Nedda El-Asmar: “Je moet je blijven profileren, tonen wie je bent en wat je doet. Dat houdt nooit op”

29/08/2016

Juweelontwerp? Geneeskunde? Nog wat anders? Toen ze 18 was, twijfelde Nedda El-Asmar over enkele heel verschillende studierichtingen. Intussen is ze een gevierd designer-zilversmid met ontwerpen op haar naam voor uiteenlopende bedrijven als Hermès, Eternum, Robbe & Berking en Villeroy & Boch. Ze is nog altijd tevreden over de keuze die ze als tiener maakte. “Hoewel ik ook best graag dokter had willen zijn”, zegt ze.

“Ik heb eerst in Antwerpen en daarna in Londen gestudeerd. In Londen heb ik begrepen dat je niet enkel unieke stukken moet creëren, maar ook kleine producties kunt maken of voor bedrijven kunt werken. Wie koopt er ook een pièce unique van een beginnende zilversmid? Je hebt er weken aan gewerkt, het kost heel veel geld, je hebt nog geen naam opgebouwd… Ik heb dan het geluk gehad om vrij snel voor Puiforcat en Hermès te kunnen ontwerpen en die bal is blijven rollen.”

Hoe heb je hem aan het rollen gekregen?

“Ik ben meer dan 20 jaar geleden afgestudeerd en toen gingen de dingen heel anders dan nu. Internet hadden we bijvoorbeeld nog niet. Ik ben dus bij een vriendin in Parijs gaan logeren, heb alle telefoonnummers die ik nodig had in het telefoonboek opgezocht en ben met een grote zak vol munten naar een telefooncel getrokken. Ik belde alle mogelijke interessante bedrijven op om te vragen of ik mijn portfolio mocht komen tonen. Nadien liet ik dan dia’s achter en hoopte ik dat er een opdracht uit zou volgen. Het is een heel andere manier van werken dan tegenwoordig.
Wat uiteraard wel nog altijd hetzelfde is, is dat je zelf op zoek moet naar opdrachtgevers. Als je blijft zitten wachten tot ze naar jou toe komen, zal er niet veel gebeuren. Hoewel er nu wel bedrijven zijn die ons weten te vinden, doen we nog altijd prospectie. Je moet je blijven profileren, tonen wie je bent en wat je doet. Dat houdt nooit op.”

Zijn uit die eerste belronde ook effectief opdrachten voortgekomen?

“Ja, maar de opdrachten komen in het begin mondjesmaat. Daarvan kun je natuurlijk niet meteen leven. Om mijn brood te verdienen, heb ik dus een aantal jaren in de alarmcentrale van EuroCross gewerkt. Ik zeg tegen mijn studenten ook altijd dat ze zichzelf tien jaar moeten gunnen om een volwaardig inkomen uit hun ontwerpen te kunnen putten. Er zijn uiteraard uitzonderingen, maar voor veel ontwerpers gaat het heel traag in het begin. En daarna schommelt het vaak nog. Ik heb het bijvoorbeeld in 2002-2003 heel moeilijk gehad. In de nasleep van 9/11 raakte de economie in het slop en zat ik opeens zonder opdrachten. Ik stond op het punt om elders werk te gaan zoeken, toen er plots toch een grote opdracht binnen liep die me financieel heeft voortgeholpen tot alles weer begon te draaien.”

Lees het hele artikel: www.kunstenloket.be

Advertenties

Interieurarchitect en designer Danny Venlet: “Ik bekijk de dingen graag een beetje anders”

14/01/2016

Een nieuwe Kanttekening!

Danny Venlet richt commerciële en residentiële woningen in, hij heeft objecten ontworpen die wereldwijd bekend zijn, als docent geeft hij zijn kennis door aan opkomend talent én hij is artistiek directeur van MAD, het Brusselse mode- en designcentrum. “Ik vind de wisselwerking interessant: het ene project geeft inspiratie voor het andere.”

Portrait Danny Venlet - Photo Credit Jurgen Rogiers“Als achttienjarige wist ik niet goed wat ik wou doen. Ik heb dus wat gesukkeld om de juiste studiekeuze te maken. Ik was begaan met de natuur en de mens, dus schreef ik me in om geneeskunde te studeren. Het werd snel duidelijk dat ik me daarin totaal vergist had. Ik wilde wel met of voor mensen werken, maar niet per se met zieken. Die gedachte leidde me naar interieur en design: de inrichting van een woning kan tenslotte bijdragen tot de gezondheid. Het juiste licht of een gezonde atmosfeer heeft invloed op de gemoedstoestand en je gemoedstoestand heeft op zijn beurt grote invloed op je lichaam.”

Hoe groot was de stap van de schoolbanken naar de praktijk?

“Ik ben opgegroeid in Australië, heb in België gestudeerd en ben aanvankelijk terug naar Australië getrokken. Daar heb ik een moeilijke start gehad. Ik ging aan de slag als maquettebouwer en dat ging me goed af: ik was erg minutieus. Uiteindelijk werd ik hoofdmaquettebouwer in een groot bedrijf in Sydney, maar heel die tijd ben ik blijven solliciteren als interieurarchitect. Ik ben uiteindelijk bij twee verschillende bureaus in dienst geweest en heb dan een eigen bedrijf opgericht, samen met twee andere designers: Marc Newson en Tina Engelen. We hadden onmiddellijk veel werk, maar de ego’s botsten te erg. Samenwerken is altijd een goed idee en het wordt ook alsmaar belangrijker, maar je doet het beter met mensen die andere dingen kunnen dan jij. Als alle partners dezelfde competenties hebben, lopen de discussies te snel op. Ergens is het jammer dat we die problemen toen niet kunnen omzeilen hebben, want we hadden behoorlijk wat potentieel met zijn drieën. De designobjecten die Marc Newson in die tijd gemaakt heeft, behoren vandaag bij de duurste ter wereld.”

GoggleDesk for Babini © Danny VenletToen jullie de samenwerking stopzetten, heb jij je eigen bureau opgericht. Hoe vlot liep dat?

“Het was redelijk rendabel vanaf het begin, tot er een economische crisis uitbrak in 1992. Opeens kregen al mijn klanten het moeilijk en wist ik zelf ook even niet hoe ik het moest redden. Ik had op dat moment – behalve een auto – nog geen noemenswaardige eigendommen en ondervond dat je zonder vastgoed ook nergens een lening kunt krijgen. Dat heb ik toen in orde gemaakt: ik heb een huis gekocht, zodat ik iets had om op terug te vallen als er ooit nog eens zoiets zou voorvallen. Ook nu weer maken we een economische crisis door en deze duurt veel langer dan die van het begin van de jaren 90. Voor geen enkele ondernemer zijn dat eenvoudige tijden: klanten doen moeilijker, zijn wantrouwiger, betalen minder vlot. En dan helpt het natuurlijk niet als jijzelf intussen wel al je btw moet betalen, bijvoorbeeld.”

Wat voor advies zou je beginnende ontwerpers geven?

“Ik zou zeggen: wees voorzichtig. Ga niet te snel voor groot en werk eerder samen met anderen dan ze in dienst te nemen. Maar blijf vooral ook altijd je enthousiasme behouden, en hou vol. Soms gaat het met vallen en opstaan, maar je moet blijven doorgaan: veel dingen maken, tentoonstellen, bezig blijven en in de kijker komen. Dat lukt niet met maar één object.”

Je geeft les aan het KASK in Gent en CAD in Brussel. Vind je dat de opleidingen voldoende zijn afgestemd op de praktijk?

“De praktijk leer je in de praktijk. Een student moet prikkels krijgen die zijn ontwikkeling als designer vooruithelpen. Ik geef wel altijd het advies om naar de industrie te stappen om objecten te laten maken: doe het niet alleen, maar samen met deskundigen in de materie. Zo leer je ook hoe een bedrijf werkt. Voor een vormgever is het concept toch altijd het belangrijkst. Als je onze studenten vergelijkt met die van productwikkeling, dan hebben ze daar meer vakkennis, dat klopt. Maar als je te veel hamert op vakkennis, dan loop je het risico dat je het concept al afbreekt voor het op punt staat, gewoon omdat je ervan uitgaat dat het niet gemaakt kan worden. En dan is er weinig ruimte voor innovatie. Zelf werk ik ook zo: ik ga uit van een concept en dan pas zien we – samen met de fabrikant en met oog voor zijn specifieke know-how – hoe het gemaakt kan worden. Gewoonlijk vind je een oplossing, hoor. Voor een stoel als de Easy Rider, waarvan de poten niet onder de zitting staan, maar onder het tablet, hebben we ook even een ingenieur geraadpleegd om de stabiliteit te kunnen verzekeren. Idem voor mijn buitendouche die water van beneden naar boven spuit in plaats van omgekeerd.
Als ontwerper bekijk ik de dingen graag een beetje anders. Je moet je publiek emotioneel weten te pakken – dat is iets waar ik heel hard op doordruk in mijn eigen ontwerpen.”

EasyRider for Bulo © Danny VenletJe hebt een aantal objecten op je naam staan die haast iedereen wel kent, zoals de Easy Rider…

“Ja, er zijn er zo wel een aantal. Tot ik ze allemaal samenbracht in een boek beseften veel mensen niet dat die allemaal van mij waren. Dat komt ook door slechte communicatie van mijn kant, hoor. Ik vind dat objecten voor zichzelf moeten spreken, maar zo werkt het niet meer. Zelfs bij Ikea plakken ze tegenwoordig gezichten op hun ontwerpen. Ik probeer mijn belangrijkste verwezenlijkingen nu wel wat meer in de verf te zetten op Facebook en zo. Maar rechtstreeks tegen mensen pak ik niet graag uit met wat ik doe. Dat betekent niet dat ik er niet trots op ben – het ligt gewoon meer in mijn karakter om wat op de achtergrond te blijven. Ik heb vroeger altijd geleerd dat opscheppen een slechte eigenschap is (lacht).”

www.venlet.net

Lees het volledige artikel bij Kunstenloket.


Keramisch ontwerpster Ilona Vandenbergh: “Als je goed en professioneel advies krijgt, voel je je minder alleen in je ondernemerschap”

11/09/2015

Allerhande praktische bezwaren stonden haar creatieve carrière jaren in de weg. Maar begin dit jaar hakte Ilona Van den Bergh de knoop definitief door: “Andere keramisten die ik ken, verklaren me gek als ik zeg dat ik van mijn ontwerpen wil kunnen leven. Toch ga ik ervoor. Het is het juiste moment.” Op het ogenblik van ons gesprek is de ontwerpster overstelpt door het werk. Er is net een grote bestelling binnengelopen, waarvan ze de productie volledig zelf verzorgt. “Voorlopig ziet het er alvast goed uit”, besluit ze.

“Veertien jaar geleden ben ik afgestudeerd als keramist aan het IKA in Mechelen. Door een samenloop van omstandigheden ben ik er dan een hele tijd niet meer mee bezig geweest. Ik nam een vaste baan, maar na verloop van tijd voelde ik me daar niet langer prettig bij. Nochtans had ik een goed loon, veel vrijheid en fijne collega’s. Het bedrijf lag bovendien in een mooie en vlot bereikbare omgeving. Ik was echter op een punt in mijn leven gekomen waarop je de balans opmaakt, en de slotsom was dat ik mijn keramiek te erg miste. We verhuisden en in dit nieuwe huis heb ik een atelier kunnen inrichten. Zo ben ik stilaan begonnen met nieuwe ontwerpen maken, die vrij snel door de buitenwereld zijn opgepikt.”

“Ik heb in een ver verleden plastische opvoeding gestudeerd aan het regentaat. We kregen er veel verschillende disciplines aangereikt, en toen al had ik een voorliefde voor driedimensionale opdrachten. Jaren later ben ik dan aan een avondopleiding keramiek begonnen en dat beviel me enorm. Het is een heel direct medium: je pakt klei in je handen en je hebt onmiddellijk resultaat van wat je doet. Je moet natuurlijk de kunst beheersen om het idee dat je in je hoofd hebt, te vertalen naar een vorm, maar dat proces verloopt bij mij altijd heel organisch en vloeiend. Ik denk er meestal niet te veel over na: op de meest onverwachte momenten zie je iets voorbijkomen waarvan je in een flits weet wat je ermee kan doen. En dan ga je aan de slag.”

www.ilonavandenbergh.be

Lees het hele artikel.


Anne De Smedt (Lily-Balou): “Gewoon doén”

27/04/2015

Het is altijd fijn als je mensen mag interviewen met wie je een grote affiniteit hebt. Gelukkig is dat bij mij heel vaak het geval. Nu ik erover nadenk, komt het omgekeerde wel héél erg zelden voor. Nog eentje waar ik bijzonder blij mee was, is Anne De Smedt, ontwerpster en zaakvoerster van het kinderkledingmerk Lily-Balou. De affiniteiten swingden de pan uit. Design en creativiteit? Check! Supertoffe kinderkleding? Check! Najaagster en realisator van dromen? Check, check, check!

Anne De Smedt studeerde Romaanse talen en ging nadien aan de slag als consultant, voornamelijk in de bankensector. Na de geboorte van haar dochter, nu 7 jaar geleden, besloot ze leuke, kleurrijke draagdoeken zonder geitenwollensokkengehalte op de markt te brengen. Wat later voegde ze er een collectie basic kinderkleding aan toe. Lily-Balou bestaat in 2015 zes jaar en is uitgegroeid tot een trendy kledingmerk voor kinderen. “Het is geen eenvoudige sector en rijk ben ik er zeker nog niet van geworden, maar ik hou ontzettend van de variëteit die de job brengt.”

IMG_5280
“Ik ben heel klein begonnen, met alleen een webshop voor mijn draagdoeken. Op dat moment werkte ik ook nog parttime als consultant. Toen mijn zoontje twee jaar later geboren werd, begonnen er nieuwe ideeën te kriebelen. Ik had voor hem wat kleertjes cadeau gekregen, zoals een jeansbroek in verschrikkelijk stug en hard stof. Dat vond ik niet kunnen: kinderen moeten kind kunnen zijn en hebben daarvoor comfortabele kleding nodig die hén aanspreekt en niet in de eerste plaats hun ouders. Ik vond het vooral voor jongens moeilijk om zachte, speelse dingen te vinden. Dankzij mijn draagdoeken had ik al contacten in de textielsector en die heb ik aangesproken om mijn eerste collectie op de sporen te zetten. Het was een collectie van tien basic stuks in verschillende kleuren. Oorspronkelijk was het mijn bedoeling om het daarbij te houden en alleen af en toe de kleuren te veranderen. Maar de collectie verkocht goed: er was blijkbaar nood aan wat ik maakte. En dus ben ik beginnen uitbreiden: eerst T-shirts met opdruk, nadien gedrukte stofjes die ik puur voor Lily-Balou liet ontwerpen. Zo is het merk stilaan uitgegroeid tot een volwaardige lijn voor baby’s en kinderen tot 8 jaar. Komende zomer breng ik ook een pyjamalijn uit: Libou, een woordspeling op Lily-Balou en het Franse woord voor uil, een nachtdier. Die collectie loopt tot 12 jaar.”

Lees de rest van het artikel!

Ontdek, bekijk, koop Lily-Balou.