Fikry El Azzouzi: “Schrijver ben je heel de dag door”

26/05/2016

Fikry El Azzouzi besloot van de ene dag op de andere dat hij schrijver wou worden. Beginnen en volhouden, dan zou het wel lukken. Tien jaar later is hij volop bezig aan zijn vierde roman en geldt hij als een van de meest beloftevolle stemmen in de huidige theaterliteratuur. “Maar al wat naar zakelijk ruikt, zorgt voor stress.”

_MG_0304-2“Mijn nieuwe roman is het derde deel van de trilogie die begonnen is met mijn debuut, Het Schapenfeest. Ik heb de eerste versie volledig af, maar ben nu alles aan het herschrijven om er de juiste toon en het goede ritme in te krijgen. Dan vertrekt hij naar de uitgeverij en in oktober verschijnt hij.”

Wanneer wist jij eigenlijk dat je schrijver wou worden?

“Zo’n 10 jaar geleden kreeg ik opeens een ingeving: Ik wil schrijver worden. En ik dacht er onmiddellijk bij: Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? Noem het arrogantie of een manier om mezelf op te peppen, want uiteraard besefte ik wel dat ik niet zomaar even een roman uit mijn mouw zou schudden. Ik wist dat ik er hard voor zou moeten werken en dat ik niet te snel zou mogen opgeven als ik er iets mee wilde bereiken. Literatuur interesseerde me al langer. Ik las veel boeken en las ook graag verhalen over de werkroutine van schrijvers. Waarschijnlijk borrelde het dus al wel even, maar het echte plan is er heel spontaan gekomen. Ik had in mijn familie of wijdere omgeving ook geen voorbeelden die me stimuleerden om te gaan schrijven of zo. Ik ben er puur op mezelf mee begonnen.”

Hoe redde je het in die beginjaren financieel?

“Een schrijver ben je heel de dag door, niet zomaar even tussendoor. Ik wou dus hele dagen kunnen schrijven, maar moest intussen wel mijn brood verdienen. Daarom ben ik aan de slag gegaan als bewakingsagent voor een energiebedrijf: je zit aan een bureau en zolang er niets gebeurt, heb je behoorlijk wat tijd om te lezen en te schrijven. Die job heeft me heel hard geholpen om mijn eerste roman tot stand te brengen. Ik ben er pas mee gestopt na Drarrie in de nacht, mijn derde. Het bedrijf had het moeilijk, waardoor er geregeld periodes van economische werkloosheid waren. Omdat ik ook almaar meer opdrachten voor theaterteksten kreeg, heb ik toen ontslag genomen. Dankzij het theater en een column hier of daar lukt het me tegenwoordig om van mijn pen te leven.”

Première Alleen, tg Stan, dinsdag 14 juni, Monty
Roman Alleen zij, verschijnt in oktober bij Uitgeverij Vrijdag.

Lees de volledige Kanttekening op www.kunstenloket.be

Advertenties

Actrice-theatermaakster Lies Pauwels: “Ik pomp mijn bloed in al wat ik doe”

02/03/2016

“Het is een lastige periode voor me”, vertelt theatermaakster Lies Pauwels. Ze was twee weken aan het repeteren aan haar nieuwe monoloog Melle toen ze te horen kreeg dat de muziektheatervoorstelling geen projectsubsidie kreeg. Aan artistieke visie en expertise nochtans geen gebrek: Pauwels zou spelen, Josse De Pauw had de tekst klaar, Ad Cominotto fungeerde als muzikale coach. Maar nee: het project werd afgeketst op een net niet ‘heel goed’ zakelijk dossier. Een bittere pil, zeker omdat er al een speelreeks van 18 voorstellingen vastlag. Maar zonder geld kun je geen professioneel theater maken, dus heeft ze noodgedwongen heel de tournee geannuleerd. “Ik ben een vechter en blijf vechten, maar het is wel allemaal erg vermoeiend en echt niet fair.”

“We geven Melle niet zomaar op, hoor. In het najaar van 2017 willen we er opnieuw voor gaan. We maken werk van een nieuw en sterker dossier: we hebben nu het voordeel dat we de tijd hebben om onze ideeën nog beter te onderzoeken en dus het concept nog steviger te maken. Intussen zet ik alles op alles om een totaal nieuwe productie uit de grond te stampen. Die zou dan op Theater aan zee 2017 in première gaan.
Het zijn in het algemeen moeilijke tijden voor de theatersector. Financieel ben ik momenteel absoluut slechter af dan toen ik pas begon. Als acteur werk je tegenwoordig met dagcontracten, waardoor er veel meer gaten vallen in je werkschema. Vroeger werkte je meestal in blokken van verscheidene weken tot maanden: van de eerste repetitiedag tot de laatste dag van de speelreeks was je in dienst bij een gezelschap en werd je betaald. Dat is verleden tijd, waardoor je als acteur of theatermaker sowieso meer moet cumuleren. Vlak voor Kerstmis, bijvoorbeeld, was ik tegelijk met mijn voorstellingen White Lies en Hamiltoncomplex aan het touren, een filmscenario aan het schrijven, Melle aan het voorbereiden én les aan het geven. Dan verzuip je even.”

actrice, regisseur en scenarioschrijfster Lies Pauwels

actrice, regisseur en scenarioschrijfster Lies Pauwels

Je jongerenvoorstelling Hamiltoncomplex doet het in elk geval heel goed. Ze is positief onthaald door pers en publiek en ze wordt binnenkort hernomen.

“In maart staan we op het Lift Festival in Londen en daarna spelen we nog op verscheidene plekken in binnen- en buitenland. Ik ben heel gelukkig dat de voorstelling weer wordt opgepikt, want ze ligt me heel na aan het hart.”

Waarom heb je voor een carrière in het theater gekozen?

“Ik ben er van thuis uit een beetje in gerold. Mijn vader (Dirk Pauwels, IM) maakte samen met onder anderen Josse De Pauw deel uit van Radeis en heeft later Victoria, het huidige Campo, geleid. Zelf speelde ik al bij het Speeltheater van Eva Bal. Een richting als kunstgeschiedenis zag ik ook best zitten, maar het voelde op dat ogenblik logisch en organisch om naar de toneelschool te gaan. Ik denk trouwens nog altijd dat het de beste keuze is geweest: de podiumkunsten blijken voor mij de juiste context om wat in me zit naar buiten te brengen en gestalte te geven.”

Had je toen ook al een vastomlijnd idee van wat je precies wilde doen in het theater?

“Nee. Dat heb ik uitgevist bij eliminatie. In het begin heb ik veel uitgeprobeerd en gaandeweg begreep ik beter wat me wel en niet lag of wat ik al dan niet belangrijk vond. Ik leg mijn persoonlijkheid heel erg in wat ik doe – ik pomp er mijn bloed in. Dat kun je alleen als je echt volledig achter een project staat. Als ik nu een voorstel krijg waarvan ik weet dat het niets voor mij is, dan zal ik niet toehappen. Zulke dingen leer je maar gaandeweg.”

Was het moeilijk om je als starter een weg te banen in de theaterwereld?

“Dat ging behoorlijk vlot. Ik heb het geluk gehad dat ik heel snel door een aantal mensen ben opgepikt. Meteen nadat ik was afgestudeerd, kreeg ik een rol in de tv-serie Moeder, waarom leven wij?, waar ik al meteen met veel verschillende mensen heb kunnen samenwerken. Vervolgens ben ik onder meer bij De Vereniging van Enthousiasten en Erik De Volder terechtgekomen. Ik heb ook meegespeeld in de trilogie Moeder en kind, Bernadetje en Allemaal indiaan van Arne Sierens en Alain Platel, onder de vleugels van Victoria. Die beginperiode is bepalend geweest voor de weg die ik als kunstenaar ingeslagen ben.”

Kon je er dan ook meteen van leven?

“Ja. Maar goed, in periodes zonder contracten, krijg ik een uitkering. Als je die meerekent, dan heb ik er inderdaad altijd van kunnen leven. Rijk ben ik niet, verre van. En ik weet dat ik veel meer geld zou kunnen verdienen als ik het iets slimmer aan boord legde, maar ik heb daar het hoofd niet voor en ik wil met dat soort zaken ook zo weinig mogelijk bezig zijn.
Anderzijds vind ik het wél vervelend dat je sommige maanden al haast moet gaan schooien om een deftig maandloon bij elkaar te krijgen. In die zin ben ik blij dat het RITS, waar ik lesgeef, overweegt om me binnenkort voor enkele uren vast te benoemen. Dan valt mijn uitkering volledig weg, maar is er wel elke maand een klein vast bedrag waarop ik kan rekenen. Dat zou een en ander vereenvoudigen.”

Je zegt dat je niet graag bezig bent met financiële zaken. Ben je voor zakelijk advies al eens bij het Kunstenloket geweest?

“Toen ik mijn vzw Sontag heb opgericht, ben ik daarvoor bij Kunstenloket te rade gegaan. Hoewel ik moet toegeven dat Kelly De Cock, mijn zakelijke partner, dat voornamelijk voor mij heeft gedaan: hoe richt je een vzw op, hoe vraag je projectsubsidie aan… Ik liet het allemaal graag aan Kelly over, want dat soort materie gaat er bij mij heel moeilijk in. Het is als met een computer: ik werk ermee, maar ik hoef echt niet te weten hoe het allemaal in elkaar zit. In elk geval hebben we in die periode veel aan het advies van Kunstenloket gehad.”

Hoe ervaar je de balans tussen werk en privéleven?

“Er bestaat bij mij geen duidelijke scheiding tussen beide. Zo heb ik het ook het liefst, want mijn beroep is mijn manier van leven: ik ben thuis ook actrice en theatermaker. Niet dat ik mijn man en kinderen zit te regisseren of zo (lacht), maar het is niet iets wat je zomaar afzet. Als ik met een productie bezig ben, zit ik daar in mijn privétijd ook over na te denken. En als ik in het buitenland werk, neem ik mijn dochters zoveel mogelijk mee. In Melle zullen ze trouwens samen met mij op de scène staan. Ik denk dat ik best zou gedijen in zo’n echt circusgezin dat constant alles samen doet – maar dat is romantiek, zeker?
Puur praktisch gezien, is het constant puzzelen. Mijn man is freelancefotograaf bij De Standaard, dus hij heeft evenmin regelmatige uren. Het is niet altijd eenvoudig, maar met wat hulp van de familie lukt het wel. We proberen er ook zoveel mogelijk te zijn voor de kinderen. Dat is dan weer het voordeel van de job: je hebt periodes waarin je veel weg bent, maar daar staan periodes tegenover waarin je bijna constant thuis bent. Mijn eigen ouders waren veel afwezig en dat heeft mijn persoonlijkheid voor een stuk gevormd: het heeft me sterk gemaakt, maar het heeft zeker ook sporen nagelaten. Daarom proberen we er altijd voor te zorgen dat minstens een van ons thuis is om de meisjes in bed te stoppen.”

www.sontag.be

Lees deze Kanttekening bij Kunstenloket.


Lies Pauwels: “Ik geef geen antwoorden met mijn voorstellingen, ik stel liever vragen”

24/09/2015

Tot eind november reist theatermaakster Lies Pauwels door Vlaanderen, Nederland en een heel klein stukje Frankrijk met Het Hamiltoncomplex, een filosofische en visuele 13+-voorstelling met woord en beweging. Ze broedde al enkele jaren op het idee: een stuk over keerpunten en kenteringen moest het worden, over grote omwentelingen op individueel niveau en op wereldvlak. Ze koos daarvoor een cast van 13 meisjes van 13 jaar en een bodybuilder.

Ik interviewde haar voor Staalkaart over het maakproces van de productie. Een fragment.

hamiltons090
“13 is een symbolische leeftijd”, vindt theatermaakster Lies Pauwels. “Het is het kantelmoment tussen kind zijn en volwassen worden. Je draagt alles wat je al was en alles wat je nog zult worden in je.” De bodybuilder staat voor veiligheid en geborgenheid. “Ik wou die bende opgroeiende meisjes iemand geven van wie je verwacht dat hij je letterlijk en figuurlijk kan dragen. Zo kan hij ook symbool staan voor de maatschappij, die het individu al dan niet voldoende onderstut. Tegelijk kun je achter die grote spiermassa veel leegte vermoeden. Onder al dat uiterlijk vertoon is hij ook maar een mens met zijn eigen mogelijkheden en mankementen.” In die korte uitleg gaan Lies Pauwels’ voornaamste thema’s schuil: identiteit (wat is dat precies, wat vormt of misvormt haar?), individu versus maatschappij (waar eindigt noodzakelijk conformisme en waar begint beknotting van vrijheid?), façade (en wat overblijft wanneer die langzaam afbrokkelt). Ze komen in de loop van het gesprek aan de oppervlakte drijven, in stukjes en brokjes, maar tekenen zich uiteindelijk overduidelijk af in het geheel. Het is kenmerkend voor hoe Lies Pauwels spreekt, en evenzeer voor hoe ze werkt. De gedachten waaieren uit, komen weer samen, verspreiden zich opnieuw, en toch is er samenhang op het eind van de rit. “Ik kies niet snel voor één onderwerp en een gestructureerde verhaallijn. Ik hou van fragmentarische stukken, maar dan wél met een compleet emotioneel verloop.”

Uit de chaos, de verbanden
We lijken op allerlei vlakken op een groot kantelmoment te staan. De technologie, het milieu, de economie… alles lijkt hard te evolueren of anders wel aan verandering toe te zijn. “Is het no way back of zal alles toch gewoon blijven doorgaan?” vraagt Lies Pauwels zich af. Wordt het het soort keerpunt dat je in heel de geschiedenis terugvindt? De Franse revolutie, de industriële revoluties, de Renaissance. Noem maar op. Ze zetten alles op losse schroeven en de individuen die zulke historische kenteringen ondergaan, moeten zich er maar toe zien te verhouden. Lies Pauwels spreekt voorzichtig en zoekend, geeft voorbeelden en neemt ze meteen weer terug. Het gesprek vindt middenin het repetitieproces plaats en veel materiaal moet nog een plekje krijgen in de voorstelling. Welke bron zal het halen en welke niet? Als iets erin zit, welke vorm krijgt het dan? Ze heeft het meest uiteenlopende materiaal verzameld en heeft haar ploeg daarmee aan het improviseren gezet. “Ik vertrek vanuit grote chaos: alles ligt naast en door elkaar. Al die dingen beginnen zich vervolgens in verschillende lagen in mijn hoofd te nestelen en uiteindelijk begin ik verbanden te zien. Zo krijgt een idee stilaan vorm. Op dit ogenblik onderzoek ik bijvoorbeeld een idee rond een schilderij van een jonkvrouw die met de Dood danst.” Dat soort iconische beelden wil ze zeker in de voorstelling verwerken – als clichés die ze dan vervolgens wil overstijgen. Toch aarzelt ze weer om door te gaan. “Ik vind het altijd moeilijk om ideeën die ik nog niet ten volle heb kunnen onderzoeken al vastgelegd te zien in een artikel”, zegt ze. “Als ik ze lees als feiten, ben ik onmiddellijk geneigd ze niet langer te gebruiken, omdat het dan lijkt alsof ze hun bestaan al gehad hebben…”
De spelers krijgen evenmin alle details van Pauwels’ hersenspinsels te horen: “Hoewel het belangrijk is voor hen om de oorspong van hun materiaal te kennen, zal ik ze nooit dat schilderij tonen en vragen om eens eventjes allemaal dansende jonkvrouwen te spelen. In plaats daarvan probeer ik hen te injecteren met allerlei opdrachten, op zo’n manier dat ik iets van hen terugkrijg wat mijn thema voedt, maar wat ik niet in mijn eentje had kunnen verzinnen.”

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Baldadig en frontaal
Zodra een idee dan effectief op de speelvloer wordt gelegd, is alle voorzichtigheid zoek en wordt het compleet binnenste buiten gekeerd. “Op dat moment ga ik allerminst nog heilig met mijn bronnen om”, legt de theatermaakster uit. “Dan benader ik ze baldadig en frontaal, zodat het resultaat absurd en surrealistisch wordt.” Ze worden uitgepuurd tot vingerknippen en zijn dan weer weg, om later in de voorstelling weer terug te komen. Of net niet. “Middenin een improvisatiesessie laat ik de meisjes dan ineens een bepaald rekwisiet gebruiken: een kapje, een rokje of een ander kledingstuk. Zo transformeren ze. Dat is iets helemaal anders dan iets spelen. Snap je?”
De grote schare snelle kostuumwissels die op die manier ontstaat, ligt wél al vast. Ze moeten het hele transformatie-idee achter de voorstelling extra in de verf zetten. Een resem hoofddeksels verschijnt en wordt weer afgeworpen. De meisjes doen iets met schoenen en zwieren ze weer uit. “Doordat de meisjes zichzelf continu transformeren, transformeert ook de scène onophoudelijk. Al wat ze wegwerpen, blijft gewoon liggen. De façade brokkelt af en uiteindelijk zitten we op de brokstukken die overblijven: van de wereld of ons eigen leven… dat mag iedere toeschouwer voor zichzelf invullen.”
Lies Pauwels geeft niet graag antwoorden met haar voorstellingen. Ze stelt veel liever vragen. “En ik schuw het mechanisme van de contradictie daarbij niet. Ga je na afloop met al die vragen naar huis of formuleer je al tijdens het kijken een eigen antwoord? Misschien heb je er volstrekt geen boodschap aan – ook dat kan en mag. Het is eigen aan mijn creaties: omdat er veel lagen in zitten, is de kans groot dat jij er dingen in ziet die de persoon naast je niet ziet en omgekeerd. Veel hangt af van wie je bent en wat je al hebt meegemaakt. Zo gebruik ik allerlei muziek van vroeger: klassieke muziek, maar ook protestsongs uit de jaren 60. Wie de muziek kent, hangt er een andere betekenis aan vast dan jonge mensen die hem voor het eerst horen.”

De rest van het artikel kun je lezen in Staalkaart #30, de dikste Staalkaart ooit.

Speeldata:
www.hetpaleis.be


Het nieuwstedelijk = Braakland/ZheBilding + De Queeste

30/05/2015

Ze kondigden het aan als een verloving: theaterhuizen De Queeste en Braakland/ZheBilding smelten samen tot één huis. Het huwelijk krijgt ook een nieuwe naam: het grootstedelijk. Het zal even duren voor dat smeuïg in de mond ligt, maar het geeft wel weer waar het nieuwe huis voor wil staan. Vanavond – 30 mei 2015 – vanaf 19.30 uur lanceren ze het gezamenlijke project tijdens een startfeest in OPEK, Leuven.

“Met het nieuwstedelijk willen we mee vorm geven aan de stad en de samenleving van morgen”, zegt Stijn Devillé, directeur van het nieuwstedelijk. “We vertellen verhalen over het leven vandaag. We geven er klank aan en gaan erover in gesprek. Theater, muziek en debat vormen de kern van het artistieke werk van ons nieuwe theaterhuis. Dat werk geven we vorm vanuit de sterktes die we jarenlang hebben opgebouwd: nieuwe creaties rond hedendaagse thema’s, locatie- en interviewprojecten, de combinatie van tekst en muziek en de ondersteuning van jong talent. Samen kunnen we ook een stuk verder gaan.”

Adriaan Van Aken, Christophe Aussems, Stijn Devillé, Els Theunis en Sara Vertongen vormen de artistieke kern van het nieuwe theaterhuis. “Samen zetten we dit jaar onze eerste projecten in de steigers, maar houden ook nog een paar spannende plannen achter de hand. Het komende seizoen wordt voor het nieuwstedelijk een soort nuljaar. In de volgende twee, drie jaren krijgt het nieuwe huis zijn beslag.” In totaal brengt het nieuwstedelijk het komende seizoen elf producties.

Het nieuwstedelijk wordt het stedentheater voor Leuven, Hasselt en Genk. “We willen echt een stedentheater vormen voor het gebied tussen Brussel en Maastricht” stelt Devillé. “Dat zie je ook aan onze premières en locatieprojecten. Die vind je gespreid in Limburg en Leuven. Uiteraard blijven we ook toeren in Vlaanderen en Nederland. Met de voorstelling Hoop hebben we dit jaar een indrukwekkende tournee voor de boeg. Ook internationaal ziet het er dit jaar goed uit met heel wat interesse voor onze Engelstalige voorstelling Last Call.” Uitvalsbasis wordt OPEK in Leuven.

Startfeest en eerste voorstelling

Tijdens het startfeest geeft het nieuwstedelijk een vooruitblik op het nieuwe seizoen en een inkijk in de plannen van het nieuwe project. Huismuzikanten Rudy Trouvé, Youri Van Uffelen, Myrthe Luyten en Geert Waegeman spelen intieme concertjes doorheen het gebouw en houden een blind date met elkaar. Acteurs Simone Milsdochter en Jonas Van Thielen brengen fragmenten uit voorstellingen. Theatermakers Stijn Devillé, Adriaan Van Aken, Christophe Aussems, Maarten Ketels en Jessa Wildemeersch laten meekijken in hun werkproces, nemen hun bibliotheek mee en laten beklijvende interviewfragmenten horen. En op het dakterras kan je terecht voor de ultieme theaterervaring: Chris Lomme wacht je op en fluistert je iets toe dat alleen voor jouw oren bestemd is.

Maar tijdens het -gratis- startfeest neemt het nieuwe theaterhuis ook de ruimte om even achteruit te blikken. Actrice Sara Vertongen doet een poging om 18 jaar aan voorstellingen van de Queeste en Braakland/ZheBilding samen te vatten in een monoloog van 15 minuten. 114 voorstellingen in 15 minuten: 4 seconden per voorstelling dus. Met nadien een feest met de band King Dalton en dj Armand.

VUUR, de eerste productie van het nieuwe huis gaat in première op 20 juni op locatie in Heusden-Zolder.

www.nieuwstedelijk.be


Guy Cassiers en Tom Lanoye maken Hamlet vs Hamlet: ‘Shakespeare moet smoorverliefd geweest zijn op theater’

08/05/2014

Voor hun vijfde samenwerking zetten Guy Cassiers en Tom Lanoye hun tanden in Hamlet – het stuk der stukken. Een negenkoppige cast (samengesteld uit de verenigde Toneelhuis- en Toneelgroep Amsterdam-stallen), een vrouw in de hoofdrol, Lanoyes bevlogen vijfvoetige jamben en Cassiers’ multidisciplinaire Fingerspitzengefühl: voer voor een Hamlet die de confrontatie met alle voorgaande ensceneringen aandurft. En laat dat net het opzet zijn…

Ik herneem hier een deel van het artikel dat ik over de productie geschreven heb in Staalkaart. Resterende speeldata vind je op www.toneelhuis.be

Shakespeare heeft Hamlet – net als zoveel andere verhalen uit zijn portfolio – niet zelf verzonnen. Vandaag gaan literatuurwetenschappers ervan uit dat Thomas Kyd de oerversie heeft geschreven. Guy Cassiers: ‘Shakespeares teksten hebben ook lang niet allemaal een perfecte schriftuur of dramaturgische opbouw. Maar hij heeft ze wel in een vorm weten te gieten die vandaag nog altijd fascineert. De liefde voor het theater zit een stuk als Hamlet in de genen: Shakespeare moet smoorverliefd zijn geweest op het theater. Hij wou zijn acteurs laten schitteren. En dat deed hij in een taal en stijl waar we vandaag nog altijd jaloers op mogen zijn. Bovendien bevatten veel van zijn stukken mysterie: niet alles wat hij vertelt, wordt verklaard. Precies daardoor blijft zo’n werk mij en vele anderen stimuleren om almaar nieuwe betekenissen tussen die lijnen te ontdekken. En precies daardoor blijft Shakespeare ook het publiek boeien.’

Ontsporende verbeelding
Toch lag Hamlet niet al jaren op Guy Cassiers’ kast te wachten om afgestoft te worden. ‘Het idee begon pas echt te gisten nadat ik de roman Heart of Darkness van Joseph Conrad had bewerkt. Dat hoofdpersonage, kolonel Kurtz, heeft afstand genomen van de realiteit. In zijn verbeelding genereert hij een heel eigen universum. Dat thema vind ik bij Shakespeare terug in Macbeth en Hamlet. Het leek me interessant om me er nog wat meer in te verdiepen door die twee generaties in hetzelfde seizoen op de planken te brengen. Macbeth staat voor de oudere generatie, Hamlet voor de jongere en bij allebei draait het erom hoe je je verbeelding kunt benutten om – dikwijls op een indirecte manier – de realiteit beter te begrijpen. Sla je daarin een verkeerde weg in, dan dreig je verloren te lopen.’
Zowel bij Hamlet als bij Macbeth bevinden we ons onder machthebbers en laat het mechanisme van de macht nu net een van Guy Cassiers’ hardnekkigste thematische stokpaardjes zijn. In beide stukken verliezen de personages grip op de werkelijkheid. ‘Maar er is een groot verschil in maturiteit tussen beiden: Macbeth is een volwassen man, terwijl Hamlet op de drempel van de volwassenheid staat – hij moet nog helemaal gekneed worden.’

Halfwas
Tom Lanoye zette zijn tanden in de tekstbewerking. Het werd de vierde samenwerking met Guy Cassiers, na Mefisto for ever, Atropa. De wraak van de vrede en Bloed & rozen. Het lied van Jeanne en Gilles. In de eerste gesprekken tussen Cassiers en Lanoye was Hamlets status als halfbakken mens een van de belangrijkste kapstokken. Beide makers waren het er roerend over eens dat de Deense prins al te vaak door te oude acteurs wordt neergezet (denk aan Laurence Olivier, Richard Burton of Kenneth Branagh). En zo’n keuze maakt bepaalde scènes en daden in hun ogen ongeloofwaardig. ‘De felle dadendrang én de verlamming door faalangst — allebei eigen aan jonge idealisten — die Hamlet zo typeren, passen niet bij een man die evengoed 35 zou kunnen zijn als 45’, stelt Tom Lanoye. Maar té jong mag hij ook weer niet zijn. ‘Romeo en Julia waren prille pubers, slachtoffers van hun allereerste en dus tomeloze kalverliefde. Zij zijn zich wel bewust van de tegenkanting van hun families, en van de vendetta tussen beide, maar niet van de details, de werking, de historie, de hele politiek van de machten die daarachter schuilgaan. Hun drijfveer blijft zuiver romantisch, van de wereld weg.’ Dat is bij Hamlet al anders. Hij is oud en wijs genoeg om dat soort mechanismen en verhoudingen te vatten. Lanoye: ‘Hij bezit de intelligentie om machiavellisme te detecteren. Maar evenzeer bezit hij nog de jeugdige drang tot zuiverheid, waardoor hij zich daar bij voorbaat en principieel tegen verzet. Hij wordt voortgestuwd door de hooggestemde Sturm und Drang van iedere brandnieuwe generatie, maar — anders dan Romeo en Julia — geeft hij zich rekenschap van álle gevolgen van zijn daden.’ Zodoende wordt Hamlet verscheurd door vertwijfeling. Verontwaardiging, vrees, overmoed, onmacht, zelfhaat, maar ook melancholie en cynisme vechten in hem om de overhand. ‘Dat maakt Hamlet – in tegenstelling tot Romeo en Julia – verwarrend veelzijdig.’
Guy Cassiers ziet dan weer een parallel tussen het personage Hamlet en Europa vandaag. ‘De Europese identiteit is behoorlijk schizofreen’, vindt hij. ‘We dreigen met zijn allen het geloof in de politiek te verliezen. Toch blijft Europa vasthouden aan een tomeloze ambitie: het probeert zich een geloofwaardige identiteit aan te meten en het wereldbeeld mee te bepalen. Maar als er dan iets gebeurt vlak buiten onze grenzen, waar de Arabische lente is ontaard in een Syrische nachtmerrie, staan we er met onze mond vol tanden naar te kijken. Je voelt gewoon de onbeholpenheid van zo’n entiteit die zich groots en stevig voordoet, maar bij de eerste de beste confrontatie in immobiliteit verzandt. Onze Hamlet is als Europa: hij raakt verlamd door alle emoties die in hem woeden.’
‘Alleen zijn verbale energie blijft onverminderd sprankelen’, besluit Tom Lanoye. Om dat te onderstrepen, heeft de auteur de vijfvoetige jambe van Shakepeare behouden. Sinds hij die versvoet eind jaren 90, tijdens zijn bewerking van Shakespeares koningsdrama’s voor Luk Perveval en de Blauwe Maandag Compagnie in de vingers kreeg,laat hij geen kans onbenut om hem nog eens uit de kast te halen. Het metrum vloeit tegenwoordig schijnbaar moeiteloos uit zijn pen.

Theater = mensen
Theater maken is samenwerken. En voor Guy Cassiers en Tom Lanoye draait samenwerken allereerst om de mensen die je daarvoor bij elkaar brengt. Een andere regisseur en auteur komen vanzelfsprekend met een totaal verschillende productie op de proppen. Maar ook de keuze van de acteurs drukt een wezenlijke stempel op het eindresultaat. Bij een Hamlet geldt dat zo mogelijk nog meer dan bij andere stukken. Tom Lanoye: ‘Hamlet ensceneren en interpreteren lijkt me, gek genoeg, hiermee te beginnen: wie speelt die rol? Wie bezit zowel de technische bravoure als de nodige ambivalentie? De maturiteit én de frisheid, de gekte én de helderheid? Elke interpretatie wordt mee bepaald door die keuze, omdat de rol zulke hoge en specifieke eisen stelt. Enkel iemand die sterk van geest is maar nog jong oogt, en die frêler is dan de volwassenen die hij aanwrijft alle zuiverheid te hebben verloren, kan deze Hamlet geloofwaardig belichamen.’ Wie, o wie? Voor de auteur stond het snel vast. Abke Haring moest de hoofdrol spelen: ‘Haar androgynie, haar kwetsbaarheid en innerlijke kracht zullen ons schimmenspel van zijn en wezen, van zien en zijn, dat hele spiegelpaleis van hartstocht en paranoia alleen maar vergroten.’
Guy Cassiers was het onmiddellijk met hem eens, hoe onvanzelfsprekend het ook lijkt om een vrouw Hamlet te laten spelen. ‘In het verleden hebben al heel wat vrouwen de rol vertolkt’, zegt hij. Naar verluidt zette Sarah Bernhardt in 1899 een ronduit schitterende Hamlet neer. Ook Asta Nielsen, dé ster van de stomme film, nam de rol met veel bravoure op zich. In haar enscenering bleek Hamlet geen prins, maar een prinses: juist omdat ze een vrouw was, werd Hamlet als troonopvolgster geboycot. Een affaire met Horatio mocht in zo’n interpretatie uiteraard niet ontbreken.
In die val willen Cassiers en Lanoye hoegenaamd niet trappen. ‘Onze Hamlet is geen vrouw’, benadrukt Tom Lanoye. ‘Abke speelt een jongeman zoals ten tijde van Shakespeare alle vrouwenrollen werden gespeeld door jongens: niet als travestieten, maar als acteurs die vrouwen belichaamden.’
Wanneer Lanoye theater schrijft, doet hij dat met welbepaalde acteurs voor ogen. Daarom was het voor hem niet alleen belangrijk te weten naar wie de rol van Hamlet zou gaan. ‘Net zoals bij Shakespeare is bij Tom de liefde voor het theater groot’, vertelt Guy Cassiers. ‘Dat is volgens mij zijn grote kracht als theaterauteur: hij schrijft voor de acteurs. Hij hoort hen de teksten uitspreken terwijl hij schrijft, hij ziet hen spelen in zijn hoofd.’

Fragiel
De wederzijdse beïnvloeding van Lanoye en Cassiers blijkt eveneens bijzonder groot. Ze hebben stilaan een geolied mechanisme ontwikkeld om hun beide stemmen optimaal tot hun recht te laten komen. ‘Je hebt veel schrijvers en componisten die slordig met tijd omspringen, maar Tom doet dat niet’, vertelt Guy Cassiers. ‘Hij is heel praktisch ingesteld. Ik ben daar soms best jaloers op. Hij weet maanden vooraf precies wanneer hij wat zal doen. Voor veel auteurs bestaat dan het gevaar dat het schrijven niet wil lukken op het geplande moment, maar Tom heeft daar blijkbaar nog nooit last van gehad. Hij doorloopt ook altijd een heel lang voortraject: welke personages behouden we, welke schrappen we en waarom, hoe komen ze elkaar tegen… Pas als het allemaal glashelder in zijn hoofd zit, begint hij te schrijven. Ik zit dan soms al te denken: O-oh, gaan we het wel halen? Maar als hij eenmaal begint, gaat het schijnbaar vanzelf: hij schrijft even snel als hij praat’, lacht de regisseur. Vervolgens legt Lanoye Cassiers een veel te lange eerste versie voor. En dan begint de wisselwerking. ‘Een auteur die theater schrijft, is erg bekommerd om duidelijkheid. Hij wil dat alle beweegredenen van alle personages duidelijk zijn. Maar tijdens de repetities blijkt dan vaak dat je al die dialogen met achterliggende gedachten niet per se nodig hebt. En dus kun je schrappen. Tom heeft daar ook nooit problemen mee. Er is meestal een groot verschil tussen de eerste versie die hier op tafel komt en de uiteindelijke speeltekst op de première. De repetities dienen er in principe voor om te ontdekken wat we niet nodig hebben. Daarom ook is Tom er altijd bij tijdens de laatste repetitieweken.’ Hoewel het een vertrouwde manier van werken is geworden, waar Guy Cassiers ook blindelings op vertrouwd, blijft het moment waarop hij die allereerste versie open klikt toch altijd razend spannend. ‘Het eigenaardige aan theater is dat de première, de speelreeks en alle contracten al vastliggen vóór het artistieke werk van start gaat. Zelfs na zoveel jaren blijft elke voorstelling weer opnieuw beginnen. Je vertrekt vanuit niets en moet ontdekken. Je ontwikkelt daar na verloop van tijd een zekere rust in, maar toch besef je heel goed dat je je telkens opnieuw in een situatie zet die je weinig biedt om op terug te vallen. Je probeert tenslotte telkens nieuwe paden te bewandelen: dat maakt het net zinvol voor jezelf en alle andere betrokkenen, maar het maakt theater ook heel fragiel.’

Hamlet vs Hamlet
Coproductie tussen Toneelhuis en Toneelgroep Amsterdam


Dirk Roofthooft: ‘Het leven is een soep. En maar goed ook’

07/02/2014

Een man sluit bij een arm gezin het water af. De vrouw is thuis met haar twee kinderen. Ze kijkt toe, maar zegt niets. Die avond gaat ze met het hele gezin op de sporen achter het huis liggen en laat ze de trein hun lot bezegelen. Is de waterafsluiter verantwoordelijk voor de dood van die mensen? Wat voor iemand is hij? Is de samenleving verantwoordelijk? En wie is die vrouw die haar man en kinderen meeneemt in de dood? Waarom doet ze wat ze doet? Waarom gaat haar echtgenoot in haar beslissing mee? Al die vragen en meer cirkelen door de voorstelling De waterafsluiter, zoals ze eerder cirkelden door het hoofd van acteur, co-auteur en co-regisseur Dirk Roofthooft.

Dirk Roofthooft baseerde de monoloog op een gelijknamig kortverhaal van Margueritte Duras. Naar aanleiding van de première in maart 2013 interviewde ik de maker voor Staalkaart. Vanaf 21 februari 2014 herneemt Dirk Roofthooft zijn monoloog. Ik herneem (een stukje van) het artikel.

(c) Muziektheater Transparant

Reconstructie van afwezige woorden
In De waterafsluiter probeert Marguerite Duras het stilzwijgen van de geschiedenis literair te reconstrueren. ‘Je voelt meteen dat het verhaal echt is, dat ze het niet bij elkaar gefantaseerd heeft’, vindt Dirk Roofthooft. De auteur las over het gezinsdrama in de krant: een fait-divers. Blijkbaar was de vrouw na het bezoek van de waterafsluiter nog iets gaan drinken in een café. Niemand weet wat ze daar gezegd heeft en dat intrigeerde Duras. ‘Net dat is voor haar literatuur: trachten te achterhalen wat de woorden waren of hadden kunnen zijn. Mochten de historische woorden bekend zijn, ze zou er nooit een tekst over hebben geschreven.’ Het is niet verwonderlijk dat die reconstructie van afwezige woorden Dirk Roofthooft treft. Precies zo’n zoektocht voert hij zelf dag na dag. ‘Ik ben altijd het meest geïnteresseerd in wat een tekst, een schilderij, een acteur níét laat zien. Zelfs al ben je Leonard Nolens, dan nog blijft de taal onbekwaam om uit te drukken wat je voelt. En dus moet je woorden uitspreken die de nieuwsgierigheid prikkelen naar wat niet wordt gezegd. Om diezelfde reden hou ik van poëzie: slechts enkele lijnen staan voor een hele wereld.’

Recht op repliek
De woorden waarmee Marguerite Duras de stilte invult, maken van de waterafsluiter een vreselijke man zonder enig moreel besef, die rechtstreeks verantwoordelijk is voor de dood van het gezin.
Waarom moet die waterafsluiter per se zo’n onuitstaanbaar type zijn? vroeg Dirk Roofthooft zich opeens af. ‘Wie weet was hij in werkelijkheid wel een heel lieve man?’ Hij vond zichzelf een domme lezer: ‘Waarom had ik daar 15 jaar lang niet bij stilgestaan?’ En hij sloeg aan het fantaseren. Is de moeder niet méér verantwoordelijkheid voor de dood van haar gezin dan de werknemer van de watermaatschappij? ‘Ik vond plotseling dat die man op zijn minst een repliek verdiende. En dus heb ik er één geschreven.’ De waterafsluiter gaat eerst fel in de verdediging. Daarna wordt hij klein en immobiel: ‘De opgeblazen kikker verdwijnt en je ziet in dat hij die dag ook een beetje gestorven is: hij lijdt enorm onder de gevolgen van zijn daad. De versie van Duras kwam me nu iets te zwart-wit over.’

Minestrone
De voorstelling biedt de verschillende interpretaties aan, maar neemt zelf geen standpunt in. ‘De verantwoordelijkheid flipt alle kanten uit’, zegt Dirk Roofthooft. ‘Ik vind het te simpel om verantwoordelijkheid en schuld zomaar bij één persoon te leggen. Een mens is toch maar een muntstuk op zijn kant dat door omstandigheden de ene of de andere richting uit valt? Achteraf is het altijd gemakkelijk om een keuze of beslissing als goed of fout te beoordelen, maar op het moment zelf ben je je soms niet eens bewust van een keuze. Desondanks draag je er wel voor de rest van je leven de gevolgen van.’ Roofthooft wil met zijn voorstelling het publiek vooral aan het denken zetten. Waar ligt de verantwoordelijkheid van de waterafsluiter, van de samenleving, van de vrouw die beslist over het leven van haar kinderen? ‘Onze maatschappij zoekt graag een zondebok. Zodra je een schuldige hebt aangewezen, gaat de rest vrijuit. Maar zo eenvoudig is het niet. Ik hoop daarom dat de mensen na de voorstelling zullen discussiëren en er verschillende interpretaties op na zullen houden. Ik hou niet van een onderverdeling in hokjes: dit is goed en dat is slecht. Dat is mannelijk en dit is vrouwelijk. Het leven is een soep en dat is maar goed ook: een minestrone waarin alles door elkaar loopt. Je hoeft de stukjes heus niet uit elkaar te vissen om ze te laten smaken. Laat het allemaal maar complex zijn.’

Je vindt de speellijst hier.


Valentijn Dhaenens, DeKleineOorlog: “De zinloze zucht naar strijd”

07/01/2014

Hoe zet je oorlog op een podium? Alvast niet door een paar loopgraven na te bouwen of een gevecht te ensceneren, vindt theatermaker Valentijn Dhaenens. In zijn succesvolle monoloog DeGroteMond liet hij speeches van wereldleiders met elkaar resoneren tot één grote ode aan de – vaak gevaarlijke – kracht van het woord. In DeKleineOorlog laat hij de gewone mens antwoorden. De soldaat die ja knikt en naar het front trekt. De verpleegster of dokter die kapotgeschoten levens probeert te lappen. Eerst was er het woord. Toen kwam er een daad. Nu zijn er enkel nog gevolgen.

DeKleineOorlog van en met Valentijn Dhaenens nog niet gezien? De monoloog is anders een prima begin om aan een jaar vol herdenkingen aan de Eerste Wereldoorlog te beginnen. Kijk hier voor speeldata. Ook nu nog niet vastgelegde hernemingen zullen daar verschijnen.

Ik interviewde Valentijn Dhaenens twee maanden voor de première voor Staalkaart. Hieronder: een fragment waarin hij het heeft over het creatieproces. Via de website van Skagen vind je een volledig archief van artikelen, recensies en radio-interviews over de voorstelling. In dat overzicht staat ook mijn tekst volledig.

“Twee maanden voor de première is Valentijn Dhaenens nog overstelpt door interessant en bruikbaar materiaal. Stapels boeken met reepjes papier als geheugensteuntjes tussen de bladzijden. Notities. Flarden tekst. Video en geluidsopnamen. Langzaam beginnen zich in die chaos de contouren van een voorstelling af te tekenen. ‘Eigenlijk hou ik niet zo van chaos’, zegt Valentijn Dhaenens. ‘Ik vloek geregeld dat ik gestructureerder tewerk moet gaan, al helemaal wanneer ik weer eens op een perfect bruikbaar tekstfragment stuit dat ik in de veelheid helemaal uit het oog dreigde te verliezen. Maar uiteindelijk levert die moeizame, zoekende weg voor mij toch de grootste rijkdom op. Ik pluk overal stukjes uit en leg dingen samen in de hoop dat ze op een gegeven ogenblik zullen beginnen te communiceren, wat ook vaak gebeurt. Het is een avontuurlijke manier van werken. Als je bij het begin al een structuur vastlegt, maak je één beslissing en is er daarna geen weg meer terug. Nu kan ik veel open houden en gaandeweg nog dingen aanpassen, of zelfs heel het ding compleet omgooien, precies omdat ik niet naar één specifiek punt toe werk. Dat is ook het voordeel van alleen werken: je kunt heel intuïtief beslissingen nemen, omdat je de keuzes die je wil maken niet aan anderen hoeft uit te leggen en niet hoeft te verdedigen. Er is zo’n quote van Wittgenstein: Die Grenzen meiner Sprache bedeuten die Grenzen meiner Welt. Bij mij is dat echt zo. Als ik iets uitleg – zoals ik ook nu zit te doen – heb ik het gevoel dat jij je er een beeld van vormt, maar dat beeld stemt niet overeen met het mijne. In de communicatie verliezen we veel. Daarom wil ik ook echt dat het een solotrip blijft – een confrontatie met mezelf en mijn gedachten. Dat levert al eens scherpere of extremere beslissingen op, ook al omdat je je niet kunt laten beïnvloeden door wat anderen van jouw ideeën vinden.’
Op zijn laptop heeft Valentijn Dhaenens een mapje met de titel ‘Scherven’. Daarin verzamelt hij ook weer fragmenten, stukjes die hij zelf heeft geschreven, ideeën. Zin per zin vormt zich zo een tekst. ‘De heftigste periode moet nog komen, zegt hij. ‘Mijn monoloog DeGroteMond heb ik op dezelfde manier gemaakt en die heeft pas in de laatste week voor de première zijn definitieve vorm gekregen.’

De keerzijde
In de aanloop naar de DeKleineOorlog heeft de maker halve bibliotheken vol oorlogsboeken gelezen. ‘Die concentreerden zich voornamelijk rond de Eerste Wereldoorlog’, legt hij uit. Volgend jaar is het een eeuw geleden dat die oorlog uitbrak, dus daarvoor alleen al leek het een logische keuze om hem als vertrekpunt te nemen. ‘Maar die Eerste Wereldoorlog staat ook symbool voor ‘de oorlog’’, vindt Valentijn Dhaenens. ‘Het was de eerste geïndustrialiseerde oorlog, het eerste mondiale conflict. En hij was totaal zinloos: hij ging over niets en heeft uiteindelijk ook niets veranderd. Ik zie de Eerste Wereldoorlog dan ook als hét symbool voor de zinloze zucht van de mens naar strijd. Dat wordt het hart van de voorstelling.’ Maar de boeken en documenten bleven zich ophopen. Zucht naar strijd en zinloosheid beperken zich nu eenmaal niet tot 1914-1918. ‘Ik heb ook veel gelezen over Irak en Afghanistan, en dan terug in de geschiedenis, tot en met de oorlogen van de Spartanen, helemaal in het begin. Welk materiaal nu wel of niet de uiteindelijke voorstelling zal halen, is nog niet duidelijk, maar ik weet wel al wat ik ermee wil vertellen. Er gaat in 2014 heel wat rond de Eerste Wereldoorlog gebeuren en veel van die projecten zullen wellicht het leven van één persoon centraal stellen. Daarom wil ik de anekdote graag overstijgen en veel verschillende stemmen aan bod laten komen, om zo een universeel verhaal te verkrijgen. Daarbij wil ik vooral de gewone man niet uit het oog verliezen. De verleiding is groot om er hier en daar nog een speech tussen te steken die oproept tot oorlog. Ik heb er nog een aantal goeie liggen die de vorige voorstelling niet hebben gehaald’, lacht hij. ‘Maar ik hou me in: DeKleineOorlog moet de keerzijde van de medaille tonen. DeGroteMond concentreerde zich op de woorden van grote mannen die zich God wanen en met een vingerknip hele massa’s de oorlog in sturen. Nu wil ik de stemmen laten horen die uit die massa’s klinken. Het slachtoffer. De gewone mens die zich niet kan weren tegen die grote ideeën, die niet in staat is om te zeggen: Ik doe hier niet aan mee.’”