Een verdacht adjectief – op zoek naar de juiste balans tussen sociaal en artistiek

De vernissage – MartHa!tentatief
Karamazov – De Figuranten

INES MINTEN

‘Sociaal-artistiek’ theater. De term blijft iets verdachts hebben. Het koppelteken suggereert gelijkwaardigheid tussen beide delen van het woord. Een sociaal-artistieke productie is net zo artistiek als sociaal. Maar klopt dat zomaar? Wordt theater niet altijd verondersteld artistiek te zijn? Dient het pleonasme misschien als camouflage voor een al dan niet misplaatst minderwaardigheidsgevoel? In de praktijk draait het hem om het vinden van een juist evenwicht tussen de twee leden van het adjectief.

Intussen wordt de sociaal-artistieke praktijk al tien jaar erkend door het cultuurbeleid, en heeft dit veld voortaan zelfs een eigen festival: het allereerste Enterfestival vond van 10 tot 14 november 2010 plaats in Brugge. Er beweegt dus heel wat. Dat is ongetwijfeld mee de verdienste van een aantal producties die dat heikele evenwicht tussen sociaal en artistiek behoorlijk goed hebben weten te vinden. Toch blijft sociaal-artistiek theater vaak het verwaarloosde broertje van het theater-dat-het-redt-zonder-expliciterend-adjectief: het Theater waarvan men het artistieke gehalte nooit in vraag stelt. Sociaal theater, daar zou toch geen hond naar willen kijken? Maar ook mét de toevoeging ‘artistiek’ hebben veel van dergelijke projecten het moeilijk om een regulier theaterpubliek te bereiken, terwijl het doorgaans wel beoogt om uit de cirkel van vrienden, kennissen en sympathisanten te breken. Alleen mankeert nog de reputatie. De titel ‘sociaal-artistiek’ wordt dubieus bevonden. Men wil het echte werk zien. Echte acteurs. Professionals. Die vooroordelen zijn niet altijd onterecht. Een maker moet uit het juiste hout gesneden zijn om met verre van professionele acteurs – vaak mensen met een problematisch privéleven – een kwaliteitsvol artistiek product te maken. Soms mislukt dat grandioos, met een vervelende tot ronduit gênante kijkervaring als resultaat. Producties die de gelijkwaardigheid in hun adjectief bereiken, zetten voluit in op de sterke punten van hun spelers en laten de minder overtuigende spelkwaliteiten in de schaduw. In het beste geval maken ze hun adjectief overbodig.

KIJKEN NAAR, NIET NAAST

De vernissage, een samenwerking van het theatercollectief MartHa!tentatief en enkele lokale sociale partners, kun je onderbrengen onder de noemer van ‘het betere sociaal-artistieke werk’. Bart Van Nuffelen en co deden interviews met de mensen die dag in dag uit rondhangen op het beruchte Antwerpse De Coninck-plein: straatbewoners, (ex-)drugs- en alcoholverslaafden, personen die niet goed weten waar naartoe en hun leven dus maar een tijdje op het plein parkeren. Drie maanden hebben de ‘mensen van het plein’ allerhande workshops gevolgd en kunstwerken gemaakt. De vernissage uit de titel slaat onder meer op de tentoonstelling van die werken, een prelude tot de voorstelling. Op basis van alle verhalen die Van Nuffelen intussen verzamelde, schreef hij een nieuw geheel. Het is een beproefde en verdedigbare manier van werken. Van Nuffelen is dicht bij de realiteit van zijn spelers gebleven. Hij vertelt een sociaal verhaal, hun verhaal, dat de stem van Gert Jochems door koptelefoons in de oren van de toeschouwers giet. Toch krijgen de pleinbewoners een prominente rol in de uitvoering. Ze zijn allen mee aanwezig, helpen de avond in goede banen leiden, rollen en slepen met decorstukken, illustreren live hun eigen of elkaars verhaal. Voor één keer kijkt het publiek naar en niet naast de mensen van het plein. Sociaal opzet geslaagd. En door de pleinbewoners te laten doen wat ze konden en niet meer van hen te vragen dan dat, heeft MartHa!tentatief tegelijk zijn professionele kwaliteit bewaakt. Artistiek opzet net zo geslaagd.

ZAPPEN DOOR DOSTOJEVSKI
De voorstelling Karamazov van De Figuranten zet het sociaal-artistieke adjectief op een andere manier in praktijk om. Hier slaat de sociale poot niet op de inhoud, noch dient het artistieke als schaamlap voor het eerste deel van het woord. Bij deze voorstelling is het uitgangspunt sociaal, het resultaat echter, is puur artistiek. De Figuranten is een sociaal-artistiek gezelschap uit Menen, de West-Vlaamse grensstad met een hoger percentage historisch gegroeide kansarmoede dan het Vlaamse gemiddelde. De Figuranten werken al tien jaar met hun doelgroep en wisten zich met hun producties al meer dan eens in de kijker te plaatsen. Karamazov is een project van gastregisseur Ivan Vrambout. Veel meer dan het MartHa!tentatief zet hij zijn spelers in als spelers. Gewaagd, maar met resultaat. De Figuranten zetten een opmerkelijke bewerking neer van De broers Karamazov. Een kleine duizend pagina’s had Fjodor Dostojevski nodig om het relaas van het ontwrichte gezin Karamazov te vertellen. Hij stapelt verhaal op verhaal, uitweiding op uitweiding, personage op personage. Genadeloos fileren De Figuranten die dikke Dostojevski nu, tot er niet meer overblijft dan dat wat de makers en spelers als de essentie beschouwen. Hun essentie, welteverstaan. Die geven ze weer in zo’n 45 minuten uiterst gebald theater, met of zonder adjectief. Acht personages en achttien korte scènes. Meer hebben ze niet nodig om recht in het hart van de roman te priemen.

Wanneer, pakweg, Guy Cassiers een literaire klepper ensceneert (we noemen lukraak: Onder de vulkaan van Malcolm Lowry of De man zonder eigenschappen van Robert Musil), dan is de eerste opdracht voor de acteurs: ‘lees het boek’. Komt Ivan Vrambout met zo’n vraag bij zijn spelers, dan lachen ze hem onomwonden het podium af. De Figuranten vragen een andere benadering. Toch twijfelde Vrambout geen seconde aan de geschiktheid van het materiaal. Hij vond in het boek een aantal thema’s waarvan hij de relevantie voor een sociaal-artistiek project hoog achtte: eergevoel, het recht om het lot in eigen handen te nemen, de zoektocht naar en het recht op vrijheid, het geloof, de schuld… Al die thema’s komen aan bod in de zoektocht van de personages naar hun eigen positionering tegenover de bullebak in vader Karamazov (een sterke vertolking van Mathieu Tierrie). ‘Pjotr Karamazov leeft zonder enige zelfkritiek en met de nodige wil tot provocatie. De zonen en de hele entourage zoeken een antwoord op zijn gedrag’, zegt Vrambout. Een belangrijke spil in die zoektocht is zoon Ivan (Karel Vanaudenaerde). Hij heeft gestudeerd en zijn atheïstisch-filosofische theorieën hebben grote invloed op de rest van de familie. ‘O de mensen niet by machte zyn vo elkander te beoordelen, en o er geen God es, ton es olles veroorloofd’, luidt er de gevulgariseerde versie van. Alosja (Patrick Van Kerckhove) zet zich tegen de filosofie van zijn broer af door zijn heil te zoeken in religie. De meeste anderen incorporeren Ivans theorie, maar zetten ze wel naar hun hand. Voor de knecht annex bastaardzoon (Olivier Dewiest) is het simpel: alles is geoorloofd, zelfs moord. Punt. Dimitri (Pieter Vanaudenaerde) oreert dan weer dat je provocatie mag tegengaan met geweld. Het immorele karakter van zijn vader haalt hij aan als extra excuus. Groesjenka, de vriendin van de vader die het tevens aanlegt met Dimitri (Tamara Seynhaeve), bepleit een radicale vrijheid van meningsuiting. Het bizarre personage Muis (compleet met muizenkostuum) besluit het pand te verlaten: ze heeft al te veel gezien en is van mening dat je confrontaties sowieso het best uit de weg gaat. Ivan zelf krijgt het laatste woord. Maar in plaats van oplossingen te bieden, zoals iedereen dat van hem verwacht, laat hij als een ware filosoof de antwoorden in het midden. ‘Wuk doe je nu met (…) zo’ne provocateur. Neerslaan? Zouden we em neerslaan? Nere knallen?’ Hij richt zijn slotmonoloog rechtstreeks naar het publiek. Iedereen moet zichzelf naar eer en geweten een mening vormen.

De eigenlijke thema’s waren voor Vrambout de belangrijkste aanleiding om met De Karamazovs aan de slag te gaan. ‘Ik ben van mening dat een regisseur het best zelf een inhoud meeneemt in het werkproces’, zegt hij. ‘Op die manier kunnen spelers binnen een sociaal-artistieke organisatie zich volledig engageren in het spel, waarin ze als speler en als persoon kunnen evolueren.’ Vier maanden lang hebben makers en spelers rond Dostojevski’s roman samengewerkt. Spelend en improviserend tastten ze de thema’s af. ‘Op zo’n verkennende manier kiezen we de personages. Nadien spelen we enkele scènes en interview ik de spelers over de thema’s die relevant zijn voor hun personage.’ Met al die informatie in het achterhoofd begon Ivan Vrambout vervolgens te schrijven. De spelers zetten de tekst van Vrambout nadien weer om in eigen woorden, hun eigen dialect. Dankzij de naturel die ze op die manier bereiken, loopt de voorstelling nergens in de val van stuntelig, amateuristisch spel. Hoewel de uit de roman gedistilleerde thema’s aansluiten bij wat de spelers in het dagelijks leven belangrijk vinden, zit het sociale luik in deze voorstelling nergens het artistieke in de weg. Het resultaat van deze manier van werken is een spitse, snelle en brutale bewerking die erin slaagt om dicht
bij de geest van Dostojevski te blijven en de spelers toch dicht op de huid te zitten. Karamazov biedt een scherpe, zij het ontzettend uitgezuiverde eenentwintigste-eeuwse blik op Dostojevski’s materiaal. Theater zoals Karamazov heeft geen adjectieven nodig. De voorstelling is onverdacht en evenwichtig artistiek, met een gezonde sociale reflex als uitgangspunt.

Het woord sociaal-artistiek zal zijn dubieuze connotatie misschien nooit volledig kwijtraken. Je kunt dat jammer vinden voor producties die een betere reputatie verdienen. Maar je kunt het ook anders zien. Zolang gezelschappen door de term uitgedaagd worden en er nieuwe en boeiende invullingen aan weten te geven, kan hij het theaterlandschap ook net verrijken. Die groepen mogen hun adjectief dragen als een geuzennaam.

De vernissage, gezien op 14 april 2010 op locatie in Antwerpen. Karamazov, gezien op 20 juni 2010 in CC De Steiger, Menen.

Deze tekst kwam tot stand in het kader van Corpus Kunstkritiek, een initiatief van VTi – Vlaams Theater Instituut, met steun van Vlaams-Nederlands Huis deBuren. http://www.vti.be/corpuskunstkritiek

De teksten van het Corpus Kunstkritiek vallen onder de licentie Creative Commons Attribution-Noncommercial-No Derivative Works 2.0 Belgium, wat betekent dat de teksten verspreid, maar niet veranderd mogen worden. Elke vorm van verkoop of betalende distributie is apart te onderhandelen, contacteer VTi.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: