Beeldend kunstenaars Tinka Pittoors en Kris Fierens: “Koppig zijn en doorgaan”

13/05/2016

Een zomertentoonstelling in Belgisch-Luxemburg, een kunstveiling voor Ringland in mei, solotentoonstellingen in verschillende galeries, een handvol groepstentoonstellingen en eigen evenementen: het is druk voor beeldend kunstenaars Tinka Pittoors en Kris Fierens. Drie jaar geleden nam het koppel zijn intrek in een oude kopergieterij. Ze beschikken er elk over een indrukwekkend atelier en hebben er plaats om volk te ontvangen. “Omdat we weten dat we het nu aankunnen, organiseren we geregeld atelierbezoeken. Deze plek is onze ambassadeur geworden”, vindt Fierens.

P1190524_1024

Kris Fierens: “We nodigen mensen uit, geven diners en feestjes voor vrienden, bieden mensen atelierbezoeken aan. Een kunstenaar mag niet op zijn mansarde blijven zitten: als de mensen je niet zien, besta je niet.”

Tinka Pittoors: “Kunst is communicatie. Soms vragen we ons zelf af hoe we vroeger overleefd hebben, toen we niet de ruimte hadden om evenementen te organiseren of zelfs maar om ons werk op een degelijke manier tot stand te brengen.”

KF: “Tinka heeft ooit een sculptuur in stukken moeten zagen omdat ze te groot was om ze uit haar mini-atelier te krijgen. We leven hier misschien niet in de grootst denkbare materiële weelde, maar hier kunnen wonen en werken is luxe op zich.”

TP: “Er zijn twee dingen onbetaalbaar in het leven: tijd en ruimte. Wij hebben ervoor gezorgd dat we die hebben. Als je dan met de rest soms wat minder moet doen, dan is dat maar zo.”

KF: “In de kunst gaat het vaak zo: de ene dag eet je droog brood met water, morgen kun je de champagne opentrekken en de dag erna is het weer wat anders. De meeste mensen nemen zulke risico’s niet in het leven en kiezen voor veiligheid. Maar onze grootste rijkdom is dat we kunnen doen wat we doen.”

Wanneer hebben jullie beseft dat de kunst jullie die rijkdom kon brengen?

TP: “Ik zat als kind op de tekenacademie, maar na het middelbaar onderwijs voelde ik me wat schoolmoe, dus toen ik 18 was, wist ik het niet zo meteen. Na een jaar ben ik dan regentaat plastische opvoeding gaan studeren en pas daarna ben ik op de academie terechtgekomen: ik heb schilderkunst en mixed media gestudeerd aan het KASK. Toen heb ik echt alles op alles gezet, want ik besefte heel goed dat ik mijn richting gevonden had en het nu niet mocht verprutsen.”

KF: “Mijn vader zaliger vertelde graag een bepaalde anekdote over mij. Toen ik van mijn eerste dag in het eerste leerjaar thuiskwam, vroeg hij me of ik een lieve juf had. Ik moet daarop geantwoord hebben: Ze heeft een beetje een fout blauw in haar kleedje. Daarmee is veel gezegd. Ik was een dromer en ik zat met een esthetiek die ik wou ontwikkelen, maar ik wist niet hoe. Er leefde bij ons thuis geen cultuur voor dat soort dingen. Tekenschool volgen zat er bijvoorbeeld niet in. Ik was op mezelf wel altijd een beetje creatief bezig, maar niet echt uitgesproken. Wat wel een verschil heeft gemaakt, is dat de beeldhouwer Bert De Leeuw vijf straten verderop woonde. Hij had zijn atelier in een groot, modernistisch gebouw en ik mocht hem af en toe gaan helpen. Dat interesseerde me enorm. Maar voor de rest bleef het vooral zoeken: ik hield vast aan iets wat ik verder niet kon duiden. Uiteindelijk ben ik dan toch naar de academie gegaan, maar ook daar vonden de leraren me onhandelbaar en maakte ik dingen die ze niet echt konden smaken. Het bleef dus een zoektocht. Na veel vijven en zessen ben ik afgestudeerd en dan heb ik de Jeune peinture gewonnen. Op dat ogenblik was ik nog te jong om zo’n prijs aan te kunnen, dus het is erna eerst even bergaf met me gegaan, en daarna weer bergop. Zo, met ups en downs, heb ik stilaan wat respect vergaard.”

Tinka, hoe is de overgang naar het professionele leven bij jou verlopen?

TP: “Ik heb het geluk gehad dat ik onmiddellijk heb kunnen tentoonstellen en enkele verzamelaars heb gevonden die mijn werk begonnen te kopen. Het is eigenlijk allemaal heel natuurlijk gelopen. Mijn eerste tentoonstelling was in café De Geus van Gent. Meteen daarna ben ik opgepikt door het S.M.A.K. voor Coming People. Op financieel vlak hebben mijn ouders in de beginperiode heel goed voor me gezorgd. Ze hadden een huisje met een klein atelier voor me gekocht in Gent, waar ik dus gratis kon wonen en werken. Dat heeft me veel vrijheid gegeven.”

Lees meer via Kunstenloket.

www.krisfierens.eu
http://tinkapittoors.com
www.facebook.com/tinka.pittoors

Advertenties

Jeroen Lemaitre (Animaux spéciaux): “Je moet ambassadeur worden van je werk”

27/10/2015

Jeroen Lemaitre maakt treasures: opgezette insecten en andere dieren plaatst hij in een kunstige context, zoals onder een stolp of in een lijst tussen twee raampjes. Aankleding en compositie zetten hun natuurlijke schoonheid in de verf. Groene of gouden kevers, natuurlijk blauwe bijen, exotische vlinders… Ze hebben geen opsmuk nodig om mooi te zijn. Ze moeten enkel de blik van de toeschouwer trekken en vasthouden. Daarvoor zorgt Lemaitre. In de Mechelsestraat in Leuven opende hij recent zijn Wunderkammer, een winkel annex atelier waar bezoekers mogen binnenlopen om hem aan het werk te zien, zijn treasures te bewonderen en te kopen, zijn fantasiewereld te beleven. “Wat ik doe maakt veel los in mensen. Ik geef ze een tik en haal ze zo even uit de sleur van het dagelijks leven.”

Animaux Spéciaux

Animaux Spéciaux

“Het is ongelooflijk tof om van de platgetreden paden af te stappen en te beginnen ondernemen. Je bent naïef, je hebt een doel voor ogen en je krijgt de vrijheid om te doen wat je echt graag wil. Tegelijk is het natuurlijk heel akelig om de stap te zetten, want niemand houdt je handje vast. Je moet heel veel zelf ontdekken. Financieel ben ik puur gestart met mijn eigen bescheiden spaargeld – dus echt het geld dat ik als kind voor Kerstmis heb gekregen en zo. Geleend heb ik niet. Zoiets kan natuurlijk alleen als je je vaste kosten zo laag mogelijk houdt. Ik huur voorlopig bijvoorbeeld een studio-atelier in mijn ouderlijk huis voor 150 euro. Mijn webshop huur ik bij een Amerikaans bedrijf voor 20 euro per maand. Ik was in het begin heel voorzichtig met mijn kleine kapitaal. Ik deed alleen minieme aankopen, maakte objecten, verkocht ze, betaalde belasting en sociale zekerheid, en wat dan nog overbleef, investeerde ik opnieuw in mijn werk. Gemakkelijk was het niet. De huur voor een – nog altijd vrij goedkoop – pand zoals ik nu heb, kon ik me dat eerste jaar niet permitteren. Ik heb wel het geluk gehad dat ik de uitbaatster van kledingzaak Profiel in Leuven tegenkwam. Ze was meteen gefascineerd door mijn werk en bood me gratis een ruimte boven haar winkel aan: daar heb ik een aantal maanden mijn treasures verkocht. Haar heb ik trouwens ontmoet terwijl ik met mijn kraampje op een brocantemarktje stond. Dit is een tip die ik andere starters wil geven: zorg dat je werk op zoveel mogelijk plaatsen aanwezig is. Ik heb op markten en beurzen gestaan, ben naar winkels toe gestapt en hebt met ontzettend veel mensen gepraat. Je moet er alles aan doen om zichtbaar te worden en mensen een zaadje in het hoofd te planten, zodat ze meteen aan jou denken als ze een week later voor iemand een origineel cadeau willen kopen. Je moet ambassadeur worden van je werk.”

Lees meer op www.kunstenloket.be

Artikel uit de reeks Kanttekening voor Kunstenloket: het Kunstenloket krijgt creatieve geesten van alle mogelijke pluimage over de vloer en aan de telefoon. Allemaal hebben ze hun eigen vragen, allemaal volgen ze hun eigen parcours. In deze reeks plaatsen ze kanttekeningen bij het kunstenaarsbestaan. Wat drijft hen? Wat liep vlot voor ze en wat zorgde voor een worsteling? Waar overweegt de kunst en waar het ondernemerschap?


Beeldend kunstenaar Nick Ervinck: “Als je kunst in een nine-to-five probeert te gieten, haal je het niet”

27/05/2015

Een nieuw artikel in mijn reeks ‘Kanttekening’, voor Kunstenloket!

“Ik voldoe volledig aan het cliché van de West-Vlaamse ondernemer”, zegt beeldend kunstenaar Nick Ervinck. “En dat bevalt me wel.” Het resultaat is er dan ook naar. Hij heeft een studio met een klein team en als je zijn agenda voor 2015 bekijkt, lijkt hij alomtegenwoordig. “Ik tel nu al een kleine 20 tentoonstellingen en 5 monumentale kunstwerken in 10 verschillende landen”, vertelt hij. “Het is nog een recent verhaal, maar dat maakt het natuurlijk extra fijn.”

Nick Ervinck c&bw Compl Color (2)

“Er zitten enkele erg boeiende projecten aan te komen. In Bozar komt een tentoonstelling met werk van kunstenaars, designers, architecten enzovoort, die allemaal werken met 3D-printen. Ik neem ook deel aan Sweet 18 in Kasteel d’Ursel in Antwerpen. Hedendaagse kunstenaars en ontwerpers laten zich er inspireren door de 18de eeuw. De kasteelsetting is interessant, omdat het geen typische tentoonstellingsruimte is. Een piepklein, maar fijn project vindt plaats in LOMAK, Tessenderlo, het kleinst denkbare museum voor hedendaagse kunst. De toeschouwer kijkt door zo’n typische toeristische verrekijker naar het museum: een bakje van 35 bij 35 centimeter aan de zijgevel van het stadhuis. Na Koen Vanmechelen en Arne Quinze krijg ik er een mini-solotentoonstelling. In juni komt in de Nederlandse gemeente Emmen een monumentale sculptuur van 10 meter hoog te staan. In september volgt daar dan een tentoonstelling, zodat de bewoners beter kennis kunnen maken met de kunstenaar achter dat werk. Ook heel blij ben ik om mijn deelname aan Vormidable, een parcours met werk van 35 hedendaagse Vlaamse beeldhouwers in Den Haag. De organisatie verwacht 200.000 bezoekers, een aantal dat je als jonge kunstenaar niet zomaar haalt.”

Hoe, wanneer en waarom ben je de weg van de beeldende kunst ingeslagen?

“Als kind was ik altijd creatief bezig. Ik bouwde graag met lego en ik knutselde veel: ik ging bijvoorbeeld geregeld mee naar de hobbyclub die mijn oma onder haar hoede had. Daar zat ik dan tussen dat veel oudere publiek pluchen beertjes en kralenboompjes te maken. Ik kwam echter totaal niet uit een culturele familie, dus het idee om echt kunstenaar te worden, was wel heel ver van mijn bed. Toen ik 15 was, dacht ik daarom nog boekhouder te worden, maar het is lichtjes anders gelopen.
Kort daarna schakelde ik over van de richting economie naar architectuur: huizen ontwerpen leek me wel wat. Maar de bittere realiteit is dat het ontwerpproces maar een kleine fractie is van de hele architectuurmolen. Daarom hield ik ook dat snel voor bekeken. Ik studeerde in het middelbaar af in de richting keramiek. Fantastisch was dat: er is niets vrijers dan met je handen in de klei te kunnen zitten. Toch vond ik het te eng om er ook nog vier jaar voor naar Sint-Lucas te trekken.
Dankzij een introductie in Photoshop had ik intussen beseft dat je met computers ook andere dingen kon dan een gamesverslaving opdoen. Daarom ben ik op 18 heel naïef op zoek gegaan naar een richting waarin ik al mijn interesses kon combineren. Het werd 3D Multimedia aan het KASK. We kregen er standenbouw, film, fotografie… van alles wat. Maar pas toen ik de richting Mixed Media ontdekte, had ik eindelijk het gevoel dat ik echt op mijn plaats zat. Daar heb ik mijn eigen visie en beeldtaal kunnen ontwikkelen. En dat vind ik ook het belangrijkste wat je uit een studierichting moet halen. Het is iets wat je niet zomaar uit een boek leert.”

Hoe heb je het na je studie aangepakt om van kunst ook echt je beroep te maken?

“Ik dacht meteen een appartement en atelier in Gent te huren, maar na een eenvoudige rekensom besloot ik eerst een tijd terug bij mijn ouders te gaan wonen. Mijn atelier was een oude varkensstal in de boerderij van mijn oma. Hij was 20 vierkante meter groot en er zat nauwelijks nog glas in de ramen, maar ik zat er voortdurend te werken – 7 dagen per week. Om mijn materialen te kunnen betalen, gaf ik les aan de academies van Kortrijk, Tielt en Menen, later ook aan het KASK.
Stilaan gingen de dingen toen aan het rollen. Een vaste formule bestaat daarvoor niet, maar ik kan wel enkele ijkpunten aangeven die me de nodige zetjes hebben gegeven. In 2006 won ik een prijs van de Provincie West-Vlaanderen, de Fortisprijs op Lineart én ik kreeg een grote tentoonstelling in de Brakke Grond in Amsterdam. Die dingen hadden impact: van vandaag op morgen was ik dubbel zo bekend. Twee jaar later kocht een bekende Kortrijkse verzamelaar een werk van me en zo kwam ik in het verzamelaarsmilieu terecht. In 2009 mocht ik dan een monumentale sculptuur plaatsen op het dak van de Stichting Liedst-Meesen in de Gentse Zebrastraat. Zoals het in onze cultuur wel vaker gaat, moet je voor wedstrijden of oproepen vaak referenties geven. Maar iemand moet je als beginnende kunstenaar wel de kans geven om die referenties op te bouwen. In de Zebrastraat heb ik die toen gekregen.”

www.nickervinck.com

Sweet 18, Kasteel d’Ursel – Ursel 01/05/2015 – 05/07/2015
Vormidable, Den Haag, 20/05/2015 – 31/08/2015
Making a difference, Bozar, Brussel, 24/05/2015 – 07/06/2015
GNI-RI jun 2015, LOMAK, Tessenderlo, vanaf 12/06/2015
GNI-RI sept 2015, CBK – Emmen (NL), 12/09/2015 – 06/12/2015

Lees meer.


Ateliers in de Rand 10: ‘De dans met de steen’

19/09/2013

De lente doet eindelijk en uiterst voorzichtig zijn intrede wanneer we het atelier van Patrick Crombé bezoeken. ‘Dit beeld is net af’, zegt hij. Het werk staat buiten, in de zon. Het exploreert de ronde vorm en is gemaakt van zwart marmer. De kunstenaar draait de beweegbare bol om op zijn sokkel van wit Carrara-marmer. ‘Zwart marmer is een moeilijk materiaal, omdat het hard is en broos tegelijk, als glas, bijna.’ Het bovenste gedeelte van het beeld is uit één steen gehouwen. Toch lijkt het – voor wie niet goed kijkt – of er verscheidene materialen in gebruikt werden. ‘Ik speel in op de diverse texturen die je uit een steen kunt halen’, vertelt Crombé. ‘Dat noemen ze ook wel de huid van de steen. Dit deel is gezaagd en dit gepolijst’, toont hij. ‘Dit is gesiseleerd en dat stuk is gebouchardeerd, zoals ze zeggen.’

Daglicht
Wanneer Patrick Crombé zijn blik opricht, kijkt hij uit over weides waarin pony’s staan te grazen. Een inspirerend uitzicht, lijkt ons. Maar de voornaamste reden waarom de beeldhouwer graag buiten werkt, is het daglicht. Je hoeft niet met allerhande spots in de weer om klaar te zien waar je mee bezig bent. Precies daarom reist hij ook graag naar Carrara in het Italiaanse Toscane. De marmergroeven geven er al sinds de Romeinse tijd het witst denkbare marmer prijs, de steen waaruit Michelangelo zijn David hieuw. ‘Ik was als kind voor het eerst in Carrara, mee met mijn vader.’ Crombé komt uit een steenkappersfamilie. Zijn vader, groot- en overgrootvader hadden een bedrijf dat steen kapte voor grafzerken, vloeren en zo meer. De beeldhouwer groeide op met één been in het atelier. ‘Steen is een schitterend materiaal. Ik vond dat je er meer kanten mee uit kon.’ Als tiener overwon hij zijn schroom en ging aan de academie leren beeldhouwen. Daarna volgde Sint-Lucas. En algauw lonkte Carrara weer. ‘Ik stapte in mijn auto en weg was ik. Ik trek er nu al 30 jaar op rij naartoe.’ Patrick Crombé huurt er een plaats in een groot atelier. Het is er heerlijk werken. De zon schijnt, de mensen zijn vriendelijk en alle steen die je je maar kunt wensen ligt binnen handbereik. Als je grote blokken ‘bianco carrara’ wil, dan kun je die zelf in de groeve gaan kiezen. ‘We trekken er dan met zijn tweeën naartoe, met onze bottines aan, door de modder.’ Een helm laten ze vaak achterwege, want ze ‘zijn tenslotte in Italië’ en daar zijn regels al eens voor interpretatie vatbaar. Crombé kiest er bewust voor om alles zelf te doen. ‘Van groeve tot tentoonstelling’, zegt hij. ‘Want dan pas heb ik het gevoel dat het werk echt van mij is.’

Een spel, een dans
Patrick Crombé werkt volgens de taille directe: hij begint te beeldhouwen zonder ontwerp of maquette. Hij heeft zo ongeveer een idee in zijn hoofd en hij begint. ‘Als je werkt met een maquette, is de creatie af nog voor je met je steen bezig bent. Met de taille directe duurt de creatie tot het laatste ogenblik. Dat vind ik veel boeiender.’ Als beginnend beeldhouwer gebruikte hij wel nog een maquette. ‘Je leert nog, dus je hebt een houvast nodig. Later wordt beeldhouwen een spel, een dans met de steen.’

Het volledige artikel, sluitstuk van de reeks ‘Ateliers in de Rand’, is verschenen in RandKrant van juni 2013.


Ateliers in de Rand 8: ‘Alles is in beweging’

17/09/2013

De winter kent een laatste stuiptrekking wanneer beeldend kunstenaar Bert De Keyser ons verwelkomt in zijn tuin, deel van het golvende Brabantse landschap. ‘Voor de komst van de elektriciteitspost met de ongelukkige naam Breughelpost, waande je je hier – zeker met dit weer – in een schilderij van Breughel.’ Hij woont al heel zijn leven in dit glooiende landschap. Zijn wortels liggen 5 kilometer verderop, op dezelfde weg, iets dichter bij Brussel. De band met het landschap én met de stad is sterk. Hij laat er zijn werk door domineren. Sculpturen, tekeningen, litho’s, schilderijen – het landschap is wat de werken bindt. ‘Zelfs de naakten’, legt hij uit. ‘De welvingen van een vrouw zijn zoals die van het Brabantse landschap.’

Spiegelfilm
In de tuin staat een prototype van de sculptuur Reminiscentie. Het eigenlijke werk staat op een heuvel in Alsemberg. Een grote herdershond weerspiegelt de schaduw van zijn baas, die vermoord op de grond ligt, en de wijde omgeving. ‘De sculptuur herdenkt een grootoom van me, de laatste schaapherder rond Brussel. Zijn hond bracht zijn eten, in een handdoek rond zijn nek. Toen die op een dag met zijn pakketje naar huis terugkeerde, wist zijn vrouw dat er iets gebeurd was.’ Zo blikt het werk terug naar het verleden. Tegelijk legt de tweezijdige spiegel een brug naar heden en toekomst. Hij reflecteert het landschap en – bij helder weer – Brussel. Zo ontstaat een trage film van de veranderende omgeving. De seizoenen, de ingrepen, de oprukkende stad, het verdwijnende landschap. Het zit er allemaal in. Zowat alle elementen uit De Keysers oeuvre komen erin samen.

Dat blijkt ook wanneer we de sneeuw van onze schoenen kloppen en zijn atelier binnen gaan. De ruimte doet evenzeer dienst als archief. Metalen kasten vol tekeningen en schilderijen, mappen met krantenknipsels, maquettes van sculpturen, een oude lithopers die dienst doet als computertafel… ‘Het staat hier vol’, lacht de kunstenaar bijna verontschuldigend.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

(c) Filip Claessens

Essentie
Bert De Keyser toont een map met vrouwelijke naakten. In enkele penseelstreken suggereert hij een welving, een vorm, een beweging. Net zo zijn zijn landschappen. ‘Alles is in beweging’, vindt hij. De kunstenaar tekent geen lijn of punt te veel: de essentie. Hij toont een aantal werken van hopvelden in alle seizoenen. ‘Vroeger was het hier bezaaid met hopvelden. Nu ligt er verderop nog eentje.’ Ook Brussel heeft hij vanuit alle mogelijke hoeken getekend. Daarvoor reisde hij de Rand af, zocht plaatsen vanwaar hij een goed zicht op Brussel had, ging zitten, tekende.

Obsessie
Het overvolle atelier van Bert De Keyser staat symbool voor zijn gevulde carrière. Toen hij 15 was, hield hij het college voor bekeken. ‘Ik vond het te streng, stak er niet veel uit en kreeg constant straf’, zegt hij. ‘Omdat ik graag tekende, lieten mijn ouders me naar Sint-Lukas gaan.’ Daar voelde hij zich op zijn plaats. ‘Kunst is een obsessie’, legt hij uit. ‘Ik herleef als ik teken.’ Hij had tentoonstellingen in het Rijksmuseum en het Rembrandthuis in Amsterdam, maar ook onder meer in Duitsland, Sovakije, Hongarije, de VS en Japan. ‘Het spannendste aan een groot project is toch vooral de deadline: het moet af raken.’ Vooral het groots opgezette Rembrandt-Mondriaanproject in Amsterdam (1996) heeft voor veel nagelbijten gezorgd. Voor de gelegenheid had De Keyser het Museumplein ingekleed met grote gele kaders, die de blik van passanten moesten richten. 17 opleggers en een aantal kranen rukten aan op een moment dat de stenen uit de grond vroren. ‘De omstandigheden voor de opbouw waren moeilijk, dus dat was heel bijzonder.’

Momenteel legt Bert De Keyser zich weer toe op zijn muzikantenportretten. Hij heeft er al zo’n 6000. Jef Neve, Kris Defoort, de familie Kuijken, Jos Van Immerseel… ‘Elke muzikant speelt anders, dus is ook elke tekening anders. Soms worden het bijna realistische portretten, soms zijn enkele lijnen genoeg. Het hangt af van de muzikant in kwestie. Ik ken als het ware niks van muziek’, zegt hij. ‘Maar door de muzikanten te tekenen, kruip ik in hun wereld. Dat is evenzeer een parallel met het landschap: ook daar kruip je helemaal in. Het is een manier om het te begrijpen.’

www.bertdekeyser.be

RandKrant, april 2013.


Ateliers in de Rand 4: ‘Mijn passie moet puur blijven’

13/09/2013

De familie van Carlos Ramirez vluchtte voor het regime van de Chileense dictator Pinochet toen hij 10 jaar oud was. Twee jaar later besloot hij dat hij wou schilderen en hij trok naar een workshop van de eveneens Chileense schilder Kata Jorge Nunes in Brussel. ‘Het was een workshop voor volwassenen, dus ik kon daar eigenlijk niet terecht’, vertelt Ramirez. ‘Om me af te schepen gaf Nunes me zijn kaartje. Als ik echt wou schilderen, moest ik maar eens naar zijn atelier in Rotterdam komen en dan zou hij het me leren.’ De schilder had nooit gedacht dat een 12-jarige uit Brussel ook iets met die woorden zou doen. Maar dat was buiten de kleine Carlos gerekend. ‘Op een dag voelde ik me niet goed in mijn vel. Ik zei tegen mijn moeder dat ik een brood zou gaan kopen en ik liftte naar Rotterdam. Om twee uur ’s nachts belde ik bij Nunes aan. Voor schilderles.’ De oudere kunstenaar keek behoorlijk op van zijn nachtelijke bezoek. Hij belde onmiddellijk Ramirez’ ouders op en de volwassenen bereikten een akkoord. In de vakanties mocht Carlos naar Rotterdam om in het atelier van Nunes te schilderen. ‘Dat heb ik zo gedaan tot ik 18 was.’

Atelier-tuin
Het atelier van Carlos Ramirez is klein en staat volgestouwd met afgewerkte en half afgewerkte doeken, met verf, papier, penselen, een etsmachine… Waar moet de schilder staan om te werken? vragen we ons af terwijl we ons best doen om geen kunstwerken te vertrappelen. ‘Hier binnen maak ik veel etsen’, legt hij uit en hij toont een aantal kleine werken waarop vooral mythologische wezens figureren. ‘Schilderen doe ik als het mooi weer is. Dan gooi ik de deur van het atelier open en ik werk in de tuin, terwijl de kinderen buiten spelen.’ Hij demonstreert hoe dat in zijn werk gaat. ‘We hebben hier een mooie tuin met een prachtige boom in het midden – een heerlijke plek om te schilderen.’

Geen etiketten, graag
Ramirez toont een aantal van de werken in het atelier. Op veel ervan staan dieren, maar we komen ook menselijke figuren en fantasiewezens tegen, in felle kleuren en aardetinten. ‘Op basis van de dieren die ik schilder, heb ik het etiket ‘animalier’ opgeplakt gekregen. Maar ik hou niet van etiketten. Ik schilder meer dan dieren en als er een dier op mijn doeken staat, is het me niet om de kopie van die hond of dat schaap te doen. Het gaat me om de menselijke expressie, het moment.’ Dat Ramirez effectief niet onder één noemer te vatten is, bewijst zijn portfolio. Het bevat behalve schilderijen en etsen ook video-installaties, foto’s en muurschilderingen. ‘Ik verdiep me in de discipline waar ik op een gegeven moment het meest zin in heb’, zegt hij.

Het volledige artikel is verschenen in RandKrant, december 2012.


‘Kunst en liefde zijn altijd opnieuw verrassend’

20/11/2010

‘De schilderijen van Aalstenaar Gilles Van Schuylenbergh brengen je blik lichtjes uit balans. Kijk je snel en oppervlakkig, dan lijkt het of je een eenvoudig, eenduidig beeld voor je hebt: twee schommels in een stadspark, een brug over een vijver, een boom in het centrum van New York. Van Schuylenbergh nodigt de toeschouwer uit om even stil te staan bij de schoonheid achter het vanzelfsprekende. Daarom vraagt zijn werk een uitwaaierend perspectief. Er is geen centraal onderwerp. Elk detail verdient aandacht. In elk donker hoekje ligt de schoonheid op de loer.’

Onlangs had ik met beeldend kunstenaar Gilles Van Schuylenbergh een interessant gesprek over de rol van schoonheid in de kunst. Het interview vond plaats naar aanleiding van zijn tentoonstelling in gc de Lijsterbes in Kraainem.

Nog een fragment: ‘Er zijn kunstenaars en critici die zich tegen visuele schoonheid afzetten, maar kijk eens naar de kunstgeschiedenis – de werken die overeind gebleven zijn, draaien toch vooral daarrond? Van Gogh schilderde zonnebloemen, omdat hij ze zo mooi vond en hij ze ook nog wilde kunnen bekijken als ’s avonds de zon onder was. Hij schilderde zonnebloemen voor elke kamer van zijn huis en de mooiste kwamen in de gastenkamer. Veel mensen denken dat kunst niks voor hen is. Natuurlijk is kunst voor iedereen! Kunst is wat ons mens maakt. Iedereen is er in zekere zin mee bezig. Alleen besef je het niet, omdat je het te erg associeert met die grauwe museumwereld vol moeilijkdoenerij. Ik zeg altijd: vertrouw je eigen gevoel en kijk met je eigen ogen. ‘Wat is kunst?’ is daarom een absurde vraag. Je vraagt toch ook niet: ‘Wat is liefde?’ Daarop bestaat geen sluitend antwoord en dat is net het mooie: daarom kunnen kunst en liefde altijd opnieuw en op andere manieren verrassend zijn.’

Het hele artikel lees je hier.

In zijn atelier heb ik rustig de tijd gehad om zijn werken te bekijken. Dit schilderij was onmiddellijk mijn favoriet wegens de apocalyptische sfeer die uit de gele nachtkleur spreekt. Ik had het best mee naar huis willen nemen :-).


Flattr this