Choreograaf Helder Seabra over zijn crowdfundingproject: “Alle kleine beetjes helpen”

29/09/2015

Het zijn geen vanzelfsprekende tijden om kunst te maken. Ook de podiumsector kraakt in zijn voegen. Nu de subsidiekraan op druppelmodus staat, zoeken veel jonge makers noodgedwongen naar nieuwe wegen om hun werk bij het publiek te brengen. “Ik ben optimistisch en ontzettend koppig”, zegt choreograaf Helder Seabra. “Ik laat me niet zomaar stoppen.” Hij financiert zijn volgende productie gedeeltelijk met crowdfunding. Nog tot 6 oktober kun je daartoe je steentje bijdragen. Voor elke bijdrage krijg je bovendien iets in ruil.

Helder Seabra groeide op in Portugal. Als tiener wou hij architect worden. Tot een vriendin hem meesleepte naar haar dansschool. ‘Vanaf de eerste les was ik verkocht: ik had mijn biotoop gevonden.’ Met amper anderhalf jaar danservaring werd hij toegelaten tot PARTS, de dansopleiding van Anne Teresa De Keersmaeker in Brussel. Vervolgens danste hij vijf jaar voor Wim Vandekeybus/Ultima Vez en nog eens vijf voor Sidi Larbi Cherkaoui/Eastman. Wie die drie namen op zijn cv heeft, mag spreken van een uitzonderlijk dansparcours.

Succesvol debuut
Vorig jaar maakte hij met zijn eigen compagnie HelKa zijn debuut als choreograaf: When The Birds Fly Low The Wind Will Blow is een theatrale en fysieke performance, tegelijk melancholisch, poëtisch en onstuimig. De livemuziek van de Gentse band Maya’s Moving Castle maakt de beoogde sfeer compleet.

De voorstelling begint in oktober aan een tournee. Tegelijk werkt de jonge compagnie aan een tweede choreografie: In Absentia, een
voorstelling over verlies. Ze gaat op 15 oktober in première in de Warande in Turnhout.

Geen beloning voor goed rapport
Eigenlijk zou er een andere productie komen: Lore, over bijgeloof en mystiek. Seabra diende daarvoor een dossier voor projectsubsidie in bij de minister van Cultuur, Sven Gatz. Net als 78 andere – veelal jonge – kunstenaars en organisaties gaven de beoordelingscommissie en de administratie hem een dubbel positief advies. Desondanks kregen ze alle 79 dit antwoord in de maag gesplitst: “Hierbij melden we u de beslissing om uw project niet te ondersteunen. Het zakelijk advies van de afdeling Kunsten en het artistiek advies van de bevoegde beoordelingscommissie, die u als bijlage bij deze mail vindt, waren nochtans positief. De resterende budgetten lieten echter jammer genoeg slechts ruimte om een beperkt aantal aanvragen in te willigen.”

De projectsubsidies zijn weer de pineut“, schrijft theatercriticus Wouter Hillaert in Rekto:Verso. “Zo’n lage toekenningsgraad is nooit eerder vertoond.” Hillaert maakt de terechte vergelijking: “Stel je een prof voor die zegt: je bent geslaagd voor je examens, maar we laten je er niet door.”

Crowdfunding met fijne return
Ja, wat dan? Je kunt er het bijltje bij neergooien, de repetitie- en speelzalen leeg laten. Of je kunt doorgaan. Helder Seabra maakte de moeilijke keuze om zijn grote project even in de koelkast te stoppen en een nieuw, low-budgetproject op te zetten. Voor In Absentia werkt de choreograaf met een uitsluitend mannelijke cast. Met hen onderzoekt hij alle hoeken en kanten van het thema verlies – een thema dat niet toevallig is gekozen: het is direct geïnspireerd op de verschraling van het kunstenlandschap die de choreograaf zelf ervaart. Verlies voelen, zien, dragen, erom huilen of lachen – het mag allemaal. Seabra: “Doorgaans kroppen mannen meer op dan vrouwen: ze uiten hun emotie minder direct. Wat doet dat met ze? Uiteindelijk draait het niet om wat je verliest of hoe dat gebeurt, maar om hoe je ermee omgaat.”

Het crowdfundingproject dat de voorstelling moet helpen voltooien, loopt nog tot 6 oktober. In totaal zoekt het gezelschap via die weg 10.500 euro bij elkaar. Een week voor de deadline stond de teller al op 6924. “Alle beetjes helpen”, zegt de choreograaf. Op de webpagina van het project leest de bereidwillige financierder wat hij of zij voor de gegeven steun in de plaats krijgt. Enkele voorbeelden. Vanaf 2 euro? Een persoonlijk mailtje van de choreograaf om je te bedanken. Vanaf 10? Een foto in je inbox, speciaal voor jou genomen tijdens het creatieproces. Vanaf 35 euro: een workshop of dansles van de choreograaf. Vanaf 100 euro? Een borrel met het volledige team van de voorstelling. Vanaf 500 euro? Het team maakt een traditionele Portugese maaltijd klaar voor jou en maximaal 5 vrienden.

“De kunsten lijken in een vacuüm terecht te zijn gekomen”, besluit Helder Seabra. “Iedereen vraagt zich af wat de toekomst brengen zal. Volgens mij zitten we op een keerpunt dat ons dwingt na te denken over een nieuw soort creativiteit, die we met zo weinig mogelijk middelen moeten ontwikkelen. Je merkt ook hoe kunstenaars elkaars projecten ondersteunen. Mijn muzikanten maken muziek voor de voorstelling. Ik zal in ruil een choreografie maken voor een van hun volgende videoclips. Ik blijf dus positief: optimisme brengt optimisme voort en dat zorgt voor een goede bodem om ideeën te laten kiemen en bloeien.”

https://www.facebook.com/helkavzw
Lees ook het artikel dat ik over Helder Seabra schreef in RandKrant, en waaruit ik fragmenten geplukt heb voor deze post (blader naar pagina 22).

Advertenties

“De beste liefdesgedichten gebruiken het woord ‘liefde’ niet” – Wim Vandekeybus over Speak Low if you Speak Love

23/09/2015

Het zijn – zoals gewoonlijk – hectische tijden voor Wim Vandekeybus. Eerder deze maand ging zijn eerste langspeelfilm, Galloping Mind, in première.

Tegelijk begint zijn recentste dansproductie aan een uitgebreide tournee door België, Europa en ver daarbuiten. Speak Low if you Speak Love. Het is een quote die Vandekeybus leende bij Shakespeare, maar die een heel eigen leven leidt in de wereld van de jazz. Typisch Vandekeybus: ook bij hem bestaat niets uit één laag. “Misschien combineer ik soms zelfs te veel ideeën, maar ik hou ervan om alles te contextualiseren. Een dansduet kan prima op zich staan, maar dan denk ik: Dat idee van dat bos! Dat past hier prima bij!”

“Elko, you can start the music!” roept hij. Even later komt een danser op met een lang, dik touw in de handen. Over zijn gezicht is een dun sjaaltje geknoopt. “Zoals de Lovers van Magritte”, vertrouwt Vandekeybus ons toe. “Ik vond dat altijd al een sterk beeld.” Ook in de voorstelling bereiken de bedekte gezichten het beoogde effect. Acht performers bewegen door elkaar: ze zien er hulpeloos en verloren uit, geïsoleerd van de wereld en van elkaar. “En ze verlangen”, voegt de choreograaf eraan toe. “Het niet-zien, het verbergen, het niet-tonen is soms belangrijker dan het tonen. Zoals Baudrillard het ook zei: La séduction est beaucoup plus immense que la satisfaction. Zodra iets ingevuld is, stort er ontzettend veel in elkaar. ‘Houden van’ heeft nooit een resultaat, het heeft geen gewicht, het moet bijna een zijden doekje zijn dat voor iets hangt.”
Tussen de dansers loopt één figuur met onbedekt gezicht: de Zuid-Afrikaanse zangeres Tutu Puoane, die het volle gewicht van het zicht doet voelen op scène. Als een mythologische godin bekijkt ze het gekronkel van de hulpeloze blinden en ze fluistert en zingt hen onverstaanbare, onheilspellend klinkende boodschappen toe. “Alles vertrekt van haar: zij kan de liefde incorporeren. Dat geeft haar personage een zekere macht.”
Eén van de performers doet uiteindelijk de sjaal van zijn gezicht en er ontstaat een duet met een meisje. “Hij speelt met haar”, legt Vandekeybus uit. “Maar zodra hij heeft wat hij wil, is het al meteen too much en wordt hij erdoor opgegeten.”

UV_SLSL©DannyWillems_4_SLSL-363
Leeg en puur
“Mensen vragen me welke boodschap over de liefde ik met mijn voorstelling wil uitdragen”, zegt Wim Vandekeybus. “Maar dan denk ik direct: nee, dat is net niet wat we moeten doen…” In se grijpt de choreograaf met Speak Low terug naar zijn beginpunt. In zijn allereerste productie, What the Body does not Remember uit 1986, schuwde hij elke referentie. “Wat ik nu doe, is vergelijkbaar. Natuurlijk was What the Body veel abstracter, harder en dierlijker, maar toch zat er ook al een en ander in over de liefde. Ook Speak Low mag absoluut niet intellectualistisch overkomen door ze met referenties te stofferen. Ik wilde zo leeg en puur mogelijk beginnen.”
Hoe heeft hij zich dan op de productie voorbereid? “Chaotisch en parallel met veel andere dingen”, zegt hij. “Ik ben niet de persoon die 20 boeken over zijn onderwerp zal zitten lezen. Pas op, ik héb wel gelezen – filosofische beschouwingen over de liefde vooral. Maar ik had dat allemaal al ooit gehoord en vond het behoorlijk boring. Ik heb die boeken dus weggelegd en ben wat andere dingen beginnen lezen, waarin ik dan iets over de liefde probeerde te vinden. De Grieken, bijvoorbeeld: die kenden vijf gigantische thema’s over de liefde en wij gebruiken er daar maar één van. Denken we aan de liefde, dan denken we automatisch aan een koppel en hartjes en op restaurant gaan met Valentijn om je liefde te bewijzen en dat soort quatsch. Zo hebben we de liefde gereduceerd tot iets als Sinterklaas voor kinderen, iets materieels ook. Instant gratification. Zo denken over de liefde is limiterend en het zou heel stom zijn om alleen maar dat aspect op scène te zetten. De Grieken hebben het evenzeer over liefde tussen ouder en kind, voor het universele, het goddelijke… Liefde is inherent aan alles wat er gebeurt: het is zo ruim en tegelijk zo klein, dat je er wel allerlei bij moet betrekken als je het erover wil hebben. En dat heb ik heel intuïtief gedaan. Ik wou vooral vanuit het mysterie vertrekken, de emotie zelf proberen te pakken. Daarom gebruiken we in deze voorstelling geen tekst. Ik wil niks uitleggen: de voorstelling mocht geen woorden nodig hebben. De beste liefdesgedichten gebruiken het woord ‘liefde’ niet. Snap je?”

Meer? Staalkaart #30.

www.ultimavez.com


Wim Vandekeybus: ‘booty Looting is een blokkendoos’

16/10/2012

Ultima Vez tourt momenteel met de nieuwe productie booty Looting, een voorstelling die waarheid zoekt en leugens verkondigt, fictie schrijft en geschiedenis construeert, die ontmaskert en terugkaatst, analyseert en in kaart brengt.

Ik sprak Wim Vandekeybus afgelopen zomer op zijn tweede vrije dag in twee jaar tijd. Over booty Looting, natuurlijk, maar bij uitbreiding over het hele seizoen 2012-2013, dat er bijzonder goed gevuld uitziet. Een nieuw gebouw. Een 25ste verjaardag. Hernemingen van enkele van de meest uiteenlopende voorstellingen uit het repertoire (waaronder de allereerste Ultima Vez-productie What the Body does not remember). Hou voor het hele programma zeker www.ultimavez.com in de gaten.

Het volledige artikel dat ik na het interview heb geschreven, lees je in het huidige nummer van Staalkaart. Hier: een fragment.

De meest analytische voorstelling van Ultima Vez tot nu toe. Zo wordt booty Looting al eens omschreven. Wim Vandekeybus kan zich daar wel in vinden. ‘Het was een Oostenrijkse criticus die dat schreef, na de wereldpremière in juni, op de Dansbiënnale van Venetië’, zegt hij. ‘En het klopt. Refereren en analyseren is de vorm van de voorstelling geworden.’

Reconstructie van een fictief leven
De kern van booty Looting is het personage Birgit Walter. Ze is antropologe, actrice, moeder, echtgenote. Of toch weer niet. Ze is femme fatale, een noodlottige vrouw, ze is Medea, Romy Schneider. Of toch niet? ‘Het is fijn om uit te gaan van zo’n fictief personage’, vindt Wim Vandekeybus. ‘Een fictief personage dat dan wel de naam draagt van de actrice die het speelt. Het personage Jerry (Jerry Killick, red.) maakt de reconstructie van haar leven. En dan gaat het zoals altijd wanneer je mensen bewondert: je vertelt hun verhaal, maar tegelijk steel je van ze, ren je met ze weg.’ Heel veel wordt uiteindelijk zo gemaakt: de waarheid, de geschiedenis, een voorstelling. ‘Ik heb tot nu altijd geweigerd om referenties prijs te geven’, legt Wim Vandekeybus uit. ‘Ik hou daar gewoon niet van. Maar uiteraard werk ook ik op die manier. In booty Looting noem ik mijn referenties wel, maar met een vette knipoog: minstens 30% is verzonnen.’ Een van die referenties is de invloedrijke Duitse kunstenaar Joseph Beuys (1921-1986). Wanneer die in een werk vilt gebruikte, pakte hij keer op keer uit met hetzelfde verhaal. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij bij de Luftwaffe. Op missie in de Krim zou zijn vliegtuig zijn neergestort. De piloot was op slag dood, maar hij – Beuys – werd gered door Tartaren. Om hem te behoeden voor onderkoeling smeerden ze zijn lichaam in met vet en wikkelden ze hem in vilt. Ziedaar de referentie van de referentie. Achteraf blijkt dat Joseph Beuys nogal creatief met de waarheid omsprong. De doordringende geur van vet en vilt zou de kunstenaar in hem wakker hebben gemaakt en een blijvende inspiratiebron voor hem zijn geworden. In realiteit was er sprake van vet noch vilt. ‘En nu schijnt dat hij zelfs helemaal nooit in dat vliegtuig heeft gezeten. Eigenlijk werkte hij bij de post…’

Misvorming van het geheugen
Wat is waarheid en wat is leugen? Hoe geconstrueerd is de waarheid en hoe levensecht de leugen? Vanuit zulke vragen is booty Looting gegroeid. Ze komen samen in één spil: het geheugen en hoe dat de dingen vervormt. De titel van de voorstelling verwijst daarnaar. Booty Looting slaat op een dubbele vorm van plundering: stelen wat al gestolen was, plunderen wat eerder geplunderd was, de buit buitmaken. Op de scène staan acht figuren: zes performers, muzikant Elko Blijweert en rockfotograaf Danny Willems. De fotograaf maakt de vervorming van het geheugen, het booty looten, concreet. ‘Ik ben gefascineerd door fotografie en wat die teweeg kan brengen’, legt Wim Vandekeybus uit. ‘Een foto voegt iets toe, transformeert, laat dingen weg, kan de kijker beliegen.’ Danny Willems neemt tijdens de voorstelling foto’s. De resultaten worden live in action geprojecteerd op een groot scherm. Zo kan het publiek het procedé van realiteit en fictie volgen: wat gebeurt er op scène en wat is er op de foto te zien? Zelden geven beide hetzelfde weer.

Fragment booty Looting

Speellijst booty Looting.


Oedipus/bêt noir: ‘Aards en zonder vernis’

15/09/2011

Vanavond première van Oedipus/bêt noir van Ultima Vez en KVS. De trailer ziet er alvast bijzonder intrigerend uit.

Nog voor de repetities begonnen, heb ik Wim Vandekeybus en Jan Decorte geïnterviewd over de productie (in opdracht van Ultima Vez). Je vindt de volledige tekst op de site van de KVS, onderaan bij ‘pers en extra’s’. En hier lees je alvast een fragment:

Na het jongerenproject Bêt noir en de Zweedse gastchoreografie Black Biist gaat Wim Vandekeybus voor de derde keer aan de slag met Jan Decortes Oedipusbewerking uit 1999. Wat is er zo dringend aan die tekst dat hij bij Ultima Vez steeds opnieuw op tafel komt? Om daar achter te komen, spreken we met de twee makers af in een Brussels bruin café, bij een glas wijn. ‘Eigenlijk is Bêt noir een perfect filmscript, dus misschien komt er ooit zelfs nog een vierde versie.’

Vandekeybus en Decorte praten zoals ze voorstellingen maken. De ene wild enthousiast en energetisch uitwaaierend – elke zin onderstreept hij met beweging. De ander afwachtend – Decorte luistert vooral en vult het gesprek nu en dan aan, alleen als hij vindt dat een uitspraak er echt toe doet.

Een heel stuk in één zin
‘Ikebbet altijt noch chezecht – zo begint Bêt noir en eigenlijk zit het hele stuk al in die ene zin’, vindt Wim Vandekeybus. ‘Ikebbet altijt noch chezecht – daarmee alleen al kun je een heel stuk maken.’
In Black biist, de choreografie die hij in 2009 voor het Göteborg Ballet maakte, krijgt die eerste zin een kwartier om de zaal te vullen, legt hij uit. ‘Ik gaf in het eerste kwartier niet meer dan dat. En nu heb ik opnieuw goesting om eerst en vooral met die zin aan de slag te gaan.’
Jan Decorte knikt: ‘In het begin van het stuk is alles eigenlijk al gebeurd. Er moet alleen nog verder gestrompeld worden. Zo gaat het altijd met Griekse tragedies. Je weet dat het slecht afloopt, dat de held alle mogelijke fouten zal maken. Oedipus is in die zin het ultieme tragische personage: hij begint met alles, maakt dan de grootste vergissingen die een mens kan maken – je vader vermoorden en je moeder in je bed – en eindigt met niks. Hij is dus een held met grote valhoogte, zoals we vroeger op school geleerd hebben. Dat maakt hem spannend. Dat, en de waanzin die uit zijn hele figuur spreekt. De waanzin is trouwens ook wat mij bevalt aan het werk van Wim: het is waanzinnig wild en dat maakt mij weliswaar een beetje bang, maar toch zie ik het graag.’
Vandekeybus ziet Oedipus dan weer vooral als een antiheld. ‘Een antiheld die in Bêt noir nog extra als een antiheld wordt afgeschilderd. King Lear, dat is in mijn ogen een echte koning. Oedipus is meer een dommige kwajongen die opeens koning wordt en er dan ongevraagd de koningin bij krijgt. In se is hij van goede wil, maar omdat hij zo hardnekkig de juiste beslissingen wil nemen, maakt hij nog meer fouten.’
Decorte: ‘Dat is de definitie van de tragedie, natuurlijk: iedereen wil aan zijn lot ontkomen, maar het lot pakt je uiteindelijk toch. In de gekuiste versie heet het dat de goden dat allemaal beslissen, maar in werkelijkheid doet de mens zichzelf zijn tragedies aan.’ Net dat maakt de mens volgens Vandekeybus zo’n mooi schepsel. Zodra er iets fout gaat in zijn leven, zoekt hij daarvoor een reden buiten zichzelf. ‘De mens is continu bezig met zingeving en met oplossingen zoeken voor wat hij niet begrijpt. Daarom zijn de goden uitgevonden, daarom gingen de Grieken naar het orakel, daarom bestaat bijgeloof. Sommige mensen geloven dat zwarte katten ongeluk brengen, maar die kat weet niet dat ze zwart is, snap je? Het is de mens die die betekenis daarin legt. Oedipus kan aan zijn lot niet ontsnappen, omdat het zogezegd vast ligt en dus onontkoombaar is. Maar eigenlijk hebben de Grieken juist het toeval gecreëerd.’

www.kvs.be


Wim Vandekeybus over ‘Radical wrong’: ‘Een voorstelling die geen voorstelling is’

11/05/2011

Vanavond om 20.15 uur kun je in De Warande in Turnhout naar de laatste voorstelling uit de huidige tournee van Radical Wrong gaan kijken. In Radical Wrong werkt regisseur-choreograaf Wim Vandekeybus (Ultima Vez) voor het eerst voor jongeren. Ik heb een van de eerste voorstellingen in Hasselt gezien en was ervan onder de indruk. Ik vraag me af wat voor sporen ze zou nagelaten hebben als ik ze op mijn zestiende had gezien. Het lijkt me geen productie die je licht vergeet als ze een introductie in de dans voor je betekent. Ze speelt expliciet in op de leefwereld van de jongeren, maar schudt diezelfde jongeren er nu en dan ook bruusk even uit. Heerlijk.

‘Ik wil een voorstelling maken die geen voorstelling is of toch niet wil zijn, een voorstelling die zich niet wil inpassen in de gangbare normen, die constant op zoek is naar een identiteit en niet bang is om fouten te maken, maar die juist om al die redenen interessant of sterk kan worden.’

Dat vertelde Wim Vandekeybus me toen ik hem goed anderhalve maand voor de première voor Staalkaart interviewde. Hij is daarvoor vertrokken, zei hij, van een worst case scenario: een zaal vol tieners die in se geen bal om een dansvoorstelling geven en als enige voordeel zien dat ze geen les hebben op dat moment.

‘Als scholier ben ik zelf naar Moeder courage gaan kijken in de KNS. In die voorstelling had je zo’n paard dat ter plaatse stapte omdat het podium draaide. Achteraf ging ik weer naar de klas en gingen de lessen gewoon door. Dat was het. Geen uitleg, geen gezaag. Maar ik vroeg me wel af: Wat moet ik hier nu mee? Tieners die naar Radical Wrong komen, hoeven niet blij te zijn omdat ze naar het theater moeten. Ik heb liever dat ze zich, net als ik toen, beginnen af te vragen wat zo’n voorstelling nu eigenlijk betekent. Of wat het eventueel zou kunnen zijn. Als je dat bereikt, ben je al ver. Het wordt jonge mensen ingepompt dat ze de gevestigde waarden moeten respecteren. What the fuck!? Ze mogen het allemaal slecht vinden! Het rebelse in tieners is me veel meer waard dan de opinie van de gevestigde waarde, die hen nog eens precies komt vertellen hoe het moet en wat ze ervan moeten vinden. In die zin leg ik mezelf met deze voorstelling zwaar op de rooster. Ik vernietig mezelf erin – het wordt een voorstelling waarin ik niet meer besta.’ Vandekeybus maakt Radical Wrong voor jonge mensen, maar hoedt zich voor een kinderlijke productie. ‘Je moet jongeren van 12 tot 18 ook niet onderschatten – je kunt er best al eens een klets aan geven. Onderschat de wereld van een tiener niet. Die kan keihard zijn.’

Het volledige artikel staat in Staalkaart, maart-april 2011.

www.ultimavez.com