Dirk Roofthooft: ‘Het leven is een soep. En maar goed ook’

07/02/2014

Een man sluit bij een arm gezin het water af. De vrouw is thuis met haar twee kinderen. Ze kijkt toe, maar zegt niets. Die avond gaat ze met het hele gezin op de sporen achter het huis liggen en laat ze de trein hun lot bezegelen. Is de waterafsluiter verantwoordelijk voor de dood van die mensen? Wat voor iemand is hij? Is de samenleving verantwoordelijk? En wie is die vrouw die haar man en kinderen meeneemt in de dood? Waarom doet ze wat ze doet? Waarom gaat haar echtgenoot in haar beslissing mee? Al die vragen en meer cirkelen door de voorstelling De waterafsluiter, zoals ze eerder cirkelden door het hoofd van acteur, co-auteur en co-regisseur Dirk Roofthooft.

Dirk Roofthooft baseerde de monoloog op een gelijknamig kortverhaal van Margueritte Duras. Naar aanleiding van de première in maart 2013 interviewde ik de maker voor Staalkaart. Vanaf 21 februari 2014 herneemt Dirk Roofthooft zijn monoloog. Ik herneem (een stukje van) het artikel.

(c) Muziektheater Transparant

Reconstructie van afwezige woorden
In De waterafsluiter probeert Marguerite Duras het stilzwijgen van de geschiedenis literair te reconstrueren. ‘Je voelt meteen dat het verhaal echt is, dat ze het niet bij elkaar gefantaseerd heeft’, vindt Dirk Roofthooft. De auteur las over het gezinsdrama in de krant: een fait-divers. Blijkbaar was de vrouw na het bezoek van de waterafsluiter nog iets gaan drinken in een café. Niemand weet wat ze daar gezegd heeft en dat intrigeerde Duras. ‘Net dat is voor haar literatuur: trachten te achterhalen wat de woorden waren of hadden kunnen zijn. Mochten de historische woorden bekend zijn, ze zou er nooit een tekst over hebben geschreven.’ Het is niet verwonderlijk dat die reconstructie van afwezige woorden Dirk Roofthooft treft. Precies zo’n zoektocht voert hij zelf dag na dag. ‘Ik ben altijd het meest geïnteresseerd in wat een tekst, een schilderij, een acteur níét laat zien. Zelfs al ben je Leonard Nolens, dan nog blijft de taal onbekwaam om uit te drukken wat je voelt. En dus moet je woorden uitspreken die de nieuwsgierigheid prikkelen naar wat niet wordt gezegd. Om diezelfde reden hou ik van poëzie: slechts enkele lijnen staan voor een hele wereld.’

Recht op repliek
De woorden waarmee Marguerite Duras de stilte invult, maken van de waterafsluiter een vreselijke man zonder enig moreel besef, die rechtstreeks verantwoordelijk is voor de dood van het gezin.
Waarom moet die waterafsluiter per se zo’n onuitstaanbaar type zijn? vroeg Dirk Roofthooft zich opeens af. ‘Wie weet was hij in werkelijkheid wel een heel lieve man?’ Hij vond zichzelf een domme lezer: ‘Waarom had ik daar 15 jaar lang niet bij stilgestaan?’ En hij sloeg aan het fantaseren. Is de moeder niet méér verantwoordelijkheid voor de dood van haar gezin dan de werknemer van de watermaatschappij? ‘Ik vond plotseling dat die man op zijn minst een repliek verdiende. En dus heb ik er één geschreven.’ De waterafsluiter gaat eerst fel in de verdediging. Daarna wordt hij klein en immobiel: ‘De opgeblazen kikker verdwijnt en je ziet in dat hij die dag ook een beetje gestorven is: hij lijdt enorm onder de gevolgen van zijn daad. De versie van Duras kwam me nu iets te zwart-wit over.’

Minestrone
De voorstelling biedt de verschillende interpretaties aan, maar neemt zelf geen standpunt in. ‘De verantwoordelijkheid flipt alle kanten uit’, zegt Dirk Roofthooft. ‘Ik vind het te simpel om verantwoordelijkheid en schuld zomaar bij één persoon te leggen. Een mens is toch maar een muntstuk op zijn kant dat door omstandigheden de ene of de andere richting uit valt? Achteraf is het altijd gemakkelijk om een keuze of beslissing als goed of fout te beoordelen, maar op het moment zelf ben je je soms niet eens bewust van een keuze. Desondanks draag je er wel voor de rest van je leven de gevolgen van.’ Roofthooft wil met zijn voorstelling het publiek vooral aan het denken zetten. Waar ligt de verantwoordelijkheid van de waterafsluiter, van de samenleving, van de vrouw die beslist over het leven van haar kinderen? ‘Onze maatschappij zoekt graag een zondebok. Zodra je een schuldige hebt aangewezen, gaat de rest vrijuit. Maar zo eenvoudig is het niet. Ik hoop daarom dat de mensen na de voorstelling zullen discussiëren en er verschillende interpretaties op na zullen houden. Ik hou niet van een onderverdeling in hokjes: dit is goed en dat is slecht. Dat is mannelijk en dit is vrouwelijk. Het leven is een soep en dat is maar goed ook: een minestrone waarin alles door elkaar loopt. Je hoeft de stukjes heus niet uit elkaar te vissen om ze te laten smaken. Laat het allemaal maar complex zijn.’

Je vindt de speellijst hier.

Advertenties

Valentijn Dhaenens, DeKleineOorlog: “De zinloze zucht naar strijd”

07/01/2014

Hoe zet je oorlog op een podium? Alvast niet door een paar loopgraven na te bouwen of een gevecht te ensceneren, vindt theatermaker Valentijn Dhaenens. In zijn succesvolle monoloog DeGroteMond liet hij speeches van wereldleiders met elkaar resoneren tot één grote ode aan de – vaak gevaarlijke – kracht van het woord. In DeKleineOorlog laat hij de gewone mens antwoorden. De soldaat die ja knikt en naar het front trekt. De verpleegster of dokter die kapotgeschoten levens probeert te lappen. Eerst was er het woord. Toen kwam er een daad. Nu zijn er enkel nog gevolgen.

DeKleineOorlog van en met Valentijn Dhaenens nog niet gezien? De monoloog is anders een prima begin om aan een jaar vol herdenkingen aan de Eerste Wereldoorlog te beginnen. Kijk hier voor speeldata. Ook nu nog niet vastgelegde hernemingen zullen daar verschijnen.

Ik interviewde Valentijn Dhaenens twee maanden voor de première voor Staalkaart. Hieronder: een fragment waarin hij het heeft over het creatieproces. Via de website van Skagen vind je een volledig archief van artikelen, recensies en radio-interviews over de voorstelling. In dat overzicht staat ook mijn tekst volledig.

“Twee maanden voor de première is Valentijn Dhaenens nog overstelpt door interessant en bruikbaar materiaal. Stapels boeken met reepjes papier als geheugensteuntjes tussen de bladzijden. Notities. Flarden tekst. Video en geluidsopnamen. Langzaam beginnen zich in die chaos de contouren van een voorstelling af te tekenen. ‘Eigenlijk hou ik niet zo van chaos’, zegt Valentijn Dhaenens. ‘Ik vloek geregeld dat ik gestructureerder tewerk moet gaan, al helemaal wanneer ik weer eens op een perfect bruikbaar tekstfragment stuit dat ik in de veelheid helemaal uit het oog dreigde te verliezen. Maar uiteindelijk levert die moeizame, zoekende weg voor mij toch de grootste rijkdom op. Ik pluk overal stukjes uit en leg dingen samen in de hoop dat ze op een gegeven ogenblik zullen beginnen te communiceren, wat ook vaak gebeurt. Het is een avontuurlijke manier van werken. Als je bij het begin al een structuur vastlegt, maak je één beslissing en is er daarna geen weg meer terug. Nu kan ik veel open houden en gaandeweg nog dingen aanpassen, of zelfs heel het ding compleet omgooien, precies omdat ik niet naar één specifiek punt toe werk. Dat is ook het voordeel van alleen werken: je kunt heel intuïtief beslissingen nemen, omdat je de keuzes die je wil maken niet aan anderen hoeft uit te leggen en niet hoeft te verdedigen. Er is zo’n quote van Wittgenstein: Die Grenzen meiner Sprache bedeuten die Grenzen meiner Welt. Bij mij is dat echt zo. Als ik iets uitleg – zoals ik ook nu zit te doen – heb ik het gevoel dat jij je er een beeld van vormt, maar dat beeld stemt niet overeen met het mijne. In de communicatie verliezen we veel. Daarom wil ik ook echt dat het een solotrip blijft – een confrontatie met mezelf en mijn gedachten. Dat levert al eens scherpere of extremere beslissingen op, ook al omdat je je niet kunt laten beïnvloeden door wat anderen van jouw ideeën vinden.’
Op zijn laptop heeft Valentijn Dhaenens een mapje met de titel ‘Scherven’. Daarin verzamelt hij ook weer fragmenten, stukjes die hij zelf heeft geschreven, ideeën. Zin per zin vormt zich zo een tekst. ‘De heftigste periode moet nog komen, zegt hij. ‘Mijn monoloog DeGroteMond heb ik op dezelfde manier gemaakt en die heeft pas in de laatste week voor de première zijn definitieve vorm gekregen.’

De keerzijde
In de aanloop naar de DeKleineOorlog heeft de maker halve bibliotheken vol oorlogsboeken gelezen. ‘Die concentreerden zich voornamelijk rond de Eerste Wereldoorlog’, legt hij uit. Volgend jaar is het een eeuw geleden dat die oorlog uitbrak, dus daarvoor alleen al leek het een logische keuze om hem als vertrekpunt te nemen. ‘Maar die Eerste Wereldoorlog staat ook symbool voor ‘de oorlog’’, vindt Valentijn Dhaenens. ‘Het was de eerste geïndustrialiseerde oorlog, het eerste mondiale conflict. En hij was totaal zinloos: hij ging over niets en heeft uiteindelijk ook niets veranderd. Ik zie de Eerste Wereldoorlog dan ook als hét symbool voor de zinloze zucht van de mens naar strijd. Dat wordt het hart van de voorstelling.’ Maar de boeken en documenten bleven zich ophopen. Zucht naar strijd en zinloosheid beperken zich nu eenmaal niet tot 1914-1918. ‘Ik heb ook veel gelezen over Irak en Afghanistan, en dan terug in de geschiedenis, tot en met de oorlogen van de Spartanen, helemaal in het begin. Welk materiaal nu wel of niet de uiteindelijke voorstelling zal halen, is nog niet duidelijk, maar ik weet wel al wat ik ermee wil vertellen. Er gaat in 2014 heel wat rond de Eerste Wereldoorlog gebeuren en veel van die projecten zullen wellicht het leven van één persoon centraal stellen. Daarom wil ik de anekdote graag overstijgen en veel verschillende stemmen aan bod laten komen, om zo een universeel verhaal te verkrijgen. Daarbij wil ik vooral de gewone man niet uit het oog verliezen. De verleiding is groot om er hier en daar nog een speech tussen te steken die oproept tot oorlog. Ik heb er nog een aantal goeie liggen die de vorige voorstelling niet hebben gehaald’, lacht hij. ‘Maar ik hou me in: DeKleineOorlog moet de keerzijde van de medaille tonen. DeGroteMond concentreerde zich op de woorden van grote mannen die zich God wanen en met een vingerknip hele massa’s de oorlog in sturen. Nu wil ik de stemmen laten horen die uit die massa’s klinken. Het slachtoffer. De gewone mens die zich niet kan weren tegen die grote ideeën, die niet in staat is om te zeggen: Ik doe hier niet aan mee.’”


‘Een goede voorstelling maak je nooit helemaal alleen’

20/11/2010

Günther Lesage over de hernemingen van zijn monoloog Force majeur

Wat stuurt het leven? Het toeval of het lot? Deze en andere existentiële vragen liggen aan de basis van Force Majeure, een monoloog van Günther Lesage (Lazarus). ‘Ik ben er nog altijd niet uit of ik nu meer in het toeval of meer in voorbestemdheid geloof’, vertelt hij. ‘Volgens mij gaat het om een combinatie. De dingen gebeuren niet zomaar, maar veel komt wel voort uit de keuzes die we maken.’

Een jongeman moet met zijn dochtertje van twee naar de dokter. De fietstocht wordt een hindernissenparcours die de perfecte aanleiding blijkt om allerhande Grote Vragen door zijn hoofd te laten tollen. Vragen waar hij overigens ook het publiek mee opzadelt: wat bent u van plan nog verder aan te vangen met uw kostbare tijd? Op welke manier wilt u bijdragen aan uw eigen onsterfelijkheid? Uzelf laten ombouwen tot Pamela Anderson? Zich inschrijven voor een realitydocusoap? De wereld vernietigen? Eindelijk werk maken van een nageslacht? Bepaalde individuen het leven zuur maken? Een uitvinding bedenken tegen sterfelijkheid?

In een boekhandel in Amsterdam vond Günther Lesage bij toeval de theatertekst Turcaret van de Franse auteur Alain René Lesage. De man intrigeerde hem onmiddellijk. ‘Niet alleen is hij een naamgenoot, hij bleek gestorven te zijn op een zeventiende november, mijn verjaardag.’ Hij zocht uit wie de auteur precies was en bombardeerde hem tot een van de voornaamste inspiratiebronnen voor Force majeure. Ook onder anderen Luis Buñuel, Bill Bryson, Herman Brusselmans en de absurdistische schrijver Daniil Charms leverden stof tot denken. Günther Lesage: ‘Op basis van al dat materiaal één tekst maken, is het moeilijkste onderdeel van het proces. Het was niet de eerste keer dat ik in mijn eentje een theatertekst heb gemaakt, maar wel voor het eerst dat ik vertrok vanaf nul, want mijn vroegere stukken waren bewerkingen van bestaande teksten. Voor Force majeure heb ik me 3,5 maand opgesloten met een grote doos boeken en films, en een gitaar ter ontspanning. Ik legde mezelf echt de discipline op om elke dag buitenshuis te gaan denken en schrijven en schrappen. Af en toe kwamen mijn kompanen van Lazarus (Pieter Genard, Joris Van den Brande, Ryszard Turbiasz en Koen De Graeve) bij me langs om te luisteren naar wat ik al had en commentaar te geven. Ik geloof er niet in dat je een goede voorstelling helemaal alleen kunt maken. Je moet wat je schrijft voortdurend toetsen bij anderen.’

Force majeure beleefde zijn première in 2007, maar dit seizoen herneemt Günther Lesage de monoloog. De speellijst vind je hier.

Fragmenten uit deze blogpost heb ik eerder gepubliceerd in Uitgekamd, de krant van gc de Kam in Wezembeek-Oppem.


Flattr this


‘Ne schone glimlach en stilte’ – Recensie ‘Godses’ van Geert Six en Eric De Volder

12/04/2010


Het idee voor Godses is voortgekomen uit een wirwar aan vragen en herinneringen van acteur Geert Six. De waarheid kan raar zijn. Op de duur weet niemand nog precies wat er gebeurd is. En wie het weet, die zwijgt liever. Zo gaat het vaak, en zeker als het draait om gebeurtenissen uit de oorlog en de daaropvolgende repressie. Maar vragen vragen antwoorden. Samen met theatermaker Eric De Volder brengt Geert Six zijn familiegeschiedenis op toneel. Een voorstelling over kleine, Harelbeekse verhalen, maar met een universeel elan.

Lees de recensie op www.theatermaggezien.net


Jef Demedts springt over het podium als een jonge hond

21/10/2009

Minirecensie over Picasso, striptease van een genie, nog op toernee tot en met 5 december 2009. Hernemingen najaar 2010

Op 15 oktober ben ik (eindelijk!) naar de monoloog van Jef Demedts over Picasso gaan kijken. Alleen was het niet zomaar een verhaal over Picasso. Auteur Filip Vanluchene haalt zowat de hele twintigste-eeuwse geschiedenis erbij. Kunst, politiek, wat die met de gewone mens doen en wat de gewone mens met hen doet. Acteur Jef Demedts dartelt heel de voorstelling lang over het podium, springend van verhaal tot verhaal. ‘Het is een fysiek vermoeiende voorstelling’, vertelt hij achteraf. We willen het best geloven, maar het is de 74-jarige acteur geenszins aan te zien.

Een aantal jaren geleden raakte Demedts danig onder de indruk van een biografie over Pablo Picasso. Daar moest hij iets mee, voelde hij. Hij nam Filip Vanluchene onder de arm, die onmiddellijk zag wat Demedts bedoelde, maar met Picasso alleen niets kon beginnen. Uiteindelijk kwam hij op de proppen met de huidige tekst, die een schot in de roos bleek te zijn. Hij sleept er alle mogelijke elementen bij, van anecdotes uit het leven van de schilder, over Hitler (die niet alleen een tijdgenoot was van Picasso, maar ook zelf eigenlijk kunstenaar wilde worden) tot de toelatingsproef van Demedts aan de toneelschool (‘Bleek dat Filip ook de Toneelacademie in Gent heeft gevolgd en dat ik in de jury zat bij zijn eindexamen’, vertelt Jef Demedts. ‘Die subplot is daar een knipoog naar.’). De beste vondst is echter de uitstap van de Kuurnse Kunstkring Evariste Carpentier naar de grote Picassotentoonstelling in het Grand Palais in Parijs in 1969. Die vormt de kapstok waaraan alle andere subplots worden opgehangen en zorgt voor een stevige dosis smakelijke humor in het stuk.

Ik had enkele minuten nodig om erin te komen, maar vanaf dan liet ik me van plotwending tot plotwending meetronen, mentaal meespringend met tekst en acteur. Jef Demedts zet een krachtige monoloog neer waarin de verhaallijnen over elkaar heen tuimelen als een bende jonge honden. Ook hijzelf gedraagt zich als een jonge hond: speels, ondeugend en met energie voor tien. Hoed af.

Een productie van Cour en Jardin.