Mijn toptien seizoen 2008-2009

17/09/2009

Het nieuwe theaterseizoen is op gang aan het komen. Tijd voor een terugblik op het vorige. Ik ben eigenlijk niet zo te vinden voor lijstjes. Ten eerste heb ik lang niet alles gezien wat er op de theatermarkt voorhanden was. Ten tweede zijn lijstjes altijd behoorlijk oppervlakkig.

Waarom bezondig ik me dan toch aan eentje? Ten eerste omdat het mezelf een samenvatting en afronding bezorgt. Ten tweede omdat ik hoop dat iedereen die naar het lijstje kijkt, de relativiteit ervan inziet.

Ik onthou van het vorige seizoen vooral veel middelmatigs. Daarom ben ik toch tevreden dat ik zonder veel moeite met een toptien van uitschieters op de proppen kan komen. Tien voorstellingen van 2008-2009 die volgens mij kloppen, op meer dan één vlak.

1 Hitler is dood van Braakland/ZheBilding

Over de volgorde van de topdrie heb ik even moeten nadenken, ik geef het toe. Uiteindelijk koos ik voor deze als nummer 1, omdat het een voorstelling is die in mijn ogen volledig af is.

hitler is dood (c) stef depover

‘De strakke regie van Devillé zorgt ervoor dat de lange voorstelling geen ogenblik sleept. De acteurs bewegen zich krachtig en eigen binnen de lijnen die hij hen voorschrijft. Hitler is dood heeft dan ook een uitmuntende cast bij elkaar gekregen, waarin Rik Van Uffelen misschien nog het meest opvalt. Hij zet een bijzonder sterke Goering neer: gevaarlijk, manipulatief en innemend tegelijk. (…) Met Hitler is dood bereiken Stijn Devillé en zijn muziektheatergezelschap een nieuw hoogtepunt in hun oeuvre.’
(Theatermaggezien, 17 mei 2009)

2 DegrotemonD van Skagen
Eén van de weinige voorstellingen die me echt is bijgebleven en die nog heel lang is blijven spoken nadien.

‘DegrotemonD overtuigt in zijn eenvoud, en staat er door de kracht van het acteerwerk.’ (Theatermaggezien, 24 oktober 2008)

3 Tien geboden, deel 2 van NTGent
‘Simons laat in zijn bewerking veel ruimte voor humor en relativering – die laat Kieslowski weinig of niet. In de loop van Tien geboden, deel 2 ontspoort de altijd al behoorlijk luchtige toon telkens extremer, tot aan het burleske karakter van het laatste verhaal, waarin twee zonen in een kluchtige Apocalyps ten onder gaan aan hebzucht. Dit crescendo is de perfecte spiegel van de toon in deel 1. Dat laat aanvankelijk wel nog plaats voor smartlappen en zelfs gorillapakken. Maar in de loop van de voorstelling verzacht de uitbundigheid tot een pakkend slot dat het publiek even de adem doet inhouden. Na elkaar geplaatst zorgt dat voor een perfect volgehouden spanningsboog die zes uur lang kan boeien zonder wegglijdende aandacht. Tien geboden is zonder twijfel het hoogtepunt van de recentste twee theaterseizoenen.’ (Theatermaggezien, 2 februari 2009)

4 Fobbit van Jeroen Vander Ven en Thomas Bellinck
‘Niet alleen de visuele elementen en de juiste keuze van de fragmenten maken van Fobbit een sterke voorstelling. Heel veel komt ook voort uit het overtuigende spel van Jeroen Vander Ven. Zijn nuchtere manier van vertellen en jongensachtige mimiek sluiten perfect op elkaar aan, waardoor hij in enkele simpele bewegingen een personage van vlees en bloed weet neer te zetten. Hij durft ook de tijd te nemen om een scène te plaatsen, wat nog bijdraagt tot de spankracht van het geheel.’ (Theatermaggezien, 10 september 2009)

5 Kinderheil van ’t Arsenaal en De Queeste
‘De acteurs overtreffen zichzelf in dit gelegenheidscollectief zo goed als over de hele lijn. Jos Geens (’t Arsenaal) staat met het personage van de psychiater in zijn sterkste rol van de afgelopen seizoenen en ook Els Olaerts (’t Arsenaal) overtuigt als de geslaagde politica die niet weet hoe ze een zorgende moeder moet zijn. Zo zelfverzekerd haar overwinningsspeech, zo groot haar onvermogen om haar dochter te troosten. ’t Arsenaal en De Queeste bewijzen met Kinderheil hoe vruchtbaar en dynamiserend kruisbestuivingen kunnen zijn.’ (Corpus Kunstkritiek, gezien op 22 januari 2009)

6 Nimmermeer van Abattoir fermé en De Maan
‘Als Abattoir Fermé zich waagt aan Edgar Allan Poe, dan weet je dat je geen vrolijk, licht verhaal hoeft te verwachten. Zelfs niet als het doelpubliek 8+ is. Zelfs niet als Abattoir samenwerkt met een op een jong publiek gericht figurentheater zoals De Maan. Nimmermeer is een duistere, erg visuele voorstelling, gestoeld op leven en werk van Poe. Als de kinderen er geen nachtmerries aan overhouden, zullen ze wellicht kunnen terugblikken op een ietwat bizarre, maar ook bijzondere avond.’ (Theatermaggezien, 23 oktober 2008)

romeo_castellucci_01

7 Purgatorio van Romeo Castellucci
Als dit het vagevuur is, dan wil je niet weten wat de hel is. Een voorstelling waar je niet goed van bent en die blijft zinderen, lang na afloop. (Gezien op Kunstenfestivaldesarts, 16 mei 2009)

8 The Broken Circle Breakdown ft the Cover-ups of Alabama van Cie Cecilia
‘De Nederlandse jury van het Theaterfestival 2009 selecteerde The Broken Circle Breakdown Featuring the Cover-Ups of Alabama van Compagnie Cecilia. In het licht van de discussie over toegankelijk kwaliteitsvol theater en een groter publieksbereik is dat een meer dan terechte keuze. In het ritme van bluegrass en country brengen Mieke Dobbels, Johan Heldenbergh en hun groep, The Cover-Ups of Alabama, (Nils De Caster, Pol Depoorter, Patrick Riguelle en Mario Vermandel) een stuk over verlies en rouwen, over liefde en woede, geloof en ongeloof, hoop en wanhoop.’ (Theatermaggezien, 10 september 2009)

9 Brandhout. Een irritatie van tg Stan
‘De dubbele bodems in de voorstelling en vooral de manier waarop De Schrijver ze op het publiek overbrengt, zorgen ervoor dat uit de taaie zinnen van Thomas Bernhard toch een luchtige en onderhoudende voorstelling gepuurd kan worden. Hoewel de onderbrekingen van de realiteit (door de acteur en de souffleuse) de concentratie in het begin van de voorstelling niet altijd ten goede komt, dragen ze uiteindelijk ten zeerste bij tot het humoristische gehalte van de monoloog. Of Damiaan De Schrijver er nu staat als zichzelf, als een alter-ego van zichzelf, als een van de twee personages of als om het even welke combinatie daarvan, hij staat er. En hij doet dat meer dan overtuigend.’ (Theatermaggezien, 15 februari 2009)

10 Inside stories van Peter De Graef (Dwama)
‘Met Inside stories heeft Peter De Graef niet zijn allerstrafste tekst te pakken, maar vanaf de schriele kapstok van het droomscenario bouwt hij niettemin een coherente voorstelling. De schijnbaar losse anekdotes en denkpistes klikken met uiterst fijne haakjes in elkaar tot een geheel dat de banaliteit van een inbrekerskomedie ver overstijgt. Als in de voorstelling hier en daar een haakje lost, wordt dat ruimschoots goed gemaakt door de pleziermeter die hoog uitslaat. Inside stories heeft voldoende inhoud om te boeien, en tegelijk ook een groot entertainend gehalte, met als gevolg dat de aandacht van het publiek erg zelden afdwaalt.’ (Corpus kunstkritiek, gezien op 24 september 2008)

Advertenties

De complexiteit achter de oeverloosheid

10/09/2009

Recensie over Blijf / weg van tg Stan

web_blijfweg_foto3

De personages van Tine Embrechts en Frank Vercruyssen in blijf / weg halen het slechtste in elkaar naar boven. Zij wil scheiden, hij weigert. Ze schelden, discussiëren, verkondigen hun eigen starre mening en blijven lijnrecht tegenover elkaar staan. Geen toenadering, geen greintje begrip, geen beslissing. Als honden cirkelen ze om elkaar heen, grommend, klaar om te bijten. Het cirkelen duurt een voorstelling lang.

De titel van het stuk zegt al veel: blijf / weg. Zij wil weg (zegt ze), hij wil dat ze blijft (beweert hij). ‘Voor de kinderen’, zegt hij. Is dat de echte reden? Als hij zo graag wil dat ze blijft, waarom geeft hij haar dan alleen argumenten die haar nog verder van hem af duwen? Als zij zo graag weg wil, waarom zit ze daar dan nog? Waarom doet ze nog moeite om almaar dezelfde beledigingen te herhalen? En als één van beiden weggaat, zal die dan weg blijven? Blijf / weg, op basis van teksten van Michael Frayn en Thanassis Valtinos, kent een vrij vlakke inhoud met personages die niet of nauwelijks evolueren en almaar om hetzelfde potje blijven draaien. Veel vragen krijgen nooit een antwoord. Onder de oppervlakte schuilt de complexiteit van een relatie die overduidelijk op de klippen loopt, maar waarvan de brokken nog te hard aan elkaar kleven om er rationeel een punt achter te kunnen zetten. Maar wat precies is de lijm tussen de brokken? Het blijft raden.

Een jong koppel keurt een zoveelste woning.

‘En?’

‘Nee.’

Dit is toch niet wat ze zoeken. Of wel?

‘Misschien.’

Er ontspint zich een absurde non-conversatie over woorden, hun onderliggende betekenissen en bedoelingen. De kiem voor grotere misverstanden sluimert al, maar op dit moment in hun relatie is het niet veel meer dan een spelletje. Ondanks alle halve zinnen en afgebroken woorden zeggen de personages in deze dialoog van Michael Frayn meer dan ze toegeven. Samen een huis kopen is een beslissende stap en ze twijfelen of ze daar aan toe zijn. Het gaat immers niet zomaar over bakstenen en meubelen. Een huis kopen betekent écht kiezen voor elkaar. Blijven.

‘Is dit waar wij aan willen wennen?’ vraagt hij.

‘Ik zie u graag’, luidt de slotsom – de eenduidige kern van dit gesprek, die alle omliggende twijfels en uiteenlopende interpretaties verzacht. Ze gaan ervoor.

In een overgangsscène waarin ze geen woord wisselen, bouwen de personages hun nest minutieus op. In het midden van het speelvlak dekken ze hun nieuwe bed. Er komen een tapijt, een paar barkrukken. Zij ruilt haar sneakers in voor pumps, hij plukt wat pluisjes van de vloer. Ze worden ouder, volwassen, de realiteit neemt de plaats van de prille liefde in. Hoe wrang die realiteit kan zijn, wordt duidelijk zodra de personages hun mond weer opendoen. De milde tekst van Frayn ruimt baan voor die van de novelle Plumes de bécasse (Snippenveren) van de Griekse auteur Thanassis Valtinos. Zeven jaar huwelijk hebben het koppel met alles opgescheept waar in hun verliefde dromen geen plaats voor was. Er ontspint zich een scheldtirade van jewelste, waarin de echtelieden elkaar – hij gewapend met een beperkte stapel argumenten, zij met een handvol scheldwoorden en beledigingen – met de grond gelijkmaken. ‘Loop naar de kloten! Ik kak op uwe kop! Rotzak! Gij hebt mijn zenuwstelsel vernietigd!’

Vechtscheiding met onwillige rechters

Nu en dan doorbreken Embrechts en Vercruyssen hun tirade met een blik of een woord richting publiek. Het is een verdienstelijke poging om de vlakke inhoud van hun tekst wat meer diepgang te geven. Ze maken op deze manier van hun ruzie immers een pleidooi. Elk proberen ze de toeschouwers – de rechters en advocaten van hun vechtscheiding – voor zich te winnen. Iets wat trouwens grandioos mislukt. Als publiek wil je het niet opnemen voor één van die twee. Dat komt niet zozeer door de letterlijke beschuldigingen die ze van hun echtgenoot krijgen. De weerzin komt vooral voort uit het plaatje dat ze onrechtstreeks van zichzelf schetsen en hun beider onwil om zich ook maar één seconde in de ander te verplaatsen. Zo keert hun pleidooi zich telkens net tégen hen.

Met de uitzichtloosheid van de discussie-die-nooit-een-echte-discussie-wordt neemt de mogelijke irritatie toe die het publiek voor de twee ruziemakers voelt. Hier en daar onderdrukt een toeschouwer zelfs een welgemeende geeuw. Vreemd genoeg krijgen irritatie en verveling toch nooit de overhand. Tine Embrechts en Frank Vercruyssen dwingen in blijf / weg met hun samenspel de aandacht af. De repetitieve tekst eist ook dat de acteurs perfect op elkaar ingespeeld zijn, wat een knetterend contrast geeft met de instelling van de personages tegenover elkaar. Voor zover ik heb kunnen nagaan, valt Vercruyssen ook in zowat elke voorstelling wel ergens even door zijn tekst, waarna Embrechts hem liefdevol te hulp schiet, soms met tekstbrochure en al. Het doet de voorstelling in elkaar zakken, maar toch maakt dit ondertussen nét iets te beproefde Stan-trucje deze voorstelling meteen ook een tikje rijker.

Aan de kwaliteit van het spel zal het dus niet liggen. Toch is er iets dat blijft wringen in de voorstelling en dat een onderhuidse irritatie nooit volledig weet weg te werken. In het begin is de verbale oorlog erg grappig door de banaliteit van de meeste argumenten en de herhaling van almaar hetzelfde, waarin je het mechanisme van elke domme ruzie herkent. Ieder hamert zozeer op zijn eigen gelijk dat hij zich volledig sluit voor de argumenten van de ander. De haast lichtvoetige herkenbaarheid wordt echter pijnlijk als blijkt dat de personages werkelijk geen centimeter vooruitgang boeken in hun discussie. Er komt nergens een moment van reflectie op het eigen uitzichtloze gekrakeel. Oogkleppen op en doorgaan.

‘Wij hebben incompatibele karakters, waar of ni?’ vraagt ze.

‘Ik ni.’

Hoewel ze gaandeweg gefundeerde lijken te worden, blijven de vragen opborrelen. ‘Waarom!?’ is de meest prangende in de rij. Je kunt nauwelijks geloven dat er meer achter de ruzie zit dan de onwil of de angst om iets te veranderen aan wat er is. De tekst biedt geen uitkomst. Op spelniveau geven Embrechts en Vercruyssen evenmin een bevredigend antwoord. Is samenblijven en je wentelen in vechtruzies uit gewoonte een voldoende reden voor een avondvullende voorstelling? We mogen hopen van niet. Wat kan dan nog de lijm zijn die hen samenhoudt? Van een restant liefde, laat staan van erotiek lijkt nergens sprake. Alleen helemaal op het laatst zaaien de acteurs wat twijfel. Na de climax volgt een stilte die meer snijdt dan om het even welk schuttingwoord van ervoor. Hierin voltrekt zich de enige evolutie in de personages. Met een blik, een minuscuul gebaar, erkennen ze elkaars aanwezigheid. Eindelijk staan ze als mensen tegenover elkaar en niet als vechtmachines. Ze kennen een moment van rust. Er is iets van respect, een wederzijds contact. Je gelooft nog altijd niet dat ze iets constructiefs met dit rustpunt zullen doen, maar er is een kans, een mogelijkheid tot uitweg. En dat is meer dan die ellenlange ruzie heeft geboden. Het is misschien een mager antwoord op wat de lijm tussen beiden nog kan zijn. Daarvoor zijn de personages te versteend geraakt in hun eigen woorden en komt de hint te laat in het stuk. Maar het redt de voorstelling van net te veel zinloosheid en onbegrip.

Blijf / weg is een voorstelling over een ontspoorde relatie en de moeite die het kost om zich daaruit los te weken. In de vlakke inhoud van de tekst schuilt de sleutel tot een mogelijke interpretatie, die je wordt aangereikt door het sterke samenspel van Embrechts en Vercruyssen enerzijds en de manier waarop het slot de enige tastbare vorm van reliëf in de dialoog aanbrengt. Wil je de complexiteit vatten die onder de oeverloosheid schuilgaat, dan moet je die er voornamelijk zelf uit filteren. Met het gevaar dat de zin die je uit de voorstelling haalt te veel is gebaseerd op Hineinterpretierung, en te weinig op wat het stuk zelf je biedt.

Gezien op 9 december 2008 in ’t Arsenaal, Mechelen

(deze recensie heb ik geschreven voor Corpus kunstkritiek van het VTi).


Theaterfestival ’09: de keuze uit de keuze

23/08/2009

Van 27 augustus – 5 september 2009

Van de voorstellingen die ik al gezien heb uit de selectie van het Theaterfestival 2009, sta ik het meest achter DegrotemonD van SKaGeN – voor mij een van de allerbeste voorstellingen van het afgelopen seizoen. Ik herhaal hieronder mijn recensie van oktober 2008 (ook terug te vinden in het archief van Theatermaggezien.net)
Het zeer goede nieuws is dat er zelfs nog kaartjes voor zijn.

Idem voor Brandhout. Een irritatie van tg Stan. Een monoloog die heel erg de moeite van het bijwonen waard is. Mijn recensie vind je hier.

Medley van de wereldgeschiedenis

Valentijn Dhaenens vooraan in een oude Leuvense aula. Voor hem een reeks met de meest uiteenlopende microfoons. Achter hem een schoolbord waarop (schijnbaar in krijt) allerhande namen en data staan. De grootinquisiteur 1583 – Socrates 399 BC – ZKH Boudewijn 1990 – Lumumba 1960 – Reagan 1986 – HW Bush 1991 – GW Bush 2001… Het blijkt de volgorde van de speeches die SKaGeN heeft geselecteerd voor een treffende medley van de wereldgeschiedenis.

Na elke speech verdwijnt een naam van het bord (het krijt blijkt geen krijt maar een projectie): spons erover! In realiteit is het duidelijk minder eenvoudig om ergens de spons over te halen. Wat inhoud betreft, klinkt geen enkele redevoering totaal gedateerd. De trucs, de argumenten, de manier om onderwerpen aan te brengen, blijven 2500 jaar lang dezelfde. Van 431 voor Christus (Pericles) tot nu hebben bijna alle sprekers het bovendien over geweld, (vruchteloze) pogingen tot vrede, onbegrip, onverdraagzaamheid… voor een vrolijk plaatje was een andere selectie aangewezen. Het geheel schetst een wrang beeld van de menselijke ‘beschavingsgeschiedenis’, waarin vooral de ultieme machthebbers geen fraai portret van zichzelf ophangen. Zo haakt Dhaenens fragmenten van de brutale oorlogsretoriek van de Amerikaanse legerleider Patton in die van de Duitse minister van propaganda Goebbels (allebei uit de Tweede Wereldoorlog). In tegenstelling tot de historische speech van Goebbels brengt Valentijn Dhaenens hem met een ijzige kalmte, zodat het lijkt alsof de spreker een beroep doet op de rede – het volk moet begrijpen dat iedereen een deel van de oorlogslast moet dragen. Die bijna beminnelijke manier van spreken staat in schril contrast met de opzwepende taal van Patton: ‘Vechten is de meest glorieuze competitie waar een man aan kan meedoen!’ roept hij en om zijn woorden kracht bij te zetten, schuwt hij de schuttingtaal niet. Je krijgt hier twee kampen tegenover elkaar die hun oorlogszuchtige woorden op een verschillende manier op hun publiek overbrengen. Opvallend is echter dat de inhoud niets aan demagogische kracht inboet. De boodschap die de toeschouwer uit dit fragment overhoudt is dat oorlog altijd vuil is, tot welk kamp je ook behoort, en dat geen énkele machthebber de manipulatieve technieken schuwt die eigen zijn aan redevoeringen.

Voor elke speech zoekt Valentijn Dhaenens een aparte stem. Die wordt subtiel ondersteund doordat hij telkens ook kiest voor een nieuwe microfoon en doordat de belichting – die constant heel eenvoudig blijft – verandert. Net op het moment dat je begint te vrezen dat heel de voorstelling een keurige opeenvolging van speeches wordt, schakelt de monoloog echter naar een hogere versnelling. Na de abortusspeech van Boudewijn krijgt een enthousiaste Lumumba het woord, die pleit voor een onafhankelijk Congo: ‘Wij zullen niet regeren met een vrede van kanonnen en bajonetten!’ belooft hij. Als antwoord komt één enkel schot, dat meteen de medley op volle kracht doet losbreken. In hels tempo komen Robert Kennedy, Martin Luther King, Malcolm X, Mohammed Ali en JFK aan bod. Hun speeches doorspekt Valantijn Dhaenens met muziek en geluiden. Op dit moment komt de sterke technische kant van de voorstelling pas goed tot uiting. Op gezette tijden zingt Dhaenens enkele noten, een stukje van een lied, hij trommelt een kort ritme op de katheder of imiteert een schot. Al die geluiden worden ogenblikkelijk opgenomen en opnieuw afgespeeld, zodat er ook letterlijk een veelstemmige medley ontstaat. Dit technische trucje geeft de voorstelling vaart en ritme en zorgt tegelijk voor een extra ironiserende ondertoon. Telkens als iemand pleit voor vrede wordt hij meedogenloos afgeknald. De speeches van de Amerikanen worden een regelrechte pastiche als Dhaenens ze mixt met het bekende liedje uit West Side Story: ‘I wanna live in America’. Nadat Bin Laden even later zijn jihad heeft uitgeroepen, volgt nog een hilarisch en tegelijk pijnlijk moment, als Dhaenens Frank Vanhecke opvoert met een speech die hij heeft uitgesproken in de VS, op uitnodiging van Pat Buchanan. Hilarisch is de sukkelachtige manier waarop Dhaenens hem voorstelt, worstelend met microfoons en nadien zijn speech ten beste gevend in een verschrikkelijk Engels. Pijnlijk is de inhoud van de speech, waarin hij Amerika op de hoogte wil brengen van de totalitaire staat die Europa is geworden. ‘We are becoming foreigners in our own land’ zegt hij, en ‘muslim riots have become a routine’.

Na meer dan 20 speeches besluit Valentijn Dhaenens zijn monoloog met een ironische knipoog die ervoor zorgt dat het publiek ondanks al het gewicht en het cynisme dat uit de inhoud van de voorstelling spreekt, toch met een min of meer licht gevoel de aula verlaat. DegrotemonD overtuigt in zijn eenvoud, en staat er door de kracht van het acteerwerk. Ook het idee om de voorstelling te brengen in een oude universiteitsaula is er eentje waar het gezelschap maar beter aan vasthoudt bij eventuele hernemingen. ‘Het was een goeie vanavond’, hoor ik iemand zeggen als ik de zaal uitloop. Ik kan het alleen maar beamen.

Voor het volledige programma van het theaterfestival kijk je op http://www.theaterfestival.be/