Het nieuwstedelijk = Braakland/ZheBilding + De Queeste

30/05/2015

Ze kondigden het aan als een verloving: theaterhuizen De Queeste en Braakland/ZheBilding smelten samen tot één huis. Het huwelijk krijgt ook een nieuwe naam: het grootstedelijk. Het zal even duren voor dat smeuïg in de mond ligt, maar het geeft wel weer waar het nieuwe huis voor wil staan. Vanavond – 30 mei 2015 – vanaf 19.30 uur lanceren ze het gezamenlijke project tijdens een startfeest in OPEK, Leuven.

“Met het nieuwstedelijk willen we mee vorm geven aan de stad en de samenleving van morgen”, zegt Stijn Devillé, directeur van het nieuwstedelijk. “We vertellen verhalen over het leven vandaag. We geven er klank aan en gaan erover in gesprek. Theater, muziek en debat vormen de kern van het artistieke werk van ons nieuwe theaterhuis. Dat werk geven we vorm vanuit de sterktes die we jarenlang hebben opgebouwd: nieuwe creaties rond hedendaagse thema’s, locatie- en interviewprojecten, de combinatie van tekst en muziek en de ondersteuning van jong talent. Samen kunnen we ook een stuk verder gaan.”

Adriaan Van Aken, Christophe Aussems, Stijn Devillé, Els Theunis en Sara Vertongen vormen de artistieke kern van het nieuwe theaterhuis. “Samen zetten we dit jaar onze eerste projecten in de steigers, maar houden ook nog een paar spannende plannen achter de hand. Het komende seizoen wordt voor het nieuwstedelijk een soort nuljaar. In de volgende twee, drie jaren krijgt het nieuwe huis zijn beslag.” In totaal brengt het nieuwstedelijk het komende seizoen elf producties.

Het nieuwstedelijk wordt het stedentheater voor Leuven, Hasselt en Genk. “We willen echt een stedentheater vormen voor het gebied tussen Brussel en Maastricht” stelt Devillé. “Dat zie je ook aan onze premières en locatieprojecten. Die vind je gespreid in Limburg en Leuven. Uiteraard blijven we ook toeren in Vlaanderen en Nederland. Met de voorstelling Hoop hebben we dit jaar een indrukwekkende tournee voor de boeg. Ook internationaal ziet het er dit jaar goed uit met heel wat interesse voor onze Engelstalige voorstelling Last Call.” Uitvalsbasis wordt OPEK in Leuven.

Startfeest en eerste voorstelling

Tijdens het startfeest geeft het nieuwstedelijk een vooruitblik op het nieuwe seizoen en een inkijk in de plannen van het nieuwe project. Huismuzikanten Rudy Trouvé, Youri Van Uffelen, Myrthe Luyten en Geert Waegeman spelen intieme concertjes doorheen het gebouw en houden een blind date met elkaar. Acteurs Simone Milsdochter en Jonas Van Thielen brengen fragmenten uit voorstellingen. Theatermakers Stijn Devillé, Adriaan Van Aken, Christophe Aussems, Maarten Ketels en Jessa Wildemeersch laten meekijken in hun werkproces, nemen hun bibliotheek mee en laten beklijvende interviewfragmenten horen. En op het dakterras kan je terecht voor de ultieme theaterervaring: Chris Lomme wacht je op en fluistert je iets toe dat alleen voor jouw oren bestemd is.

Maar tijdens het -gratis- startfeest neemt het nieuwe theaterhuis ook de ruimte om even achteruit te blikken. Actrice Sara Vertongen doet een poging om 18 jaar aan voorstellingen van de Queeste en Braakland/ZheBilding samen te vatten in een monoloog van 15 minuten. 114 voorstellingen in 15 minuten: 4 seconden per voorstelling dus. Met nadien een feest met de band King Dalton en dj Armand.

VUUR, de eerste productie van het nieuwe huis gaat in première op 20 juni op locatie in Heusden-Zolder.

www.nieuwstedelijk.be

Advertenties

“Wie op een podium klimt, moet iets te zeggen hebben” – Stijn Devillé fileert de gevolgen van de crisis

16/01/2014

Vanavond, 16 januari 2014, gaat Angst in (avant)première, een coproductie van muziektheatergezelschap Braakland/ZheBilding en De Queeste. Voor de gelegenheid: een fragment uit mijn artikel in Staalkaart.

*

In 2008 brak de bankencrisis in alle hevigheid los. Een globale financiële crisis volgde. Theatermaker Stijn Devillé, die vindt dat theater met beide voeten in de maatschappij moet staan, gooide zich op het thema en puurt er zowaar een drieluik uit. Na Hebzucht uit 2012 gaat nu Angst in première. ‘Ik ben er zelf wel banger door geworden, ja.’

(c) Stephan Vanfleteren

‘Toen ik met de research van Hebzucht bezig was, besefte ik al snel dat ik al dat materiaal niet in één voorstelling gepropt kreeg. Ik moest ergens een keuze maken. Daarom heb ik het in dat eerste luik over de kiem van de crisis: hoe is het begonnen? Wat waren de oorzaken?’, vertelt auteur-regisseur Stijn Devillé. Maar zodra hij die beslissing had genomen, merkte hij dat het verhaal daarmee nog maar net begonnen was. ‘De crisis duurt voort. Mensen verliezen hun baan, hun huis, enzovoort. Ze worden bang. Over dat aspect hebben we het in Angst.’ Hij verdiepte zich nog meer in het thema en hij voelde dat hij er cynisch van dreigde te worden. ‘Je ziet wat er gebeurt en dat het systeem zichzelf eigenlijk alleen maar blijft herhalen. Daarop reageer je uiteindelijk bijna alleen nog met schouderophalen. Of je wordt zelf bang.’ Hij vond het een beetje té om zijn publiek met zo’n brok in de maag achter te laten. ‘Na de crisis en de angst hebben we absoluut hoop nodig’, vindt hij. ‘En dus zal het uiteindelijk een drieluik worden: Hebzucht, Angst en Hoop.’ Hoe dat laatste deel er precies uit zal zien, zijn zorgen voor later, want vaste vorm heeft het plan nog niet. Devillé: ‘Je kunt hoop putten uit kleine initiatieven die her en der opduiken. Die zijn nu nog bijzonder marginaal, maar ik denk echt dat we het daarvan zullen moeten hebben. De voorstelling zal draaien rond vragen als: waar vinden we hoop en wat kunnen we er zelf voor doen? Kunnen we er überhaupt zelf iets voor doen?’ Misschien wordt die derde een call for action, misschien ook niet. Daarvoor is de hoop nog te pril. ‘Ik ben tijdens mijn onderzoek op een aantal hoopvolle dingen gestoten, maar voorlopig vraag ik me nog te veel af of het niet al te naïef is om te verwachten dat daarin dan de redding zal schuilen.’ Het kiemt nog wel. Voorlopig hebben we genoeg aan (onze) Angst.

Groeidenken is voorbij
‘Ik ben zelf best bang geworden tijdens mijn research voor dit stuk.’ Stijn Devillé lacht met zijn uitspraak, maar de uitleg die volgt is bloedserieus. ‘Er gaan tegenwoordig meer en meer bijzonder pessimistische stemmen op, zoals die van Joris Luyendijk, die stelt dat er helemaal niks veranderd is. Iedereen blijft doen wat hij voor de crisis deed, terwijl dat absoluut niet houdbaar is.’ Tegenstanders zetten de journalist Luyendijk weg als een onheilsprofeet. Maar Stijn Devillé is het grotendeels met hem eens: ‘Als je je wat beter in de materie verdiept, merk je dat het probleem veel meer omvat dan een puur financiële kant. Ik las een rapport van het Britse beursbedrijf Tullett Prebon, dat is zo’n bedrijf dat advies verleent over beursgang en investeringen – het harde geld – en ik schrok van hun analyse, omdat ze naadloos aansloot bij de opinie van zogenaamd linkse transitiedenkers zoals ecologisch economist Tim Jackson of sociaal psycholoog Harald Welzer. Die pleiten ervoor om het hele groeidenken waarop onze economie is gebaseerd te herdenken. Ze worden door velen voor naïevelingen versleten en als je hun werk leest, krijg je dat soort twijfels snel. Er zijn zoveel belangen mee gemoeid, je moet zoveel mensen en systemen meekrijgen in een totaal nieuwe richting… Dan is het behoorlijk choquerend om precies hetzelfde te horen van zo’n keihard beursbedrijf, dat geen rekening houdt met ethische standaarden. Tullett Prebon concludeerde eveneens dat het groeidenken eindig is. Analist Tim Morgan gaf daarvoor een heel simpele reden: onze economie is geen financiële constructie, maar drijft puur op energie. De economie is maar ontstaan zodra de mens energie wist om te zetten in werkkracht. Voordien was een uur werk een uur werk. De ene mens kon misschien wat harder werken dan de andere, of was een tikje sneller of handiger, maar grosso modo was het dat. Je kon het werkproces op die manier niet optimaliseren. Hoogstens zette je een paard of een os in of zo. Dat is allemaal veranderd toen er machines kwamen. In 1770 vond James Watt de stoommachine uit, daarna volgde de verbrandingsmotor. Vanaf dan kreeg je een almaar grotere output uit een kleine input. Toen ontstond de economie. Die is dus volledig gebaseerd op fossiele brandstoffen. En dan krijg je die hele discussie over de eindigheid van de brandstoffen, die door evenveel mensen ontkend wordt. In dit rapport werd het eindelijk een keer volledig genuanceerd uitgelegd. Er zijn inderdaad, zoals tegenstemmen beweren, nog behoorlijk wat reserves. Maar daar gaat het helemaal niet om. De vraag is hoeveel energie we spenderen aan het winnen van energie. Vroeger hoefden we maar een heipaal in de grond te slaan en de olie spoot eruit. Per liter olie die je in de motor goot om olie op te pompen, haalde je 100 liter boven. Die verhouding van 100 tegen 1 is de laatste jaren stelselmatig naar beneden gegaan. In de Verenigde Staten of in de Noordzee halen we nog maar 5 liter tegen 1. En op een gegeven ogenblik komen we tot stilstand: dan spendeer je een liter om een liter te winnen. Dat is ook het probleem met veel alternatieve energiesoorten, zoals biobrandstoffen, bio-ethanol of schaliegas: die hebben zelfs een negatief rendement. Het is dus gekkenwerk om daarop in te zetten. De enige bronnen die nog relatief goed zitten, zijn de zon en de wind: daar halen we 17 tegen 1, wat nog een pak minder oplevert dan de 100 tegen 1 waarop onze huidige economie en welvaart gestoeld zijn. Morgan voorspelt dus dat dat systeem volledig in elkaar gaat klappen, omdat onze energiekosten veel groter gaan worden dan onze groei ooit nog kan zijn. En dus concludeert hij – net zoals de linkse transitiedenkers – dat we fundamenteel zullen moeten nadenken over hoe we met de overgebleven grondstoffen zullen omgaan, met energie in het algemeen en met ons financieel verkeer, dat onlosmakelijk met die energie verbonden is. Toen ik dat las, vroeg ik me af waarom de ecologische bewegingen die argumenten nog nooit zo duidelijk op tafel hebben gelegd. Hun zwart-witanalyses over de brandstoffen die op raken worden met even grote zwart-witargumenten van tafel geveegd door de olielobby. Hier kreeg ik eindelijk het hele verhaal. Het was bijzonder verhelderend, maar niet bepaald geruststellend.’

www.braaklandzhebilding.be


Hoe Braakland/ZheBilding het Leuvense culturele braakland stap na stap heeft volgebouwd

01/09/2011

In het kraakverse nummer van Staalkaart, dat een week of twee geleden van de persen is gerold, open ik mijn artikel over Braakland/ZheBilding met deze waarachtige zinnen: ‘Dat het goed gaat met muziektheatergezelschap Braakland/ZheBilding staat buiten kijf. Het kreeg de afgelopen jaren twee keer de toneelschrijfprijs, werd officieel stadsgezelschap van Leuven, sleepte de cultuurprijs van de KULeuven in de wacht en zocht intussen gestaag voort naar het ideale evenwicht tussen muziek, tekst en spel.’ En op dat moment was nog niet eens bekend dat het gezelschap ook nog eens de prestigieuze Vlaamse Cultuurprijs Podiumkunsten in de wacht sleept.

Intussen denkt het gezelschap extra diep na over zijn naam. Bij zijn oprichting, nu meer dan tien jaar geleden, stelden de eerste Braaklanders tussen pot en pint vast dat hun hometown Leuven een behoorlijk bedroevend cultureel braakland was. Wél een opleiding theaterwetenschappen aan de universiteit, wél een praktijkinstelling als het Lemmensinstituut. Maar geen professioneel theatergezelschap. Daar kon aan gebouwd worden, vonden ze, en zo ontstond Braakland/ZheBilding. De jaren daarop bouwde het gezelschap vastberaden aan zijn geheel eigen theatertaal en zo raakte het braakland stilaan bebouwd. Kunnen ze zich anno 2011 dan nog wel Braakland noemen, vragen ze zich daar in Leuven af. We vernemen er ongetwijfeld meer over zodra de makers zijn uitgevierd. Want feest is het dubbel en dik: de champagne van de cultuurprijs is nauwelijks leeggetoost of ze kunnen zich al klaarmaken voor het officiële openingsweekend van OPEK, het Openbaar Entrepot voor de Kunsten (10 en 11 september). OPEK wordt een ontmoetingsplek voor kunst en talent waar zeven professionele culturele organisaties zullen samenhuizen.

In het openingsweekend valt er allerlei te beleven in OPEK. Neem dus zeker een kijkje in het programma. Eén van die dingen is de première van Luide muziek, een sociaal-artistiek project van BZB en De Figuranten uit Menen. Een fragment daarover uit het interview dat ik voor Staalkaart afnam van Adriaan Van Aken en Stijn Devillé, die het stuk samen regisseren:

Het is de eerste keer dat Braakland zich op het sociaal-artistieke spoor waagt en het gezelschap doet dat met evenveel enthousiasme als zenuwachtigheid. ‘Hein Mortier, het opperhoofd van De Figuranten, is een vroegere klasgenoot van ons’, zegt Adriaan Van Aken. ‘Hij had al eerder gepolst of we een samenwerking zagen zitten, maar tot nu hadden we nog geen geschikt project gevonden.’ Stijn Devillé: ‘Anderzijds zaten we met een ei. Sociaal-artistiek werk is Heins biotoop – hij heeft een natuurlijke slag om met jongeren met een kwetsbare achtergrond theaterprojecten op te zetten. Onze manier van theatermaken is helemaal anders… nogal saai, als je wil. We proberen met taal en muziek een heel fijne puzzel in elkaar te steken. Het is nauwgezet, geconcentreerd werk. En dus vreesden we een beetje dat we die jongeren onmogelijk konden boeien met onze manier van werken.’ Tot uit een heftige brainstorm het concept voor Luide muziek tevoorschijn kwam.

Sinds de productie Dansen drinken betalen uit 2006 speelde Adriaan Van Aken met het idee om ooit te onderzoeken welke impact luide muziek op acteurs heeft. ‘In die voorstelling komt een drietal echt luide, dynamische muziekmomenten voor, waar Sara (Vertongen, red.) heel hard in meegaat. Ook het effect op de zaal is altijd verrassend – zeker als je in klassieke theaterzalen speelt. Kun je een volledige voorstelling maken die zo ruw, dynamisch en gechargeerd is? Hoe lang hou je dat vol? Wat doet het met de spelers? Daar wil ik graag achter komen. En tijdens het gesprek met De Figuranten vonden we dan eindelijk de inhoud die erbij zou kunnen passen.’

(einde fragment)

Luide Muziek from DE FIGURANTEN on Vimeo.

Meer weten? Lees dan het artikel in Staalkaart en/of ga zelf naar de voorstelling kijken, natuurlijk…


Stijn Devillé wint Taalunie Toneelschrijfprijs

01/12/2009

Jury vindt dat iedereen Hitler is dood zou moeten lezen

Gisteravond (30 november 2009) heeft de Taalunie haar jaarlijkse Toneelschrijfprijs uitgereikt aan Stijn Devillé (Braakland/ZheBilding) voor zijn stuk Hitler is dood. De concurrentie was niet min. Ook Peter de Graef was immers genomineerd met zijn monoloog Zoals de dingen gaan. Derde kanshebber was The Broken Circle Breakdown van Johan Heldenbergh en Mieke Dobbels. Drie sterke teksten waarvan drie sterke voorstellingen zijn gemaakt. Niettemin vind ik Hitler is dood een verdiende winnaar. Ik sluit me dan ook volledig aan bij de uitspraken van de jury:

‘Het is knap hoe Stijn Devillé op basis van, getuige de verantwoording, intensief bronnenonderzoek een helder en toegankelijk stuk heeft weten te schrijven, dat historisch inzicht geeft in een van de belangrijkste processen van de 20e eeuw en vraagtekens zet bij het zwart-wit denken in winnaars en verliezers, goeden en slechten, bokken en schapen. Het verlangen om te beschuldigen, om iemand te straffen is vaak sterker dan het belang van een eerlijke rechtsgang. In dit geval is de zaak bovendien te groot om als mens te bevatten. Aan de hand van een concrete historische gebeurtenis worden vraagtekens gezet bij de algemene menselijke mogelijkheid om het goede te doen in moeilijke omstandigheden. Zo maakt het stuk de misstappen van mensen in bijvoorbeeld crisis- en oorlogssituaties voorstelbaar. Hitler is dood bevat slimme omkeringen en scherpe inzichten. Vooral de rol van Hermann Goering verrast in dit opzicht. Hij hoopt in zijn verdediging niet in op medelijden en medemenselijkheid, maar zet in schaamteloos anachronisme de rol van andere landen af tegen de fouten van de nazi’s. Op deze intelligente manier zet het stuk de mening van de hedendaagse lezer op scherp aangaande schuldkwesties. Hoe durven de VS bijvoorbeeld te oordelen over de omgang met krijgsgevangenen als zij zelf Guantanamo Bay geopend hebben? Hoe kan Nederland uitspraken doen over schendingen van mensenrechten als het zelf nog steeds eufemistisch spreekt over ‘politionele acties in Indonesië’? We zouden willen dat iedereen met enige macht dit stuk leest, of beter nog, dat iedereen dit stuk leest. Je struikelt over je eigen vooroordelen, verslikt je in je neiging om je morele gelijk te waarborgen, omdat ‘jij zoiets nooit zou doen’ en ‘jou zoiets nooit zou overkomen’. Hitler is dood is boeiend van begin tot eind, schurend, spannend, zelfs ondanks het feit dat de afloop gekend is. Het is sterk van opbouw, helder en gecondenseerd van taal. Het is noodzakelijk theater dat ons geïmponeerd en geraakt heeft.’

De jury bestond dit jaar uit:

* Cecile Brommer (dramaturg en redacteur)
* Chris Thys (actrice)
* Erik Whien (regisseur)
* Steven Peters (secretaris)

Lees meer op de site van de Taalunie

Een filmpje op YouTube is nooit hetzelfde als een theatervoorstelling, maar laat je er in dit geval gerust door overtuigen om naar de voorstelling te gaan kijken. Ze loopt nog.


Mijn toptien seizoen 2008-2009

17/09/2009

Het nieuwe theaterseizoen is op gang aan het komen. Tijd voor een terugblik op het vorige. Ik ben eigenlijk niet zo te vinden voor lijstjes. Ten eerste heb ik lang niet alles gezien wat er op de theatermarkt voorhanden was. Ten tweede zijn lijstjes altijd behoorlijk oppervlakkig.

Waarom bezondig ik me dan toch aan eentje? Ten eerste omdat het mezelf een samenvatting en afronding bezorgt. Ten tweede omdat ik hoop dat iedereen die naar het lijstje kijkt, de relativiteit ervan inziet.

Ik onthou van het vorige seizoen vooral veel middelmatigs. Daarom ben ik toch tevreden dat ik zonder veel moeite met een toptien van uitschieters op de proppen kan komen. Tien voorstellingen van 2008-2009 die volgens mij kloppen, op meer dan één vlak.

1 Hitler is dood van Braakland/ZheBilding

Over de volgorde van de topdrie heb ik even moeten nadenken, ik geef het toe. Uiteindelijk koos ik voor deze als nummer 1, omdat het een voorstelling is die in mijn ogen volledig af is.

hitler is dood (c) stef depover

‘De strakke regie van Devillé zorgt ervoor dat de lange voorstelling geen ogenblik sleept. De acteurs bewegen zich krachtig en eigen binnen de lijnen die hij hen voorschrijft. Hitler is dood heeft dan ook een uitmuntende cast bij elkaar gekregen, waarin Rik Van Uffelen misschien nog het meest opvalt. Hij zet een bijzonder sterke Goering neer: gevaarlijk, manipulatief en innemend tegelijk. (…) Met Hitler is dood bereiken Stijn Devillé en zijn muziektheatergezelschap een nieuw hoogtepunt in hun oeuvre.’
(Theatermaggezien, 17 mei 2009)

2 DegrotemonD van Skagen
Eén van de weinige voorstellingen die me echt is bijgebleven en die nog heel lang is blijven spoken nadien.

‘DegrotemonD overtuigt in zijn eenvoud, en staat er door de kracht van het acteerwerk.’ (Theatermaggezien, 24 oktober 2008)

3 Tien geboden, deel 2 van NTGent
‘Simons laat in zijn bewerking veel ruimte voor humor en relativering – die laat Kieslowski weinig of niet. In de loop van Tien geboden, deel 2 ontspoort de altijd al behoorlijk luchtige toon telkens extremer, tot aan het burleske karakter van het laatste verhaal, waarin twee zonen in een kluchtige Apocalyps ten onder gaan aan hebzucht. Dit crescendo is de perfecte spiegel van de toon in deel 1. Dat laat aanvankelijk wel nog plaats voor smartlappen en zelfs gorillapakken. Maar in de loop van de voorstelling verzacht de uitbundigheid tot een pakkend slot dat het publiek even de adem doet inhouden. Na elkaar geplaatst zorgt dat voor een perfect volgehouden spanningsboog die zes uur lang kan boeien zonder wegglijdende aandacht. Tien geboden is zonder twijfel het hoogtepunt van de recentste twee theaterseizoenen.’ (Theatermaggezien, 2 februari 2009)

4 Fobbit van Jeroen Vander Ven en Thomas Bellinck
‘Niet alleen de visuele elementen en de juiste keuze van de fragmenten maken van Fobbit een sterke voorstelling. Heel veel komt ook voort uit het overtuigende spel van Jeroen Vander Ven. Zijn nuchtere manier van vertellen en jongensachtige mimiek sluiten perfect op elkaar aan, waardoor hij in enkele simpele bewegingen een personage van vlees en bloed weet neer te zetten. Hij durft ook de tijd te nemen om een scène te plaatsen, wat nog bijdraagt tot de spankracht van het geheel.’ (Theatermaggezien, 10 september 2009)

5 Kinderheil van ’t Arsenaal en De Queeste
‘De acteurs overtreffen zichzelf in dit gelegenheidscollectief zo goed als over de hele lijn. Jos Geens (’t Arsenaal) staat met het personage van de psychiater in zijn sterkste rol van de afgelopen seizoenen en ook Els Olaerts (’t Arsenaal) overtuigt als de geslaagde politica die niet weet hoe ze een zorgende moeder moet zijn. Zo zelfverzekerd haar overwinningsspeech, zo groot haar onvermogen om haar dochter te troosten. ’t Arsenaal en De Queeste bewijzen met Kinderheil hoe vruchtbaar en dynamiserend kruisbestuivingen kunnen zijn.’ (Corpus Kunstkritiek, gezien op 22 januari 2009)

6 Nimmermeer van Abattoir fermé en De Maan
‘Als Abattoir Fermé zich waagt aan Edgar Allan Poe, dan weet je dat je geen vrolijk, licht verhaal hoeft te verwachten. Zelfs niet als het doelpubliek 8+ is. Zelfs niet als Abattoir samenwerkt met een op een jong publiek gericht figurentheater zoals De Maan. Nimmermeer is een duistere, erg visuele voorstelling, gestoeld op leven en werk van Poe. Als de kinderen er geen nachtmerries aan overhouden, zullen ze wellicht kunnen terugblikken op een ietwat bizarre, maar ook bijzondere avond.’ (Theatermaggezien, 23 oktober 2008)

romeo_castellucci_01

7 Purgatorio van Romeo Castellucci
Als dit het vagevuur is, dan wil je niet weten wat de hel is. Een voorstelling waar je niet goed van bent en die blijft zinderen, lang na afloop. (Gezien op Kunstenfestivaldesarts, 16 mei 2009)

8 The Broken Circle Breakdown ft the Cover-ups of Alabama van Cie Cecilia
‘De Nederlandse jury van het Theaterfestival 2009 selecteerde The Broken Circle Breakdown Featuring the Cover-Ups of Alabama van Compagnie Cecilia. In het licht van de discussie over toegankelijk kwaliteitsvol theater en een groter publieksbereik is dat een meer dan terechte keuze. In het ritme van bluegrass en country brengen Mieke Dobbels, Johan Heldenbergh en hun groep, The Cover-Ups of Alabama, (Nils De Caster, Pol Depoorter, Patrick Riguelle en Mario Vermandel) een stuk over verlies en rouwen, over liefde en woede, geloof en ongeloof, hoop en wanhoop.’ (Theatermaggezien, 10 september 2009)

9 Brandhout. Een irritatie van tg Stan
‘De dubbele bodems in de voorstelling en vooral de manier waarop De Schrijver ze op het publiek overbrengt, zorgen ervoor dat uit de taaie zinnen van Thomas Bernhard toch een luchtige en onderhoudende voorstelling gepuurd kan worden. Hoewel de onderbrekingen van de realiteit (door de acteur en de souffleuse) de concentratie in het begin van de voorstelling niet altijd ten goede komt, dragen ze uiteindelijk ten zeerste bij tot het humoristische gehalte van de monoloog. Of Damiaan De Schrijver er nu staat als zichzelf, als een alter-ego van zichzelf, als een van de twee personages of als om het even welke combinatie daarvan, hij staat er. En hij doet dat meer dan overtuigend.’ (Theatermaggezien, 15 februari 2009)

10 Inside stories van Peter De Graef (Dwama)
‘Met Inside stories heeft Peter De Graef niet zijn allerstrafste tekst te pakken, maar vanaf de schriele kapstok van het droomscenario bouwt hij niettemin een coherente voorstelling. De schijnbaar losse anekdotes en denkpistes klikken met uiterst fijne haakjes in elkaar tot een geheel dat de banaliteit van een inbrekerskomedie ver overstijgt. Als in de voorstelling hier en daar een haakje lost, wordt dat ruimschoots goed gemaakt door de pleziermeter die hoog uitslaat. Inside stories heeft voldoende inhoud om te boeien, en tegelijk ook een groot entertainend gehalte, met als gevolg dat de aandacht van het publiek erg zelden afdwaalt.’ (Corpus kunstkritiek, gezien op 24 september 2008)


Recensie – De complexiteit van de (oorlogs)realiteit

20/05/2009

Hitler is dood van Braakland/ZheBilding en ‘t Arsenaal

Hitler is dood. Goebbels en Himmler idem. Een aantal van de andere nazi-monsters zijn gevat en zullen van de geallieerden een eerlijk proces krijgen in Neurenberg. Niemand gelooft nog dat de werkelijkheid zo eenvoudig kan zijn. Zeker niet vlak na een oorlog. Braakland/ZheBilding, in coproductie met ’t Arsenaal, brengt de Neurenberg-processen in al hun complexiteit op de scène.