrang beeld van de menselijke ‘beschavingsgeschiedenis’, waarin vooral de ultieme machthebbers geen fraai portret van zichzelf ophangen. Zo haakt Dhaenens fragmenten van de brutale oorlogsretoriek van de Amerikaanse legerleider Patton in die van de Duitse minister van propaganda Goebbels (allebei uit de Tweede Wereldoorlog). In tegenstelling tot de historische speech van Goebbels brengt Valentijn Dhaenens hem met een ijzige kalmte, zodat het lijkt alsof de spreker een beroep doet op de rede – het volk moet begrijpen dat iedereen een deel van de oorlogslast moet dragen. Die bijna beminnelijke manier van spreken staat in schril contrast met de opzwepende taal van Patton: ‘Vechten is de meest glorieuze competitie waar een man aan kan meedoen!’ roept hij en om zijn woorden kracht bij te zetten, schuwt hij de schuttingtaal niet. Je krijgt hier twee kampen tegenover elkaar die hun oorlogszuchtige woorden op een verschillende manier op hun publiek overbrengen. Opvallend is echter dat de inhoud niets aan demagogische kracht inboet. De boodschap die de toeschouwer uit dit fragment overhoudt is dat oorlog altijd vuil is, tot welk kamp je ook behoort, en dat geen énkele machthebber de manipulatieve technieken schuwt die eigen zijn aan redevoeringen.

Voor elke speech zoekt Valentijn Dhaenens een aparte stem. Die wordt subtiel ondersteund doordat hij telkens ook kiest voor een nieuwe microfoon en doordat de belichting – die constant heel eenvoudig blijft – verandert. Net op het moment dat je begint te vrezen dat heel de voorstelling een keurige opeenvolging van speeches wordt, schakelt de monoloog echter naar een hogere versnelling. Na de abortusspeech van Boudewijn krijgt een enthousiaste Lumumba het woord, die pleit voor een onafhankelijk Congo: ‘Wij zullen niet regeren met een vrede van kanonnen en bajonetten!’ belooft hij. Als antwoord komt één enkel schot, dat meteen de medley op volle kracht doet losbreken. In hels tempo komen Robert Kennedy, Martin Luther King, Malcolm X, Mohammed Ali en JFK aan bod. Hun speeches doorspekt Valantijn Dhaenens met muziek en geluiden. Op dit moment komt de sterke technische kant van de voorstelling pas goed tot uiting. Op gezette tijden zingt Dhaenens enkele noten, een stukje van een lied, hij trommelt een kort ritme op de katheder of imiteert een schot. Al die geluiden worden ogenblikkelijk opgenomen en opnieuw afgespeeld, zodat er ook letterlijk een veelstemmige medley ontstaat. Dit technische trucje geeft de voorstelling vaart en ritme en zorgt tegelijk voor een extra ironiserende ondertoon. Telkens als iemand pleit voor vrede wordt hij meedogenloos afgeknald. De speeches van de Amerikanen worden een regelrechte pastiche als Dhaenens ze mixt met het bekende liedje uit West Side Story: ‘I wanna live in America’. Nadat Bin Laden even later zijn jihad heeft uitgeroepen, volgt nog een hilarisch en tegelijk pijnlijk moment, als Dhaenens Frank Vanhecke opvoert met een speech die hij heeft uitgesproken in de VS, op uitnodiging van Pat Buchanan. Hilarisch is de sukkelachtige manier waarop Dhaenens hem voorstelt, worstelend met microfoons en nadien zijn speech ten beste gevend in een verschrikkelijk Engels. Pijnlijk is de inhoud van de speech, waarin hij Amerika op de hoogte wil brengen van de totalitaire staat die Europa is geworden. ‘We are becoming foreigners in our own land’ zegt hij, en ‘muslim riots have become a routine’.

Na meer dan 20 speeches besluit Valentijn Dhaenens zijn monoloog met een ironische knipoog die ervoor zorgt dat het publiek ondanks al het gewicht en het cynisme dat uit de inhoud van de voorstelling spreekt, toch met een min of meer licht gevoel de aula verlaat. DegrotemonD overtuigt in zijn eenvoud, en staat er door de kracht van het acteerwerk. Ook het idee om de voorstelling te brengen in een oude universiteitsaula is er eentje waar het gezelschap maar beter aan vasthoudt bij eventuele hernemingen. ‘Het was een goeie vanavond’, hoor ik iemand zeggen als ik de zaal uitloop. Ik kan het alleen maar beamen.

Voor het volledige programma van het theaterfestival kijk je op http://www.theaterfestival.be/