Nick Ervinck en de grens tussen virtueel en reëel

De sculpturen van de jonge kunstenaar Nick Ervinck springen in het oog. Dat is wel het minste dat je ervan kunt zeggen. Ervinck is bezeten van de kruisbestuiving tussen het virtuele en het reële. Hij benut het bodemloze vat van mogelijkheden dat in de digitale technologie besloten ligt om geijkte kunstvormen en -technieken te herinterpreteren. Precies dat is volgens hem dé uitdaging van de hedendaagse beeldhouwkunst. Voor zijn eigen werk vertrekt Nick Ervinck altijd vanuit driedimensionale modellen in softwareprogramma’s, vervolgens schakelt hij over naar tastbare materie – de start van een continue wisselwerking tussen virtueel en reëel.

Een tijd terug nodigde oogarts Fernand De Wilde de kunstenaar uit om een sculptuur te ontwerpen voor de rotonde aan zijn woning in Sint-Martens-Latem. PRAHIARD wordt vandaag – 18 december – ingehuldigd.

Ook deze monumentale buitensculptuur is het resultaat van een digitaal ontwerpproces. “Maar niettemin ambachtelijk vervaardigd uit polyester”, zegt Nick Ervinck. “De basisvorm bestaat uit polyruthaanschuim dat ik handmatig uitgesneden heb. Daar bovenop zitten drie tot vier lagen met glasvezel versterkte polyester, die uitvoerig geschuurd en geplamuurd is. De afwerking gebeurde met verschillende lagen lakverf in het voor mijn werk typerende ‘signaalgeel’ (RAL 1003), dat ook gebruikt wordt in verkeerssignalisatie. Zo krijgt de uiteindelijke vorm een vloeibaar aandoende textuur die aanleunt bij die van het digitale ontwerp.”

Het is precies die voortdurende slingerbeweging tussen het reële en het virtuele die voor een interessante dynamiek zorgt in het werk van Nick Ervinck. Waar eerder (o.a. bij Michelangelo) het beeldhouwen werd gezien stelselmatige, subtractieve bevrijding van de figuur die verborgen ligt in het marmer, wordt de virtualiteit bij Ervinck een constructief principe of een kracht (Lat. virtus) op zich. Daarom kunnen we strikt genomen niet spreken van een sculptuur, maar eerder van een nieuw soort ‘plastiek ‘ die oprijst vanuit de digitale wereld.

PRAHIARD ligt grotendeels in dezelfde lijn van eerdere werken als NIEBLOY (2009), dat te zien was in Museum M te Leuven, of IKRAUSIM, een 3D-print. Historisch ent het werk zich bijvoorbeeld op het (latere) werk van beeldhouwer Henry Moore, waar een abstracte esthetiek en een herkenbare sensualiteit of intimiteit zich met elkaar verstrengelen. Ook het concept van ‘negatieve ruimte’, dat zo cruciaal is bij Moore, vind je terug in een werk als PRAHIARD. Het beeld lijkt een innige omhelzing van de lege tussenruimte, die zich zo transformeert tot een sculpturaal gegeven.

Meer?
www.nickervinck.com
Bron: persbericht
Foto’s: (c) Nick Ervinck.


Flattr this

‘Schilderen met een fototoestel’

Zondag opent in Galerij De Ziener in Asse een tentoonstelling met werk van fotograaf Julien Coulommier (°1922), de nestor van de Belgische kunstzinnige fotografie. Zijn immense archief bevat tijdloze beelden waarvan de poëtische zeggingskracht voorop staat en het oorspronkelijke onderwerp naar de achtergrond verschuift.

Een tijd terug interviewde ik hem bij hem thuis in Wezembeek-Oppem en gaf hij me een kleine rondleiding in zijn bijzondere archief.

Het artikel staat in het huidige nummer van RandKrant. Een fragment:

Tegen de traditionele fotografie
In 1949 kocht Julien Coulommier zijn eerste echt goede fototoestel. ‘Het was een Rolleicord, een goedkopere versie van de professionele Rolleiflex. Het kostte nog meer dan 3000 frank, wat veel geld was in die tijd, maar op afbetaling ging dat nog net’, glimlacht hij. In de vroege jaren 50 ontdekte Coulommier nieuwe manieren van fotograferen. ‘Tot dan was er vooral aandacht voor traditionele landschaps- en reportagefotografie. Die beviel me niet: ik vond ze saai en academisch. Om daartegenin te gaan, begon ik kunstkritieken te schrijven in gespecialiseerde tijdschriften. Ik brak de traditionele fotografie af en kreeg daar van de hoofdredactie ook de ruimte voor, zelfs als er al eens abonnementen werden opgezegd door wat ik schreef.’ Onder meer door ontmoetingen met de Duitse avant-gardefotograaf Otto Steinert, begon Coulommier zelf meer met zijn toestel te experimenteren. De subjectieve fotografie werd in bepaalde kringen de hemel in geprezen, in andere met de grond gelijk gemaakt. ‘Naar aanleiding van een tentoonstelling in Amsterdam noemden de meeste kranten en tijdschriften, met uitzondering van de Groene Amsterdammer, mijn werk zinloos. De fotografie werd nog niet ten volle als kunst gezien’, zegt Julien Coulommier. Een ijkpunt was de tentoonstelling Images inventées die hij in 1957 samen met collega-kunstenaar Serge Vandercam or- ganiseerde in het Paleis voor Schone Kunsten. Het was een van de vroegste exposities rond creatieve, niet-figuratieve fotografie in onze contreien. ‘Die tentoonstelling veroorzaakte een schok in de kunstwereld.’

Een wereld in een wereld
Julien Coulommier toont zijn voorraad ingelijste foto’s, waarvan geregeld selecties naar tentoonstellingen reizen. Het valt op dat vooral de natuur veelvuldig voorkomt. ‘Een van mijn hoofdthema’s is de groeikracht van de natuur’, vertelt hij. ‘Het boeit me mateloos hoe sterk die kan zijn. Ga maar na: zelfs in een landschap dat gedomineerd wordt door steen en beton zie je in spleten en kieren kleine plantjes woekeren. Dat soort dingen probeer ik uit te beelden.’ Vier jaar geleden liep in Charleroi de overzichtstentoonstelling Entre Mondes. Die titel zegt veel over de visie van Coulommier en was ontleend aan de Franse surrealistische dichter Paul Eluard, die stelde: ‘Il y a un autre monde, mais il est dans celui-ci’. Ook Coulommier put zijn beelden uit de werkelijkheid om zich heen, maar vindt daarin een net iets ander perspectief, een lichtjes vervormde blik, een vervreemdingseffect, dat per foto of fotoreeks een nieuw universum opent.
Hij toont een aantal voorbeelden uit zijn reeks Antropologie. Bomen en planten spelen steevast de hoofdrol, hoewel het beeld nooit echt om hen draait. Een foto van een varen roept associaties met een danseres op. Een boom wordt een heksachtig personage. ‘Op zo’n manier laat ik de werkelijkheid en mijn verbeelding samenkomen’, legt Julien Coulommier uit. We komen voorbij een van zijn bekendste foto’s, De tuin van de gevangenis uit 1954. ‘In werkelijkheid is het een foto van een reeks spruitkolen voor een bakstenen muur, maar het beeld roept een heel ander verhaal op. Je kunt er palmbomen in zien die in de tuin van een gevangenis groeien. Voor de gevangenen staan ze symbool voor hun hang naar vrijheid.’ Hij schakelt over op de volgende foto, maar onderbreekt zichzelf snel: ‘Je hoeft ook niet alles te geloven wat ik zeg’, lacht hij. ‘Ik laat graag ruimte voor de eigen interpretatie van de toeschouwer. Het liefst leg ik niks uit en laat ik de beelden voor zich spreken.’

Meer lezen kan hier.
Een aantal werken van de fotograaf vind je op zijn website.


Flattr this

‘Kunst en liefde zijn altijd opnieuw verrassend’

‘De schilderijen van Aalstenaar Gilles Van Schuylenbergh brengen je blik lichtjes uit balans. Kijk je snel en oppervlakkig, dan lijkt het of je een eenvoudig, eenduidig beeld voor je hebt: twee schommels in een stadspark, een brug over een vijver, een boom in het centrum van New York. Van Schuylenbergh nodigt de toeschouwer uit om even stil te staan bij de schoonheid achter het vanzelfsprekende. Daarom vraagt zijn werk een uitwaaierend perspectief. Er is geen centraal onderwerp. Elk detail verdient aandacht. In elk donker hoekje ligt de schoonheid op de loer.’

Onlangs had ik met beeldend kunstenaar Gilles Van Schuylenbergh een interessant gesprek over de rol van schoonheid in de kunst. Het interview vond plaats naar aanleiding van zijn tentoonstelling in gc de Lijsterbes in Kraainem.

Nog een fragment: ‘Er zijn kunstenaars en critici die zich tegen visuele schoonheid afzetten, maar kijk eens naar de kunstgeschiedenis – de werken die overeind gebleven zijn, draaien toch vooral daarrond? Van Gogh schilderde zonnebloemen, omdat hij ze zo mooi vond en hij ze ook nog wilde kunnen bekijken als ’s avonds de zon onder was. Hij schilderde zonnebloemen voor elke kamer van zijn huis en de mooiste kwamen in de gastenkamer. Veel mensen denken dat kunst niks voor hen is. Natuurlijk is kunst voor iedereen! Kunst is wat ons mens maakt. Iedereen is er in zekere zin mee bezig. Alleen besef je het niet, omdat je het te erg associeert met die grauwe museumwereld vol moeilijkdoenerij. Ik zeg altijd: vertrouw je eigen gevoel en kijk met je eigen ogen. ‘Wat is kunst?’ is daarom een absurde vraag. Je vraagt toch ook niet: ‘Wat is liefde?’ Daarop bestaat geen sluitend antwoord en dat is net het mooie: daarom kunnen kunst en liefde altijd opnieuw en op andere manieren verrassend zijn.’

Het hele artikel lees je hier.

In zijn atelier heb ik rustig de tijd gehad om zijn werken te bekijken. Dit schilderij was onmiddellijk mijn favoriet wegens de apocalyptische sfeer die uit de gele nachtkleur spreekt. Ik had het best mee naar huis willen nemen :-).


Flattr this