Anton Kusters: “Weten hoe je zaken moet doen, geduld hebben en fucking hard werken”

01/07/2017

In CC Hasselt loopt momenteel de grootste tentoonstelling uit de carrière van fotograaf Anton Kusters. Mono no Aware + Yakuza toont zijn documentaire reeks over de Japanse maffia waarmee hij al jarenlang en wereldwijd furore maakt. De Yakuza-tentoonstelling krijgt het gezelschap van het recentere Mono no Aware, over vluchtigheid en voorbijgaande dingen. Kusters studeerde politieke wetenschappen en wandelde daarna langzaam de wereld van de fotografie in. “Als ik opnieuw kon beginnen denk ik niet dat ik sneller fotografie zou gaan doen. Op 18 was ik nog te onvolwassen om voor het autonome parcours te kunnen kiezen dat ik nu heb gevolgd.”

 

Souichirou shows his Koi tattoo – 2009

“Tijdens mijn studie Politieke wetenschappen in Leuven volgde ik avondlessen fotografie aan het STUK. We kregen er vooral donkerekamerwerk: leren ontwikkelen en afdrukken. Ik wist op dat ogenblik nauwelijks dat dat bestond, dus ik vond het ontzettend fascinerend. Nadat ik was afgestudeerd was een job vinden mijn eerste bekommernis. Ik kwam terecht in de grafische sector. Pas 10 tot 15 jaar later kwam fotografie weer echt op de voorgrond. Ik ben toen naar de Academie van Hasselt getrokken, om toch eens officieel werk te maken van mijn vorming in de fotografie, al was het maar om te zien of ik geen cruciale aspecten ervan over het hoofd had gezien. Uiteindelijk heb ik om in de plaats van mijn laatste jaar in Hasselt een workshop te gaan volgen in Amerika bij Magnumfotograaf David Alan Harvey. Hij heeft mijn kijk op fotografie en daardoor mijn hele leven veranderd. Toen is het helemaal losgeslagen. David is een goede vriend geworden, we hebben samen Burn Magazine opgestart (een online platform voor opkomend fotografietalent, IM), en hij heeft me gementord in mijn eerste project, over de Japanse Yakuza. Hij heeft me ook geïntroduceerd in het wereldje, op een moment dat ik zelfs niet wist dat er ‘een wereldje’ bestond. Ik heb in die periode dus stappen gezet waarvan ik pas jaren later beseft heb hoe groot ze waren. Daar ben ik David heel dankbaar om.’

 

We horen in deze reeks wel vaker hoe cruciaal het is om op het juiste moment de juiste mensen tegen te komen, die je dan net dat ene zetje kunnen geven dat je nog nodig hebt. Daar ben jij het dus mee eens?

 

“Absoluut. Je kunt zoveel kunst maken op je zolderkamer als je wil, maar als je er niet mee naar buiten komt, zal niemand ervan wakker liggen. Hoe je het doet maakt niet zoveel uit – dat hangt vooral van je persoonlijkheid af – maar je moet ervoor zorgen dat je mensen tegenkomt en mensen zoekt die je kunnen helpen. Je kunt ook altijd een wederdienst bieden, bijvoorbeeld. Toen ik David Alan Harvey leerde kennen, was ik web developer. En dus heb ik hem voorgesteld om de website van Burn Magazine te ontwerpen in ruil voor zijn mentorschap. Natuurlijk kun je dat soort dingen niet afdwingen. Ook dat had ik in het begin nog niet door. Ik was net begonnen met mijn Yakuzaproject, maar ik had nog geen enkele foto. David nam me mee naar bijeenkomsten, feestjes en workshops en stelde me voor aan iedereen die iets betekende in de industrie. Ik vervloekte mezelf omdat ik niets had om aan al al die mensen te tonen. Maar achteraf hoorde ik wat een verademing ze het vonden om over fotografie te kunnen spreken met iemand die eens niet zijn werk aan hen wou opdringen (lacht).

Jaren later kreeg ik opeens telefoon van Monica Allende, die toen fotoredacteur was van Sunday Times Magazine in Londen. Ze wou mijn Yakuzawerk publiceren. Op dat moment waren er maar drie toonaangevende magazines in Europa, en Sunday Times was er daar één van. Als je daarin gepubliceerd wordt, weet je dat er iets aan het beginnen is… Vervolgens is De Standaard erop gesprongen, toen werd ik uitgenodigd voor De Laatste Show en dan is alles eigenlijk ontploft. Zo werkt het dus blijkbaar: twee jaar lang heb ik keihard gewerkt en ging ik constant overal naartoe om mensen te zien, met hen te praten en raad te vragen – die had ik toen ook echt nodig – en blijkbaar had ik dan het geluk dat ik op het juiste moment helemaal geen foto’s had om te tonen (lacht). Ik weet natuurlijk niet of het écht dat is geweest en of het voor anderen ook zo zou kunnen werken, maar ik heb in die periode in elk geval contacten gelegd met mensen. Als ik met mijn werk had lopen leuren, hadden alleen mijn foto’s contacten gelegd, om het zo te zeggen.”

Lees meer

Mono no Aware + Yakuza, nog tot 24 september, CC Hasselt (gesloten in juli).

www.antonkusters.com

www.kunstenloket.be

Advertenties

Lieve Blancquaert: ‘Je leert de wereld op een heel bijzondere manier kennen’

02/12/2015

Twee jaar werkte fotografe Lieve Blancquaert aan Wedding day, de opvolger van het succesvolle Birth day. Ze reisde de wereld rond op zoek naar verhalen en naar het antwoord op haar ultieme vraag: wat betekent trouwen op al die verschillende plekken?


De televisiereeks van Wedding day loopt momenteel op Eén. Het gelijknamige boek ligt in de handel. Van januari tot maart trekt Lieve Blancquaert bovendien langs verscheidene culturele centra. ‘Daar heb ik de kans om mijn persoonlijke kijk op de reportages te geven’, vertelt ze. ‘In het boek en de tv-reeks blijf ik zoveel mogelijk de neutrale toeschouwer. In een theaterzaal hoeft dat niet. Ik geef vertel wat ik gevoeld heb bij de reportages, en geef er mijn mening over. Tijdens zo’n lezing kun je echt voluit gaan. Ik toon er ook beelden die ik zelf heel belangrijk vind, maar die om de een of andere reden toch niet in de televisiereeks pasten.’

Intriest
Elk verhaal dat ze tijdens de opnames hoorde en elke persoon die ze ontmoette, was op zijn eigen manier bijzonder. Er zijn dan ook veel mensen en dingen die de fotografe nog lang zullen bijblijven. Maar als er eentje uitspringt, dan zal het toch het Nepalese meisje Punam zijn. Ze wist niet precies hoe oud ze was, ze vermoedde ongeveer 15. Ze zou trouwen met een jongen van wie ze evenmin de leeftijd kende. ‘Hij zag er nog jonger uit dan zij’, zegt Lieve Blancquaert. ‘Punam wou echt niet trouwen. Ze voelde zich er niet klaar voor, maar ze had geen keuze. Haar ouders waren gestorven en in het huis van haar tante was geen plaats meer voor haar. Het was echt een intriest verhaal.’ De twee jonge mensen hadden elkaar nooit eerder ontmoet. Punam had enkel een fotootje van haar aanstaande echtgenoot. ‘Dat moet je je even inbeelden: je gaat trouwen met iemand van wie je nauwelijks weet hoe hij eruitziet, laat staan hoe hij spreekt en denkt. Het is een akelige gedachte, die voor ontzettend veel mensen realiteit is.’
De Nepalese kindhuwelijken waren voor Lieve een frappant fenomeen om bij te wonen. ‘Ik merkte dat die jongeren vaak totaal niet beseften wat hen te wachten stond. De meisjes wisten bijvoorbeeld niet hoe ze zwanger zouden worden.’ Als westerse, vrijgevochten vrouw kom je boordevol vooroordelen in zo’n situatie terecht, legt Blancquaert uit. Maar snel moest ze vaststellen dat je het niet redt met een opgeheven vinger. ‘Het zit zoveel complexer in elkaar dan je vermoedt’, zegt ze. ‘Die mensen zitten vast in hun tradities, in hun onwetendheid ook. Er heerst in de regio enorm veel analfabetisme en armoede. Je kunt dat allemaal niet oplossen in een vingerknip. Ik voelde me er totaal machteloos bij.’

Pure essentie
Lieve Blancquaert vertelt ook over Zaatari, een bomvol vluchtelingenkamp in Jordanië, op de grens met Syrië. Gemiddeld vinden er twee huwelijken per dag plaats. ‘In zo’n kamp staat de reden om te trouwen erg scherpgesteld. De mensen hebben er niets meer. Ze zijn hun thuis, hun geschiedenis, hun toekomst, soms hun hele familie kwijt. Elk mens geeft een reden nodig om te blijven bestaan en trouwen en kinderen krijgen is dan ook vaak de enige manier om te kunnen doorgaan met het leven. Dat heeft me erg ontroerd. Het huwelijk werd in Zaatari tot zijn pure essentie herleid. Voor veel mensen, vooral meisjes, betekende het ook echt overleven en veilig zijn. Er is niets gevaarlijkers dan als meisje in je eentje in zo’n vluchtelingenstroom onderweg te zijn: je wordt erg kwetsbaar voor mensenhandel en dergelijke. Het huwelijk wordt zo al snel de veiligste optie.’

Microscoop op een cultuur
Zomin als Birth day een project over bevallingen en blozende baby’s was, is Wedding day er eentje over trouwfeesten en witte jurken. ‘Ik gebruik die bepalende momenten in een leven om een andere cultuur in te stappen, er een microscoop op te leggen en te ontdekken wat er allemaal leeft. Om dat te doen, kijk je natuurlijk veel breder dan alleen dat ene koppel. De trouwers weten nog niet wat de toekomst zal brengen en daarom waren ze dikwijls niet de hoofdpersonen in mijn verhalen. Het kon de oma van de bruidegom zijn, de matchmaker, de wedding planner … Een goed verhaal kun je op de meest onverwachte plaatsen vinden. Ik ging bijvoorbeeld ook altijd op zoek naar personen die al 30, 40 of 50 jaar samen waren. Zo sprak ik in India met een superrijke oude man die vertelde dat hij al twee jaar met zijn vrouw getrouwd was toen hij verliefd op haar werd. En nu is de liefde er nog altijd, zei hij. Je valt telkens weer in nieuwe verhalen en zo leer je de wereld op een heel bijzondere manier kennen.’

Dit artikel verscheen eerder in RandKrant, december 2015.


‘Schilderen met een fototoestel’

01/12/2010

Zondag opent in Galerij De Ziener in Asse een tentoonstelling met werk van fotograaf Julien Coulommier (°1922), de nestor van de Belgische kunstzinnige fotografie. Zijn immense archief bevat tijdloze beelden waarvan de poëtische zeggingskracht voorop staat en het oorspronkelijke onderwerp naar de achtergrond verschuift.

Een tijd terug interviewde ik hem bij hem thuis in Wezembeek-Oppem en gaf hij me een kleine rondleiding in zijn bijzondere archief.

Het artikel staat in het huidige nummer van RandKrant. Een fragment:

Tegen de traditionele fotografie
In 1949 kocht Julien Coulommier zijn eerste echt goede fototoestel. ‘Het was een Rolleicord, een goedkopere versie van de professionele Rolleiflex. Het kostte nog meer dan 3000 frank, wat veel geld was in die tijd, maar op afbetaling ging dat nog net’, glimlacht hij. In de vroege jaren 50 ontdekte Coulommier nieuwe manieren van fotograferen. ‘Tot dan was er vooral aandacht voor traditionele landschaps- en reportagefotografie. Die beviel me niet: ik vond ze saai en academisch. Om daartegenin te gaan, begon ik kunstkritieken te schrijven in gespecialiseerde tijdschriften. Ik brak de traditionele fotografie af en kreeg daar van de hoofdredactie ook de ruimte voor, zelfs als er al eens abonnementen werden opgezegd door wat ik schreef.’ Onder meer door ontmoetingen met de Duitse avant-gardefotograaf Otto Steinert, begon Coulommier zelf meer met zijn toestel te experimenteren. De subjectieve fotografie werd in bepaalde kringen de hemel in geprezen, in andere met de grond gelijk gemaakt. ‘Naar aanleiding van een tentoonstelling in Amsterdam noemden de meeste kranten en tijdschriften, met uitzondering van de Groene Amsterdammer, mijn werk zinloos. De fotografie werd nog niet ten volle als kunst gezien’, zegt Julien Coulommier. Een ijkpunt was de tentoonstelling Images inventées die hij in 1957 samen met collega-kunstenaar Serge Vandercam or- ganiseerde in het Paleis voor Schone Kunsten. Het was een van de vroegste exposities rond creatieve, niet-figuratieve fotografie in onze contreien. ‘Die tentoonstelling veroorzaakte een schok in de kunstwereld.’

Een wereld in een wereld
Julien Coulommier toont zijn voorraad ingelijste foto’s, waarvan geregeld selecties naar tentoonstellingen reizen. Het valt op dat vooral de natuur veelvuldig voorkomt. ‘Een van mijn hoofdthema’s is de groeikracht van de natuur’, vertelt hij. ‘Het boeit me mateloos hoe sterk die kan zijn. Ga maar na: zelfs in een landschap dat gedomineerd wordt door steen en beton zie je in spleten en kieren kleine plantjes woekeren. Dat soort dingen probeer ik uit te beelden.’ Vier jaar geleden liep in Charleroi de overzichtstentoonstelling Entre Mondes. Die titel zegt veel over de visie van Coulommier en was ontleend aan de Franse surrealistische dichter Paul Eluard, die stelde: ‘Il y a un autre monde, mais il est dans celui-ci’. Ook Coulommier put zijn beelden uit de werkelijkheid om zich heen, maar vindt daarin een net iets ander perspectief, een lichtjes vervormde blik, een vervreemdingseffect, dat per foto of fotoreeks een nieuw universum opent.
Hij toont een aantal voorbeelden uit zijn reeks Antropologie. Bomen en planten spelen steevast de hoofdrol, hoewel het beeld nooit echt om hen draait. Een foto van een varen roept associaties met een danseres op. Een boom wordt een heksachtig personage. ‘Op zo’n manier laat ik de werkelijkheid en mijn verbeelding samenkomen’, legt Julien Coulommier uit. We komen voorbij een van zijn bekendste foto’s, De tuin van de gevangenis uit 1954. ‘In werkelijkheid is het een foto van een reeks spruitkolen voor een bakstenen muur, maar het beeld roept een heel ander verhaal op. Je kunt er palmbomen in zien die in de tuin van een gevangenis groeien. Voor de gevangenen staan ze symbool voor hun hang naar vrijheid.’ Hij schakelt over op de volgende foto, maar onderbreekt zichzelf snel: ‘Je hoeft ook niet alles te geloven wat ik zeg’, lacht hij. ‘Ik laat graag ruimte voor de eigen interpretatie van de toeschouwer. Het liefst leg ik niks uit en laat ik de beelden voor zich spreken.’

Meer lezen kan hier.
Een aantal werken van de fotograaf vind je op zijn website.


Flattr this


‘Een lens kan iemand veranderen’

04/11/2009

Stephan Vanfleteren over het mysterie van het fotograferen
Tentoonstelling: nog tot begin december, Circus Mahy, Gent

“Stephan Vanfleteren is een van de topfotografen van ons land. In het oude Circus Mahy in Gent hangt een selectie uit twintig jaar zwartwitfoto’s, meestal gemaakt voor de krant De Morgen. ‘Soms komt een beeld op het juiste moment en dan denk je: dit is schoonheid!’

Rimpels, wallen en groeven kunnen daar perfect deel van uitmaken. Vanfleteren haalt graag interessante mensen voor zijn lens. Zijn portretten vertellen hun levensverhaal. Dat de tentoonstelling plaatsvindt in het Circus Mahy of het Wintercircus is geen toeval. Er zijn al 60 jaar geen voorstellingen meer geweest. Het gebouw is een ruïne. ‘Het is groot, kapot en versleten, maar ook prachtig. Een gebouw dat leeft’, zegt Vanfleteren. De sfeer van zijn foto’s sluit daar uitstekend bij aan. Vooral zijn portretten van mannen aan wie je kunt zien dat ze volop geleefd hebben, zoals Hugo Claus, Arno of Roland hangen er perfect op hun plaats.”

Lees het volledige portret van Vanfleteren hier in pdf-formaat.


Artikel – Ontzettende esthetica

03/05/2009

Erwin Olaf – Eyecandy 1984-2009
FoMu Antwerpen, nog tot 7 juni
Royal Blood, Sissi (c) Erwin Olaf, courtesy Flatland Gallery (Nl, Paris)
Een moeder gekleed in zwart latex strekt liefdevol haar armen uit naar haar dito uitgedoste kind. Wezens uit een androgyn universum spelen een partijtje voetbal. Dames van ver gevorderde leeftijd showen hun vlees alsof ze twintig waren. Clowns vieren feest in een behoorlijk dubbelzinnig seksueel paradijs. Koninklijk bloed vloeit helrood op spierwit. Welkom in de kronkelwereld van Erwin Olaf.

Als je de overzichtstentoonstelling van de Nederlandse fotograaf Erwin Olaf (°1959) in het Antwerpse Fotomuseum binnenstapt, kom je eerst voorbij een waarschuwing dat je ‘expliciete beelden’ te zien zult krijgen. Hier en daar kun je een foto inderdaad als provocerend beschouwen, maar daar draait het eigenlijk helemaal niet om. Wat meer opvalt, is de ontzettende esthetica van de soms sterk bewerkte beelden (‘ontzettend’ echt wel in alle betekenissen van het woord). In de reeks Royal Blood is het het samenspel van schoonheid en gruwel dat de toeschouwer in de ban houdt. Voor de foto Sissi blijf je gemakkelijk minutenlang staan, vooral misschien nog aangetrokken door de doordringende, verleidelijke blik, maar ook door de gave witte huid die ter hoogte van het hart is opengereten door een vijl.
Lees meer in Isel nr. 29, maart-april 2009