Fikry El Azzouzi: “Schrijver ben je heel de dag door”

26/05/2016

Fikry El Azzouzi besloot van de ene dag op de andere dat hij schrijver wou worden. Beginnen en volhouden, dan zou het wel lukken. Tien jaar later is hij volop bezig aan zijn vierde roman en geldt hij als een van de meest beloftevolle stemmen in de huidige theaterliteratuur. “Maar al wat naar zakelijk ruikt, zorgt voor stress.”

_MG_0304-2“Mijn nieuwe roman is het derde deel van de trilogie die begonnen is met mijn debuut, Het Schapenfeest. Ik heb de eerste versie volledig af, maar ben nu alles aan het herschrijven om er de juiste toon en het goede ritme in te krijgen. Dan vertrekt hij naar de uitgeverij en in oktober verschijnt hij.”

Wanneer wist jij eigenlijk dat je schrijver wou worden?

“Zo’n 10 jaar geleden kreeg ik opeens een ingeving: Ik wil schrijver worden. En ik dacht er onmiddellijk bij: Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? Noem het arrogantie of een manier om mezelf op te peppen, want uiteraard besefte ik wel dat ik niet zomaar even een roman uit mijn mouw zou schudden. Ik wist dat ik er hard voor zou moeten werken en dat ik niet te snel zou mogen opgeven als ik er iets mee wilde bereiken. Literatuur interesseerde me al langer. Ik las veel boeken en las ook graag verhalen over de werkroutine van schrijvers. Waarschijnlijk borrelde het dus al wel even, maar het echte plan is er heel spontaan gekomen. Ik had in mijn familie of wijdere omgeving ook geen voorbeelden die me stimuleerden om te gaan schrijven of zo. Ik ben er puur op mezelf mee begonnen.”

Hoe redde je het in die beginjaren financieel?

“Een schrijver ben je heel de dag door, niet zomaar even tussendoor. Ik wou dus hele dagen kunnen schrijven, maar moest intussen wel mijn brood verdienen. Daarom ben ik aan de slag gegaan als bewakingsagent voor een energiebedrijf: je zit aan een bureau en zolang er niets gebeurt, heb je behoorlijk wat tijd om te lezen en te schrijven. Die job heeft me heel hard geholpen om mijn eerste roman tot stand te brengen. Ik ben er pas mee gestopt na Drarrie in de nacht, mijn derde. Het bedrijf had het moeilijk, waardoor er geregeld periodes van economische werkloosheid waren. Omdat ik ook almaar meer opdrachten voor theaterteksten kreeg, heb ik toen ontslag genomen. Dankzij het theater en een column hier of daar lukt het me tegenwoordig om van mijn pen te leven.”

Première Alleen, tg Stan, dinsdag 14 juni, Monty
Roman Alleen zij, verschijnt in oktober bij Uitgeverij Vrijdag.

Lees de volledige Kanttekening op www.kunstenloket.be

Advertenties

Beeldend kunstenaars Tinka Pittoors en Kris Fierens: “Koppig zijn en doorgaan”

13/05/2016

Een zomertentoonstelling in Belgisch-Luxemburg, een kunstveiling voor Ringland in mei, solotentoonstellingen in verschillende galeries, een handvol groepstentoonstellingen en eigen evenementen: het is druk voor beeldend kunstenaars Tinka Pittoors en Kris Fierens. Drie jaar geleden nam het koppel zijn intrek in een oude kopergieterij. Ze beschikken er elk over een indrukwekkend atelier en hebben er plaats om volk te ontvangen. “Omdat we weten dat we het nu aankunnen, organiseren we geregeld atelierbezoeken. Deze plek is onze ambassadeur geworden”, vindt Fierens.

P1190524_1024

Kris Fierens: “We nodigen mensen uit, geven diners en feestjes voor vrienden, bieden mensen atelierbezoeken aan. Een kunstenaar mag niet op zijn mansarde blijven zitten: als de mensen je niet zien, besta je niet.”

Tinka Pittoors: “Kunst is communicatie. Soms vragen we ons zelf af hoe we vroeger overleefd hebben, toen we niet de ruimte hadden om evenementen te organiseren of zelfs maar om ons werk op een degelijke manier tot stand te brengen.”

KF: “Tinka heeft ooit een sculptuur in stukken moeten zagen omdat ze te groot was om ze uit haar mini-atelier te krijgen. We leven hier misschien niet in de grootst denkbare materiële weelde, maar hier kunnen wonen en werken is luxe op zich.”

TP: “Er zijn twee dingen onbetaalbaar in het leven: tijd en ruimte. Wij hebben ervoor gezorgd dat we die hebben. Als je dan met de rest soms wat minder moet doen, dan is dat maar zo.”

KF: “In de kunst gaat het vaak zo: de ene dag eet je droog brood met water, morgen kun je de champagne opentrekken en de dag erna is het weer wat anders. De meeste mensen nemen zulke risico’s niet in het leven en kiezen voor veiligheid. Maar onze grootste rijkdom is dat we kunnen doen wat we doen.”

Wanneer hebben jullie beseft dat de kunst jullie die rijkdom kon brengen?

TP: “Ik zat als kind op de tekenacademie, maar na het middelbaar onderwijs voelde ik me wat schoolmoe, dus toen ik 18 was, wist ik het niet zo meteen. Na een jaar ben ik dan regentaat plastische opvoeding gaan studeren en pas daarna ben ik op de academie terechtgekomen: ik heb schilderkunst en mixed media gestudeerd aan het KASK. Toen heb ik echt alles op alles gezet, want ik besefte heel goed dat ik mijn richting gevonden had en het nu niet mocht verprutsen.”

KF: “Mijn vader zaliger vertelde graag een bepaalde anekdote over mij. Toen ik van mijn eerste dag in het eerste leerjaar thuiskwam, vroeg hij me of ik een lieve juf had. Ik moet daarop geantwoord hebben: Ze heeft een beetje een fout blauw in haar kleedje. Daarmee is veel gezegd. Ik was een dromer en ik zat met een esthetiek die ik wou ontwikkelen, maar ik wist niet hoe. Er leefde bij ons thuis geen cultuur voor dat soort dingen. Tekenschool volgen zat er bijvoorbeeld niet in. Ik was op mezelf wel altijd een beetje creatief bezig, maar niet echt uitgesproken. Wat wel een verschil heeft gemaakt, is dat de beeldhouwer Bert De Leeuw vijf straten verderop woonde. Hij had zijn atelier in een groot, modernistisch gebouw en ik mocht hem af en toe gaan helpen. Dat interesseerde me enorm. Maar voor de rest bleef het vooral zoeken: ik hield vast aan iets wat ik verder niet kon duiden. Uiteindelijk ben ik dan toch naar de academie gegaan, maar ook daar vonden de leraren me onhandelbaar en maakte ik dingen die ze niet echt konden smaken. Het bleef dus een zoektocht. Na veel vijven en zessen ben ik afgestudeerd en dan heb ik de Jeune peinture gewonnen. Op dat ogenblik was ik nog te jong om zo’n prijs aan te kunnen, dus het is erna eerst even bergaf met me gegaan, en daarna weer bergop. Zo, met ups en downs, heb ik stilaan wat respect vergaard.”

Tinka, hoe is de overgang naar het professionele leven bij jou verlopen?

TP: “Ik heb het geluk gehad dat ik onmiddellijk heb kunnen tentoonstellen en enkele verzamelaars heb gevonden die mijn werk begonnen te kopen. Het is eigenlijk allemaal heel natuurlijk gelopen. Mijn eerste tentoonstelling was in café De Geus van Gent. Meteen daarna ben ik opgepikt door het S.M.A.K. voor Coming People. Op financieel vlak hebben mijn ouders in de beginperiode heel goed voor me gezorgd. Ze hadden een huisje met een klein atelier voor me gekocht in Gent, waar ik dus gratis kon wonen en werken. Dat heeft me veel vrijheid gegeven.”

Lees meer via Kunstenloket.

www.krisfierens.eu
http://tinkapittoors.com
www.facebook.com/tinka.pittoors


Mario De Koninck: “Ik wil vooral grappen maken”

13/05/2016

“Niemand zit op jou en je werk te wachten. Met hopen dat je op een dag ontdekt zult worden, kom je dus niet ver”, vindt cartoonist, tekstschrijver en performer Mario De Koninck. Onder de nom de plume AAaRGh tekent hij al 15 jaar cartoons voor kranten, tijdschriften, uitgeverijen, reclamebureaus en bedrijven. Daarnaast schrijft hij teksten voor het programma Komen Eten, is hij deel van een improvisatietheatergroep en doet hij aan cartoon comedy. “Je moet je werk weten te verkopen.”

Ik en mijn potlood

“Als je wil publiceren, moet je zelf de eerste stappen zetten: mensen lastigvallen met je werk, zeg maar. Ik ben op redacties langsgegaan, heb ontelbare tekeningen opgestuurd, bleef bellen tot ik de juiste hoofdredacteur of grafisch vormgever aan de lijn kreeg. En nee, het is niet makkelijk om iemand te overtuigen, maar je moet blijven zoeken en volhouden tot je ergens een opening vindt. Bij mij kwam die er dankzij TeVeBlad. Op een gegeven ogenblik moet daar iemand gedacht hebben: laten we het een keer proberen. TeVeBlad was mijn eerste klant en ik teken zoveel jaren later nog altijd voor hen.
En zodra je enkele geloofwaardige referenties kunt voorleggen, rijf je merkbaar vlotter nieuwe klanten binnen.”

Je moet dus wel tot op zekere hoogte een ondernemer zijn?

“Dat moet, ja. Op de site van de VDAB zul je niet snel vacatures voor cartoonisten vinden. Je moet je dus zelf ergens zien binnen te werken, je plek opeisen. En ik denk dat het voor veel creatieve beroepen op die manier werkt.”

Hoe ben je cartoonist geworden?

“In het middelbaar had ik 8 uur wiskunde en op het eind was ik dat vak zo beu dat ik liefst iets totaal anders wou doen. Ik schreef graag en ik hield van sport, dus ging ik communicatiewetenschappen studeren met de bedoeling om sportjournalist te worden. Sportjournalistiek evolueerde naar algemene journalistiek en toen ik pas was afgestudeerd, kon ik freelance aan de slag als columnist voor het roddelblad Blik. De vrijheid die ik in dat genre had, beviel me. Maar naarmate er meer algemeen journalistieke opdrachten binnenliepen, werd ik minder enthousiast. Ik wou nog wel iets doen met de actualiteit, maar ik hield er niet van dat je telkens moest springen als er ergens iets gebeurde.
In de tussentijd was ik ook veel met tekenen bezig – iets wat ik altijd al veel had gedaan. Ik heb mezelf een jaar gegeven om een eigen stijl te ontwikkelen en te onderzoeken of je wel degelijk als cartoonist aan de bak kunt komen. In cartoons ontdekte ik eenzelfde vrije manier om met de actualiteit om te gaan als in mijn columns. Het bleek een logische keuze voor me.”

Lees meer via Kunstenloket.


Actrice-theatermaakster Lies Pauwels: “Ik pomp mijn bloed in al wat ik doe”

02/03/2016

“Het is een lastige periode voor me”, vertelt theatermaakster Lies Pauwels. Ze was twee weken aan het repeteren aan haar nieuwe monoloog Melle toen ze te horen kreeg dat de muziektheatervoorstelling geen projectsubsidie kreeg. Aan artistieke visie en expertise nochtans geen gebrek: Pauwels zou spelen, Josse De Pauw had de tekst klaar, Ad Cominotto fungeerde als muzikale coach. Maar nee: het project werd afgeketst op een net niet ‘heel goed’ zakelijk dossier. Een bittere pil, zeker omdat er al een speelreeks van 18 voorstellingen vastlag. Maar zonder geld kun je geen professioneel theater maken, dus heeft ze noodgedwongen heel de tournee geannuleerd. “Ik ben een vechter en blijf vechten, maar het is wel allemaal erg vermoeiend en echt niet fair.”

“We geven Melle niet zomaar op, hoor. In het najaar van 2017 willen we er opnieuw voor gaan. We maken werk van een nieuw en sterker dossier: we hebben nu het voordeel dat we de tijd hebben om onze ideeën nog beter te onderzoeken en dus het concept nog steviger te maken. Intussen zet ik alles op alles om een totaal nieuwe productie uit de grond te stampen. Die zou dan op Theater aan zee 2017 in première gaan.
Het zijn in het algemeen moeilijke tijden voor de theatersector. Financieel ben ik momenteel absoluut slechter af dan toen ik pas begon. Als acteur werk je tegenwoordig met dagcontracten, waardoor er veel meer gaten vallen in je werkschema. Vroeger werkte je meestal in blokken van verscheidene weken tot maanden: van de eerste repetitiedag tot de laatste dag van de speelreeks was je in dienst bij een gezelschap en werd je betaald. Dat is verleden tijd, waardoor je als acteur of theatermaker sowieso meer moet cumuleren. Vlak voor Kerstmis, bijvoorbeeld, was ik tegelijk met mijn voorstellingen White Lies en Hamiltoncomplex aan het touren, een filmscenario aan het schrijven, Melle aan het voorbereiden én les aan het geven. Dan verzuip je even.”

actrice, regisseur en scenarioschrijfster Lies Pauwels

actrice, regisseur en scenarioschrijfster Lies Pauwels

Je jongerenvoorstelling Hamiltoncomplex doet het in elk geval heel goed. Ze is positief onthaald door pers en publiek en ze wordt binnenkort hernomen.

“In maart staan we op het Lift Festival in Londen en daarna spelen we nog op verscheidene plekken in binnen- en buitenland. Ik ben heel gelukkig dat de voorstelling weer wordt opgepikt, want ze ligt me heel na aan het hart.”

Waarom heb je voor een carrière in het theater gekozen?

“Ik ben er van thuis uit een beetje in gerold. Mijn vader (Dirk Pauwels, IM) maakte samen met onder anderen Josse De Pauw deel uit van Radeis en heeft later Victoria, het huidige Campo, geleid. Zelf speelde ik al bij het Speeltheater van Eva Bal. Een richting als kunstgeschiedenis zag ik ook best zitten, maar het voelde op dat ogenblik logisch en organisch om naar de toneelschool te gaan. Ik denk trouwens nog altijd dat het de beste keuze is geweest: de podiumkunsten blijken voor mij de juiste context om wat in me zit naar buiten te brengen en gestalte te geven.”

Had je toen ook al een vastomlijnd idee van wat je precies wilde doen in het theater?

“Nee. Dat heb ik uitgevist bij eliminatie. In het begin heb ik veel uitgeprobeerd en gaandeweg begreep ik beter wat me wel en niet lag of wat ik al dan niet belangrijk vond. Ik leg mijn persoonlijkheid heel erg in wat ik doe – ik pomp er mijn bloed in. Dat kun je alleen als je echt volledig achter een project staat. Als ik nu een voorstel krijg waarvan ik weet dat het niets voor mij is, dan zal ik niet toehappen. Zulke dingen leer je maar gaandeweg.”

Was het moeilijk om je als starter een weg te banen in de theaterwereld?

“Dat ging behoorlijk vlot. Ik heb het geluk gehad dat ik heel snel door een aantal mensen ben opgepikt. Meteen nadat ik was afgestudeerd, kreeg ik een rol in de tv-serie Moeder, waarom leven wij?, waar ik al meteen met veel verschillende mensen heb kunnen samenwerken. Vervolgens ben ik onder meer bij De Vereniging van Enthousiasten en Erik De Volder terechtgekomen. Ik heb ook meegespeeld in de trilogie Moeder en kind, Bernadetje en Allemaal indiaan van Arne Sierens en Alain Platel, onder de vleugels van Victoria. Die beginperiode is bepalend geweest voor de weg die ik als kunstenaar ingeslagen ben.”

Kon je er dan ook meteen van leven?

“Ja. Maar goed, in periodes zonder contracten, krijg ik een uitkering. Als je die meerekent, dan heb ik er inderdaad altijd van kunnen leven. Rijk ben ik niet, verre van. En ik weet dat ik veel meer geld zou kunnen verdienen als ik het iets slimmer aan boord legde, maar ik heb daar het hoofd niet voor en ik wil met dat soort zaken ook zo weinig mogelijk bezig zijn.
Anderzijds vind ik het wél vervelend dat je sommige maanden al haast moet gaan schooien om een deftig maandloon bij elkaar te krijgen. In die zin ben ik blij dat het RITS, waar ik lesgeef, overweegt om me binnenkort voor enkele uren vast te benoemen. Dan valt mijn uitkering volledig weg, maar is er wel elke maand een klein vast bedrag waarop ik kan rekenen. Dat zou een en ander vereenvoudigen.”

Je zegt dat je niet graag bezig bent met financiële zaken. Ben je voor zakelijk advies al eens bij het Kunstenloket geweest?

“Toen ik mijn vzw Sontag heb opgericht, ben ik daarvoor bij Kunstenloket te rade gegaan. Hoewel ik moet toegeven dat Kelly De Cock, mijn zakelijke partner, dat voornamelijk voor mij heeft gedaan: hoe richt je een vzw op, hoe vraag je projectsubsidie aan… Ik liet het allemaal graag aan Kelly over, want dat soort materie gaat er bij mij heel moeilijk in. Het is als met een computer: ik werk ermee, maar ik hoef echt niet te weten hoe het allemaal in elkaar zit. In elk geval hebben we in die periode veel aan het advies van Kunstenloket gehad.”

Hoe ervaar je de balans tussen werk en privéleven?

“Er bestaat bij mij geen duidelijke scheiding tussen beide. Zo heb ik het ook het liefst, want mijn beroep is mijn manier van leven: ik ben thuis ook actrice en theatermaker. Niet dat ik mijn man en kinderen zit te regisseren of zo (lacht), maar het is niet iets wat je zomaar afzet. Als ik met een productie bezig ben, zit ik daar in mijn privétijd ook over na te denken. En als ik in het buitenland werk, neem ik mijn dochters zoveel mogelijk mee. In Melle zullen ze trouwens samen met mij op de scène staan. Ik denk dat ik best zou gedijen in zo’n echt circusgezin dat constant alles samen doet – maar dat is romantiek, zeker?
Puur praktisch gezien, is het constant puzzelen. Mijn man is freelancefotograaf bij De Standaard, dus hij heeft evenmin regelmatige uren. Het is niet altijd eenvoudig, maar met wat hulp van de familie lukt het wel. We proberen er ook zoveel mogelijk te zijn voor de kinderen. Dat is dan weer het voordeel van de job: je hebt periodes waarin je veel weg bent, maar daar staan periodes tegenover waarin je bijna constant thuis bent. Mijn eigen ouders waren veel afwezig en dat heeft mijn persoonlijkheid voor een stuk gevormd: het heeft me sterk gemaakt, maar het heeft zeker ook sporen nagelaten. Daarom proberen we er altijd voor te zorgen dat minstens een van ons thuis is om de meisjes in bed te stoppen.”

www.sontag.be

Lees deze Kanttekening bij Kunstenloket.


Inne Eysermans: “Ik doe nog altijd hetzelfde als toen ik klein was”

02/03/2016

“Toch bizar”, bedenkt Inne Eysermans, “hoe je pad zich al begint te vormen als je nog een kind bent. Zodra ik twee akkoorden kende, probeerde ik er liedjes mee te maken. Het sprak vanzelf dat ik iets met muziek of geluid zou gaan doen, want ik was haast met niets anders bezig. Voetballen was mijn enige andere hobby.” De frontvrouw en songschrijfster van Amatorski werkt aan een nieuwe plaat die in de loop van 2016 moet verschijnen. Daarnaast vormt ze duo’s met auteur Saskia De Coster en radiomaakster Katharina Smets. “Zulke nevenprojecten maken je klankenwereld groter. Ik onderzoek graag hoe je muziek en klank in verschillende disciplines kunt inpassen.”

“Ik was een jaar of acht toen ik mijn eerste nummer schreef, met die twee akkoorden die ik op dat moment al kende. Vanaf toen ben ik muziek blijven maken. Met dictafoontjes en minidiscs speelde ik bandje: ik nam gitaar op, daarna drum en zang. Het kon bijna niet anders dan die kant op gaan. Ik doe nu eigenlijk nog altijd hetzelfde als toen ik klein was.”

Inne EysermansWist je even snel welke studierichting je zou kiezen?

“Dat werd pas duidelijk toen ik 18 was. Ik overwoog om Beeld, geluid, montage te gaan studeren aan het RITS, maar toen ontdekte ik de richting Muziekproductie aan het conservatorium van Gent. Daar is Amatorski ook ontstaan. De groep en mijn opleiding liepen erg door elkaar: wat ik voor Amatorski maakte, kon ik bijvoorbeeld indienen als proef aan het conservatorium. Ik mocht ook de ruimtes en de materialen van de school gebruiken voor repetities en opnames, dus het was de ideale richting voor mij.”

Kon je nadien snel van de muziek leven?

“Ja. De eerste EP van Amatorski is verschenen in 2010, toen ik in mijn tweede bachelorjaar zat. Een jaar later is ons debuutalbum TBC uitgekomen. Toen ik afgestudeerd was, heb ik onmiddellijk geprobeerd om het artiestenstatuut te behalen en dat is tamelijk vlot gegaan. Naar mijn gevoel was er niet zo’n groot verschil tussen mijn studie en de tijd erna: we speelden in die periode vrij veel, alleen deed ik het nu met een diploma op zak. Ik besef heel goed dat mijn wereld er heel anders had uitgezien als ik niet zo’n nummer als Come Home had geschreven. Het heeft ons de kans gegeven om in het buitenland te gaan spelen, te investeren in nieuw materiaal en op die manier almaar bezig te blijven en te groeien.”

Wat vind je zelf het interessantst aan wat je doet?

“Ik leer veel bij en dat stopt nooit. Ik kan geluid in een grotere context leren kennen dan wanneer ik puur en alleen songs zou schrijven. Met het oog daarop stel ik me ook open voor heel veel verschillende invloeden. Ik luister naar hedendaagse klassieke muziek, maar evengoed naar pop – ik ben niet vies van andere genres. Dat helpt je om een beter idee te vormen van waar je zelf voor staat en waar je naartoe wil. Zo kun je veel beter aan jezelf verantwoorden wat voor muziek je voor een bepaalde film maakt, of wat voor songs op je volgende plaat zullen komen. Het zorgt ervoor dat wat je doet, op onderbouwde ideeën stut en het niet ‘zomaar iets’ is. Dat maakt muziek belangrijk en boeiend.”

Lees de volledige Kanttekening bij Kunstenloket.


Interieurarchitect en designer Danny Venlet: “Ik bekijk de dingen graag een beetje anders”

14/01/2016

Een nieuwe Kanttekening!

Danny Venlet richt commerciële en residentiële woningen in, hij heeft objecten ontworpen die wereldwijd bekend zijn, als docent geeft hij zijn kennis door aan opkomend talent én hij is artistiek directeur van MAD, het Brusselse mode- en designcentrum. “Ik vind de wisselwerking interessant: het ene project geeft inspiratie voor het andere.”

Portrait Danny Venlet - Photo Credit Jurgen Rogiers“Als achttienjarige wist ik niet goed wat ik wou doen. Ik heb dus wat gesukkeld om de juiste studiekeuze te maken. Ik was begaan met de natuur en de mens, dus schreef ik me in om geneeskunde te studeren. Het werd snel duidelijk dat ik me daarin totaal vergist had. Ik wilde wel met of voor mensen werken, maar niet per se met zieken. Die gedachte leidde me naar interieur en design: de inrichting van een woning kan tenslotte bijdragen tot de gezondheid. Het juiste licht of een gezonde atmosfeer heeft invloed op de gemoedstoestand en je gemoedstoestand heeft op zijn beurt grote invloed op je lichaam.”

Hoe groot was de stap van de schoolbanken naar de praktijk?

“Ik ben opgegroeid in Australië, heb in België gestudeerd en ben aanvankelijk terug naar Australië getrokken. Daar heb ik een moeilijke start gehad. Ik ging aan de slag als maquettebouwer en dat ging me goed af: ik was erg minutieus. Uiteindelijk werd ik hoofdmaquettebouwer in een groot bedrijf in Sydney, maar heel die tijd ben ik blijven solliciteren als interieurarchitect. Ik ben uiteindelijk bij twee verschillende bureaus in dienst geweest en heb dan een eigen bedrijf opgericht, samen met twee andere designers: Marc Newson en Tina Engelen. We hadden onmiddellijk veel werk, maar de ego’s botsten te erg. Samenwerken is altijd een goed idee en het wordt ook alsmaar belangrijker, maar je doet het beter met mensen die andere dingen kunnen dan jij. Als alle partners dezelfde competenties hebben, lopen de discussies te snel op. Ergens is het jammer dat we die problemen toen niet kunnen omzeilen hebben, want we hadden behoorlijk wat potentieel met zijn drieën. De designobjecten die Marc Newson in die tijd gemaakt heeft, behoren vandaag bij de duurste ter wereld.”

GoggleDesk for Babini © Danny VenletToen jullie de samenwerking stopzetten, heb jij je eigen bureau opgericht. Hoe vlot liep dat?

“Het was redelijk rendabel vanaf het begin, tot er een economische crisis uitbrak in 1992. Opeens kregen al mijn klanten het moeilijk en wist ik zelf ook even niet hoe ik het moest redden. Ik had op dat moment – behalve een auto – nog geen noemenswaardige eigendommen en ondervond dat je zonder vastgoed ook nergens een lening kunt krijgen. Dat heb ik toen in orde gemaakt: ik heb een huis gekocht, zodat ik iets had om op terug te vallen als er ooit nog eens zoiets zou voorvallen. Ook nu weer maken we een economische crisis door en deze duurt veel langer dan die van het begin van de jaren 90. Voor geen enkele ondernemer zijn dat eenvoudige tijden: klanten doen moeilijker, zijn wantrouwiger, betalen minder vlot. En dan helpt het natuurlijk niet als jijzelf intussen wel al je btw moet betalen, bijvoorbeeld.”

Wat voor advies zou je beginnende ontwerpers geven?

“Ik zou zeggen: wees voorzichtig. Ga niet te snel voor groot en werk eerder samen met anderen dan ze in dienst te nemen. Maar blijf vooral ook altijd je enthousiasme behouden, en hou vol. Soms gaat het met vallen en opstaan, maar je moet blijven doorgaan: veel dingen maken, tentoonstellen, bezig blijven en in de kijker komen. Dat lukt niet met maar één object.”

Je geeft les aan het KASK in Gent en CAD in Brussel. Vind je dat de opleidingen voldoende zijn afgestemd op de praktijk?

“De praktijk leer je in de praktijk. Een student moet prikkels krijgen die zijn ontwikkeling als designer vooruithelpen. Ik geef wel altijd het advies om naar de industrie te stappen om objecten te laten maken: doe het niet alleen, maar samen met deskundigen in de materie. Zo leer je ook hoe een bedrijf werkt. Voor een vormgever is het concept toch altijd het belangrijkst. Als je onze studenten vergelijkt met die van productwikkeling, dan hebben ze daar meer vakkennis, dat klopt. Maar als je te veel hamert op vakkennis, dan loop je het risico dat je het concept al afbreekt voor het op punt staat, gewoon omdat je ervan uitgaat dat het niet gemaakt kan worden. En dan is er weinig ruimte voor innovatie. Zelf werk ik ook zo: ik ga uit van een concept en dan pas zien we – samen met de fabrikant en met oog voor zijn specifieke know-how – hoe het gemaakt kan worden. Gewoonlijk vind je een oplossing, hoor. Voor een stoel als de Easy Rider, waarvan de poten niet onder de zitting staan, maar onder het tablet, hebben we ook even een ingenieur geraadpleegd om de stabiliteit te kunnen verzekeren. Idem voor mijn buitendouche die water van beneden naar boven spuit in plaats van omgekeerd.
Als ontwerper bekijk ik de dingen graag een beetje anders. Je moet je publiek emotioneel weten te pakken – dat is iets waar ik heel hard op doordruk in mijn eigen ontwerpen.”

EasyRider for Bulo © Danny VenletJe hebt een aantal objecten op je naam staan die haast iedereen wel kent, zoals de Easy Rider…

“Ja, er zijn er zo wel een aantal. Tot ik ze allemaal samenbracht in een boek beseften veel mensen niet dat die allemaal van mij waren. Dat komt ook door slechte communicatie van mijn kant, hoor. Ik vind dat objecten voor zichzelf moeten spreken, maar zo werkt het niet meer. Zelfs bij Ikea plakken ze tegenwoordig gezichten op hun ontwerpen. Ik probeer mijn belangrijkste verwezenlijkingen nu wel wat meer in de verf te zetten op Facebook en zo. Maar rechtstreeks tegen mensen pak ik niet graag uit met wat ik doe. Dat betekent niet dat ik er niet trots op ben – het ligt gewoon meer in mijn karakter om wat op de achtergrond te blijven. Ik heb vroeger altijd geleerd dat opscheppen een slechte eigenschap is (lacht).”

www.venlet.net

Lees het volledige artikel bij Kunstenloket.


Jeroen Lemaitre (Animaux spéciaux): “Je moet ambassadeur worden van je werk”

27/10/2015

Jeroen Lemaitre maakt treasures: opgezette insecten en andere dieren plaatst hij in een kunstige context, zoals onder een stolp of in een lijst tussen twee raampjes. Aankleding en compositie zetten hun natuurlijke schoonheid in de verf. Groene of gouden kevers, natuurlijk blauwe bijen, exotische vlinders… Ze hebben geen opsmuk nodig om mooi te zijn. Ze moeten enkel de blik van de toeschouwer trekken en vasthouden. Daarvoor zorgt Lemaitre. In de Mechelsestraat in Leuven opende hij recent zijn Wunderkammer, een winkel annex atelier waar bezoekers mogen binnenlopen om hem aan het werk te zien, zijn treasures te bewonderen en te kopen, zijn fantasiewereld te beleven. “Wat ik doe maakt veel los in mensen. Ik geef ze een tik en haal ze zo even uit de sleur van het dagelijks leven.”

Animaux Spéciaux

Animaux Spéciaux

“Het is ongelooflijk tof om van de platgetreden paden af te stappen en te beginnen ondernemen. Je bent naïef, je hebt een doel voor ogen en je krijgt de vrijheid om te doen wat je echt graag wil. Tegelijk is het natuurlijk heel akelig om de stap te zetten, want niemand houdt je handje vast. Je moet heel veel zelf ontdekken. Financieel ben ik puur gestart met mijn eigen bescheiden spaargeld – dus echt het geld dat ik als kind voor Kerstmis heb gekregen en zo. Geleend heb ik niet. Zoiets kan natuurlijk alleen als je je vaste kosten zo laag mogelijk houdt. Ik huur voorlopig bijvoorbeeld een studio-atelier in mijn ouderlijk huis voor 150 euro. Mijn webshop huur ik bij een Amerikaans bedrijf voor 20 euro per maand. Ik was in het begin heel voorzichtig met mijn kleine kapitaal. Ik deed alleen minieme aankopen, maakte objecten, verkocht ze, betaalde belasting en sociale zekerheid, en wat dan nog overbleef, investeerde ik opnieuw in mijn werk. Gemakkelijk was het niet. De huur voor een – nog altijd vrij goedkoop – pand zoals ik nu heb, kon ik me dat eerste jaar niet permitteren. Ik heb wel het geluk gehad dat ik de uitbaatster van kledingzaak Profiel in Leuven tegenkwam. Ze was meteen gefascineerd door mijn werk en bood me gratis een ruimte boven haar winkel aan: daar heb ik een aantal maanden mijn treasures verkocht. Haar heb ik trouwens ontmoet terwijl ik met mijn kraampje op een brocantemarktje stond. Dit is een tip die ik andere starters wil geven: zorg dat je werk op zoveel mogelijk plaatsen aanwezig is. Ik heb op markten en beurzen gestaan, ben naar winkels toe gestapt en hebt met ontzettend veel mensen gepraat. Je moet er alles aan doen om zichtbaar te worden en mensen een zaadje in het hoofd te planten, zodat ze meteen aan jou denken als ze een week later voor iemand een origineel cadeau willen kopen. Je moet ambassadeur worden van je werk.”

Lees meer op www.kunstenloket.be

Artikel uit de reeks Kanttekening voor Kunstenloket: het Kunstenloket krijgt creatieve geesten van alle mogelijke pluimage over de vloer en aan de telefoon. Allemaal hebben ze hun eigen vragen, allemaal volgen ze hun eigen parcours. In deze reeks plaatsen ze kanttekeningen bij het kunstenaarsbestaan. Wat drijft hen? Wat liep vlot voor ze en wat zorgde voor een worsteling? Waar overweegt de kunst en waar het ondernemerschap?