Ateliers in de Rand 9: ‘Ik begin, en de hoed komt uit mijn vingers’

Haar fascinatie voor hoeden is diep geworteld in haar jeugd in de Grimbergse wijk Verbrande Brug. Als klein meisje mocht Kathleen Robberechts meedoen met een optocht van buren en familieleden. Iedereen verkleedde zich en zij kreeg een hoed op. ‘Ik wou dolgraag weten hoe die in elkaar zat, maar ik moest er vanaf blijven…’ Hoe maak je een hoed? Ze bleef het zich afvragen en had na haar middelbare school liefst een opleiding tot modiste gevolgd, maar omdat haar ouders vreesden dat ze er nooit haar brood mee zou verdienen, ging ze toch een andere richting uit. Passie kruipt echter waar ze niet gaan kan. Uiteindelijk volgde ze de opleiding in avondschool. ‘En wij waren domme leerlingen’, gniffelt ze, ‘We bleven met opzet zitten, om toch maar naar school te kunnen blijven gaan.’ Sinds eind jaren 90 is hoeden maken haar bijberoep.

Kathleen Robberechts geeft allerhande workshops voor verenigingen en bij haar thuis. Feest- en zomerhoeden ontwerpt ze op bestelling. Haar wintercollectie met vilten hoeden maakt ze in de zomer. ‘Ik begin gewoon, en ik zie waar ik uitkom. Als alle basishoeden eenmaal klaar zijn, begin ik aan de afwerking, en daarin zie je de lijn van de collectie het best.’

Natte wol
In de keuken in Elewijt ruikt het naar natte wol. Op het aanrecht staat een stoomapparaat met daarop een cloche – een basisvorm in vilt waaruit je om het even welke hoed kunt vormen. Op de cloche verschijnen kleine druppeltjes. ‘De hoed nat maken en stomen is de eerste stap’, vertelt Kathleen Robberechts. ‘Wanneer dat eenmaal is gebeurd, trek je de cloche stevig over een mal. Zo krijgt de hoed zijn definitieve vorm.’
De grote berging achter de keuken staat vol materiaal. Cloches in alle kleuren, linten, knopen, elastiek, maar ook rekken met houten mallen: voor vierkante en ronde hoeden, gedeukte exemplaren, met grote of met kleine, symmetrische en asymmetrische randen. ‘En dit is nog maar de helft‘, zegt ze. ‘De rest staat in mijn grote atelier in Beigem. Daar ben ik veel beter uitgerust, maar mijn zoon woont nu in dat huis, dus ik heb een deel van mijn materiaal naar hier verscheept.’ Zo’n 100 mallen heeft ze intussen en als ze er op een beurs of rommelmarkt nog mooie tegenkomt, kan ze de lokroep niet weerstaan. ‘Ik heb ooit een mal gekocht, waarvan ik bij thuiskomst besefte dat ik er zo eigenlijk al eentje had.’

Terwijl de cloche in de keuken rustig voort stoomt, toont ze een zwart hoedje dat bijna af is. ‘Dit is een recuperatiehoed’, zegt ze. ‘Je kunt van een oude hoed een volledig nieuwe maken, andere vorm en al.’ Zo gaf ze recent een workshop aan enkele dames die oude hoeden op de kop hadden getikt in een kringwinkel. ‘Het is fantastisch om van zo’n goedkoop, oud hoedje een origineel nieuw exemplaar te maken.’

Het volledige artikel is verschenen in RandKrant, mei 2013.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: