Puur

Lucifer – Theater Zuidpool

Drie acteurs en een handvol gebeeldhouwde engelenfiguren vertellen het eeuwenoude verhaal van de val van de engelen. Ze doen dat in archaïsch Nederlands en op een klein podium, dat niettemin weelderig met rood fluweel omhangen is. De voorstelling treft in zijn puurheid. Puurheid van taal, puurheid van spel, puurheid van beweging. Zuidpool brengt met Lucifer een ode aan de keuzevrijheid en de rebellie tegen onbuigzaam gezag. Maar misschien nog vooral een ode aan de taal en het theater.

Vondels Lucifer beleefde zijn première op 2 februari 1654 in de Amsterdamse schouwburg. De tragedie over de strijd van de engelen en de daarop volgende val van Lucifer kreeg van regisseur Jan Vos een spektakelenscenering waarin de engelen aan katrollen over de scène vlogen en waarin plaats was voor een heus engelenballet. Het publiek reageerde enthousiast. Drie dagen later, echter, na de tweede opvoering, verbood het stadsbestuur het stuk. De calvinistische predikanten – met wie de veertien jaar eerder tot het katholicisme bekeerde Vondel sowieso niet op goede voet leefde – konden naar verluidt niet lachen om de gedurfde vermenging van hemelse en aardse thema’s. Nochtans schuilt net in de herkenbare menselijkheid van de personages het geheim achter het blijvende succes van Lucifer. De engelen worden niet voorgesteld als marionetten van een despotische godheid. Ze beschikken over vrije wil. De aartsengel Lucifer is in die zin de eerste rebel uit de geschiedenis. Wanneer God beslist om zijn nieuwe uitvinding ‘mens’ boven de engelen te plaatsen, pikt Lucifer dat niet zomaar. Hij is jaloers en furieus op die kleien poppetjes die het geluk zomaar in de schoot geworpen krijgen. Ze wonen in een prachtige tuin, zijn even onsterfelijk als de engelen zelf en… ze kunnen zich voortplanten, iets waar de geslachtsloze engelen alleen maar van kunnen dromen. De verstoten lievelingen van God zullen binnen de kortste keren outnumbered worden door de aardworm mens. En wat moet er dan van hen worden? De onttroonde en vernederde engel heeft de keuze. Hij kan zich angstig bij zijn lot neerleggen en wachten op wat komt, of hij kan in opstand komen. Begrip voor de boosaardige verschoppeling Lucifer vormde voor Zuidpool een van de voornaamste drijfveren om Lucifer van onder het stof te halen.

DE SPELER NAAST DE POP
Op de vlakke vloer van het Zuidpooltheater staat een klein, naar achteren toe afhellend podium, omzoomd door rijkelijk plooiend rood fluweel. ‘Het toneel is in den hemel’ – Joost van den Vondel liet in zijn regieaanwijzing ruimte voor interpretatie. Zuidpool creëert met zijn in fluweel gewikkelde eenvoud zowel een verwijzing naar Lucifers theatertraditie als een contrast met die allereerste spektakelopvoering. De engelen zelf zijn stokpoppen, gemaakt door beeldhouwer Frans Heirbaut. Ze zien eruit als antieke beelden uit alle windstreken. Zo lijkt Gabriël weggeplukt uit een middeleeuwse kerk, de typische brave engel zoals we hem ook kennen uit de godsdienstles; de gemaskerde en roodogige Lucifer lijkt opgestaan uit een Egyptische piramide; Belzebub doet denken aan een oude Griekse wijsgeer, maar lijkt ook verdacht veel op Heirbauts beeld van de schilder Fred Bervoets; het monumentale beeld van Michaël is een Oosterse krijger. Stuk voor stuk zien de poppen er uitdrukkingsloos, maar oneindig voornaam uit. Leven krijgen ze van de drie acteurs die hen manipuleren (gastacteur Jan Decleir en vaste Zuidpool-acteurs Sofie Decleir en Koen van Kaam). Een vaste rolverdeling hebben zij niet. De pop beweegt door de speler die op dat moment toevallig vrij is. Hoewel de acteurs werkmanstenues dragen, compleet met gereedschapsgordels, handschoenen en eventueel zelfs een muts, kiezen ze overduidelijk niet de rol van poppenspelers. Ze stellen zich nooit volledig ten dienste van de engel die ze dragen. Ze verbeelden zijn mimiek, zijn woede, zijn angst, en staan zodoende niet achter, maar naast hem. De strijd tussen de engel en de mens gaat ook op het podium door.

HAKKEN IN BALLAST
Zuidpool hakte op Vondels tekst in tot er een stuk van zo’n anderhalf uur overbleef. Maar het schrappen gebeurde wel met het grootste respect voor de alexandrijnen van de zeventiende- eeuwse auteur. Wat sneuvelde, is ballast: de uitweidingen over de hiërarchische structuur in de hemel, een groot deel van de lamenteringen van de engelenreien – alles, kortom, wat zovele generaties heeft doen afhaken wanneer ze Lucifer onvergeeflijk onverteerbaar door de strot geramd kregen op school. Wat overblijft, is de essentie. In de eerste plaats tonen de spelers van Zuidpool een enorm respect voor de taalschoonheid van Vondel. Ze houden van elke letter van de tekst en dat mag geweten zijn. De archaïsche woorden en buigingen vloeien op de meest natuurlijke wijze de zaal in, elke klank wordt liefdevol geproefd en doorgegeven. Een tweede pijler van de voorstelling is het begrip dat ze opbrengen voor Lucifer als de eerste opstandeling uit de geschiedenis, de eerste die het oppergezag in twijfel trekt en ter verantwoording roept. Begrip voor zijn menselijkheid, zijn angst er niet meer toe te doen, zijn machteloosheid en woede ten opzichte van het gezag dat zonder reden, zonder verontschuldiging, met hem solt.

DE DANS VAN MENS EN ENGEL
Beide elementen – taalschoonheid en begrip – vloeien samen in een ontegensprekelijk culminatiepunt tegen het einde van de voorstelling. Jan Decleir als Lucifer verdedigt een laatste keer zijn standpunt. De hele voorstelling lang zag je poppen en spelers in een opmerkelijke evenwichtsoefening, waarbij de spelers nooit helemaal achter hun engelenbeelden verdwenen – de strijd van de engel tegen de mens wordt een paardans tussen de engel die model staat voor de mens en de mens die een engel speelt. In deze scène stopt de dans. Op het ogenblik dat Lucifer voorgoed ten onder dreigt te gaan, komt de speler volledig achter de pop vandaan. Hij verandert in een mens die zijn personage ruggensteunt, hem vol mededogen begeleidt in zijn onvermijdelijke en onrechtvaardige neergang. Tot slot legt de speler de pop helemaal van zich af. Decleir speelt nu zelf Lucifer, vol vuur, vol overtuiging, vol verontwaardiging. Mens en engel vallen samen: de mens neemt het over, dus de grootste angst van de engelen wordt bewaarheid. Tegelijk zet de mens de strijd voort.

Lucifer heeft in de loop van zijn bestaan de meest uiteenlopende interpretaties gekregen van onderzoekers, lezers en theatermakers. Zuidpool prikt de tekst niet vast op één manier van lezen. De strijd van de engelen en de val van Lucifer draaien niet om de Belgische politieke actualiteit, niet om Afghanistan of Irak, niet om de banken- noch de asielcrisis, evenmin wordt de tekst gepresenteerd als een zeventiende-eeuwse politieke allegorie (zoals hij met name in de negentiende eeuw werd gezien). Tegelijk gaat hij over dat alles. Lucifer vertelt bij Zuidpool een universeel verhaal over de mens. Ook zo betoont Zuidpool Vondel alle eer.

Maar is daarmee alles gezegd? Universele verhalen zijn in het theater alomtegenwoordig. Dat maakt deze Lucifer niet uniek. Ook het verhaal is genoegzaam bekend, dus daarmee kan het gezelschap bezwaarlijk verrassen. Wat is het dan dat je raakt en dat ervoor zorgt dat anderhalf uur oubollig Nederlands fris en dringend klinkt als was het gisteren geschreven? Wat maakt dat drie acteurs en hun poppen je vasthouden tot het laatste woord? Veel is te zoeken in de intensiteit en de puurheid van de voorstelling. Zuidpool brengt met de eenvoudigste middelen denkbaar groot vakmanschap tot stand. De taal van Vondel is mooi en puur – een schoonheid die taalliefhebbers doet duizelen. De acteurs van Zuidpool brengen die taal en alle betekenislagen die eronder schuilen in één simpele beweging naar de zaal: de acteur en zijn positie ten opzichte van zijn pop, zijn stem, zijn lichaam, zijn tekst. Meer is het niet. Maar alles staat in een haast perfecte verhouding tot elkaar. Eenvoudig, maar ultra intens. Niets te veel, maar precies daardoor ook niets te weinig.

Gezien op 2 december 2010, Zuidpool, Antwerpen.

Deze tekst kwam tot stand in het kader van Corpus Kunstkritiek, een initiatief van VTi – Vlaams Theater Instituut, met steun van Vlaams-Nederlands Huis deBuren. http://www.vti.be/corpuskunstkritiek
De teksten van het Corpus Kunstkritiek vallen onder de licentie Creative Commons Attribution-Noncommercial-No Derivative Works 2.0 Belgium, wat betekent dat de teksten verspreid, maar niet veranderd mogen worden. Elke vorm van verkoop of betalende distributie is apart te onderhandelen, contacteer VTi.

Advertenties

4 Responses to Puur

  1. Jan Seurinck schreef:

    Niet geraakt. Stom. Spelen ze dat nog wel eens? Zeg ja, zeg ja!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: