Fien Troch: ‘Film maken is mijn alles’

01/06/2017

In haar recentste film Home schetst regisseur Fien Troch treffende portretten van een stel tieners en de volwassenen waarmee ze in de clinch liggen. Observerend, gedurfd en met veel gevoel voor nuance toont de film hoe complex relaties tussen generaties kunnen zijn. Op 2 juni komt Home uit op dvd.

 

Na Een ander zijn geluk, Unspoken en Kid is Home Fien Trochs vierde langspeelfilm. Hij sleepte prijzen in de wacht op internationale filmfestivals, en recensenten noemden de regisseur onverbloemd een ‘supertalent’. ‘Puur voor mezelf is zo’n prijs natuurlijk een megaboost’, geeft Fien Troch toe. ‘En voor de film doet het veel. Toen de selectie voor het filmfestival van Venetië bekend raakte, kwam er instant interesse van internationale pers, verkoopsagenten, distributeurs en allerlei andere mensen die iets voor Home of mijn volgende projecten konden betekenen.’ In Venetië won ze de prijs voor beste regie, Les Arcs in Frankrijk kende haar de grote juryprijs toe, in Gent won ze de publieksprijs en die voor beste muziek, ze haalde de officiële selectie in Toronto en stond op de festivals van Los Angeles en Rotterdam.

 

Fien Troch (c) Filip Claessens

Fien Troch (c) Filip Claessens

 

Generatiekloof

De tieners én de volwassenen in Home hebben zo hun eigen problemen en werken die ook allemaal op hun eigen manier uit op elkaar. Onbegrip leidt tot spanning, en als de spanning te groot wordt, kan er al eens iets knappen. Zonder te oordelen of haar eigen visie op te dringen, gunt Fien Troch de kijker een blik op het complexe universum van haar personages. Soms flitsend, vaak beklemmend, altijd raak brengt ze in beeld hoe verstrekkend de gevolgen kunnen zijn van iets wat je – soms in een reflex – doet, of net niet.

 

Voor het eerst schreef Fien Troch het scenario niet in haar eentje, maar samen met haar partner, filmmonteur Nico Leunen. ‘Hij is begonnen met mij te interviewen over alle ideeën, verhaaltjes en thema’s die ik sinds mijn vorige film bedacht had. Die heeft hij allemaal opgeschreven en in een schema gegoten. Met dat materiaal zijn we beginnen te puzzelen: wat is hier een verhaal, waar zit de rode draad, wie of wat kan het geheel nog versterken?’ Troch schreef overdag aan het scenario, Leunen las het ’s avonds of ’s nachts en bezorgde haar tegen de volgende ochtend zijn bemerkingen. ‘Door het zo te doen, verliep de samenwerking heel organisch’, vertelt ze. ‘Uiteraard beheerste de film ons leven, maar doordat we toch niet heel de dag samen aan tafel zaten te schrijven, ontstond er een praktische wisselwerking die we best relax vonden. Het was ook de eerste keer dat ik het zag zitten om samen met iemand aan een scenario te werken. Mijn drie vorige films dreven veel meer op emotie en sfeer dan Home, die echt vertrekt vanuit het verhaal en personages van vlees en bloed. Ook daardoor leende hij zich veel beter tot samenwerken.’

 

Lees meer

Advertenties

Klankman Pascal Braeckman: ‘Alles wat je filmt, maak je mee’

30/09/2015

Klankmannen werken gewoonlijk in de luwte van een televisieprogramma: buiten beeld, anoniem en onbekend. Sinds Pascal Braeckman voor het programma Tomtesterom in zee ging met Tom Waes, is daar verandering in gekomen. ‘Goh ja’, zegt hij. ‘Het is soms vervelend als mensen me aanklampen terwijl ik aan het werk ben. Aan de andere kant is het een teken dat mensen het leuk vinden wat je doet. En daar maak je tenslotte televisie voor.’

Pascal Braeckman (c) Filip Claessens

Sumoworstelaars en cowboys
Zijn leraren in het middelbaar onderwijs stuurden erop aan dat hij ingenieur zou worden, maar zo’n toekomst zag Pascal Braeckman niet zitten. ‘Dat interesseerde me geen zak. Ik wou naar de filmschool.’ Hij trok naar het Brusselse Rits, maar de finesses van de job leerde hij toch al doende, zegt hij. ‘Nu zijn die opleidingen erg veranderd, maar in die tijd stonden ze zo ver nog niet. Je had al eens een camera vastgehouden, maar veel meer hield het niet in. Het belangrijkste wat ik aan mijn studie heb overgehouden, zijn de contacten die ik er gelegd heb. Die hebben me later geholpen toen ik met klank voor televisie begon.’ Zijn eerste opdracht als klankman pur sang was een reclamefilmpje over schokdempers, in regie van Stijn Coninx. ‘Mijn tweede was een reportage over Tram 12 in Hoboken. We hebben toen van 4 uur ’s morgens tot 1 uur ’s nachts op diezelfde tram gezeten om verhalen te verzamelen. Dat was boeiend. Zoiets doe je anders nooit.’ Sindsdien heeft Pascal Braeckman wel meer dingen op zijn palmares die een doorsnee sterveling nooit doet. Zo logeerde hij dankzij het programma Goed volk van Jeroen Meus twee weken bij een groep Japanse sumoworstelaars in Tokio en bij onvervalste 21ste-eeuwse cowboys in Texas. ‘Al wat je filmt, maak je mee. Dat is het unieke aan de job: ik heb al ontzettend veel gezien. Onlangs vulde ik op Facebook alle landen in waar ik al ooit geweest was. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar het waren er 116. Dat is veel, hè… En binnenkort ga ik met Koen Wauters naar Cambodja voor zijn nieuwe programma Project K. Weer een nieuw land. Ja’, zegt hij, ‘programma’s zoals ik ze heb gemaakt met Tom Waes, Koen Wauters en Jeroen Meus zijn fantastisch om te doen. Je slaapt soms in erbarmelijke omstandigheden, hoor. Zoals met die reeks van Jeroen Meus over de patat: toen sliepen we met onze ploeg van zes man in openlucht achter een muurtje. Het was vreselijk koud, maar we kropen kort bij elkaar en dan ging het wel. Je bent in zo’n kleine ploeg op elkaar aangewezen en je moet er samen door. Dat maakt het tof: achteraf onthoud je alleen de goeie dingen.’

Klankman in de koffer
Zijn rol in de schijnwerpers kreeg Pascal Braeckman eigenlijk per toeval. ‘We zaten met de ploeg van Tomtesterom te brainstormen over hoe we het programma zouden aanpakken’, vertelt hij. ‘En de allereerste opdracht die Tom moest uitvoeren, was overleven in een bos. Hij merkte terecht op dat je niet echt in je eentje bent als je een cameraploeg meezeult. Vandaar dat hij ons bij het programma heeft betrokken: zo klopte het beter – we waren er samen, dus de kijker mocht dat zien.’ Toch zal Braeckman misschien nog het meest de geschiedenis in gaan als de-klankman-in-de-koffer. Iedereen kent het fragment: om uit beeld te blijven tijdens auto-opnames voor Wauters vs. Waes was hij in de kofferbak geklommen. Uitgerekend dan hield een Oostenrijkse politiepatrouille de televisiemakers tegen. ‘Guten Morgen, wie spät ist es?’ vroeg Braeckman toen hij uit de koffer klom. Het fragment werd een gigahit op Facebook. ‘Toen was het helemaal niet gepland dat ik in beeld zou komen, maar die beelden waren te mooi om te laten liggen’, zegt hij. ‘Zo uitzonderlijk is het niet, hoor, dat een klankman de koffer in moet. Voor beelden van autoscènes plaatsen ze kleine cameraatjes op het dashboard, maar het geluid kun je moeilijk automatisch regelen. Rijden ze over kasseien, bijvoorbeeld, dan versta je niets meer van wat ze zeggen en dan heb je een klankman nodig die ingrijpt. Voor de opnames van Crimi Clowns heb ik hele dagen in de koffer gelegen. Het hoort er gewoon bij.’

Lees het volledige artikel op pagina’s 10-11 van RandKrant, oktober 2015.


‘Je voelt de stemming van het publiek in je rug’

10/09/2012

Deze maand in RandKrant: dirigent Eric Lederhandler. Met zijn kamerorkest Nuove musiche heeft hij momenteel de handen vol. De muzikanten zijn onder meer in de weer met de zomeropera Les contes d’Hoffmann, van Jacques Offenbach. Die brengen ze in openlucht in de tuinen van de kastelen van Ooidonk, Luik en Terhulpen.Een fijne man, een fijn gesprek, een fragment.

Nuove musiche bestaat 20 jaar en speelt gemiddeld 20 à 30 concerten per jaar, in binnen- en buitenland. ‘Dat is lang niet slecht’, bevestigt Eric Lederhandler, ‘zeker niet in tijden van crisis.’ Hij richtte Nuove musiche destijds in de eerste plaats op om zichzelf meer speelkansen te geven. ‘Voor jonge dirigenten is het niet vanzelfsprekend om hun weg te vinden in de muziekwereld. Nuove musiche zorgde ervoor dat ik die broodnodige ervaring kon opdoen.’ Daarnaast is Eric Lederhandler ook muziekdirecteur bij een symfonisch orkest in het Chinese Nanking. ‘Ik verblijf jaarlijks een zeven weken in China. Ik ben er verantwoordelijk voor een deel van het muzikale programma. In de praktijk gaat het om zo’n tien concerten per jaar met Westerse klassieke muziek. Het is mijn taak om orkest én publiek meer met componisten zoals Debussy en Ravel in contact te brengen. Ze kennen er uiteraard allemaal Mozart en Beethoven en de klassieke orkesten nemen vaak werk van Russische componisten op het repertoire, maar Franse klassieke muziek is er nagenoeg onbekend.’ Eric Lederhandler beschouwt het als een eer om als eerste Europese dirigent een dergelijke functie te mogen uitoefenen. Hij brengt immers graag kennis over, zowel aan conservatoriumstudenten, muzikanten als publiek. ‘Ik geef graag les in conservatoria en doe dat trouwens ook geregeld in China. Ik vind het ontzettend belangrijk om met jonge muzikanten samen te werken: zij zijn de toekomst van de muziek. Het is cruciaal om in hen te investeren. Ik blijf dus graag een week langer ter plaatse als ik er dan ergens een doceeropdracht bij kan nemen.’ Hetzelfde geldt voor de muziekliefhebber. ‘Ik vind het een uitdaging om het publiek op te voeden in klassieke muziek’, zegt hij. ‘In China is er wat dat betreft nog wat werk aan de winkel. In België gebeurt het ook wel dat er een gsm begint te rinkelen, maar het valt niet heel vaak voor. In China wordt een concert soms te erg gestoord: niet alleen door gsm’s, maar bijvoorbeeld ook door mensen die hun kinderen laten babbelen of rondlopen. Je moet mensen die niet thuis zijn in klassieke muziek leren wat een klassiek concert inhoudt en hoe je je er moet gedragen. Zulke dingen vragen tijd, maar ik vind die menselijke kant een integraal onderdeel van mijn job.’

(…)

De intellectuele kant van muziek
Eric Lederhandler besliste als kleine jongen dat hij van muziek zijn beroep wilde maken. ‘Ik kan me niet herinneren dat ik ooit iets anders hebben willen doen’, vertelt hij. ‘Als kind wilde ik muzikant worden. Maar toen ik 15-16 jaar oud werd, besefte ik dat mijn talent als instrumentalist niet groot genoeg was. De meer intellectuele kant van de muziek lag me veel beter en zo ben ik in de richting van het dirigeren geëvolueerd.’
Heel vanzelfsprekend lijkt die keuze anders niet, voor de zoon van een zakenman. ‘Mijn ouders waren geen muzikanten, dat klopt’, legt hij uit. ‘Maar toch ben ik in een muzikale sfeer opgegroeid. Mijn moeder hield erg van muziek. De radio stond bij ons thuis altijd op een klassieke post. Toen ik 8 was, vond mijn moeder dat ik maar best wat piano kon leren spelen en zo is het gradueel gegroeid. Mijn ouders hebben me altijd gesteund in mijn keuze en doen dat nu nog, hoewel ik nu al 47 ben en mijn weg gevonden heb. Ik ben er hen erg dankbaar voor.’

www.ericlederhandler.eu
www.randkrant.be


Reeks vrijwilligerswerk: ‘Ons engagement houdt ons jong’

01/06/2011

Ook in de sector van kunst en cultuur vind je veel vrijwilligers terug. Voor het vijfde artikel van de reeks kwamen we terecht in het museum Hof van Melijn in Tervuren. Daar waren eind april verscheidene vrijwilligers in de weer met de opbouw van de tentoonstellingen van de kunsttriënnale Furament. Die loopt nog tot 19 juni.

Herman De Vilder is vanaf het begin bij Furament betrokken. Hij komt ons met een grote glimlach tegemoet en begint ogenblikkelijk aan een rondleiding door het programma en de tentoonstelling in opbouw. ‘We zijn in 1993 begonnen en zijn dit jaar aan onze 7de editie toe. Het thema is water.’

(…)

Tegen de meeste muren van het Hof leunen al werken. De laatste lading kan elk moment arriveren. ‘Zo’n tentoonstelling opbouwen, duurt drie dagen. Maar de voorbereiding van het hele evenement neemt maanden in beslag’, vertelt De Vilder. Hijzelf is er in september mee begonnen. Hij heeft de teksten voor de catalogus geschreven, Frans Vlogaert verzorgde de lay-out. Maar ook in coördinatie, contacten leggen, vervoer en verzekering van de werken kruipen heel wat uurtjes. ‘Gelukkig zijn de meesten van ons gepensioneerd, zodat we er de tijd ook voor kunnen maken.’

Jong bloed welkom
De bestelwagen komt aan en uit alle hoeken van het museum stromen de vrijwilligers toe. ‘De Vrienden van de School van Tervuren heeft zo’n 420 leden. Als de voorbereidingen beginnen, doen we een oproep, en elke keer zijn er wel mensen die zich kandidaat stellen om één of andere taak op zich te nemen. We zijn met een klein groepje dat de grootste verantwoordelijkheden op zich neemt, maar dan zijn er ook leden die bijvoorbeeld graag enkele uren toezicht houden tijdens Furament zelf. We vinden het alleen jammer dat er zich zo weinig jonge mensen bij ons aansluiten. Ze zouden welkom zijn.’

Het volledige artikel vind je in RandKrant juni 2011.


Webdesigner Tim Van Damme: ‘Eenvoud is de toekomst’

01/02/2011

De Tim Van Damme van vlees en bloed woont in Machelen. Zijn virtuele alter ego is alomtegenwoordig op het internet. In enkele jaren tijd groeide de jonge webdesigner uit tot iemand met vrienden, klanten en contacten in verscheidene continenten, die wereldwijd spreekt op conferenties. Jezelf blijven, eerlijk zijn en kennis delen. Veel meer hoef je daar volgens hem niet voor te doen.

Vlak voor hij trouwde, interviewde ik Tim Van Damme voor RandKrant, een maandblad dat verschijnt in de Rand rond Brussel. We hadden het over zijn passie voor webdesign, voor smartphones en social media. Over zijn honger naar kennis (en hoe die er niet altijd is geweest) en over het belang van eerlijkheid en openheid.

Het volledige artikel vind je in de papieren versie van het februarinummer of kun je hier lezen.

Nog een fragment:
‘Eerlijkheid is belangrijk. Eigenlijk zou ik zelfs durven te zeggen dat ik behoorlijk goedgelovig ben. Maar tot nu toe is me dat altijd goed bekomen. Ik heb voor niemand geheimen, ik deel al mijn kennis, op internet en op conferenties. Ik heb zelf alles geleerd door zelfstudie en door naar professionals te luisteren die verder stonden dan ik toen. Waarom zou ik dan nu niet delen wat ik intussen weet? Ook in de omgang met klanten werkt het: mensen appreciëren eerlijkheid en worden automatisch ook opener tegen jou. In de wereld van het webdesign is openheid ook weer niet zo vreemd. Er wordt heel veel kennis gedeeld, door iedereen. Ik was daardoor aangenaam verrast toen ik pas begon. Ik kende daarvoor vooral de wereld van de verkoop, die veel wantrouwiger van aard is. Als een webdesigner te veel werk heeft, geeft hij een opdracht door aan een makker. Je kunt erop vertrouwen dat die er niet op uit is om je klanten af te snoepen. Webdesigner worden, heeft mijn ingesteldheid dus alleen nog maar versterkt.’

http://madebyelephant.com/
http://timvandamme.com/


Flattr this


‘Variété met dansende poppen’

06/12/2010

Stukken van mensen van Ultima Thule

Figurentheater Ultima Thule tourt opnieuw met Stukken van mensen. De voorstelling vertelt verhalen over eenvoudige mensen die vat proberen te krijgen op hun eigen bestaan, maar daar niet of nauwelijks in slagen. ‘Ze kijken verwonderd naar de wereld en slaan in paniek als daar ook maar één schakel in verandert’, zegt Wim De Wulf, auteur en regisseur van het stuk.

‘De personages uit Stukken van mensen hanteren een kromme logica die ik heel mooi vind’, legt Wim De Wulf uit. ‘Er schuilt een soort tragiek in al wat ze doen en zeggen.’ Een tragische voorstelling is het nochtans niet. De Wulf baseerde zich op de sketches van Karl Valentin, een Duitse cabaretier die vooral in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw veel succes kende. De auteur-regisseur kwam met het materiaal in contact in het begin van de jaren tachtig, toen hij met het gezelschap Mannen van den Dam een Valentin-voorstelling maakte. ‘We hebben dat stuk 120 keer gespeeld en ik heb me er toen ongelooflijk mee geamuseerd. De liefde voor Valentins groteske humor ben ik nooit meer kwijtgeraakt. Omdat we met Ultima Thule vaak de poëtische kant opgaan, vond ik een variétéstuk een leuke afwisseling. Variété met poppen die aan het dansen slaan, zie je ook niet elke dag.’

De rest van het artikel lees je in RandKrant van december 2010.
De speellijst van Stukken van mensen vind je op www.ultima-thule.be


Flattr this


‘Onze koppigheid werd een verrijking voor de muziek’

26/10/2010

Steven De bruyn, Tony Gyselinck en Roland samen de hort op

Drie koppigaards samen op een podium. Zo omschrijven Steven De bruyn, Tony Gyselinck en Roland zichzelf en hun gemeenschappelijke project waarmee ze momenteel door de zalen trekken. Staat zoveel eigenzinnigheid een vlotte samenwerking niet in de weg? ‘Het maakt het net spannend’, vindt mondharmonicavirtuoos Steven De bruyn (El Fish, The Rhythm Junks). ‘We zijn alledrie wel koppig, maar als we die koppigheid ruimte geven en er rekening mee houden, wordt ze uiteindelijk een verrijking voor de muziek. Wat wij nu hebben gemaakt, is daardoor ook echt een project van drie mensen.’

Na zeven jaar was Steven De bruyn toe aan een pauze met The Rhythm Junks. ‘Ik wilde een jaar om me te herbronnen’, zegt hij ‘The Rhythm Junks is een zware groep omdat we met veel zijn en veel zelf doen. Daarom wou ik een tijdje een lichtere formule, zoals een trio, om daarna weer met een frisse kop met The Rhythm Junks door te gaan.’ De keuze om zijn mondharmonicageluid aan te vullen met de drums van Tony Gyselinck (BRT Jazzorkest, Toots Thielemans Kwartet, Jo Lemaire) en de gitaar van Roland Van Campenhout (altijd en overal zichzelf) was snel gemaakt. ‘Het was best spannend om met zijn drieën aan de slag te gaan’, vertelt Steven De bruyn. ‘Ik had in het begin een akoestisch trio in gedachten, maar Tony had enorm veel zin om allerhande drummachines te gebruiken. Zoiets moet dan een kans krijgen, vind ik. We zijn met al onze instrumenten in een repetitiekot gekropen en zijn onze ideeën naar elkaar toe beginnen te smijten. In het begin was het vooral zoeken, zelfs naar het juiste instrument. Bij momenten heb ik gitaar gespeeld en hebben Tony en Roland zich toegelegd op keyboards. Roland heeft tot slot een synthesizergitaar opgediept die hij al twintig jaar niet gebruikt had. Daarna zijn we blijven knutselen en boetseren tot we materiaal hadden waar we alle drie achter stonden.’

Tiny tiny (van de pas verschenen cd/plaat Fortune Cookie) vind ik zelf een schitterend nummer:

Meer muziek van het trio vind je op MySpace en Facebook.
Lees de rest van het artikel in RandKrant van november 2010.