Peter De Graef: ‘De beste voedingsbodem voor humor is ernst’

02/02/2016

Twee mensen wachten op een bus. Een man en een vrouw. Ze kennen elkaar niet. Ze zitten, ze wachten, ze zijn. Onze Koen is een stuk over liefde en kinderen krijgen, over proberen, ploeteren en geen idee hebben van hoe het allemaal moet. Peter De Graef schrijft en regisseert. Tania Van der Sanden en Lucas Van den Eynde spelen. In een voorstelling met die drie namen op de affiche ligt humor onherroepelijk op de loer.

‘Natuurlijk wordt het een grappig stuk’, zegt Peter De Graef. ‘Ik heb het geschreven, dus het kan moeilijk anders. Een loodzwaar, ernstig stuk schrijven, lukt mij niet.’ Dat wil nog niet zeggen dat de voorstelling geen doodernstige basis heeft. ‘De personages zijn twee volstrekt kapotte mensen’, legt hij uit. ‘Ze zitten helemaal vast, zijn gefrustreerd, weten niet hoe ze met zichzelf of anderen moeten omgaan. Ze slagen er aanvankelijk maar net in om niet te sterven, zeg maar.’ De personages zijn rasechte zielenpieten, en laat zielenpieten op het toneel zetten nu net het handelsmerk van Peter De Graef zijn. ‘Zulke personages zijn interessant, omdat ze reden hebben om alles op te geven. Desondanks proberen ze door of met elkaar weer recht te krabbelen.’ Uitgerekend die twee mensen ontmoeten elkaar, daar aan de bushalte. En dan komt er liefde in het spel. Veel meer wil de auteur over zijn verhaal niet kwijt: ‘Het zou het stuk voor het publiek verknoeien’, vindt hij. ‘Maar verwacht een bizar verhaal in een verre van realistische context. Ik wil nu eenmaal geen documentaire maken, ik maak drama. Het gaat me vooral om het gevoel dat mijn verhaal naar boven werkt.’

Wonderlijke werkelijkheden
Van der Sanden en Van den Eynde staan verloren in een opvallend leeg decor. Peter De Graef: ‘Er is niets dan hun woorden. Enkel met tekst en spel zetten ze de verbeelding aan het werk en toveren ze allerlei wonderlijke werkelijkheden te voorschijn. Dat is het theater waar ik van hou.’ Het voortdurende, zuigende niets waar we als mensen allemaal inzitten en waar we zo moeilijk mee om kunnen, wordt op die manier hun tegenspeler. ‘De beste voedingsbodem voor hilarische humor is en blijft de ernst. Mijn stukken zitten altijd op het scherp van de snee tussen die twee: ja, de basis is ernstig – zó ernstig zelfs dat je je afvraagt of je er wel om mag lachen. Mensen springen van bruggen om dit soort materiaal. Maar tegelijk is het zo herkenbaar en absurd dat je er wel om móét lachen. Noem het de bevrijdende lach van het inzicht – die ken ik ook heel goed uit mijn privéleven. Je kunt iets heel serieus nemen, maar plotseling besef je dat je gedachten zijn vastgelopen in een contextje. Zodra je je daar bewust van wordt, schiet je er bovenuit: je wordt als het ware boven het leven uitgeknepen, en je slaagt erin om het grotere plaatje te zien. Daarop volgt de bevrijdende, geruststellende lach: Godzijdank! Mijn zorgen zijn niet absoluut! Ze bestaan alleen maar omdat ik ze veel te veel gewicht toeken! Dat is een verhaal dat ik eindeloos wil vertellen.’

Dit artikel verscheen ook in RandKrant, februari 2016.

Advertenties

‘Er moet iets te veroveren zijn’

09/09/2012

Piet Arfeuille is een van de theatermakers die al heel lang op mijn lijstje met graag-te-interviewen-personen stond. Ik strikte hem voor een gesprek over zijn nieuwe seizoen. Niet alleen bij Malpertuis, het Tieltse gezelschap waarvan hij artistiek leider is, regisseert hij een goed gevuld programma bij elkaar. Hij gaat ook enkele coproducties aan en geeft kansen aan jonge makers.

As usual, een fragment uit het artikel. De volledige tekst kun je lezen in het huidige nummer van Staalkaart.

Zijn eigen werk herkauwen is het laatste wat Piet Arfeuille wil doen. De regisseur en artistiek leider van het Tieltse theater Malpertuis nodigt in elke productie nieuwe, graag zelfs dwarse elementen uit. ‘Er moet iets te veroveren zijn.’ Dat zit wel goed met O mio core, een voorstelling die hij maakt in coproductie met muziektheater Transparant. Drie opera’s van Francesco Cavalli passeren de revue. In concertvorm. Arfeuille creëert het scènebeeld.

‘Aanvankelijk had Guy Coolen van Transparant een piepklein budget om naast de concertante versie van O mio core ook een podiumversie te maken, en meer bepaald: een scènebeeld. Bijna schroomvallig vroeg hij me of ik daarvoor wou zorgen’, vertelt Piet Arfeuille. Hij vond het een wat gekke vraag: bedenkt een regisseur doorgaans niet een visie op een stuk die hij dan aan een decorontwerper voorlegt? ‘Maar het project paste prima in mijn parcours. Ik ben namelijk sowieso aan het zoeken naar interessante mogelijkheden om muziek en beeld te combineren. O mio core leent zich daar perfect toe, vond ik. Daarom heb ik Bart Clement erbij gehaald, die erg bedreven is in grote scènebeelden ontwerpen. En zo zijn we dan samen aan de slag gegaan.’

(…)

Uitspraken over deze tijd
O mio core gaat op 13 september in première in de Bijloke in Gent. Een week later geeft de voorstelling het startschot van alweer een goed gevuld Malpertuis-seizoen. De tweede op het programma is Recht zal zijn wat ik zeg!. ‘Die is gebaseerd op een oude Griekse rechtszaak en handelt over populisme en favoritisme in de politiek.’ De jonge acteurs Thomas Janssens en Matthias Meersman maakten de eerste versie van de voorstelling voor het Icarus Todayfestival in 2011. ‘Ik vond ze zo interessant dat we ze opnieuw op de rol zetten. We gaan er nog drie weken aan werken en dan gaan we ermee de boer op.’
Eind november gaat Light as a Feather, Green as an Apple in première op het Nextfestival in Buda, Kortrijk. Het is een duet van de Finse danser Veli Lehtovaara met de Portugese Maria Ferreira Silva, dat de christelijke iconografie als uitgangspunt neemt. ‘Voorts hebben we nog een tweede coproductie met het Mechelse ’t Arsenaal op stapel staan. Na Ingmar Bergmans Herftsonate, dat ik heb geregisseerd, doet Michael De Cock nu Verre vrienden, een komedie van Alan Ayckbourn. Er komt ook een samenwerking met Nicole Beutler. Tot slot doen we nog Kasimir en Karoline van Horvath, met tien West-Vlamingen, in het West-Vlaams.’

‘Ik vind het belangrijk dat ons materiaal zich verhoudt tot deze tijd’, zegt Piet Arfeuille. ‘Voor optimisten leven we in een spannende tijd, voor pessimisten in een gevaarlijke. In elk geval is er veel aan de hand. Theater is het zichzelf verplicht om daarover uitspraken te doen. Zo gaan we in de toekomst bijvoorbeeld ook Vijand van het volk van Ibsen doen. Dat handelt over het gevaar van populisme en de onderbuikpolitiek van rechts. Actueler kan haast niet. Zoals Jaap Kruithof zei, hebben we nood aan een links alternatief. Links zal immers pas weer op de kaart komen wanneer het zich zal bezighouden met de echt grote wereldproblemen. Ik hou dus in de gaten of zulke thema’s ook wel degelijk aan bod komen in ons programma. We willen en mogen niet wereldvreemd zijn. Het komende seizoen zullen we het onder meer hebben over religie, over politiek en populisme, over geld en de financiële crisis. En met O mio core ook over schoonheid.’

(…)

Lesgeven
Piet Arfeuilles artistieke gevoeligheid kiemde toen hij als jongen naar de muziekschool trok. Notenleer, piano en koorzang – daarmee is het allemaal begonnen. ‘Even zag het ernaar uit dat ik zou doorgaan in de muziek’, vertelt hij. ‘Maar toen ik begon te puberen, had ik nergens meer zin in, al helemaal niet in een pianolerares die almaar je nagels wou knippen, dus daar eindigde mijn pianocarrière.’ Na de middelbare school studeerde Piet Arfeuille Germaanse talen en via die studie rolde hij het onderwijs in. ‘Ik heb een jaar of vier lesgegeven. Intussen regisseerde ik al amateurs en op een gegeven ogenblik ontstond de behoefte om me professioneel te scholen. Dus ben ik op mijn 28ste naar de toneelschool van Maastricht getrokken. Op die leeftijd kun je niet meer op je ouders terugvallen om je studie te betalen, en ik had pas een huis gekocht. De deeltijdse opleiding in Maastricht paste dus beter in mijn kraam. Na twee jaar ben ik dan wel overgeschakeld op het voltijdse regime. Dat lukte als ik in de zomer keihard werkte.’ Na een omweg als acteur bij Hollandia, waar Johan Simons toen de plak zwaaide, kwam Arfeuille dan eindelijk terecht waar hij wilde zijn. ‘Een van mijn docenten zei ooit: Je kunt maar in één ding echt goed zijn. Dat vond ik nog niet zo dom klinken en hoewel ze me in Maastricht een begenadigd acteur vonden, heb ik me dus in regie gespecialiseerd.’

Als twintiger zag Arfeuille zich niet tot aan zijn pensioen in het onderwijs staan. ‘Nochtans gaf ik graag les en stortte ik me er volledig in. Maar de drang om meer in de artistieke sector te kunnen doen, overwon. Ik was bang dat ik op een gegeven moment op mijn honger zou blijven zitten, als ik leraar bleef. Gek genoeg trek ik die gedachte nu ik ouder word een beetje in twijfel. In feite is lesgeven een heel mooi beroep. Het woord alleen al: les-geven. Je geeft iets door aan een volgende generatie en dat voel je terwijl je ermee bezig bent. Ik geef nu geregeld les aan de toneelschool en zou dat voor geen geld ter wereld willen missen.’

O mio core: première op 13 september, 20 uur, Bijloke Gent.

www.malpertuis.be
www.transparant.be


Alles verandert, hoe dan ook

15/09/2009

Recensie over Metamorfosen van Malpertuis (Piet Arfeuille)

metamorfosen (c) MalpertuisIk ben erg benieuwd naar de Vlaamse speelreeks van 2019 (Droomspel) van Malpertuis, die vanaf november zal lopen. Ik hoop op een beter evenwicht dan in Metamorfosen, dat zeker sterke kanten had, maar mij toch net niet genoeg overtuigde. Mijn recensie erover is onlangs verschenen op de site van het VTi (Corpus kunstkritiek).

‘In 2010 volgt regisseur Piet Arfeuille Bob De Moor op als artistiek directeur bij theater Malpertuis in Tielt. Hij geeft vooraf al een voorproefje van hoe die samenwerking er zou kunnen uitzien met zijn bewerking van de Metamorfosen van Ovidius, een vrij sobere, maar grappige enscenering over wat verandert en wat desondanks toch blijft.’

Lees meer.