Abattoir fermé en het appèl op de zintuigen

24/03/2010

Abattoir fermé maakt zijn vijftigste productie

De eerste Abattoir-voorstelling die ik ooit zag, was Testament, in oktober 2006. De voorstelling overschreed de grenzen van enkele van mijn zintuigen flagrant. ‘Kots, kak, sperma en bloed. Wanhoop, pijn en schone schijn. Dat is het leven en dan ga je dood. Als we iets van Testament hebben begrepen, dan is het wel dat. Abattoir Fermé ramt het in je strot met alle mogelijke middelen. Zo goed als alle zintuigen worden aangesproken, overbelast, uitgedaagd. En dan nog een keer. En veel te lang. Je komt niet weg voor je het begrepen hebt’, schreef ik in een ongepubliceerde recensie voor het vak Theaterkritiek (Manama Teaterwetenschap, UA).

Toch moet ik toen iets gezien hebben wat mijn nieuwsgierigheid prikkelde. Ik heb sindsdien nauwelijks nog een productie van het Mechelse gezelschap gemist. Mijn directe reacties variëren, maar de fascinatie lokt me keer op keer naar de theaterzaal.

Snuff vond ik persoonlijk een hoogtepunt in het Abattoir-oeuvre. De voorstelling was woordenloos, gruwelijk, bloederig en tegelijk ontzettend beeldend en esthetisch. Ze deed me heel erg denken aan de beeldtaal uit de serie Royal Blood van de Nederlandse fotograaf Erwin Olaf. Die wekte eenzelfde zin voor gruwelijke esthetica in me op. De gruwel stoot af, maar de esthetica trekt je zozeer aan dat je je blik gewoon niet kunt afwenden. Het is een boeiend spel met zintuigen dat Abattoir vol overgave speelt. De makers bewegen zich continu in het boeiende grensgebied tussen te veel en precies genoeg, tussen afstotelijk en aantrekkelijk. Vandaar ook dat ze de zintuiglijke grenzen van de ene toeschouwer al makkelijker overschrijden dan die van de andere.

Het is natuurlijk maar één manier om de voorstellingen te bekijken, maar aangezien de inhoud van de voorstellingen in mijn ogen nauw aansluit bij deze esthetica van de gruwel, is het altijd een waardevol begin van interpretatie.

Op 21 april gaat in kc nOna Phantasmapolis – all the colors of the dark in première. Deze vijftigste productie van Abattoir fermé is tevens het tweede deel van de INDEX-trilogie en dus het vervolg op Snuff. ‘Een verhaal over vijf mensen en de gruweldaad die hen met mekaar verbindt’, meldt het gezelschap. ‘Over de diep en diepe zwarte waaier aan innerlijke duisternis. Het lijden, het verlies, het afscheid, het ten ondergaan en al de rest dat best van al in een zwarte gietijzeren coffre-fort opgeborgen wordt.’ En ook: ‘Teksttheater.’

Abattoir fermé creëert de INDEX-reeks als een soort archief van alle elementen waar het zijn unieke universum tien jaar lang uit heeft opgebouwd. De algemene sfeer die de productie zal uitademen, kunnen we aan de hand van de beschrijving min of meer raden. Het valt af te wachten welke elementen het gezelschap behalve de tekst nog aan dit tweede deel zal uitlenen. Deel 3 volgt normaal gesproken in juni. Samengenomen zal de INDEX-trilogie ons wellicht een goed beeld geven van hoe het gezelschap zichzelf ziet. Zijn tienjarig groeiproces, de plek die het voor zichzelf in het theaterlandschap heeft opgeëist, en vooral de taal die het op die plek wenst uit te schreeuwen.

www.abattoirferme.be

Stef Lernous schrijft de tekst, Tine Van den Wyngaert, Kirsten Pieters, Ruth Becquart, Steve Geerts en Chiel van Berkel spelen. Kreng (Pepijn Caudron) zorgt opnieuw voor de soundscape.
Première: 21 april in kc nOna
Premièrereeks in kc nOna: 21-24 april en 28 april – 1 mei. Aansluitend op tournee in België en Nederland.

Advertenties

Recensie – De hel zit in jezelf

09/05/2009

Snuff van Abattoir fermé

Snuff, de recentste voorstelling van het Mechelse theatercollectief Abattoir fermé, neemt zijn publiek mee terug in de tijd. Terug naar gruwelijke taferelen uit de (kunst)geschiedenis, terug ook door zijn eigen tienjarige bestaan. Het gezelschap recapituleert en indexeert zijn theatertaal om ze in een uitgepuurde vorm tot een nieuwe productie voor de grote zaal te brengen.

Donker, moorddadig en bloederig. Zo kun je de sfeer omschrijven die Stef Lernous’ eerste grotezaalvoorstelling oproept. Twee naakte vrouwen met witte, grotesk vertrokken tronies en elk een sigaret in de bek (Tine Van den Wyngaert en Ruth Becquaert) schrobben het bloed van elkaars lijf. Op zijn knieën zit een man met idem tronie (Chiel van Berkel), in ouderwets ondergoed de vloer te schuren met een borstel. Er is bloed gevloeid, zoveel is duidelijk. En er zal nog veel meer stromen en spatten.
Lees meer op theatermaggezien.net